|
1.
|
De bachelor kent de belangrijkste basisbegrippen en theorieƫn binnen de disciplines van sociologie en economie en kan deze duiden vanuit een wetenschappelijk multidisciplinair perspectief.
|
|
2.
|
De bachelor heeft kennis van institutionele raamwerken en maatschappelijke structuren.
|
|
3.
|
De bachelor heeft een basiskennis van aanpalende menswetenschappelijke disciplines.
|
|
4.
|
De bachelor kan concepten en inzichten uit de economie en sociologie vergelijken, integreren en synthetiseren vanuit een interdisciplinair perspectief
|
|
5.
|
De bachelor is in staat om de wetenschappelijke kennis, in het bijzonder van economie en sociologie, te verwerken in een beleidsgerichte context.
|
|
6.
|
De bachelor kan adequate onderzoeksmethoden en technieken toepassen om beleidsvraagstukken te analyseren.
|
|
7.
|
De bachelor kan op basis van zijn methodologische vorming wetenschappelijk of beleidsgericht onderzoek begrijpen en onder begeleiding zelf onderzoek uitvoeren.
|
|
8.
|
De bachelor beschikt over een aantal belangrijke academische vaardigheden zoals logisch redeneren, analytisch denken, argumenteren, het kritisch kunnen omgaan met een veelheid aan traditionele en moderne (inter)nationale bronnen.
|
|
9.
|
De bachelor beschikt over vaardigheden om zowel schriftelijk als mondeling te kunnen communiceren over (bedrijfs)economische en maatschappelijk relevante onderwerpen.
|
|
10.
|
De bachelor beschikt over de nodige vaardigheden om vlot met anderen te kunnen samenwerken
|
|
11.
|
De bachelor stelt zich open en tolerant op ten opzichte van verscheidene overtuigingen en beschikt over een maatschappelijk en ethisch verantwoordelijkheidsbesef.
|