Skip to Main Content
 
 
 

Onderwijskwalificatie

Bachelor in de logopedie en audiologie

 

Globaal

Onderwijskwalificatie

Bachelor in de logopedie en audiologie

Situering

  • Codex hoger onderwijs: niveau professionele bachelor
  • Vlaamse kwalificatiestructuur: niveau 6
  • Europese Hogeronderwijsruimte (Dublin-descriptoren): niveau 1ste cyclus
  • Europees kwalificatiekader voor een leven lang leren: niveau 6
  • Studiegebied(en): Gezondheidszorg
  • ISCED studiegebied: 0915 Therapy and rehabilitation

Inhoud

De onderwijskwalificatie omvat de domeinspecifieke leerresultaten zoals gevalideerd door de NVAO op 09/03/2015 en daar gekend onder referentie DL176.

De domeinspecifieke leerresultaten zijn:

De leerresultaten vormen een coherent en geïntegreerd geheel dat van toepassing is op de beginnende beroepsbeoefenaar in de domeinen van de logopedie en de audiologie. Ze definiëren de kwalificatievereisten voor het autonoom verlenen van kwalitatieve zorg en beantwoorden aan de descriptoren van niveau 6 van de Vlaamse Kwalificatiestructuur. De afgestudeerde draagt de beroepstitel van logopedist/audioloog. 

1.

Inzicht hebben in de planning en de uitvoering van logopedische/audiologische initiatieven betreffende preventie. 

2.

Volledig autonoom een wetenschappelijk onderbouwd logopedisch/audiologisch behandelplan opstellen, uitvoeren, evalueren en bijsturen.

3.

Volledig autonoom vanuit een logopedische/audiologische expertise coachen, trainen en adviseren. 

4.

Efficiënt en vanuit een logopedische/audiologische expertise samenwerken met andere disciplines in het belang van de cliënt. 

5.

Inzicht hebben in opstarten en beheren van een duurzame praktijk. 

6.

Efficiënt en verzorgd mondeling en schriftelijk communiceren over het logopedisch/audiologisch handelen. 

7.

Ethisch verantwoord handelen binnen de grenzen van deontologie en regelgeving van het beroep. 

8.

Evidence Based logopedisch/audiologisch handelen. 

9.

Methodisch onderbouwd kunnen participeren aan logopedisch/audiologisch wetenschappelijk onderzoek en hierover rapporteren.

10.

Kritisch reflecteren over het eigen beroepsmatig handelen. 

11.

Professionaliseren en bijdragen tot de profilering van het beroep.