|
1.
|
Onder begeleiding persoonlijke en artistieke projecten ontwikkelen en creëren binnen het brede spectrum van theatrale, muzikale en/of tekstuele praktijken.
|
|
2.
|
Over de nodige technische vaardigheden beschikken inzake lichaam, stem, taal en ruimte.
|
|
3.
|
Algemene kennis en inzicht hebben en blijven ontwikkelen in de maatschappelijke, culturele, artistieke, hedendaagse en historische context van de (podium) kunstenpraktijk.
|
|
4.
|
Een onderzoekende houding ontwikkelen en aanscherpen in het uitwerken van projecten met anderen.
|
|
5.
|
Kritisch reflecteren over eigen en andermans werk en praktijk en hier op heldere en doordachte wijze over communiceren.
|
|
6.
|
Inzicht hebben in de interactie met andere artistieke disciplines en praktijken.
|
|
7.
|
Vanuit persoonlijke en maatschappelijke betrokkenheid een eigen artistieke taal ontwikkelen.
|
|
8.
|
Eigen werk presenteren aan een publiek, met aandacht voor keuze van medium en context.
|
|
9.
|
Verschillende samenwerkingsverbanden aan kunnen gaan.
|