Skip to Main Content
 
 
 

Onderwijskwalificatie

Bachelor in de eerstelijnszorg

 

Globaal

Onderwijskwalificatie

Bachelor in de eerstelijnszorg

Situering

  • Codex hoger onderwijs: niveau banaba
  • Vlaamse kwalificatiestructuur: niveau 6
  • Europese Hogeronderwijsruimte (Dublin-descriptoren): niveau 1ste cyclus
  • Europees kwalificatiekader voor een leven lang leren: niveau 6
  • Studiegebied(en): Gezondheidszorg, Sociaal-agogisch werk
  • ISCED studiegebied: 091 Health

Inhoud

De onderwijskwalificatie omvat de domeinspecifieke leerresultaten zoals gevalideerd door de NVAO op 08/12/2014 en daar gekend onder referentie DL161.

De domeinspecifieke leerresultaten zijn:

1.

De afgestudeerde stemt, op basis van zijn deskundigheid en verantwoordelijkheid, de praktijk van regie en coördinatie in de eerstelijnszorg systematisch af op de steeds evoluerende complexiteit van de sector en neemt daarin een pioniersrol op. 

2.

De afgestudeerde regisseert de zorg in de eerste lijn, op maat van en in samenspraak met de cliënt, in alle fasen van het zorgproces, met bijzondere aandacht voor de chronische zorgvrager, in een context van interprofessionele samenwerking en efficiënte teamwerking. 

3.

De afgestudeerde heeft inzicht in de eigenheid, organisatie, ontwikkeling en evoluties binnen de eerstelijnszorg. 

4.

De afgestudeerde detecteert de behoeften en vertaalt deze in relatie tot de (complexe) (zorg-)context, naar inter- en transdisciplinaire evidence based initiatieven. 

5.

De afgestudeerde managet de implementatie van de zorginitiatieven, rekening houdend met de grenzen van de zorgverlening. 

6.

De afgestudeerde evalueert de kwaliteit van de zorg, de gebruikte standaarden (microniveau) en de organisatie van de eerstelijnszorg (mesoniveau), neemt initiatief om ze te actualiseren en te optimaliseren, onder andere door te participeren aan projecten of onderzoek. 

7.

De afgestudeerde zet preventieve gezondheids- en welzijnsbevorderende initiatieven op, met oog op duurzame gedragsverandering. 

8.

De afgestudeerde coördineert de organisatie van de zorgverlening binnen het kader van functioneel leiderschap, met inbegrip van de informatiestromen over de zorgrelatie, de -inhoud en het -proces met de leden van het interdisciplinaire team en de transdisciplinaire zorgverleners.

9.

De afgestudeerde versterkt en ondersteunt de relatie tussen de cliënt enerzijds en de leden van het interdisciplinaire team en de transdisciplinaire zorgverleners anderzijds. 

10.

De afgestudeerde ontwikkelt een persoonlijke visie op interdisciplinaire eerstelijnszorg in relatie tot relevante maatschappelijke, socio-culturele en wetenschappelijke ontwikkelingen in een nationale en/of internationale context. 

11.

De afgestudeerde reflecteert kritisch over het eigen functioneren binnen een transdisciplinaire zorgcontext en de ethische, deontologische en maatschappelijke vragen die een mogelijke impact hebben op het professioneel handelen.