Skip to Main Content
 
 
 

Onderwijskwalificatie

Bachelor of Science in de logopedische en audiologische wetenschappen

 

Globaal

Onderwijskwalificatie

Bachelor of Science in de logopedische en audiologische wetenschappen

Situering

  • Codex hoger onderwijs: niveau academische bachelor
  • Vlaamse kwalificatiestructuur: niveau 6
  • Europese Hogeronderwijsruimte (Dublin-descriptoren): niveau 1ste cyclus
  • Europees kwalificatiekader voor een leven lang leren: niveau 6
  • Studiegebied(en): Sociale gezondheidswetenschappen
  • ISCED studiegebied: 0915 Therapy and rehabilitation

Inhoud

De onderwijskwalificatie omvat de domeinspecifieke leerresultaten zoals gevalideerd door de NVAO op 10/12/2012 en daar gekend onder referentie DL28.

De domeinspecifieke leerresultaten zijn:

1.

Kennis van en inzicht hebben in de medische (m.i.v. anatomie, fysiologie) exacte, maatschappelijke, didactische, (ortho-) pedagogische, psychologische, ethische, juridische en sociaal-communicatieve wetenschappen verwant met de logopedische en audiologische (m.i.v. vestibulologie) wetenschappen.

2.

Inzicht hebben in de productie- en perceptieprocessen achter intermenselijke communicatie in haar verschillende modaliteiten.

3.

Grondige kennis van en inzicht hebben in de normale ontwikkeling van spraak, taal (productie en perceptie) en gehoor (perifeer en centraal) van kind tot volwassene.

4.

Goede spraak-, taal- en schrijfvaardigheden bezitten. 

5.

Doorgedreven kennis van en inzicht hebben in de logopedische (m.i.v. leerstoornissen) en audiologische stoornissen, met name in de etiologie, pathogenese en symptomatologie.

6.

Een voorstel tot preventie, diagnose en behandeling van logopedische en audiologische stoornissen formuleren, uitvoeren en rapporteren.

7.

Kennis hebben van de kwalitatieve en kwantitatieve methoden van wetenschappelijk onderzoek binnen het logopedisch en/of audiologisch gebied.

8.

Een eenvoudig logopedisch en audiologisch probleem vatten in een relevante vraagstelling, een onderzoeksplan opzetten en uitvoeren (literatuurreview, opstellen doelstelling, methodologie, interpreteren van onderzoeksresultaten, opbouw discussie) en er over rapporteren.

9.

Autonoom handelen in een logopedische en audiologische context en hier ook medeverantwoordelijkheid voor dragen.

10.

Inzicht hebben in het ethisch en deontologisch functioneren t.a.v. patiënten en collega’s in een multidisciplinair kader en t.a.v. het beroep en de maatschappij.