Skip to Main Content
 
 
 

Onderwijskwalificatie

Bachelor in de ergotherapie

 

Globaal

Onderwijskwalificatie

Bachelor in de ergotherapie

Situering

  • Codex hoger onderwijs: niveau professionele bachelor
  • Vlaamse kwalificatiestructuur: niveau 6
  • Europese Hogeronderwijsruimte (Dublin-descriptoren): niveau 1ste cyclus
  • Europees kwalificatiekader voor een leven lang leren: niveau 6
  • Studiegebied(en): Gezondheidszorg
  • ISCED studiegebied: 0915 Therapy and rehabilitation

Inhoud

De onderwijskwalificatie omvat de domeinspecifieke leerresultaten zoals gevalideerd door de NVAO op 08/09/2014 en daar gekend onder referentie DL134.

De domeinspecifieke leerresultaten zijn:

1.

Definieert autonoom en in samenspraak met de cliënt de hulpvraag gericht op betekenisvol handelen en kwaliteitsvolle participatie van de cliënt in zijn context.

2.

Formuleert autonoom een handelingsdiagnose op basis van assessment en verwijst door indien nodig.

3.

Formuleert ergotherapeutische doelen gericht op betekenisvol handelen en kwaliteitsvolle participatie van de cliënt in zijn context.

4.

Stelt autonoom voor de ergotherapeutische interventie een plan van aanpak op, voert dit uit, evalueert en stuurt bij, rekening houdend met de cliënt en zijn context.

5.

Overlegt met, rapporteert aan en werkt professioneel samen met alle betrokkenen gericht op een bepaalde ergotherapeutische hulpvraag.

6.

Neemt een verantwoordelijke rol op als ergotherapeut in een multiprofessioneel team.

7.

Is verantwoordelijk voor de eigen ergotherapeutische interventies vanuit de principes van kwaliteitszorg.

8.

Toont ondernemerszin en/of initiatief bij het organiseren en uitbouwen van de dienst en/of het project waarvoor hij (mede)verantwoordelijk is.

9.

Volgt als ergotherapeut relevante maatschappelijke tendensen en ontwikkelingen binnen een nationaal en internationaal kader op.

10.

Houdt in het professioneel handelen rekening met ethische, deontologische en diversiteitsaspecten.

11.

Reflecteert op de persoonlijke ontwikkeling en de professionele deskundigheid vanuit een actieve houding voor leven lang leren.

12.

Redeneert en handelt evidence based in de verschillende aspecten van praktijkuitvoering en integreert de verworven kennis en vaardigheden met het oog op het participeren aan praktijkgericht onderzoek.

13.

Gebruikt creatieve en professionele deskundigheid in functie van innovatie in een kwaliteitsvolle beroepsuitoefening.