Assistent dierverzorger

 
BK-0407-2

Globaal

Titel

Assistent dierverzorger

Definitie

De assistent dierverzorger onderhoudt de huisvesting, verleent zorg aan dieren en logistieke ondersteuning voor de verzorging van dieren volgens de instructies van de leidinggevende teneinde de kwaliteit van de levenssfeer van het dier te optimaliseren.

Niveau (VKS en EQF)

2

Jaar van erkenning

versie 2, 2020

Competenties

Opsomming competenties

  • Competentie 1:
    Werkt in teamverband
    • Communiceert en werkt efficiënt samen met collega’s, leidinggevenden en de dierenarts
    • Rapporteert aan collega’s en leidinggevende
    • Volgt instructies van leidinggevenden /dierenarts op
    • Hanteert vakterminologie
    • Contacteert de juiste persoon in geval van problemen
  • met inbegrip van kennis:
    • Basiskennis van communicatietechnieken
    • Basiskennis van teamwork en interdisciplinair werken
    • Basiskennis van vakterminologie
  • Competentie 2:
    Bouwt de eigen deskundigheid op
    • Informeert zich over nieuwe technieken en kennis over dierenzorg
    • Voert nieuwe technieken uit in de dagelijkse werksituatie
  • met inbegrip van kennis:
    • Basiskennis van sectorspecifieke informatie- en opleidingskanalen
  • Competentie 3:
    Werkt met oog voor veiligheid, kwaliteit en welzijn
    • Voert hef/tiltechnieken en andere ergonomische technieken uit
    • Voert EHBO-technieken uit
    • Contacteert hulpdiensten en deskundigen indien nodig
    • Past bedrijfsrichtlijnen en -procedures (onderhoudsrichtlijnen, huisreglement …) toe
    • Beoordeelt de eigen werkzaamheden en deze van anderen
    • Lost problemen in verband met de eigen uitgevoerde taken op
    • Past het eigen voorkomen aan de werksituatie aan
    • Werkt ordelijk
    • Werkt op een veilige manier met machines en handgereedschap, inclusief persoonlijk beschermingsmateriaal
  • met inbegrip van kennis:
    • Kennis van ergonomische technieken, hef- en tiltechnieken
    • Kennis van EHBO bij dieren
    • Kennis van noodnummers
    • Kennis van hygiëne- en veiligheidsvoorschriften
    • Kennis van veilig werken met machines en gereedschap
  • Competentie 4:
    Werkt volgens de professionele gedragscode
    • Gaat vertrouwelijk om met gegevens van het dier, het bedrijf, personen zoals leidinggevende, dierenarts, collega's, klanten, ...
    • Respecteert algemene regels met betrekking tot dierethiek
  • met inbegrip van kennis:
    • Kennis van bedrijfsspecifieke richtlijnen
    • Kennis van dierethiek
  • Competentie 5:
    Werkt op een veilige en diervriendelijke manier met dieren
    • Handelt in functie van de natuurlijke gedragingen en instincten van het dier
    • Werkt op een consistente manier met dieren
    • Vermijdt risico’s die gepaard gaan met de omgang met verschillende dieren
    • Past wetgeving rond dierenwelzijn toe
  • met inbegrip van kennis:
    • Basiskennis van de wetgeving rond dierenwelzijn
    • Basiskennis van dierkunde (diersoorten en -rassen, de uit- en inwendige lichaamsbouw van huisdieren en de normale ontwikkeling)
    • Kennis van technieken voor benaderen en hanteren van dieren
    • Kennis van de basisprincipes en technieken voor verzorging van de dieren in het kader van het algemeen welzijn (hygiëne, socialisatie, veiligheid, economie en ecologie)
    • Kennis van bedrijfsspecifieke richtlijnen
    • Kennis van dierethiek
  • Competentie 6:
    Past richtlijnen betreffende de bedrijfshygiëne toe
    • Voert maatregelen uit om ziekte-insleep en ziekteoverdracht binnen het bedrijf te voorkomen
    • Bestrijdt ongedierte (knaagdieren, vliegen, kevers,…)
    • Reinigt en desinfecteert het materiaal en infrastructuur
    • Voert hygiënevoorschriften en -richtlijnen uit betreffende werk- en beschermkledij
    • Sorteert en slaat restafval, dierlijk afval en risicoafval op volgens de instructies van de leidinggevende
    • Voert de richtlijnen van de leidinggevende uit inzake de milieuregelgeving
  • met inbegrip van kennis:
    • Basiskennis van ziektes bij dieren
    • Basiskennis van ongedierte-, ziekte- en plaagbestrijding
    • Basiskennis van reinigen en ontsmetten van dierverblijven
    • Kennis van richtlijnen voor het sorteren van afval en het opslaan van dierlijk afval
    • Kennis van bedrijfsspecifieke richtlijnen
  • Competentie 7:
    Volgt de voorraad van verbruiksgoederen op
    • Controleert de kwaliteit en de hoeveelheid van de verbruiksgoederen
  • met inbegrip van kennis:
    • Basiskennis stockbeheer
  • Competentie 8:
    Voert de dagelijkse basisverzorging van het dier uit
    • Past het zorgplan en de individuele voederplanning toe
    • Benadert de dieren op een rustige en veilige manier
    • Maakt en verdeelt het voeder
    • Gebruikt aangepaste drink- en voedersystemen
    • Rapporteert de afwijkende voeder- en wateropname van het dier
    • Past op aangeven van de leidinggevende de omgevingstemperatuur en andere omgevingsfactoren aan het dier aan
    • Verzorgt het uiterlijk van het dier
    • Gebruikt aangepast materiaal voor de verzorging
    • Observeert het dier en herkent veranderingen in de gezondheidstoestand
    • Voert eenvoudige curatieve behandelingen uit (EHBO, kleine wonden, ...)
    • Herkent levensbedreigende situaties bij dieren
    • Schat de risicofactoren voor letsels bij het dier in
    • Voert de maatregelen ter voorkoming van letsels en infecties uit
  • met inbegrip van kennis:
    • Basiskennis van ziektes bij dieren
    • Basiskennis van dierkunde (diersoorten en -rassen, de uit- en inwendige lichaamsbouw van huisdieren en de normale ontwikkeling)
    • Kennis van technieken voor benaderen en hanteren van dieren
    • Kennis van de basisprincipes en technieken voor verzorging van de dieren in het kader van het algemeen welzijn (hygiëne, socialisatie, veiligheid, economie en ecologie)
  • Competentie 9:
    Assisteert bij de geboorte van het dier
    • Herkent een nakende geboorte
    • Staat het dier bij tijdens de bevalling en assisteert indien nodig de dierenarts
    • Dient de eerste zorgen toe aan de pasgeborene en geeft basisverzorging aan het jonge dier (verzorging van uiterlijk, spenen, ...)
  • met inbegrip van kennis:
    • Basiskennis van kenmerken van een nakende geboorte
    • Basiskennis van de ontwikkelingsfasen van pasgeborene tot volwassen dier
  • Competentie 10:
    Onderhoudt de huisvesting en assisteert bij de organisatie van een veilige en diervriendelijke huisvesting voor het dier rekening houdend met de nood aan beweging en sociaal contact
    • Vermindert stress bij het dier
    • Doet voorstellen voor het aanpassen van de leefruimte
    • Voert eenvoudige herstellingen en het onderhoudsplan met bijhorende onderhoudsrichtlijnen uit
    • Merkt afwijkingen, storingen of nood aan onderhoud aan het kleine gebruiksmateriaal, machines en uitrustingen op
    • Meldt de noodzaak aan onderhoudswerkzaamheden
    • Beperkt tijdens onderhoudsbeurten, de hinder en de gezondheidsrisico’s voor het dier
  • met inbegrip van kennis:
    • Basiskennis van socialisatie en typische gedragskenmerken van de dieren
    • Basiskennis over diversiteit van de dieren
    • Kennis van gebruiksgoederen en producten voor onderhoud en huisvesting
  • Competentie 11:
    Adviseert klanten over dieren, voedingsproducten en artikelen voor het dier
    • Benadert de klanten klantvriendelijk en informeert over eventuele behandelingen van het dier alsook de voedingsproducten en artikelen voor het dier volgens de instructies van de leidinggevende
    • Vertaalt de wens van de klant naar keuzemogelijkheden
  • met inbegrip van kennis:
    • Basiskennis stockbeheer
    • Basiskennis van klantvriendelijkheid
    • Basiskennis van dierenvoeding
    • Basiskennis van commerciële technieken, conflictbehandeling, onthaal
    • Kennis van het assortiment voedingsproducten
  • Competentie 12:
    Ondersteunt het transport van dieren
    • Bereidt het voertuig voor op een veilig, hygiënisch en diervriendelijk transport
    • Bereidt het dier voor op een diervriendelijk en veilig transport
  • met inbegrip van kennis:
    • Basiskennis van transporteren van dieren (laden, lossen, ...)

Beschrijving competenties a.d.h.v. de descriptorelementen

Kennis

  • Basiskennis van communicatietechnieken
  • Basiskennis van teamwork en interdisciplinair werken
  • Basiskennis van vakterminologie
  • Basiskennis van sectorspecifieke informatie- en opleidingskanalen
  • Basiskennis van de wetgeving rond dierenwelzijn
  • Basiskennis van ziektes bij dieren
  • Basiskennis van ongedierte-, ziekte- en plaagbestrijding
  • Basiskennis stockbeheer
  • Basiskennis van socialisatie en typische gedragskenmerken van de dieren
  • Basiskennis over diversiteit van de dieren
  • Basiskennis van klantvriendelijkheid
  • Basiskennis van dierenvoeding
  • Basiskennis van commerciële technieken, conflictbehandeling, onthaal
  • Basiskennis van dierkunde (diersoorten en -rassen, de uit- en inwendige lichaamsbouw van huisdieren en de normale ontwikkeling)
  • Basiskennis van reinigen en ontsmetten van dierverblijven
  • Basiskennis van kenmerken van een nakende geboorte
  • Basiskennis van de ontwikkelingsfasen van pasgeborene tot volwassen dier
  • Basiskennis van transporteren van dieren (laden, lossen, ...)
  • Kennis van ergonomische technieken, hef- en tiltechnieken
  • Kennis van EHBO bij dieren
  • Kennis van noodnummers
  • Kennis van hygiëne- en veiligheidsvoorschriften
  • Kennis van richtlijnen voor het sorteren van afval en het opslaan van dierlijk afval
  • Kennis van technieken voor benaderen en hanteren van dieren
  • Kennis van de basisprincipes en technieken voor verzorging van de dieren in het kader van het algemeen welzijn (hygiëne, socialisatie, veiligheid, economie en ecologie)
  • Kennis van het assortiment voedingsproducten
  • Kennis van bedrijfsspecifieke richtlijnen
  • Kennis van dierethiek
  • Kennis van gebruiksgoederen en producten voor onderhoud en huisvesting
  • Kennis van veilig werken met machines en gereedschap

Cognitieve vaardigheden

  • Communiceert en werkt efficiënt samen met collega’s, leidinggevenden en de dierenarts
  • Rapporteert aan collega’s en leidinggevende
  • Volgt instructies van leidinggevenden /dierenarts op
  • Hanteert vakterminologie
  • Contacteert de juiste persoon in geval van problemen
  • Informeert zich over nieuwe technieken en kennis over dierenzorg
  • Beoordeelt de eigen werkzaamheden en deze van anderen
  • Past het eigen voorkomen aan de werksituatie aan
  • Werkt ordelijk
  • Gaat vertrouwelijk om met gegevens van het dier, het bedrijf, personen zoals leidinggevende, dierenarts, collega's, klanten, ...
  • Respecteert algemene regels met betrekking tot dierethiek
  • Past wetgeving rond dierenwelzijn toe
  • Controleert de kwaliteit en de hoeveelheid van de verbruiksgoederen
  • Rapporteert de afwijkende voeder- en wateropname van het dier
  • Observeert het dier en herkent veranderingen in de gezondheidstoestand
  • Herkent levensbedreigende situaties bij dieren
  • Merkt afwijkingen, storingen of nood aan onderhoud aan het kleine gebruiksmateriaal, machines en uitrustingen op
  • Meldt de noodzaak aan onderhoudswerkzaamheden
  • Beperkt tijdens onderhoudsbeurten, de hinder en de gezondheidsrisico’s voor het dier
  • Benadert de klanten klantvriendelijk en informeert over eventuele behandelingen van het dier alsook de voedingsproducten en artikelen voor het dier volgens de instructies van de leidinggevende
  • Contacteert hulpdiensten en deskundigen indien nodig
  • Past bedrijfsrichtlijnen en -procedures (onderhoudsrichtlijnen, huisreglement …) toe
  • Werkt op een consistente manier met dieren
  • Past het zorgplan en de individuele voederplanning toe
  • Schat de risicofactoren voor letsels bij het dier in
  • Herkent een nakende geboorte

Probleemoplossende vaardigheden

  • Voert EHBO-technieken uit
  • Lost problemen in verband met de eigen uitgevoerde taken op
  • Handelt in functie van de natuurlijke gedragingen en instincten van het dier
  • Vermijdt risico’s die gepaard gaan met de omgang met verschillende dieren
  • Voert eenvoudige curatieve behandelingen uit (EHBO, kleine wonden, ...)
  • Vermindert stress bij het dier
  • Doet voorstellen voor het aanpassen van de leefruimte
  • Vertaalt de wens van de klant naar keuzemogelijkheden

Motorische vaardigheden

  • Voert nieuwe technieken uit in de dagelijkse werksituatie
  • Voert hef/tiltechnieken en andere ergonomische technieken uit
  • Voert maatregelen uit om ziekte-insleep en ziekteoverdracht binnen het bedrijf te voorkomen
  • Bestrijdt ongedierte (knaagdieren, vliegen, kevers,…)
  • Reinigt en desinfecteert het materiaal en infrastructuur
  • Voert hygiënevoorschriften en -richtlijnen uit betreffende werk- en beschermkledij
  • Sorteert en slaat restafval, dierlijk afval en risicoafval op volgens de instructies van de leidinggevende
  • Benadert de dieren op een rustige en veilige manier
  • Maakt en verdeelt het voeder
  • Gebruikt aangepaste drink- en voedersystemen
  • Past op aangeven van de leidinggevende de omgevingstemperatuur en andere omgevingsfactoren aan het dier aan
  • Verzorgt het uiterlijk van het dier
  • Gebruikt aangepast materiaal voor de verzorging
  • Voert de maatregelen ter voorkoming van letsels en infecties uit
  • Voert eenvoudige herstellingen en het onderhoudsplan met bijhorende onderhoudsrichtlijnen uit
  • Voert de richtlijnen van de leidinggevende uit inzake de milieuregelgeving
  • Staat het dier bij tijdens de bevalling en assisteert indien nodig de dierenarts
  • Dient de eerste zorgen toe aan de pasgeborene en geeft basisverzorging aan het jonge dier (verzorging van uiterlijk, spenen, ...)
  • Werkt op een veilige manier met machines en handgereedschap, inclusief persoonlijk beschermingsmateriaal
  • Staat het dier bij tijdens de bevalling en assisteert indien nodig de dierenarts
  • Dient de eerste zorgen toe aan de pasgeborene en geeft basisverzorging aan het jonge dier (verzorging van uiterlijk, spenen, ...)
  • Bereidt het voertuig voor op een veilig, hygiënisch en diervriendelijk transport
  • Bereidt het dier voor op een diervriendelijk en veilig transport

Omgevingscontext

  • De assistent dierverzorger kan tewerkgesteld worden in een dierenspeciaalzaak, een dierenasiel, een dierentuin, bij een professionele dierenkweker, een dierenarts, proefdiercentrum.... en in allerlei diergerelateerde sectoren. Afhankelijk van de plaats van tewerkstelling verschilt de diersoort maar steeds worden dezelfde verzorgingstaken toegepast. De dierverzorger wordt verondersteld ergonomisch te kunnen werken onder een kortstondige hoge belasting en een langdurige middelmatige belasting.
  • De werkomgeving van een assistent dierverzorger en de uit te voeren taken kunnen als constant en vertrouwd worden beschouwd; doch het takenpakket is vrij gevarieerd.
  • De assistent dierverzorger werkt samen met verschillende betrokkenen: eigenaars van de dieren, dierenartsen, leidinggevende ...
  • In de werkomgeving kunnen onaangename geuren voorkomen en draagt de assistent dierverzorger beschermingskledij indien nodig.
  • In zijn werkomgeving is de assistent dierverzorger gebonden aan normen en reglementeringen inzake veiligheid , hygiëne, dierenwelzijn en milieu en zijn de procedures, richtlijnen en regels vooraf gekend.
  • De assistent dierverzorger werkt overdag, tijdens weekends, zon- en feestdagen

Handelingscontext

  • De assistent dierverzorger handelt volgens de wetgeving rond dierenwelzijn en ethisch volgens de professionele gedragscode
  • Hij/zij kan anticiperen op dierengedrag tijdens de werkzaamheden
  • De werkzaamheden worden alleen of in teamverband uitgevoerd
  • De assistent dierverzorger moet prioriteren binnen zijn eigen takenpakket
  • De verzorgingstaken en onderhoudstaken zijn routineus.
  • De uit te voeren procedures, richtlijnen en doelstellingen zijn vooraf bepaald
  • De assistent dierverzorger is ten alle tijden klantvriendelijke en houdt rekening met de emotionele waarde van het dier ten aanzien van de eigenaar.
  • Hij/zij toont interesse in nieuwe technieken en kennis over dierverzorging.

Autonomie

Is zelfstandig in
  • het uitvoeren van de verzorgingstaken
  • het onderhouden van de dierenverblijven, machines en uitrustingen
  • het adviseren van klanten in verband met de verkoop van dieren, voedingsproducten en artikelen voor dieren
Is gebonden aan
  • het individueel verzorgings- en voederplan van de dieren
  • een onderhoudsplan- en richtlijnen
  • bedrijfsrichtlijnen
  • normen en reglementeringen inzake veiligheid, gezondheid, hygiëne, dierenwelzijn en milieu
  • instructies van de leidinggevende en dierenarts
Doet beroep op
  • de leidinggevende indien de problemen niet zelf op te lossen zijn

Verantwoordelijkheid

  • Werkt in teamverband
  • Bouwt de eigen deskundigheid op
  • Werkt met oog voor veiligheid, kwaliteit en welzijn
  • Werkt volgens de professionele gedragscode
  • Werkt op een veilige en diervriendelijke manier met dieren
  • Beheert de gegevens van het dier en de administratie in het algemeen
  • Past richtlijnen betreffende de bedrijfshygiëne toe
  • Volgt de voorraad van verbruiksgoederen op
  • Voert de dagelijkse basisverzorging van het dier uit
  • Onderhoudt de huisvesting en assisteert bij de organisatie van een veilige en diervriendelijke huisvesting voor de dieren rekening houdend met de nood aan beweging en sociaal contact
  • Adviseert klanten over dieren, voedingsproducten en artikelen voor het dier

Attesten en voorwaarden

Wettelijke attesten en voorwaarden

Er zijn geen wettelijke attesten of voorwaarden vereist.