|
1.
|
Heeft een diepgaande (state of the art) kennis van en inzicht in ten minste één systematisch of historisch filosofisch domein.
|
|
2.
|
Heeft inzicht in de samenhang tussen dit domein en andere domeinen uit de filosofie en kan de verworven inzichten relateren aan de maatschappelijke, culturele en wetenschappelijke context.
|
|
3.
|
Heeft inzicht in de eigenheid, de sterktes en de zwaktes van verschillende filosofische benaderingen en tradities.
|
|
4.
|
Heeft inzicht in de mogelijke betekenis van inzichten uit andere wetenschappelijke disciplines voor de filosofie.
|
|
5.
|
Kan een filosofische duiding geven van maatschappelijke en culturele fenomenen en wetenschappelijke ontwikkelingen.
|
|
6.
|
Heeft kennis van de gespecialiseerde filosofische terminologieën en begrippen en kan deze accuraat gebruiken.
|
|
7.
|
Heeft kennis van en inzicht in actuele filosofische (onderzoeks)debatten, en kan deze actief opvolgen en integreren in eigen reflectie en onderzoek.
|
|
8.
|
Kan betekenisvolle filosofische vragen formuleren die cruciaal zijn voor uiteenlopende maatschappelijke en filosofische debatten, op basis daarvan een eigen standpunt innemen en onderbouwen, en hierover in discussie treden.
|
|
9.
|
Kan zelfstandig een filosofische vraagstelling formuleren, onderzoek hierover ontwikkelen, hierbij vakliteratuur betrekken en kritisch verwerken conform de gangbare wetenschappelijke criteria binnen het vakgebied.
|
|
10.
|
Heeft de competenties om een overdacht, waardenbewust, kritisch en genuanceerd oordeel te formuleren en de maatschappelijke betekenis er van in te schatten.
|
|
11.
|
Kan de resultaten van eigen onderzoek en reflectie helder en genuanceerd mondeling en schriftelijk rapporteren aan vakgenoten en niet-vakgenoten.
|
|
12.
|
Kan de maatschappelijke betekenis van de filosofie vertalen naar een professionele context.
|