Skip to Main Content
 
 
 

Onderwijskwalificatie

Bachelor in de communicatiewetenschappen

 

Globaal

Onderwijskwalificatie

Bachelor in de communicatiewetenschappen

Situering

  • Codex hoger onderwijs: niveau academische bachelor
  • Vlaamse kwalificatiestructuur: niveau 6
  • Europese Hogeronderwijsruimte (Dublin-descriptoren): niveau 1ste cyclus
  • Europees kwalificatiekader voor een leven lang leren: niveau 6
  • Studiegebied(en): Politieke en sociale wetenschappen
  • ISCED studiegebied: 0319 Social and behavioural sciences not elsewhere classified

Inhoud

De onderwijskwalificatie omvat de domeinspecifieke leerresultaten zoals gevalideerd door de NVAO op 13/02/2012 en daar gekend onder referentie DL10.

De domeinspecifieke leerresultaten zijn:

1.

Een grondige wetenschappelijke kennis hebben van niveaus, types en componenten van (technologisch gemedieerde en niet-gemedieerde) communicatie.

2.

De verschillende media kritisch en genuanceerd onderscheiden op basis van kenmerken, publiek, gebruikers, gevolgen en toepassingsmogelijkheden.

3.

Beschrijven en vergelijken van theorieën, concepten, auteurs en paradigma’s van de deeldomeinen binnen de communicatiewetenschap.

4.

Kennen en toepassen van de meest gebruikelijke kwalitatieve en kwantitatieve methoden van onderzoek in de communicatiewetenschap.

5.

Meewerken aan het initiëren, plannen en uitvoeren van fundamenteel en toegepast onderzoek rond communicatoren, kanalen, boodschappen of ontvangers, vertrekkend van een afgebakende opdracht en hierover rapporteren aan vakgenoten en leken.

6.

Detecteren en analyseren van organisatorische en maatschappelijke communicatieprocessen ter ondersteuning van probleemoplossing.

7.

De structuur, organisatie, werking en ontwikkeling van het medialandschap kennen en duiden én de implicaties ervan inschatten, ook in een communicatiestrategische en beleidsmatige context.

8.

Kritisch reflecteren over de rol van media en communicatie in sociale, culturele, economische, psychologische, technologische, politieke, juridische en andere contexten.

9.

Inschatten van de impact van sociale, culturele, economische, psychologische, technologische, politieke, juridische en andere factoren op communicatieprocessen.

10.

Toepassen en transfereren van modellen, methoden en theorieën uit hulpwetenschappen.

11.

De ethische dimensie van een communicatieprobleem onderkennen en verschillende standpunten herkennen.