|
1.
|
Kent en beoefent een ruime variatie aan danstechnieken;
|
|
2.
|
Kan verschillende technieken geïntegreerd toepassen, om zo de eigen expressie vorm te geven in de context van een dansproductie of in zijn/haar specialisatie;
|
|
3.
|
Kan onder begeleiding een artistiek concept ontwikkelen, vormgeven en uitdrukken;
|
|
4.
|
Kan het internationale podiumkunstenveld , het bredere artistieke/culturele veld (inclusief andere disciplines) en de samenleving, situeren en kaderen;
|
|
5.
|
Kan kritisch reflecteren op basis van een danstheoretisch kader;
|
|
6.
|
Is zich bewust van zijn/haar bijdrage in een artistieke creatie, kan hierover communiceren en in dialoog gaan met een (doel)publiek;
|
|
7.
|
Beschikt over de discipline, organisatorische zelfredzaamheid en kritische ingesteldheid om de (eigen) kunstpraktijk te ondersteunen en blijvend te ontwikkelen;
|
|
8.
|
Kan verschillende samenwerkingsverbanden en de interactie met andere artistieke disciplines en praktijken aangaan.
|