Skip to Main Content
 
 
 

Onderwijskwalificatie

Bachelor of Science in de criminologische wetenschappen

 

Globaal

Onderwijskwalificatie

Bachelor of Science in de criminologische wetenschappen

Situering

  • Codex hoger onderwijs: niveau academische bachelor
  • Vlaamse kwalificatiestructuur: niveau 6
  • Europese Hogeronderwijsruimte (Dublin-descriptoren): niveau 1ste cyclus
  • Europees kwalificatiekader voor een leven lang leren: niveau 6
  • Studiegebied(en): Rechten, notariaat en criminologische wetenschappen
  • ISCED studiegebied: 0313 Psychology

Inhoud

De onderwijskwalificatie omvat de domeinspecifieke leerresultaten zoals gevalideerd door de NVAO op 10/04/2017 en daar gekend onder referentie DL220.

De domeinspecifieke leerresultaten zijn:

1.

Kennis hebben van en inzicht hebben in de criminologische en strafrechtelijke referentiekaders en in de rol van de diverse actoren binnen de strafrechtsbedeling.

2.

Kennis hebben van en inzicht hebben in de nationale en Europese context relevant voor de criminologie en de strafrechtsbedeling.

3.

Basiskennis hebben van en inzicht hebben in de theorieƫn en het wetenschappelijk onderzoek relevant voor de wetenschappelijke benadering van criminologische feiten, fenomenen en de reacties daarop.

4.

De bronnen van de criminologische wetenschappen kennen, vinden, evalueren en op een wetenschappelijke-academische verantwoorde wijze aanwenden.

5.

Kennis hebben en toepassen van relevante kwantitatieve en kwalitatieve methoden en technieken van wetenschappelijk criminologisch onderzoek

6.

Zowel theoretisch als praktijkgericht kritisch analyseren van criminologische feiten, fenomenen en de reacties daarop op basis van een wetenschappelijke argumentatie.

7.

Op een wetenschappelijk-academisch verantwoorde wijze helder en gevat presenteren en rapporteren, zowel schriftelijk als mondeling, van een criminologisch relevante vraagstelling.

8.

Op het niveau van een beginnend beroepsbeoefenaar actief functioneren binnen een criminologisch relevant werkdomein.

9.

Als criminoloog integer handelen en respecteren van deontologische normen. 

10.

Bewust zijn van het belang van permanente professionele en academische kennisontwikkeling binnen de eigen en aanverwante kennisgebieden