Skip to Main Content
 
 
 

Onderwijskwalificatie

Bachelor of Science in de industriële wetenschappen

 

Globaal

Onderwijskwalificatie

Bachelor of Science in de industriële wetenschappen

Situering

  • Codex hoger onderwijs: niveau academische bachelor
  • Vlaamse kwalificatiestructuur: niveau 6
  • Europese Hogeronderwijsruimte (Dublin-descriptoren): niveau 1ste cyclus
  • Europees kwalificatiekader voor een leven lang leren: niveau 6
  • Studiegebied(en): Industriële wetenschappen en technologie
  • ISCED studiegebied: 0788 Interdisciplinary programmes involving engineering, manufacturing and construction

Inhoud

De onderwijskwalificatie omvat de domeinspecifieke leerresultaten zoals gevalideerd door de NVAO op 10/11/2014 en daar gekend onder referentie DL157.

De domeinspecifieke leerresultaten zijn:

Familieleerresultaten van toepassing op alle bacheloropleidingen Industriële Wetenschappen en Biowetenschappen:
http://www.vluhr.be/media/docs/Learning%20Outcomes/DLR_families_Ingenieurs_2012.pdf

1.

Diepgaande, toepassingsgerichte kennis, inzicht en praktische vaardigheden hebben met betrekking tot wiskunde en de natuurwetenschappen met het oog op ingenieurstoepassingen.

2.

Toepassingsgerichte kennis, inzicht en vaardigheden hebben op het gebied van de ingenieurswetenschappen en ingenieurstechnieken.

3.

Vanuit inzicht in de basistheorie en –methoden voor het schematiseren en modelleren van processen of systemen, praktische ingenieurstechnische problemen oplossen.

4.

Implementatiegericht en analytisch probleemoplossend denken, ontwerpen, ontwikkelen en creatief innoveren met aandacht voor de operationele implicaties van de specifieke casus.

5.

Doelgericht wetenschappelijke en technische informatie opzoeken, evalueren en verwerken, en er correct naar refereren.

6.

Uitgaande van het verworven inzicht, onderzoek-, onderwerp- en oplossingsmethoden selecteren, adequaat toepassen en de resultaten ervan wetenschappelijk en doelmatig verwerken.

7.

Binnen een afgelijnd kader een probleemstelling formuleren en zelfstandig een ingenieursproject plannen en uitwerken, met aandacht voor de randvoorwaarden voor de technische realisatie ervan.

8.

Blijk geven van een onderzoeksattitude: nauwkeurigheid, kritische reflectie, wetenschappelijke en technische nieuwsgierigheid, verantwoording van gemaakte keuzes.

9.

Blijk geven van een ingenieursattitude: aandacht voor planning, voor technische, economische en maatschappelijke randvoorwaarden en voor bedrijfskundige implicaties, inschatting van risico’s en haalbaarheid van de voorgestelde benadering of oplossing, gerichtheid op resultaat en het bereiken van effectieve oplossingen, innovatief denken.

10.

Wetenschappelijke en discipline-eigen terminologie correct hanteren in de voor de opleiding relevante talen.

11.

Resultaten van technisch en wetenschappelijk werk zowel schriftelijk als mondeling als grafisch communiceren en presenteren aan de peergroep.

12.

Functioneren als lid van een team in verschillende rollen en inzicht hebben in het eigen functioneren; medeverantwoordelijkheid opnemen voor het bepalen en behalen van de doelstellingen van het team.

13.

Ethisch en maatschappelijk verantwoord handelen met aandacht voor technische, economische, humane en duurzaamheidsaspecten.

Onderstaand leerresultaat is een verbijzondering van het generiek geformuleerde tweede familieleerresultaat. Het is enkel van toepassing op de opleidingen Industriële Wetenschappen en profileert deze opleidingen ten aanzien van de opleidingen Biowetenschappen:

                Toepassingsgerichte kennis, inzicht en vaardigheden hebben in het brede domein van de ingenieurswetenschappen en ingenieurstechnieken.


Andere onderwijskwalificaties die deze domeinspecifieke leerresultaten omvatten: