Chef-monteur steigerbouw

 

Globaal

Titel

Chef-monteur steigerbouw

Deze benaming wordt gebruikt in het beroepscompetentieprofiel van het Fonds voor Vakopleiding in de Bouwnijverheid fvb - ffc constructiv. Deze benaming wordt algemeen gebruikt door de sector. De Competentfiche van SERV (I150302) omschrijft enkel het werkgebied van de ‘Stellingbouw’. De Competentfiche geeft ook benamingen aan zoals ‘Chef monteur stellingbouw’, ‘Monteur van steigers’, ‘Monteur stellingbouw’, ‘Steigermonteur’, ‘Stellingmonteur’, ‘Stellingbouwer’ of ‘Teamleider stellingbouw’.

Steigerbouwer en stellingbouwer zijn echter overkoepelende benamingen. Bij de steigerbouwers kunnen we meerdere beroepskwalificaties identificeren. Deze onderverdeling is gebaseerd op bijkomende competenties in het (de)monteren van steigers van steeds complexere aard en activiteiten zoals het keuren, vrijgeven van steigers van diverse complexiteit, het aansturen van teamleden en het communiceren met klanten en opdrachtgevers.

Definitie

De chef-monteur steigerbouwer monteert en demonteert tijdelijke constructies in steigermateriaal (steigers, trappen, platformen, ondersteuningen, …) volgens de gangbare veiligheidsregels en keurt steigers teneinde veilige steigerconstructies te realiseren en/of deze vrij te geven.

Niveau

4

Jaar van erkenning

2017

Activiteiten

Opsomming competenties

Basisactiviteiten
  • 1. Werkt in teamverband (co 02410)
    • Communiceert effectief en efficiënt
    • Wisselt informatie uit met collega’s en verantwoordelijken
    • Overlegt over de voorbereiding, uitvoering en afwerking van de opdracht
    • Rapporteert aan leidinggevenden
    • Werkt efficiënt samen met collega's
    • Volgt aanwijzingen van verantwoordelijken op
    • Past zich flexibel aan (verandering van collega’s, …)
  • 2. Werkt met oog voor kwaliteit (co 02420)
    • Evalueert zijn eigen werkzaamheden kwalitatief en kwantitatief, en stuurt desnoods bij
    • Gaat zuinig om met materialen, gereedschappen, tijd en vermijdt verspilling
    • Houdt zich aan de regels voor traceerbaarheid van producten en uitgevoerde werken door het bijhouden van de etiketten en markering van de gebruikte materialen
  • 3. Werkt met oog voor welzijn, veiligheid en milieu (co 02421)
    • Herkent en signaleert gevaarlijke situaties, neemt gepaste maatregelen bij ongelukken en meldt ongevallen en incidenten volgens interne procedures
    • Past de voorschriften met betrekking tot netheid en hygiëne toe
    • Neemt een ergonomische werkhouding aan
    • Controleert de aanwezigheid van en gebruikt PBM’s en CBM’s* volgens de specifieke voorschriften
    • Ziet er op toe dat veiligheids- en milieuvoorschriften worden gerespecteerd
    • Herkent, voorkomt en beschermt tegen specifieke risico’s zoals gevaarlijke en schadelijke stoffen (cement en hulpstoffen, kwarts- en houtstof, asbesthoudende producten, …), lawaai, brand en explosies
    • Sorteert afval volgens de richtlijnen en vraagt om informatie in geval van twijfel
    • Gebruikt water voor taken en schoonmaak efficiënt
    • Gebruikt energiestromen duurzaam
    • Beperkt geluidshinder
* PBM's en CBM's = persoonlijke en collectieve beschermingsmiddelen
  • 4. Gebruikt en onderhoudt PBM's (co 02422)
    • Controleert de verplichte PBM’s visueel en gaat na of deze gebruikt mogen worden
    • Gebruikt de verplichte PBM’s op de juiste wijze
    • Onderhoudt de verplichte PBM’s op een correcte manier en bergt deze op
  • 5. Gebruikt de op het eigen werkgebied van toepassing zijnde arbeidsmiddelen (co 02423)
    • Selecteert en controleert de arbeidsmiddelen die hij bij de uitoefening van het beroep mag gebruiken
    • Gebruikt de verschillende arbeidsmiddelen die bij de uitoefening van het eigen beroep van toepassing zijn en gebruikt mogen worden, volgens de gebruikshandleiding
    • Onderhoudt de arbeidsmiddelen en reinigt deze na gebruik
Specifieke Activiteiten
  • 6. Communiceert over de werkopdracht (co 02424)
    • Ontvangt en begrijpt de opdracht en de instructienota
    • Leest en begrijpt montage-, demontage- of ombouwschema van een steiger met standaardconfiguratie*
    • Wisselt effectief en efficiënt informatie over de werkopdracht uit met collega’s en leidinggevenden
    • Herkent, benoemt en beschrijft gebruikelijke steigertypes en toepassingen
    • Gebruikt de vakterminologie
    • Duidt met gebaren de gebruikelijke steigeronderdelen aan
* Standaardconfiguratie: het verschil tussen steigers die vallen onder de standaardconfiguratie en de steigers die hiervan afwijken (complexe steigers) is vastgelegd in de “Code van Goede Praktijk Stellingbouw” (zie http://vsbbbe.webhosting.be/wp-content/uploads/2015/02/CvGPS-20141206-rev2.pdf)
  • 7. Organiseert zijn werkplek veilig en ordelijk (co 02425)
    • Richt de eigen werkplek in volgens voorschriften en/of instructies
    • Houdt rekening met de algemene werforganisatie en de logische werkvolgorde
    • Ruimt na de dagtaak de werkplek op
  • 8. Herkent en reageert bij tekortkomingen, gevaren/onveilige situaties, bijna ongevallen en ongevallen (co 02426)
    • Herkent en benoemt tekortkomingen, gevaren/onveilige situaties, bijna ongevallen en ongevallen
    • Past de juiste meldingsprocedures toe
    • Legt het werk stil als de veiligheid voor hemzelf of derden in het gedrang komt
    • Herkent en benoemt praktijksituaties die onveilig kunnen zijn en geeft daarbij de verbeteringspunten aan
  • 9. Voert een TRA uit (co 02431)
    • Verdeelt de werkzaamheden onder in logische activiteiten en schrijft een chronologische volgorde uit
    • Bepaalt per activiteit de denkbare en reële risico’s
    • Stelt voor elk risico beheersmaatregelen vast om het risico te elimineren of beheersbaar te maken
    • Zorgt dat beheersmaatregelen aanwezig zijn voorafgaand aan uit te voeren taken
    • Bespreekt voorafgaand de afspraken vastgelegd in de TRA* met de betrokken medewerkers
    • Controleert of de afspraken vastgelegd in de TRA worden uitgevoerd
    • Evalueert na het afronden van de werkzaamheden de TRA
* TRA = Taak risico-analyse
  • 10. Beoordeelt het meest voorkomende steigermateriaal kwalitatief (co 02432)
    • Keurt het meest voorkomende steigermateriaal aan de hand van afkeurmaatstaven
  • 11. Gebruikt steigertekening/-schema’s en materieelspecificaties van alle voorkomende steigers (co 02448)
    • Leest een steigertekening/-schema voor alle voorkomende steigers
    • Leest een materiaalspecificatie voor alle voorkomende steigers
    • Maakt een steigertekening/ schema voor alle voorkomende steigers
  • 12. Stelt een materiaalstaat op voor alle voorkomende steigers (co 02449)
    • Stelt een materiaalstaat op aan de hand van een steigertekening/-schema voor alle voorkomende steigers
    • Vult een materiaalstaat in aan de hand van een steigertekening/-schema
    • Maakt een inschatting van het benodigde materiaal voor de nog resterende werkzaamheden
  • 13. Monteert, demonteert en bouwt alle voorkomende steigers veilig om (co 02450)
    • Past de principes voor de veilige (de)montage van steigers met complexe configuratie toe met de gepaste methodes en hulpmiddelen
    • Monteert steigers met complexe configuratie volgens de juiste volgorde
    • Past, indien nodig, steigers met complexe configuratie aan
    • Beoordeelt of alle voorkomende steigers gereed zijn voor keuring en overdracht
    • Demonteert steigers met complexe configuratie volgens de juiste volgorde
  • 14. Herstelt of brengt alle voorkomende onveilige steigers terug in veilige staat (co 02451)
    • Herkent en benoemt een onveilige steiger met complexe configuratie
    • Past vuistregels voor de sterkte, de stijfheid en de stabiliteit van te bouwen steigers toe
    • Past een onveilige steiger met complexe configuratie aan
    • Beoordeelt wanneer een steiger met complexe configuratie terug in veilige staat hersteld is
  • 15. Geeft leiding aan en houdt toezicht op een team van (hulp)monteurs (co 02452)
    • Geeft instructies aan een team van (hulp)monteurs
    • Rapporteert over gegeven instructies
    • Houdt toezicht op de werkzaamheden van een team van (hulp)monteurs
    • Stuurt de taken en het gedrag van de (hulp)monteurs indien nodig bij
    • Overlegt met de (hulp)monteurs
  • 16. Beoordeelt en keurt een steiger met standaardconfiguratie (co 02453)
    • Gebruikt checklist voor keuring van een steiger met standaardconfiguratie
    • Controleert de toepassing van maatregelen tegen het vallen van voorwerpen en personen
    • Controleert de toepassing van veiligheidsmaatregelen om de risico’s te beheersen bij veranderende weersomstandigheden
    • Berekent het eigen gewicht van een steiger met standaardconfiguratie
    • Controleert de naleving van voorwaarden inzake toelaatbare belasting
    • Kijkt na of de gebouwde steiger voldoet aan de informatie en richtlijnen die door de fabrikant/steigerbouwer ter beschikking werden gesteld
    • Beoordeelt de stabiliteit van de steiger
    • Bepaalt en beoordeelt de toelaatbare belastingen op de werkvloer
    • Kijkt de beveiligingen tegen kantelen en instorten na
    • Kijkt na of de verankering correct is aangebracht
    • Kijkt de staat van onderdelen na
    • Kijkt na of vloeren, leuningen en kantplanken voldoende en correct zijn aangebracht
    • Kijkt na of de toegang tot de steiger en de doorgangen op en doorheen de steigers veilig zijn
    • Gebruikt de nodige PBM’s tijdens de keuring
    • Rapporteert bij oplevering en keuring vastgestelde onvolkomenheden van een steiger met standaardconfiguratie
  • 17. Draagt, na keuring, steigers met standaardconfiguratie over aan de opdrachtgever (co 02454)
    • Vult een opleverings-controlelijst in
    • Vult de steigerkaart in
  • 18. Voert een (her)keuring van steigers met standaardconfiguratie uit op verzoek van de klant (co 02455)
    • Voert een (her)keuring van steigers met standaardconfiguratie uit
    • Vult een inspectielijst voor steigers met standaardconfiguratie in
  • 19. Rapporteert aan en communiceert met voorman en werfleider (co 02456)
    • Past principes van projectmatig werk en administratieve processen toe
    • Herkent situaties waarin afgeweken wordt van de uitgangspunten van het project
    • Communiceert en rapporteert over werkprocessen en verloop van het project

Beschrijving competenties/activiteiten a.d.h.v. de descriptorelementen

Kennis

  • Basiskennis elektriciteit
  • Basiskennis van EHBO
  • Basiskennis van transport(hulp)middelen
  • Kennis van milieuzorgsystemen en -voorschriften in functie van de eigen werkzaamheden
  • Kennis van de bouwplaatsorganisatie
  • Kennis veiligheids-, gezondheids-, hygiëne- en welzijnsvoorschriften
  • Kennis van specifieke risico’s van kwarts- en houtstof en andere gevaarlijke producten
  • Kennis van specifieke risico’s van elektriciteit, lawaai, trillingen, brand en explosies
  • Kennis van de maatregelen ter preventie van de risico's dat personen of voorwerpen vallen
  • Kennis van de veiligheidsmaatregelen bij veranderende weersomstandigheden die afbreuk zouden kunnen doen aan de veiligheid van de betrokken steiger
  • Kennis van ergonomische hef-, til- en werktechnieken
  • Kennis van de maximale fysieke belasting
  • Kennis van de verplichte PBM’s en CBM’s
  • Kennis van de verplichtingen van werkgevers en werknemers, de afkeurstandaarden bij visuele controle, de onderhouds- en reinigingsvoorschriften en het correcte gebruik van de verplichte PBM’s
  • Kennis van (veiligheids)pictogrammen
  • Kennis van de voorschriften rond afvalbeheer
  • Kennis van een geoptimaliseerd verbruik van water, materialen en energie
  • Kennis van werkdocumenten
  • Kennis van materialen, gereedschappen en machines
  • Kennis van technische voorschriften en aanbevelingen in functie van de eigen werkzaamheden
  • Kennis van de onveilige situaties (voor hemzelf of voor derden) waarin het werk stilgelegd moet worden
  • Kennis van de arbeidsmiddelen die gebruikt mogen worden zonder attesten of certificaten en degene waarvoor attesten of certificaten vereist zijn
  • Kennis van de efficiënte, veilige en ergonomische sorteer- en stapelmethodes
  • Kennis van de vakterminologie
  • Kennis van de verschillende types steigers en hun toepassingen
  • Kennis van de afkeurcriteria bij de controle van steigeronderdelen
  • Kennis van de gangbare gebaren om de gebruikelijke steigeronderdelen mee aan te duiden
  • Kennis van de bevoegdheden van de betrokkenen bij gebruik en montage van een steiger (bevoegd persoon gebruik en montage: hulpmonteur - monteur - chef-monteur - steigerkeurder - steigerinspecteur)
  • Kennis van de begrippen ‘sterkte’, ‘stijfheid’ en ‘stabiliteit’, en het belang daarvan voor een steigerconstructie
  • Kennis van de vuistregels van sterkte, stijfheid en stabiliteit
  • Kennis van de wetgeving, regelgeving, procedures en aansprakelijkheden die van toepassing zijn op gebied van steigerbouw en ladders (ARAB – Codex – KB 31.08.2005 – Europese en Belgische normen)
  • Kennis van het verschil tussen bijna-ongevallen en ongevallen
  • Kennis van de mogelijke tekortkomingen, gevaren en onveilige situaties
  • Kennis van de verschillende procedures die gelden voor werknemers en werkgevers bij tekortkomingen, gevaren/onveilige situaties, bijna-ongevallen en ongevallen
  • Kennis van het verschil tussen steigers die vallen onder de steigers met standaardconfiguratie en de steigers die hiervan afwijken (steigers met complexe configuratie)
  • Kennis van wettelijke bepalingen voor werfsignalisatie
  • Kennis van Taak Risico Analyse
  • Kennis van steigertekeningen / schema’s voor alle voorkomende steigers
  • Kennis van de materiaalspecificaties voor alle voorkomende steigers
  • Kennis van materiaalstaten
  • Kennis van de risico’s en aansprakelijkheden van de chef-monteur in zijn rol als toezichthouder van een team van (hulp)monteurs
  • Kennis van wat, bij alle voorkomende steigers, wordt verstaan onder een veilige werkplek
  • Kennis van de toepasbare methodes / hulpmiddelen voor de veilige (de)montage van alle voorkomende steigers
  • Kennis van bijzondere omstandigheden van de omgeving (lawaai, elektrische installaties, boven water, besloten ruimtes, bijzonder klimaat, asbest, onder- en bovengrondse infrastructuren, in werking zijnde installatie)
  • Kennis van de verschillende protocollen die van toepassing zijn op werken in bijzondere omstandigheden
  • Kennis van de gevaren/risico’s van het werken op hoogte/op een steiger in het algemeen en risico’s als vallen, vallende voorwerpen, aanrijdingen, verzakkingen, instorten en de weersomstandigheden in het bijzonder
  • Kennis van de verschillende steigerklassen (1 tot 6)
  • Kennis van vuistregels voor het verankeren van een steiger
  • Kennis van de soorten verankeringen (in metselwerk, in raamopeningen, vanuit een gebouw) en verankeringspatronen
  • Kennis van de principes van de diagonalen (knooppunt, diagonaalpatronen, in functie van belasting/weersomstandigheden/bekleding)
  • Kennis van de soorten liggers (buis, versterkt, dubbel) en hun eigenschappen
  • Kennis van de soorten werkvloeren (staal/aluminium/combi, specificaties, noodzakelijke breedte, eigenschappen en plaatsing,) en hun stabiliteit
  • Kennis van de eisen voor doorgangen ( voor personen of voertuigen) en afbakeningen (signalisatie)
  • Kennis van vuistregels voor het plaatsen van een open en bekleedde vrijstaande steigers
  • Kennis van de maximale gronddruk
  • Kennis van de door de fabrikant/steigerbouwer ter beschikking te stellen informatie en richtlijnen : gebruiksaanwijzingen, toegelaten belastingen, richtlijnen voor montage en demontage
  • Kennis van de principes van observatie en keuring van een steiger
  • Kennis van belangrijkste aandachtspunten bij het keuren van de stabiliteit (ondergrond, steunpunten, vloerplaten, spindels, waterpas)
  • Kennis van belangrijkste aandachtspunten bij het nakijken van toegangen (ladders en trappen) en doorgangen (breedte en hoogte)
  • Kennis van mogelijke specifieke eisen van klanten (bv. signalisatie, aarding en hoe deze aangebracht moet zijn)
  • Kennis van de verschillende types belastingen (gelijkmatig, geconcentreerd of puntbelasting) op een werkvloer
  • Kennis van de aandachtspunten bij controle van de verankering van een steiger (verankering met of zonder ballast, het rekening houden met statische, dynamische en windbelasting en veiligheidscoëfficiënten
  • Kennis van de maximale belasting (type steiger), met aandacht voor het aantal operationelen/betreders, werkzaamheden, materiaal en transport
  • Grondige kennis van de voorwaarden inzake toelaatbare belasting van de betrokken steiger
  • Grondige kennis van de verschillende gebruikelijke steigeronderdelen en hun functie/toepassing voor zowel systeemsteigers als universeel materiaal
  • Grondige kennis van de mogelijke risico’s bij het (de)monteren en aanpassen van alle voorkomende steigers
  • Grondige kennis van de principes en de juiste volgorde bij (de)montage / aanpassen van alle voorkomende steigers

Cognitieve vaardigheden

  • Het kunnen rapporteren aan de leidinggevende
  • Het kunnen efficiënt communiceren met collega’s en derden: kunnen overleggen over de voorbereiding, uitvoering en afwerking van de opdracht en afstemmen van de eigen werkzaamheden op de activiteiten van anderen (bouwteam)
  • Het kunnen controleren van de aanwezigheid van CBM’s volgens de specifieke voorschriften
  • Het kunnen herkennen, voorkomen en beschermen tegen specifieke risico’s van gevaarlijke stoffen (cement en hulpstoffen, kwarts- en houtstof, asbesthoudende producten,…)
  • Het kunnen herkennen, voorkomen en beschermen tegen specifieke risico’s zoals lawaai, trillingen, brand en explosies
  • Het kunnen herkennen en signaleren van gebreken bij het gebruik van ladders en steigers
  • Het kunnen zorgzaam, efficiënt en veilig omgaan met materialen, gereedschappen en machines
  • Het kunnen er op toezien dat veiligheids- en milieuvoorschriften die van toepassing zijn op het werkgebied worden gerespecteerd
  • Het kunnen visueel controleren van de verplichte PBM’s en nagaan of deze gebruikt mogen worden
  • Het kunnen op de juiste wijze gebruiken van de verplichte PBM’s
  • Het kunnen op een correcte manier onderhouden en opbergen van de verplichte PBM’s
  • Het kunnen herkennen en benoemen van tekortkomingen, gevaren/onveilige situaties, bijna ongevallen en ongevallen
  • Het kunnen aangeven van verbeteringspunten bij onveilige situaties
  • Het kunnen toepassen van de juiste meldingsprocedures
  • Het kunnen het werk stil leggen als de veiligheid voor zichzelf of derden in het geding komt
  • Het kunnen selecteren en controleren van de arbeidsmiddelen die bij de uitoefening van het beroep mogen gebruikt worden
  • Het kunnen herkennen en benoemen van de verschillende steigeronderdelen en hun functie/toepassing
  • Het kunnen aanduiden, op non-verbale manier (met gebaren), van gebruikelijke steigeronderdelen
  • Het kunnen begrijpen van het montage-, demontage- of ombouwschema van alle voorkomende steigers
  • Het kunnen visueel beoordelen en classificeren van de veel voorkomende steigerbouwonderdelen
  • Het kunnen aangeven en verklaren van de verschillende veiligheidsvoorschriften, wetgeving, regelgeving en procedures die van toepassing zijn op steigerbouw
  • Het kunnen uitvoeren van een TRA
  • Het kunnen aanreiken van verbetering / aandachtspunten op basis van de uitkomst van een TRA
  • Het kunnen toepassen van de vuistregels van sterkte, stijfheid en stabiliteit
  • Het kunnen inspecteren/keuren van het meest voorkomende steigermateriaal aan de hand van afkeurmaatstaven
  • Het kunnen lezen, beoordelen en aanvullen van een steigertekening/schema voor alle voorkomende steigers
  • Het kunnen lezen van de materiaalspecificatie van alle voorkomende steigers
  • Het kunnen opstellen van een materiaalstaat aan de hand van een steigertekening/schema voor alle voorkomende steigers
  • Het kunnen inschatten van het benodigde materiaal voor nog resterende werkzaamheden
  • Het kunnen toepassen van de juiste volgorde bij montage, demontage en ombouwen van alle voorkomende steigers
  • Het kunnen herkennen en benoemen van een onveilige steiger
  • Het kunnen beoordelen wanneer een steiger terug in veilige staat hersteld is
  • Het kunnen toezicht houden op en bijsturen van een team van (hulp)monteurs
  • Het kunnen herkennen en benoemen van de risico’s bij het monteren en demonteren van alle voorkomende steigers
  • Het kunnen aanpassen van een onveilige steiger en de hierop van toepassingen zijnde maatregelen nemen
  • Het kunnen uitvoeren van de opgedragen werkzaamheden tijdens montage en demontage van alle voorkomende steigers
  • Het kunnen herkennen en benoemen van niet constructieve onveilige situaties bij alle voorkomende steigers
  • Het kunnen creëren en in stand houden van een veilige werkplek bij alle voorkomende steigers
  • Het kunnen selecteren en gebruiken van een checklist voor keuring van een steiger met standaardconfiguratie
  • Het kunnen controleren van de toepassing van maatregelen tegen het vallen van voorwerpen en personen
  • Het kunnen controleren van de toepassing van veiligheidsmaatregelen om de risico’s te beheersen bij veranderende weersomstandigheden
  • Het kunnen berekenen van het eigen gewicht van een steiger met standaardconfiguratie
  • Het kunnen controleren van de naleving van voorwaarden inzake toelaatbare belasting
  • Het kunnen nakijken of de gebouwde steiger voldoet aan de informatie en richtlijnen die door de fabrikant/steigerbouwer ter beschikking werden gesteld
  • Het kunnen beoordelen van de stabiliteit van de steiger
  • Het kunnen bepalen en beoordelen van de toelaatbare belastingen op de werkvloer
  • Het kunnen nakijken van de beveiligingen tegen kantelen en instorten na
  • Het kunnen nakijken of de verankering correct is aangebracht
  • Het kunnen nakijken van de staat van onderdelen
  • Het kunnen nakijken of vloeren, leuningen en kantplanken voldoende en correct zijn aangebracht
  • Het kunnen nakijken of de toegang tot de steiger en de doorgangen op en doorheen de steigers veilig zijn
  • Het kunnen correct gebruiken van de nodige PBM’s tijdens de keuring
  • Het kunnen rapporteren van onvolkomenheden geconstateerd bij oplevering en keuring van een standaardconfiguratie
  • Het kunnen invullen van een opleverings-controlelijst
  • Het kunnen invullen van de steigerkaart
  • Het kunnen toepassen van basisprincipes van projectmatig werk en administratieve processen
  • Het kunnen herkennen van situaties waarin afgeweken wordt van de uitgangspunten van het project
  • Het kunnen communiceren en rapporteren over werkprocessen en verloop van het project

Probleemoplossende vaardigheden

  • Het kunnen kwalitatief en kwantitatief evalueren en desnoods bijsturen van zijn eigen werkzaamheden
  • Het kunnen gepast reageren op vastgestelde problemen met betrekking tot kwaliteit, veiligheid, milieu, proces en techniek rekening houdend met de voorschriften/procedures

Motorische vaardigheden

  • Het kunnen toepassen van ergonomische hef- en tiltechnieken
  • Het kunnen gebruiken van ladders en steigers volgens de veiligheidsregels
  • Het kunnen gebruiken van de verschillende arbeidsmiddelen die bij de uitoefening van het eigen beroep van toepassing zijn en gebruikt mogen worden, volgens de gebruikshandleiding
  • Het kunnen onderhouden en reinigen van de arbeidsmiddelen na gebruik
  • Het kunnen assisteren bij het laden en lossen van vrachtwagens en materiaalwagens
  • Het kunnen (handmatig of met mechanische hulpmiddelen) plaatsen van materieel op het terrein en bij de werkplek
  • Het kunnen sorteren en stapelen van materiaal
  • Het kunnen beschermen en stockeren van materialen, materieel en gereedschappen op de daartoe gekozen plaats
  • Het kunnen monteren, demonteren en ombouwen van alle voorkomende steigers

Omgevingscontext

  • Dit beroep wordt uitgeoefend op locatie in open of gesloten gebouwen die bewoond of in gebruik kunnen zijn.
  • Dit beroep wordt meestal in team uitgeoefend, waarbij de nodige flexibiliteit belangrijk is om zich aan te passen aan wijzigingen van planning, omgeving, klimatologische omstandigheden en risico’s.
  • De werkopdracht en het eindresultaat wordt strikt afgebakend en er heersen in veel gevallen strikte deadlines, wat resultaatgerichtheid, stressbestendigheid, concentratie, flexibiliteit en doorzettingsvermogen vraagt.
  • De bouwsector kent veel reglementeringen, normen, aanbevelingen, codes van goede praktijk en technische voorlichtingsfiches inzake kwaliteit, veiligheid, gezondheid, hygiëne, welzijn, milieu en duurzaam bouwen.
  • De situatie op de werkplek kan het dragen van lasten en werken in moeilijke houdingen en omstandigheden impliceren.

Handelingscontext

  • Oog hebben voor kwaliteit en de veiligheidseisen, door met zorg, precisie, toewijding en respect voor de veiligheidsprocedures te werken.
  • Op constructieve en gebruiksvriendelijke wijze uitwisselen van informatie met collega’s.
  • Aandacht hebben voor gevaarlijke situaties, veiligheidsprocedures en de signalisatie op de bouwplaats respecteren en PBM’s en CBM’s met zorg plaatsen, gebruiken en onderhouden.
  • Omzichtig omgaan met steigermateriaal, rekening houdend met veiligheids-, plaatsingsvoorschriften.
  • Zorgvuldig en nauwkeurig gebruiken van machines, gereedschappen en materialen.
  • Het bijblijven met de (technologische) ontwikkelingen binnen de sector vergt leergierigheid en het volgen van (verplichte) opleidingen.

Autonomie

Is zelfstandig in
  • het plannen en voorbereiden van de eigen werkzaamheden
  • bepalen van de werkvolgorde
  • controleren van PBM’s
  • visueel beoordelen van steigermateriaal
  • het gebruiken van steigertekeningen en schema’s van alle voorkomende steigers
  • het opstellen van materiaalstaten van alle voorkomende steigers
  • het monteren, demonteren en ombouwen van alle voorkomende steigers
  • het keuren van steigers met standaardconfiguratie
  • het leiding geven en toezicht houden op een team van (hulp)monteurs
Is gebonden aan
  • een ontvangen werkopdracht en tijdsplanning
  • kwaliteits- en milieuvoorschriften
  • codes van goede praktijk
  • wettelijke en technische voorschriften
  • veiligheids- en gezondheidsinstructies
  • afspraken met collega’s en derden
  • instructies van de leidinggevende
  • de instructies die voorkomen in het montage- demontage- en ombouwschema
  • de instructienota opgesteld door de bevoegd persoon*
Doet beroep op
  • een leidinggevende voor de werkopdracht en bij problemen (gevaarlijke en/of onveilige situaties, …).
* Bevoegd persoon zoals gedefinieerd in artikel 11 in het KB van 31/08/2005

Verantwoordelijkheid

  • Het werken in teamverband
  • Het werken met oog voor kwaliteit
  • Het werken met oog voor welzijn, veiligheid en milieu
  • Het gebruiken en onderhouden van PBM’s
  • Het gebruiken van de op het eigen werkgebied van toepassing zijn de arbeidsmiddelen
  • Het communiceren over de werkopdracht
  • Het veilig en ordelijk organiseren van zijn werkplek
  • Het herkennen en reageren bij tekortkomingen, gevaren/onveilige situaties, bijna-ongevallen en ongevallen
  • Het uitvoeren van een TRA
  • Het kwalitief beoordelen van het meest voorkomende steigermateriaal
  • Het gebruiken van eenvoudige steigertekening/schema’s en materiaalspecificaties van alle voorkomende steigers
  • Het opstellen van een materiaalstaat voor alle voorkomende steigers
  • Het veilig monteren, demonteren en ombouwen van alle voorkomende steigers
  • Het herstellen of terug in veilige staat brengen van een alle voorkomende onveilige steigers
  • Het leiding geven en toezicht houden op een team van (hulp)monteurs
  • Het beoordelen en keuren van een steiger met standaardconfiguratie
  • Het, na keuring, overdragen van steigers met standaardconfiguratie aan de opdrachtgever
  • Het op verzoek van de klant uitvoeren van een (her)keuring van steigers met standaardconfiguratie
  • Het rapporteren aan en communiceren met voorman en werfleider

Attesten

Wettelijke attesten

Er zijn geen wettelijke attesten of voorwaarden verplicht.