|
1.
|
Heeft inzicht in pedagogische theorieën, modellen en praktijken en kan deze toepassen.
|
|
2.
|
Heeft basiskennis van ondersteunende wetenschappen en aanverwante disciplines en kan hun belang duiden voor het pedagogische domein.
|
|
3.
|
Heeft inzicht in eenvoudige pedagogische vraagstukken en kadert deze in de historische, socio-economische en culturele inbedding van beleid, praktijk en onderzoek.
|
|
4.
|
Kan een wetenschappelijke vraag formuleren op basis van een pedagogische probleemstelling en deze onder begeleiding aan de hand van kwalitatieve of kwantitatieve methoden analyseren, beantwoorden en de resultaten hiervan kritisch interpreteren.
|
|
5.
|
Kan aan de hand van gangbare pedagogische denkkaders interventies in een pedagogische context ontwerpen en verantwoorden.
|
|
6.
|
Is kritisch-constructief ten aanzien van de eigen pedagogische interventies en die van anderen.
|
|
7.
|
Is kritisch-constructief ten aanzien van maatschappelijke thema’s op het vlak van onderwijs, opvoeding en vorming.
|
|
8.
|
Benadert pedagogische vraagstukken vanuit meerdere perspectieven.
|
|
9.
|
Heeft inzicht in de ethisch-deontologische aspecten van pedagogische onderzoeks- en praktijkprocessen en kan het handelen daarop afstemmen.
|
|
10.
|
Heeft een positieve ingesteldheid ten aanzien van oplossingsgericht handelen, levenslang leren en maatschappelijk engagement.
|
|
11.
|
Heeft basisvaardigheden in het mondeling en schriftelijk communiceren en rapporteren aan verschillende doelgroepen.
|
|
12.
|
Kan in een multidisciplinair team functioneren.
|
|
13.
|
Houdt rekening met diversiteit in verschillende pedagogische contexten en neemt deel aan het maatschappelijk debat.
|