|
1.
|
Inzicht hebben in de basiswetenschappen (natuur- en biomedische wetenschappen, humane wetenschappen,) met als toepassingsdomein de menselijke beweging en de mens in beweging.
|
|
2.
|
Inzicht hebben in de bouw, ontwikkeling en het functioneren van het menselijk lichaam en van het menselijk lichaam in beweging.
|
|
3.
|
Kennis hebben van de oorzaken, klinische verschijnselen en preventie van bewegingsgerelateerde gezondheidsproblemen en blessures
|
|
4.
|
Inzicht hebben in de lichamelijke eigenschappen, de fysieke belastbaarheid en de motorische competenties bij verschillende leeftijdsgroepen.
|
|
5.
|
Kennis hebben van de historiek, structuur en werking van het sportlandschap en de bewegingscultuur.
|
|
6.
|
Competentie tonen in een breed gamma van bewegingsactiviteiten en deze generaliseren naar aanverwante bewegingsactiviteiten.
|
|
7.
|
Kennis hebben van onderzoeksmethoden en deze toepassen in een onderzoekscontext in het domein van de lichamelijke opvoeding en de bewegingswetenschappen.
|
|
8.
|
Op een duidelijke en gestructureerde wijze mondeling en schriftelijk rapporteren aan vakgenoten in het domein van de lichamelijke opvoeding en bewegingswetenschappen.
|
|
9.
|
Begeleiden van de gezonde, bewegende mens aan de hand van wetenschappelijk verantwoorde begeleidings- en/of trainingsschema’s.
|
|
10.
|
Bewegingscompetenties aanleren aan derden in een veilige, didactisch verantwoorde setting gebaseerd op de integratie van de basis- en de bewegingswetenschappen.
|
|
11.
|
In staat zijn om samenwerkend te leren en leiding te geven in een afgebakende bewegingsdidactische context.
|
|
12.
|
Vanuit een professionele en integere ingesteldheid individuele en collectieve opdrachten realiseren in het domein van de lichamelijke opvoeding en de bewegingswetenschappen.
|
|
13.
|
Op basis van actuele (inter)nationale wetenschappelijke informatie én inzichten in het domein van de lichamelijke opvoeding en de bewegingswetenschappen kritisch reflecteren over de eigen kennis, vaardigheden en attitude.
|