|
Bouwproject: gebouwen of infrastructuurwerken IN NIEUWBOUW EN/OF RENOVATIE
|
|
1.
|
Actief participeren aan de opmaak van een bouwdossier.
|
|
2.
|
Een bouwdossier (plannen, bestek en meetstaat ) kritisch analyseren en beheren.
|
|
3.
|
Zelfstandig uitvoeringsplannen voor bouwconstructies uitwerken en zo nodig bijsturen tijdens de realisatie van het bouwproject.
|
|
4.
|
Oplossingen op maat formuleren en de keuze verantwoorden tussen varianten voor bouwtechnieken en -materialen, rekening houdend met economische haalbaarheid, technische uitvoerbaarheid, geldende regelgeving, duurzaamheid, innovatie en met respect voor de architecturale vereisten van het ontwerp.
|
|
5.
|
Oordeelkundig en efficiënt inzetten van ICT voor het grafisch voorstellen van bouwkundige plannen en voor het opmaken van de planning en prijscalculatie.
|
|
6.
|
Zelfstandig een onderbouwde en nauwkeurige prijscalculatie maken door een analyse van aanbestedingsdossier, door vergelijking van offertes van leveranciers en onderaannemers, rekening houdend met de eigen middelen van de onderneming.
|
|
7.
|
Zelfstandig een onderbouwde en efficiënte planning opstellen, rekening houdend met uitvoeringstermijn van het bouwproject en beschikbare middelen.
|
|
8.
|
Constructies opmeten en uitzetten. Zelfstandig de inrichting van een bouwplaats organiseren, rekening houdend met de omgevingsfactoren.
|
|
9.
|
De operationele leiding van een bouwplaats op zich nemen : uitvoeringstechnische instructies geven aan arbeiders en onderaannemers, de uitvoering van de bouwwerken controleren op kwaliteit en op overeenkomstigheid met de voorschriften.
|
|
10.
|
Het budget en de planning kritisch opvolgen en de bouwplaats administratief opvolgen, met inbegrip van nacalculatie, en op eigen initiatief rapporteren aan de projectleider.
|
|
11.
|
De kwaliteitsnormen en -afspraken van het bedrijf toepassen op een bouwplaats.
|
|
12.
|
Veiligheidsrisico’s op de bouwplaats onderkennen. Op eigen initiatief gepaste maatregelen nemen, controleren en doen naleven.
|
|
13.
|
Schriftelijk, mondeling en grafisch communiceren en onderhandelen met alle betrokkenen, zowel vakgenoten als leken; ook in een vreemde taal.
|
|
14.
|
Constructief samenwerken in een multidisciplinair en multicultureel bouwteam.
|
|
15.
|
Wetenschappelijke en vaktechnische informatie m.b.t. bouwkunde gericht opzoeken, analyseren en beoordelen op toepasbaarheid.
|
|
16.
|
Bij alle taken blijk geven van initiatief, verantwoordelijkheid en ondernemerszin. Een creatieve en innovatieve ingesteldheid tonen binnen een bedrijfscontext.
|