|
In onderstaande leerresultaten moet ‘theologie’ als verstaan worden als ‘christelijke theologie’.
|
|
1.
|
Kennis van en inzicht hebben in de theologie in haar onderscheiden subdisciplines (bijbelwetenschap, geschiedenis van kerk en theologie, systematische theologie, theologische ethiek, praktische en pastoraaltheologie).
|
|
2.
|
Kennis van en inzicht hebben in de basisbegrippen en -methodes van de theologie in haar onderscheiden methodologische invalshoeken (de systematisch-hermeneutische invalshoek; de historisch-hermeneutische invalshoek en de praktisch-hermeneutische invalshoek).
|
|
3.
|
Kennis van en inzicht hebben in de wereldreligies en in de basisbegrippen - en methodes van de godsdienstwetenschappen.
|
|
4.
|
Een basiskennis bezitten van inzichten en -methodes van relevante wetenschappen voor de theologie en de religiestudies.
|
|
5.
|
Kennis van en inzicht hebben in de complexiteit van de multiculturele en multireligieuze samenleving. Inzicht en vaardigheden bezitten met betrekking tot de interreligieuze en interlevensbeschouwelijke dialoog.
|
|
6.
|
De voortdurende wisselwerking tussen Bijbel, traditie, theologie, geloof, kerk, cultuur en maatschappij inzien en het belang ervan kunnen verwoorden.
|
|
7.
|
Op begeleid-zelfstandige wijze relevante onderwerpen, thema’s, problemen, vragen en uitspraken analyseren, in een ruimer verband van kerk en samenleving kunnen plaatsen, kritisch beoordelen, erover communiceren en reflecteren met betrekking tot zichzelf.
|
|
8.
|
Primaire en secundaire literatuur bij voorkeur in originele talen lezen en (onder begeleiding) kunnen verwerken.
|
|
9.
|
Op begeleid-zelfstandige wijze een onderzoeksvraag kunnen formuleren, kritisch onderzoek verrichten en dat weer geven in een tekst van beperkte omvang.
|
|
10.
|
Een wetenschappelijk verantwoorde onderzoekshouding bezitten.
|
|
11.
|
Zelfstandig en in groep kunnen werken. Een verantwoordelijke rol kunnen opnemen ten aanzien van anderen en de te bekomen resultaten.
|