Skip to Main Content
 
 
 

Onderwijskwalificatie

Bachelor in de textieltechnologie

 

Globaal

Onderwijskwalificatie

Bachelor in de textieltechnologie

Situering

  • Codex hoger onderwijs: niveau professionele bachelor
  • Vlaamse kwalificatiestructuur: niveau 6
  • Europese Hogeronderwijsruimte (Dublin-descriptoren): niveau 1ste cyclus
  • Europees kwalificatiekader voor een leven lang leren: niveau 6
  • Studiegebied(en): Industriële wetenschappen en technologie
  • ISCED studiegebied: 0723 Textiles (clothes, footwear and leather)

Inhoud

De onderwijskwalificatie omvat de domeinspecifieke leerresultaten zoals gevalideerd door de NVAO op 13/08/2018 en daar gekend onder referentie DL303.

De domeinspecifieke leerresultaten zijn:

1.

Haalbaarheid inschatten van nationale en internationale markt- en trendevoluties in de textielsector op niveau van vraag (klant) en aanbod (leveranciers);

2.

Meewerken aan de realisatie van innovatieve ideeën voor textielgerelateerde producten, rekening houdend met de organisatorische, commerciële en/of technische sterkte van een bedrijf;

3.

Zelfstandig product- en materiaaleigenschappen definiëren van een textielproduct op basis van een analyse en met kennis en begrip van technische specificaties;

4.

Autonoom textielspecifieke technieken toepassen, gebruik makend van de passende grondstoffen en/of textielhulpmiddelen;

5.

De stappen binnen het productieproces van een textielproduct begrijpen, van productontwikkeling en prototyping tot afgewerkt product;

6.

De textielproductieprocessen organiseren in functie van een kostenefficiënte en effectieve productieplanning;

7.

Een innovatief textielproduct of -proces uitwerken op basis van eigen praktijkonderzoek, rekening houdend met nieuwe ontwikkelingen en evoluties binnen de textielsector en afgestemd op de noden van de stakeholders;

8.

Kwaliteit, veiligheid en milieu bewaken binnen een textielbedrijf;

9.

Streven naar maatschappelijk verantwoord handelen, zowel op niveau van product als proces, rekening houdend met de principes van duurzaam ondernemen;

10.

Zelfstandig bijsturen van het eigen functioneren en de textielspecifieke werkomgeving op basis van kritische reflectie;

11.

Projectmatig werken in teamverband met zin voor verantwoordelijkheid en initiatief;

12.

Zelfstandig, correct en duidelijk communiceren, zowel mondeling als schriftelijk, over textielspecifieke onderwerpen binnen een (inter)nationale context.