|
1.
|
De afgestudeerde bachelor in de sociale wetenschappen heeft kennis van de belangrijkste theoretische stromingen, paradigma's en basisbegrippen in het domein van de sociale wetenschappen;
|
|
2.
|
De afgestudeerde bachelor in de sociale wetenschappen is vertrouwd met historische ontwikkelingen in het brede domein van sociologie, politieke wetenschappen en communicatiewetenschappen;
|
|
3.
|
De afgestudeerde bachelor in de sociale wetenschappen heeft inzicht in de raakvlakken, de dwarsverbindingen en de kruisbestuivingen tussen de verschillende sociale wetenschappen;
|
|
4.
|
De afgestudeerde bachelor in de sociale wetenschappen is in staat om sociaalwetenschappelijke theorieƫn en concepten toe te passen op een goed afgebakend, maatschappelijk en wetenschappelijk relevant vraagstuk;
|
|
5.
|
De afgestudeerde bachelor in de sociale wetenschappen heeft kennis van de historische, politieke, juridische en socio-economische structuren die vorm geven aan de activiteiten van politieke instituties, private en publieke organisaties en media-organisaties;
|
|
6.
|
De afgestudeerde bachelor in de sociale wetenschappen kan een valide sociaalwetenschappelijke onderzoeksvraag formuleren met betrekking tot een sociaalwetenschappelijk onderwerp;
|
|
7.
|
De afgestudeerde bachelor in de sociale wetenschappen kan relevante bronnen en literatuur omtrent een welbepaald sociaalwetenschappelijk vraagstuk identificeren, verzamelen en kritisch verwerken;
|
|
8.
|
De afgestudeerde bachelor in de sociale wetenschappen is in staat om een wetenschappelijk en methodologisch correct onderzoeksdesign op te zetten;
|
|
9.
|
De afgestudeerde bachelor in de sociale wetenschappen beschikt over de methodologische kennis en vaardigheden inzake de meest voorkomende vormen van dataverzameling en dataverwerking in het domein van de sociale wetenschappen;
|
|
10.
|
De afgestudeerde bachelor in de sociale wetenschappen beschikt over de vaardigheden om op een goede en accurate manier te rapporteren over wetenschappelijk onderzoek en dit zowel schriftelijk als mondeling;
|
|
11.
|
De afgestudeerde bachelor in de sociale wetenschappen heeft een onderzoekende, probleemoplossende en kritische attitude ten aanzien van maatschappelijke, politieke en mediagerelateerde vraagstukken en onderzoeksresultaten;
|
|
12.
|
De afgestudeerde bachelor in de sociale wetenschappen erkent het meerlagige en complexe karakter van sociale, politieke en mediagerelateerde feiten en vraagstukken;
|
|
13.
|
De afgestudeerde bachelor in de sociale wetenschappen reflecteert en evalueert op een kritische manier over het eigen leerproces en resultaten;
|
|
14.
|
De afgestudeerde bachelor in de sociale wetenschappen handelt op een professionele en verantwoordelijke manier;
|
|
15.
|
De afgestudeerde bachelor in de sociale wetenschappen is in staat om vlot en constructief met andere samen te werken, zij/hij beschikt over goede communicatieve vaardigheden en werkt oplossingsgericht;
|
|
16.
|
De afgestudeerde bachelor in de sociale wetenschappen vertrekt vanuit de principes van wetenschappelijke integriteit en eerlijkheid bij het uitvoeren van wetenschappelijke onderzoeksactiviteiten;
|
|
17.
|
De afgestudeerde bachelor in de sociale wetenschappen benadert dominante tendensen in het maatschappelijke en het beleidsmatige domein op een kritische manier;
|
|
18.
|
De afgestudeerde bachelor in de sociale wetenschappen is zich bewust van de maatschappelijke rol en functie van sociale wetenschappers.
|