|
1.
|
De bachelor in de Archeologie beheerst de voornaamste theorieën, begrippen, concepten, paradigma’s, conventies en onderzoekstradities van de discipline.
|
|
2.
|
De bachelor in de Archeologie kent de wetenschappelijke methoden en technieken die aan de grondslag liggen van het archeologisch onderzoek.
|
|
3.
|
De bachelor in de Archeologie beheerst de praktische archeologische vaardigheden die horen bij veldwerk.
|
|
4.
|
De bachelor in de Archeologie verzamelt, verwerkt en evalueert informatie volgens de gepaste wetenschappelijke methoden en technieken, formuleert onder begeleiding onderzoeksvragen, analyseert een archeologische dataset met behulp van methoden eigen aan de discipline en formuleert gefundeerde antwoorden in functie van de vraagstelling.
|
|
5.
|
De bachelor in de Archeologie heeft basiskennis van en basisinzicht in relevante denkkaders en onderzoeksmethodes van partnerwetenschappen en begrijpt de samenhang van de eigen discipline met deze partnerwetenschappen.
|
|
6.
|
De bachelor in de Archeologie communiceert op een heldere en gestructureerde wijze over archeologisch onderzoek aan een publiek van gelijken met gepast gebruik van audiovisuele middelen.
|
|
7.
|
De bachelor in de Archeologie neemt deel aan discussies, vormt eigen standpunten en ideeën en kan deze verdedigen.
|
|
8.
|
De bachelor in de Archeologie hanteert het algemeen wetgevend kader waarop de nationale en internationale archeologische wet- en regelgeving gebaseerd is.
|
|
9.
|
De bachelor in de Archeologie pleegt geen plagiaat en houdt rekening met de deontologische regels binnen de discipline en het wetenschappelijk onderzoek in het algemeen.
|
|
10.
|
De bachelor in de Archeologie kan in groep samenwerken en een constructieve bijdrage leveren aan het gezamenlijk resultaat.
|
|
11.
|
De bachelor in de Archeologie toont een attitude van openheid en nuancering ten aanzien van personen of ideeën uit de eigen cultuur en andere culturen.
|