Skip to Main Content
 
 
 

Onderwijskwalificatie

Bachelor in de houttechnologie

 

Globaal

Onderwijskwalificatie

Bachelor in de houttechnologie

Situering

  • Codex hoger onderwijs: niveau professionele bachelor
  • Vlaamse kwalificatiestructuur: niveau 6
  • Europese Hogeronderwijsruimte (Dublin-descriptoren): niveau 1ste cyclus
  • Europees kwalificatiekader voor een leven lang leren: niveau 6
  • Studiegebied(en): Industriële wetenschappen en technologie
  • ISCED studiegebied: 0722 Materials (glass, paper, plastic and wood)

Inhoud

De onderwijskwalificatie omvat de domeinspecifieke leerresultaten zoals gevalideerd door de NVAO op 22/05/2018 en daar gekend onder referentie DL266.

De domeinspecifieke leerresultaten zijn:

1.

Een product haalbaar ontwerpen, ontwikkelen en testen vanuit ontwerpeisen.

2.

Een productieproces analyseren, optimaliseren en initiëren en de functionaliteit, efficiëntie, nauwkeurigheid en betrouwbaarheid evalueren, opvolgen en bijsturen.

3.

Computergestuurde houtbewerkingsmachines instellen en bijregelen en de bewerkingsschema’s voor een geautomatiseerd productieproces ontwikkelen, inladen, uitvoeren en opvolgen.

4.

Beroepsgerelateerde normen en regelgeving interpreteren en toepassen, in het bijzonder aangaande veilig-heidsvoorschriften, milieunormen, afvalregelgeving en energieprestatieregelgeving.

5.

In functie van de productieplanning instaan voor het logistiek beheer, de opvolging en bijsturing ervan. Be-heren van administratieve flow, documenten en taken met betrekking tot logistiek beheer.

6.

De kwaliteit en veiligheid van werkmethodes, productiestappen, experimenten of afdelingen inschatten en analyseren en de nodige preventieve en correctieve acties ondernemen. Zelfstandig meettechnieken cou-rant voor de houtsector selecteren, gebruiken en vanuit gemeten waarnemingen een statistische analyse opbouwen, resultaten afleiden en conclusies trekken.

7.

Grondige beheersing van de technische, ecologische en handelsmatige eigenschappen van hout en zijn afge-leide producten en maatschappelijk, technisch en commercieel verantwoorde materiaalkeuzes maken.

8.

Efficiënt en constructief samenwerken in een multidisciplinair team, met alle beroepsactoren. Binnen dit team verantwoordelijkheid opnemen voor het plannen, realiseren en opvolgen van technologische pro-jecten en leiding geven bij projecten of deelprojecten.

9.

Beroepsspecifieke informaticatoepassingen en standaardsoftware aanwenden.

10.

Algemene en domeinspecifieke (wetenschappelijke, technische en praktijkgerelateerde) bronnen opzoeken en selecteren. De geselecteerde informatie kritisch evalueren, analyseren, interpreteren, gestructureerd verwerken en aanvullen met praktijkgericht onderzoek om complexe sectorgebonden vraagstukken op te lossen.

11.

Met leken en experten correct en duidelijk (mondeling en schriftelijk) communiceren over vakgebonden onderwerpen. Eigen visies en standpunten doordacht en gestructureerd overbrengen, ook in een internatio-nale context.

12.

Maatschappelijk verantwoord handelen in een internationale omgeving, binnen de diverse sectoren van het beroepenveld door technische kennis en vaardigheden te combineren met inzicht in juridische, economi-sche en sociale ontwikkelingen.