|
1.
|
In Gebruikt wetenschappelijke kennis en inzicht in systemen en toepassingen van de agro- en biotechnologische sectoren om complexe, sectorgebonden uitdagingen aan te pakken, ook in een niet-vertrouwde context.
|
|
2.
|
Zoekt bij het analyseren en oplossen van sectorgebonden vraagstukken, doelgericht naar wetenschappelijke, technische en praktijkgebaseerde informatie, evalueert en verwerkt deze kritisch en refereert correct.
|
|
3.
|
Detecteert binnen een afgelijnd kader een probleem en formuleert een adequate probleemstelling.
|
|
4.
|
Plant autonoom een project en werkt het uit, rekening houdend met de randvoorwaarden ende haalbaarheid in de praktijk.
|
|
5.
|
Voert op een kwaliteitsvolle en veilige manier praktische werkzaamheden uit binnen de agro-en biotechnologische sectoren.
|
|
6.
|
Neemt kritisch doordachte en maatschappelijk verantwoorde beslissingen in functie van het werken met levende materie.
|
|
7.
|
Stelt zich zowel individueel als in teamverband ondernemend op en neemt mee de leiding en verantwoordelijkheid voor de resultaten.
|
|
8.
|
Combineert zijn technische kennis en vaardigheden met inzicht in juridische, economische, ecologische en humane ontwikkelingen om duurzaam te handelen in een internationale context.
|
|
9.
|
Communiceert correct en duidelijk over vakgebonden onderwerpen, intern en extern, met zowel een breed als een gespecialiseerd publiek.
|