Skip to Main Content
 
 
 

Onderwijskwalificatie

Bachelor of Science in de agogische wetenschappen

 

Globaal

Onderwijskwalificatie

Bachelor of Science in de agogische wetenschappen

Situering

  • Codex hoger onderwijs: niveau academische bachelor
  • Vlaamse kwalificatiestructuur: niveau 6
  • Europese Hogeronderwijsruimte (Dublin-descriptoren): niveau 1ste cyclus
  • Europees kwalificatiekader voor een leven lang leren: niveau 6
  • Studiegebied(en): Psychologie en pedagogische wetenschappen
  • ISCED studiegebied: 0319 Social and behavioural sciences not elsewhere classified

Inhoud

De onderwijskwalificatie omvat de domeinspecifieke leerresultaten zoals gevalideerd door de NVAO op 07/05/2018 en daar gekend onder referentie DL258.

De domeinspecifieke leerresultaten zijn:

1.

Heeft inzicht in agogische theorieën, modellen en praktijken en kan deze toepassen.

2.

Heeft basiskennis van ondersteunende wetenschappen en aanverwante disciplines en kan hun belang duiden voor het agogische domein.

3.

Heeft inzicht in eenvoudige agogische vraagstukken en kadert deze in de socio-economische en culturele inbedding van beleid, praktijk en onderzoek.

4.

Kan een wetenschappelijke vraag formuleren op basis van een agogische probleemstelling en deze onder begeleiding aan de hand van kwalitatieve of kwantitatieve methoden analyseren, beantwoorden en de resultaten hiervan kritisch interpreteren.

5.

Kan aan de hand van agogische denkkaders interventies in een agogische context ontwerpen en verantwoorden.

6.

Is kritisch-constructief ten aanzien van de eigen agogische aanpak en die van anderen.

7.

Is kritisch-constructief ten aanzien van maatschappelijke thema’s op het vlak van cultuur, sociaal welzijn of onderwijs in de brede zin.

8.

Benadert agogische vraagstukken vanuit meerdere perspectieven.

9.

Heeft inzicht in de ethisch-deontologische aspecten van agogische onderzoeks- en praktijkprocessen en kan het handelen daarop afstemmen.

10.

Heeft een constructieve ingesteldheid ten aanzien van proces- en oplossingsgericht handelen, levenslang leren en maatschappelijk engagement.

11.

Heeft basisvaardigheden in het mondeling en schriftelijk communiceren en rapporteren aan verschillende doelgroepen.

12.

Kan in een multidisciplinair team functioneren.

13.

Houdt rekening met diversiteit in verschillende agogische contexten.

14.

Neemt deel aan het maatschappelijk debat.