Skip to Main Content
 
 
 

Onderwijskwalificatie

Bachelor in de journalistiek

 

Globaal

Onderwijskwalificatie

Bachelor in de journalistiek

Situering

  • Codex hoger onderwijs: niveau professionele bachelor
  • Vlaamse kwalificatiestructuur: niveau 6
  • Europese Hogeronderwijsruimte (Dublin-descriptoren): niveau 1ste cyclus
  • Europees kwalificatiekader voor een leven lang leren: niveau 6
  • Studiegebied(en): Handelswetenschappen en bedrijfskunde
  • ISCED studiegebied: 0321 Journalism and reporting

Inhoud

De onderwijskwalificatie omvat de domeinspecifieke leerresultaten zoals gevalideerd door de NVAO op 08/10/2012 en daar gekend onder referentie DL25.

De domeinspecifieke leerresultaten zijn:

1.

Passende, relevante en telkens nieuwe onderwerpen en invalshoeken kiezen in functie van productiedoel, doelgroep en medium, rekening houdend met journalistieke selectiecriteria

2.

Op basis van een brede algemene kennis nieuwsfeiten in een breedmaatschappelijke en historische context plaatsen en duiden, en hun nieuwswaarde correct inschatten.

3.

Gericht, kritisch en met de nodige afstandelijkheid informatie verzamelen met journalistieke researchmethoden en die informatie correct weergeven.

4.

Betrouwbare en diverse bronnen raadplegen en analyseren, zowel van de traditionele nieuwsproviders als van alternatieve (nieuwe) informatiekanalen, nichemedia en anderstalige bronnen (zeker in het Frans en Engels) en daartoe de nodige interviewtechnieken beheersen. 

5.

Informatie in correct Nederlands verwerken tot een publiceerbaar / uitzendbaar eindproduct, rekening houdend met de wetmatigheden en beperkingen van het medium, zoals tijd, volume, doel, journalistiek genre, format, doelgroep … 

6.

Mediumspecifieke technische vaardigheden beheersen om een journalistiek verhaal te vertellen, rekening houdend met een mogelijke crossmediale en multimediale context.

7.

Op teamgerichte, zelfstandige en ondernemende wijze functioneren, plannen en organiseren in een monomediale/multimediale/ crossmediale redactie, ook in professioneel moeilijke omstandigheden en in het zicht van deadlines. 

8.

De deontologische code voor journalisten kennen, begrijpen en kritisch toepassen. 

9.

Blijk geven van een verantwoordelijke en (zelf)kritische houding tegenover eigen werk en dat van anderen.

10.

Integreren van vertrouwdheid met diverse journalistieke werkomgevingen, mediabedrijf, mediamarkt, mediarecht en medialandschap in de journalistieke activiteiten en loopbaan. 

11.

Blijk geven van een duurzame leergierigheid en nieuwsgierigheid om actuele gebeurtenissen en nieuwsfeiten te volgen. 

12.

Kritisch reflecteren over de rol en de invloed van journalistiek in de maatschappij en over de ontwikkelingen binnen het vak. 

13.

Nederlands, Frans en Engels als werkinstrumenten gebruiken om efficiënt te communiceren en professioneel te functioneren in diverse journalistieke werksituaties.