|
1.
|
Over de nodige artistieke vaardigheden beschikken om onder begeleiding een persoonlijk project binnen het brede spectrum van de beeldende kunsten te ontwerpen en/of te realiseren.
|
|
2.
|
Over de nodige kennis, vaardigheden en inzichten beschikken inzake materiaal, vorm, handeling, concepten, functie en inhouden van het gekozen medium.
|
|
3.
|
Kennis en inzicht hebben en blijven ontwikkelen in de maatschappelijke, culturele, artistieke, historische en internationale context van de beeldende kunsten en de artistieke praxis
|
|
4.
|
Een kritische en onderzoekende houding ontwikkelen en aanscherpen ten opzichte van ontwerpen en/of realisaties die voortkomen uit beeldende experimenten en onderzoek, emotie en intuïtie.
|
|
5.
|
In het ontwikkelen van een eigen beeldtaal vertrekken van een zoekende en reflecterende houding.
|
|
6.
|
Het karakteristieke van persoonlijke ontwerpen en/of realisaties vatten en op geëigende wijze ommuniceren ten aanzien van een kritisch publiek.
|
|
7.
|
Het eigen artistieke project kunnen organiseren in samenspraak met anderen.
|