Skip to Main Content
 
 
 

Onderwijskwalificatie

Bachelor in de pedagogie van het jonge kind

 

Globaal

Onderwijskwalificatie

Bachelor in de pedagogie van het jonge kind

Situering

  • Codex hoger onderwijs: niveau professionele bachelor
  • Vlaamse kwalificatiestructuur: niveau 6
  • Europese Hogeronderwijsruimte (Dublin-descriptoren): niveau 1ste cyclus
  • Europees kwalificatiekader voor een leven lang leren: niveau 6
  • Studiegebied(en): Gezondheidszorg, Onderwijs, Sociaal-agogisch werk
  • ISCED studiegebied: 0922 Child care and youth services

Inhoud

De onderwijskwalificatie omvat de domeinspecifieke leerresultaten zoals gevalideerd door de NVAO op 17/01/2010 en daar gekend onder referentie DL3.

De domeinspecifieke leerresultaten zijn:

Verantwoordelijkheid t.a.v. de kinderen in de voorziening

1.

De bachelor creëert een positief, veilig, gezond, hygiënisch en gestructureerd leefklimaat met zorg voor elke baby en elk kind in de groep. Tevens creëert hij bij elk kind basisvertrouwen door vanuit een sensitieve houding gericht te zijn op het vervullen van basisbehoeften.

2.

De bachelor ondersteunt de totale persoonlijkheidsontwikkeling van elke baby en elk kind door middel van een stimulerende interactie in een rijke omgeving en het begeleiden van een aanbod op basis van observatie van hun leefwereld en ontwikkelingsbehoeften.

Verantwoordelijkheid t.a.v. de gezinnen

3.

De bachelor waarborgt voor kinderen de continuïteit tussen thuis- en opvangmilieu maximaal door vanuit visie en met het team de kinderopvang zo vorm te geven dat ouders er zich in herkennen.

4.

De bachelor bouwt in het belang van het kind een vertrouwensrelatie op met de ouder en verbindt zijn eigen professionele deskundigheid met de ervaringsdeskundigheid van de ouder.

Verantwoordelijkheid t.a.v. het eigen team en de opvangvoorziening

5.

De bachelor stimuleert en motiveert divers geschoolde medewerkers tot professionele ontwikkeling op vlak van ‘opvoeden van kinderen’, ‘ontwikkeling van kinderen ondersteunen’ en ‘partner zijn van de gezinnen van de kinderen’, door het zelf vervullen van een modelfunctie, door het geven en ontvangen van feedback in een open verstandhouding en door het creëren van een gunstige professionaliseringscontext voor de medewerkers.

6.

De bachelor draagt samen met een team van divers geschoolde collega’s verantwoordelijkheid voor het gemeenschappelijk sociaal-pedagogisch project van de voorziening en creëert daarvoor actief de randvoorwaarden.

Verantwoordelijkheid t.a.v. de opvangsector en de brede maatschappij

7.

De bachelor werkt zelf proactief in de lokale maatschappelijke context en neemt daarvoor initiatief tot samenwerking met externe partners.

8.

De bachelor volgt actief de relevante ontwikkelingen in de samenleving, het overheidsbeleid, het vak/expertisedomein en in de internationale context om zodoende de maatschappelijke relevantie van het eigen professioneel handelen te duiden.

Twee leerresultaten overstijgen dit geheel en zijn voor elke rol belangrijk.

9.

De bachelor bouwt nieuwe pedagogische kennis op en integreert deze in het beleid van de voorziening; samen met het team verzamelt, analyseert en interpreteert hij relevante complexe situaties in de beroepspraktijk, gebruikt resultaten van onderzoek en neemt initiatief en verantwoordelijkheid om de bestaande pedagogische praktijk te innoveren.

10.

De bachelor handelt vanuit bewustzijn van het eigen referentiekader met respect voor de identiteit van anderen (kinderen, ouders, team, externe partners) en ondersteunt de identiteitsontwikkeling van de kinderen en hun respect voor anderen.