Skip to Main Content
 
 
 

Onderwijskwalificatie

Bachelor of Arts in de Afrikaanse talen en culturen

 

Globaal

Onderwijskwalificatie

Bachelor of Arts in de Afrikaanse talen en culturen

Situering

  • Codex hoger onderwijs: niveau academische bachelor
  • Vlaamse kwalificatiestructuur: niveau 6
  • Europese Hogeronderwijsruimte (Dublin-descriptoren): niveau 1ste cyclus
  • Europees kwalificatiekader voor een leven lang leren: niveau 6
  • Studiegebied(en): Taal- en letterkunde
  • ISCED studiegebied: 0231 Language acquisition

Inhoud

De onderwijskwalificatie omvat de domeinspecifieke leerresultaten zoals gevalideerd door de NVAO op 08/01/2018 en daar gekend onder referentie DL247.

De domeinspecifieke leerresultaten zijn:

1.

Het verwerven van een degelijke overzichtskennis van en inzicht in de:

  1. antropologie van Afrika
  2. geschiedenis en actualiteit van Afrika
  3. literaturen van Afrika en
  4. Afrikaanse taalkunde.
2.

Het bezitten van goede mondelinge en schriftelijke vaardigheden van de voor taalverwerving aangeboden Afrikaanse talen en een diepgaande kennis verworven hebben van hun grammaticale structuren als generatieve basis voor de verwerving van andere Afrikaanse talen.

3.

Het beschikken over een brede, degelijk geïnformeerde en wetenschappelijk onderbouwde kennis van en inzicht in Afrikaanse samenlevingen, met bijzondere aandacht voor Oost- en Centraal-Afrika, vertrekkend van een ruime context-gebonden studie van talen en culturen.

4.

Het beschikken over kennis van en inzicht in verschillende wetenschappelijke methoden relevant voor de studie van Afrikaanse talen en culturen en de interdisciplinaire toepassing ervan, in het bijzonder uit de antropologie, de geschiedenis, de literatuurwetenschappen en de taalkunde.

5.

In staat zijn comparatief antropologisch, historisch, literair en taalkundig te denken, de verbanden tussen taal, cultuur en samenleving in Afrika te zien.

6.

Over wetenschappelijke zelfredzaamheid beschikken met betrekking tot Afrika en de Afrikaanse diaspora, namelijk onder begeleiding onderzoek verrichten, ook tijdens veldwerk, om op een wetenschappelijk verantwoorde manier een antwoord op een onderzoeksvraag te ontwikkelen.

7.

Kritisch reflecteren met betrekking tot en vanuit kennis en inzichten over Afrika en de Afrikaanse diaspora, namelijk door individueel en/of in groep een kritische persoonlijke en/of collectieve positiebepaling te ontwikkelen.

8.

Op academische wijze rapporteren aan studiegenoten en begeleiders.

9.

Een gevoeligheid voor diversiteit, met inbegrip van vergelijkingspunten in het verleden en buiten Afrika, aanwenden.