Skip to Main Content
 
 
 

Onderwijskwalificatie

Bachelor in de mondzorg

 

Globaal

Onderwijskwalificatie

Bachelor in de mondzorg

Situering

  • Codex hoger onderwijs: niveau professionele bachelor
  • Vlaamse kwalificatiestructuur: niveau 6
  • Europese Hogeronderwijsruimte (Dublin-descriptoren): niveau 1ste cyclus
  • Europees kwalificatiekader voor een leven lang leren: niveau 6
  • Studiegebied(en): Gezondheidszorg
  • ISCED studiegebied: 0911 Dental studies

Inhoud

De onderwijskwalificatie omvat de domeinspecifieke leerresultaten zoals gevalideerd door de NVAO op 08/06/2015 en daar gekend onder referentie DL204.

De domeinspecifieke leerresultaten zijn:

1.

Beschikt over specifieke deskundigheid en verantwoordelijkheid op het gebied van mondzorg en kan deze evidence‐based inzetten conform richtlijnen en protocollen inzake deontologie, veiligheid, hygiëne en milieu en binnen de grenzen van de eigen bevoegdheid. 

2.

Verzamelt, registreert en synthetiseert autonoom en op methodische wijze relevante gegevens over de mond, de voorgeschiedenis en de zorgbehoeften van alle patiëntengroepen, inclusief de aandachtsgroepen; en bespreekt de werkwijze en resultaten in een (mondzorgkundig) team. 

3.

Bereidt in samenspraak met en op aansturing van de tandarts zelfstandig de klinische interventie door de tandarts voor en participeert proactief aan de uitvoering ervan.

4.

Verleent accurate, effectieve en efficiënte mondzorg op maat van de patiënt, in samenspraak met en op aansturing van de tandarts.

5.

Doet op systematische, creatieve en didactische wijze aan gezondheidspromotie en ziektepreventie in het brede domein van de mondzorg op maat van de individuele patiënt of organisatie in overeenstemming met maatschappelijke noden en het (inter) nationaal gezondheidsbeleid, met het oog op blijvende gedragsverandering. 

6.

Evalueert de kwaliteit van de verleende mondzorg (assistentie, interventie, preventie) en stuurt, waar nodig, in overleg met de tandarts, de zorg doelgericht bij.

7.

Bouwt een professionele relatie uit met de patiënt, de tandarts, de zorgorganisatie, andere hulpverleners en stakeholders.

8.

Plant, organiseert, coördineert (beroepsspecifieke) activiteiten teneinde de werksetting te managen.

9.

Handelt evidence‐based door het integreren van nieuwe domeinspecifieke en gevestigde wetenschappelijke inzichten en best practices en participeert aan praktijkgericht wetenschappelijk mondzorg gerelateerd onderzoek.

10.

Werkt constructief en teamgericht samen binnen een intra‐ en interprofessionele domeinspecifieke context.

11.

Communiceert helder, zowel mondeling als schriftelijk, in een professionele en begrijpelijke taal, aangepast aan de maatschappelijke en socio‐culturele context.

12.

Ontwikkelt op basis van theoretische kaders, (inter)nationale ontwikkelingen en praktische ervaringen een persoonlijke evidence based, visie op mondgezondheidszorg. 

13.

Reflecteert continu over het eigen functioneren, bepaalt de eigen leerbehoeften en vertaalt deze autonoom in initiatieven om zich blijvend te professionaliseren in een evoluerende (inter)nationale context.