Skip to Main Content
 
 
 

Onderwijskwalificatie

Bachelor in de systemische counseling

 

Globaal

Onderwijskwalificatie

Bachelor in de systemische counseling

Situering

  • Codex hoger onderwijs: niveau banaba
  • Vlaamse kwalificatiestructuur: niveau 6
  • Europese Hogeronderwijsruimte (Dublin-descriptoren): niveau 1ste cyclus
  • Europees kwalificatiekader voor een leven lang leren: niveau 7

Inhoud

De onderwijskwalificatie omvat de domeinspecifieke leerresultaten zoals gevalideerd door de NVAO op 04/05/2021 en daar gekend onder referentie DL431.

De domeinspecifieke leerresultaten zijn:

1.

De systemisch counselor ontplooit tijdens het counselingsproces initiatieven en maakt keuzes met betrekking tot gespreksetting, de eigen rol en positie en wisselingen erin, dit steeds in samenspraak met cliënten en professionals en met aandacht voor de diversiteit aan contexten.

2.

De systemisch counselor creëert een cultuur van feedback om de effectiviteit van het counselorsproces te optimaliseren. De systemisch counselor evalueert doelen en stelt deze bij op basis van feedback.

3.

De systemisch counselor kan zich verplaatsen in verschillende mensen met verschillende standpunten en houdt rekening met belangrijke afwezigen. Hij/zij is nieuwsgierig naar de leef- en betekeniswereld van cliënten en zijn/haar uitgangspunt is dat cliënten expert zijn over hun eigen leven.

4.

De systemisch counselor kan, in begrijpelijke taal en op passende wijze, belangrijke en gewenste informatie geven aan cliënten en betrokkenen.

5.

De systemisch counselor kan, zowel mondeling als schriftelijk, een meerstemmig verslag uitbrengen aan professionals met formulering van conclusies en adviezen.

6.

De systemisch counselor overlegt met anderen. Hij/zij kent de rollen en verantwoordelijkheden van de verschillende actoren en organisaties in het landschap van hulpverlening. Hij/zij verwijst door of betrekt anderen wanneer nodig.

7.

De systemisch counselor neemt, in overeenstemming met de context en het doel van de samenwerking, verschillende organisatorische rollen op en wisselt flexibel van rol wanneer nodig.

8.

De systemisch counselor organiseert zijn/haar werk in congruentie met zijn/haar persoonlijke grenzen en de professionele contouren van zijn/haar mandaat.

9.

De systemisch counselor formuleert werkbare systemische hypotheses ten dienste van complexe veranderingsprocessen bij cliënten. Hij/zij is ook in staat tot het bijstellen en wijzigen hiervan om de effectiviteit te garanderen.

10.

De systemisch counselor brengt vanuit systemisch perspectief, complexe, nietvertrouwde situaties in kaart in functie van het hulpverleningsproces met cliënten en zet op basis hiervan passende methoden in om welzijn te bevorderen.

11.

De systemisch counselor maakt gebruik van wetenschappelijk onderzoek om doelmatig te werk te gaan en de evidentie van de gehanteerde methodes en technieken in vraag te stellen, te evalueren en bij te sturen.

12.

De systemisch counselor reflecteert kritisch op de ontwikkelingen in het werkveld, op basis van zijn/haar kennis van het systemisch perspectief.

13.

De systemisch counselor evalueert zijn/haar professionele leerbehoeftes, reflecteert zelfstandig of met derden over zijn/haar competenties en neemt de nodige initiatieven tot levenslang leren.

14.

De systemisch counselor is opmerkzaam voor de invloed van de eigen werkcontext, positie, persoonlijke geschiedenis en sociaal-culturele achtergrond op het counselingsproces en gaat waar nodig in dialoog met cliënten, professionals en andere relevante betrokkenen.

15.

De systemisch counselor kent de deontologische, ethische en wettelijke codes waartoe hij/zij zich verbindt en handelt congruent met deze achtergronden.