Skip to Main Content
 
 
 

Onderwijskwalificatie

Bachelor in de gezinswetenschappen

 

Globaal

Onderwijskwalificatie

Bachelor in de gezinswetenschappen

Situering

  • Codex hoger onderwijs: niveau professionele bachelor
  • Vlaamse kwalificatiestructuur: niveau 6
  • Europese Hogeronderwijsruimte (Dublin-descriptoren): niveau 1ste cyclus
  • Europees kwalificatiekader voor een leven lang leren: niveau 6
  • Studiegebied(en): Sociaal-agogisch werk
  • ISCED studiegebied: 0923 Social work and counselling

Inhoud

De onderwijskwalificatie omvat de domeinspecifieke leerresultaten zoals gevalideerd door de NVAO op 09/03/2015 en daar gekend onder referentie DL177.

De domeinspecifieke leerresultaten zijn:

1.

De PBA werkt aan het bevorderen van gezinsrelaties door het kritisch evalueren en integreren van verworven kennis en vaardigheden uit verschillende domeinen en door het centraal stellen van dialoog, samenwerking en reflectie in het handelen.

2.

De PBA beschouwt het gezin in zijn context met respect voor zijn diversiteit en integreert dit in zijn handelen.

3.

De PBA verzamelt relevante gegevens en maakt, in samenspraak met alle betrokkenen, een analyse van de situatie. Hij formuleert de probleemstelling, stelt doelen vast en realiseert een wetenschappelijk gefundeerd aanbod, dat hij aansluitend kan evalueren of bijstellen. De geformuleerde doelen zijn gericht zijn op het optimaliseren van de zelfsturing en zelfredzaamheid van de persoon of het gezin.

4.

De PBA hanteert doelgerichte communicatieve- en gespreksvaardigheden in zijn handelen en vindt hierbij het juiste evenwicht tussen afstand en betrokkenheid.

5.

De PBA werkt resultaatgericht en verantwoordt en legitimeert zijn professionele handelen aan de hand van verschillende wetenschappelijke kaders.

6.

De PBA werkt autonoom en toont daarbij ondernemingszin en/of initiatief in het zoeken naar professionele samenwerkingsmogelijkheden, binnen de eigen organisatie of met derden.

7.

De PBA verzekert een coördinerende rol ten aanzien van de (in)formele netwerken van het gezin, ook bij beleidsgerichte initiatieven.

8.

De PBA gebruikt creatieve en professionele deskundigheid om een wetenschappelijk onderbouwde bijdrage aan ontwikkeling en innovatie van hulpverlening, vorming of beleid te leveren.

9.

De PBA reflecteert op het eigen beroepsmatig handelen in relatie tot relevante maatschappelijke, deontologische en ethische vragen.

10.

De PBA herkent (maatschappelijke) risicofactoren binnen de gezinsdimensie en kan deze op gepaste wijze onder de aandacht brengen bij betrokken professionele organisaties en/of overheden.

11.

De PBA heeft een attitude van permanente beroepsontwikkeling en –profilering en volgt relevante ontwikkelingen op, ook in internationaal perspectief.