Skip to Main Content
 
 
 

Onderwijskwalificatie

Bachelor in de sociale readaptatiewetenschappen

 

Globaal

Onderwijskwalificatie

Bachelor in de sociale readaptatiewetenschappen

Situering

  • Codex hoger onderwijs: niveau professionele bachelor
  • Vlaamse kwalificatiestructuur: niveau 6
  • Europese Hogeronderwijsruimte (Dublin-descriptoren): niveau 1ste cyclus
  • Europees kwalificatiekader voor een leven lang leren: niveau 6
  • Studiegebied(en): Sociaal-agogisch werk
  • ISCED studiegebied: 0922 Child care and youth services

Inhoud

De onderwijskwalificatie omvat de domeinspecifieke leerresultaten zoals gevalideerd door de NVAO op 11/12/2017 en daar gekend onder referentie DL5.

De domeinspecifieke leerresultaten zijn:

1.

Deskundige ondersteuning en hulpverlening: hij begeleidt kinderen en jongeren in gezinnen of andere opvoedingssituaties.

2.

Brede inzetbaarheid en transfer: hij kan pedagogische kennis, inzichten en vaardigheden in uiteenlopende beroepssituaties en uit diverse, internationale contexten inzetten.

3.

Multidisciplinaire integratie: hij begrijpt verschillende disciplines, past hun inzichten in zijn pedagogisch handelen in en neemt deel aan multidisciplinair overleg.

4.

Creativiteit en complexiteit: hij kan pedagogische vraagstukken waarvoor de gebruikelijke werkwijzen tekortschieten creatief benaderen en doelmatig omzetten in de praktijk.

5.

Agogisch werken: hij definieert en analyseert probleemsituaties op basis van kennis en inzichten en is bekwaam om betekenisvolle interventies te ontwikkelen, toe te passen en te evalueren. 

6.

Communicatieve bekwaamheid: hij communiceert doelgericht met kinderen, jongeren, ouders en andere betrokkenen vanuit een evenwaardige en verbindende positie met aandacht voor diversiteit. 

7.

Actief lid van een team/organisatie/samenleving: hij werkt constructief samen om gemeenschappelijke doelen te realiseren.

8.

Medeverantwoordelijkheid: hij kan organisatorische en leidinggevende taken opnemen.

9.

Reflectief vermogen: hij reflecteert kritisch en methodisch om optimaal te handelen.

10.

Wetenschappelijke toepassing: hij kan inzichten, theorieƫn, concepten en onderzoeksresultaten toepassen op praktijkvraagstukken.

11.

Neemt initiatief in zijn persoonlijk leerproces: hij zoekt inspiratie en leerwegen om zijn persoonlijke, beroepscompetenties en -attitudes blijvend te ontwikkelen.

12.

Besef van maatschappelijke verantwoordelijkheid: hij begrijpt en is betrokken op ethische, normatieve en maatschappelijke vragen en neemt zijn verantwoordelijkheid op.