|
De diëtist is actief in vier domeinen/settings: klinisch domein, administratief domein, preventief domein en bedrijfs-setting. Een aantal leerresultaten zijn domeinspecifiek en een aantal zijn van toepassing op alle settings.
|
|
Klinisch
|
|
1.
|
Nutritional assessment: De diëtist verzamelt en registreert autonoom en op methodische wijze relevante informatie met betrekking tot nutriënteninname, leefstijl, antropometrie, labowaarden en klinisch onderzoek.
|
|
2.
|
Diëtistische diagnose: De diëtist analyseert de verzamelde gegevens, stelt de diëtistische diagnose en formuleert aan de hand hiervan theoretisch onderbouwde en evidence based behandeldoelen op maat van de hulpvrager.
|
|
3.
|
Behandelplan: De diëtist stelt in overleg met de hulpvrager, en waar relevant multidisciplinair, een haalbaar behandelplan op zowel in eenvoudige als complexe en gespecialiseerde zorgsituaties, en evalueert en stuurt bij waar nodig.
|
|
4.
|
Opvolgen voedings- en dieetadvies: De diëtist adviseert, ondersteunt, geeft educatie aan en motiveert de hulpvrager in het volgen van het voedings- en dieetadvies, aan de hand van doeltreffende methoden.
|
|
Administratief
|
|
5.
|
Maaltijdvoorziening, menuplanning: De diëtist ondersteunt het beheer van het voedselproductieproces binnen de gemeenschapsrestauratie; instrueert de voedingsdienst en adviseert over smaakvolle en kwaliteitsvolle (dieet)voeding, rekening houdend met doelgroep, duurzaamheid, organisatorische en economische aspecten.
|
|
6.
|
ACS/HACCP: De diëtist is (mede)verantwoordelijk voor het plannen, implementeren, evalueren en bijsturen van het voedingshygiënebeleid binnen het ACS (autocontrolesysteem) van de voedingsdienst van instellingen/bedrijven in overeenstemming met de vigerende regelgeving.
|
|
Preventief
|
|
7.
|
Voorbereiden, uitvoeren, evalueren voorlichting: De diëtist doet op methodische, creatieve en didactische wijze aan gezondheidspromotie en ziektepreventie in het brede domein van gezonde voeding en levensstijl op maat van cliënt of doelgroep in overeenstemming met maatschappelijke noden en het (inter)nationaal gezondheidsbeleid, met het oog op blijvende gedragsverandering.
|
|
Bedrijf
|
|
8.
|
Analyse: De diëtist analyseert en optimaliseert de veiligheid, kwaliteit en samenstelling van voedingsmiddelen met het oog op consumptiegeschiktheid.
|
|
Alle settings
|
|
9.
|
Beroepsethiek, beroepsattitude: De diëtist handelt op professionele en ethisch verantwoorde wijze binnen de grenzen van deontologie en wetgeving, rekening houdend met diversiteit en de multiculturele omgeving.
|
|
10.
|
Plannen, organiseren en beslissingsvermogen: De diëtist plant, organiseert en coördineert beroepsspecifieke activiteiten teneinde de werksetting te managen.
|
|
11.
|
Samenwerken: De diëtist werkt constructief, assertief en teamgericht samen binnen een intra- en interprofessionele domeinspecifieke context.
|
|
12.
|
Evidence-based: De diëtist handelt evidence-based door het integreren van nieuwe (domeinspecifieke) en gevestigde wetenschappelijke inzichten en best practices, en participeert aan praktijkgericht wetenschappelijk voedingsgerelateerd onderzoek.
|
|
13.
|
Communiceren: De diëtist communiceert mondeling en schriftelijk op een professionele manier aangepast aan de gesprekspartner(s)/doelgroep.
|
|
14.
|
Ontwikkelen van eigen deskundigheid (alle settings) Reflecteert continu over het eigen functioneren, bepaalt de eigen leerbehoeften en vertaalt deze autonoom in initiatieven om zich blijvend te professionaliseren in een evoluerende (inter)nationale domeinspecifieke context.
|