Skip to Main Content
 
 
 

Beroepskwalificatie

Schipper binnenscheepvaart

 

BK-0378-5
 Dit is de actuele versie van de beroepskwalificatie.

Globaal

Titel

Schipper binnenscheepvaart

Definitie

De schipper binnenscheepvaart bepaalt de reis- en vaarroute van het schip waarvoor hij/zij verantwoordelijk is, in functie van de ter beschikking gestelde ladinggegevens en conform de geldende regelgeving waarbij de bemanning wordt aangestuurd en er wordt op toegezien dat het onderhoud van het schip conform de opgelegde normering wordt uitgevoerd teneinde de eindverantwoordelijkheid aan boord van het schip op te nemen en het (vracht)vervoer te commercialiseren in samenspraak met de rederij.

Niveau (VKS en EQF)

5

Jaar van erkenning

versie 5, 2026

Competenties

Opsomming competenties

  • Competentie 1:
    Houdt toezicht op en leidt de bemanningsleden op in vaktechnieken
    • Geeft instructies over de uitvoering van de opdrachten
    • Volgt de werkzaamheden van de bemanning op en evalueert deze
    • Geeft zelf het goede voorbeeld
    • Geeft feedback indien nodig
    • Ziet erop toe dat veiligheids- en milieuvoorschriften worden gerespecteerd
    • Leidt de bemanning op
    • Herkent stress, vermoeidheid en afleiding en voorkomt het
    • Legt een strikt verbod op om te werken onder invloed
  • met inbegrip van kennis:
    • Basiskennis van opleidingstechnieken
    • Kennis van communicatietechnieken
    • Kennis van sociale vaardigheden
    • Kennis van (inter)nationale milieuvoorschriften
    • Kennis van wettelijke en arbeidsreglementering
    • Grondige kennis van veiligheidsprocedures en -regels in de binnenscheepvaart
    • Grondige kennis van de wettelijke bepalingen aangaande de binnenvaart (goederentransport, regels vaar- en rusttijden, (inter)nationale arbeidsovereenkomst, …)
  • Competentie 2:
    Beschermt het milieu conform de (inter-)nationale milieuvoorschriften
    • Controleert of afval en ladingsresten gesorteerd en afgevoerd worden volgens de voorschriften
    • Controleert of gevaarlijke en ontvlambare producten volgens de voorschriften gestockeerd worden
    • Controleert de recuperatie van materialen
    • Controleert de verzameling en sortering van gerecupereerde vloeistoffen
    • Ziet er, onder supervisie, op toe dat het afvoeren van ladingsresten en afval conform de voorschriften plaatsvindt
    • Gebruikt beschikbare documentatie en informatiesystemen op milieugebied overeenkomstig de instructies
    • Neemt (voorzorgs-)maatregelen om het milieu te vrijwaren
    • Neemt algemene voorzorgsmaatregelen conform de procedures om op veilige wijze te bunkeren
    • Neemt maatregelen bij een aanvaring overeenkomstig de procedures
  • met inbegrip van kennis:
    • Kennis van (inter)nationale milieuvoorschriften
    • Kennis van procedures voor aan- en afsluiten van brandstof en koppelstukken en slangen
    • Kennis van bunkersystemen
    • Kennis van CDNI
    • Kennis van veiligheidsregels voor gevaarlijke producten
    • Kennis van de gevolgen van mogelijke lekken en lozingen van verontreinigende stoffen in het milieu.
    • Kennis van gevaarlijke goederen en classificaties met betrekking tot milieuaspecten
  • Competentie 3:
    Bepaalt de vaarroute en bestuurt het schip
    • Houdt rekening met de karakteristieken en mogelijkheden van het schip
    • Bepaalt de vaarroute
    • Stelt de parameters voor de besturing van het schip
    • Bestuurt het schip rekening houdend met verkeersdrukte
    • Voert de manoeuvres (passeren van kunstwerk*, ankeren, manoeuvres bij slecht weer, averij,…) met het schip uit en navigeert
    • Houdt constant toezicht op de vaarweg met alle ter beschikking staande navigatiemiddelen
    • Gebruikt navigatiemateriaal (GPS, VHF, radar, dieptemeter, veiligheidssystemen, automatische piloot,…)
    • Gebruikt communicatiemiddelen
    • Stelt de parameters voor de besturing van het schip op
    • Houdt rekening met externe factoren tijdens het navigeren(weersverwachting, andere schepen, stremmingen,…)
    • Interpreteert signalen (verkeerslicht aan sluis,…)
    • Navigeert veilig in nabijheid van zeeschepen en bij schepen met gevaarlijke lading
    • Gebruikt relevante verkeersbegeleidings- en verkeersinformatie-instrumenten
  • met inbegrip van kennis:
    • Basiskennis van weerkunde
    • Basiskennis van ADN
    • Kennis van de belangrijkste nationale en internationale waterwegen
    • Kennis van de belangrijkste havens en terminals in het Europese IWT-netwerk
    • Kennis van de classificatiekarakteristieken van rivieren, kanalen en maritieme waterwegen
    • Kennis van de verschillen tussen zeeschepen en binnenvaartschepen (golfslag, snelheidsverschillen zichtbaarheid, manoeuvreerbaarheidsbeperkingen, voorrangsposities, …)
    • Kennis ES-TRIN
    • Kennis van de verschillende constructies en faciliteiten van kunstwerken
  • Competentie 4:
    Vaart met behulp van radar bij beperkt zicht
    • Bereidt de reis voor met navigatieradarinstallaties en bochtaanwijzers
    • Gebruikt navigatieradarinstallaties bij beperkt zicht
    • Interpreteert het radarbeeld correct met betrekking tot de eigen positie en de vaaromgeving
    • Analyseert de door andere vaartuigen verstrekte informatie
    • Neemt maatregelen om de interferenties te verminderen van verschillende oorsprong (eigen vaartuig, omgeving, …)
    • Past de regels voor het gebruik van radar in de binnenvaart toe
    • Wijst specifieke taken toe aan de bemanningsleden
    • Reageert adequaat bij uitzonderlijke omstandigheden en onverwachte of gevaarlijke situaties
  • met inbegrip van kennis:
    • Kennis van radiogolven
    • Kennis van principe van radar
    • Kennis van beginselen van de werking van bochtaanwijzers en hun toepassing
    • Kennis van de beperking van informatie verkregen door middel van navigatieradarinstallaties
    • Kennis van storingen bij radargebruik
    • Kennis van regels bij het gebruik van radar
    • Kennis van risicobeperkende maatregelen bij uitval van apparaten
  • Competentie 5:
    Voert de manoeuvres voor af- en aanmeren uit
    • Bepaalt de uit te voeren manoeuvres en het nemen van ligplaatsen
    • Gebruikt de nodige technieken en hulpmiddelen om het vaartuig veilig af- en aan te meren
    • Geeft aanwijzingen aan de bemanning voor, aan- afmeren
    • Houdt rekening met externe factoren (waterstand, getijden, breedte van rivieren en sluizen, …) bij het aan- en afmeren
    • Geeft instructies bij gebruik van het aan-en afmeren trossen, meerlijnen, …
    • Communiceert met de bemanningsleden bij aan-en afmeren
    • Communiceert met de wal bij het aan- en afmeren
    • Geeft instructies voor het vast-of losmaken van de technische faciliteiten aan wal om een veilige walstroomaansluiting te waarborgen en gevaarlijke situaties te herkennen
  • met inbegrip van kennis:
    • Kennis van de effecten van de waterverplaatsing rondom schepen
    • Kennis van de constructie en operationele kenmerken van elektrische systemen en uitrustingen aan boord in relatie tot de faciliteiten aan wal
    • Grondige kennis van de wettelijke bepalingen aangaande de binnenvaart (goederentransport, regels vaar- en rusttijden, (inter)nationale arbeidsovereenkomst, …)
    • Grondige kennis van nautische hulpmiddelen
    • Grondige kennis van navigatiemiddelen en navigatietechnieken (besturen, uitvoeren manoeuvres, …)
    • Grondige kennis van vaarregels
    • Grondige kennis van signalisatie (verkeerstekens, …)
    • Grondige kennis van schiemanswerk
    • Grondige kennis van aan- en afmeertechnieken
  • Competentie 6:
    Voert de manoeuvres voor het koppelen van schepen uit
    • Geeft aanwijzingen aan zijn bemanning voor het koppelen van het schip
    • Houdt rekening met externe factoren (waterstand, getijden, breedte van rivieren en sluizen,…) bij het koppelen
    • Geeft instructies voor het gebruik van koppellieren bij het koppelen
    • Communiceert met de bemanningsleden bij het koppelen
  • met inbegrip van kennis:
    • Kennis van de functies en types van verschillende voortstuwing en besturingssystemen
    • Grondige kennis van nautische hulpmiddelen
    • Grondige kennis van navigatiemiddelen en navigatietechnieken (besturen, uitvoeren manoeuvres, …)
    • Grondige kennis van vaarregels
    • Grondige kennis van signalisatie (verkeerstekens, …)
    • Grondige kennis van schiemanswerk
    • Grondige kennis van regels voor het houden van de wacht
    • Grondige kennis van koppeltechnieken
  • Competentie 7:
    Organiseert en voorziet in een veilige wacht
    • Maakt een wachtschema op
    • Legt het vaarschema vast conform de regelgeving (geldende vaar- en rusttijden)
    • Registreert de arbeids-, vaar- en rusttijden conform de exploitatiewijze van het schip en de geldende wetgeving
    • Superviseert en loopt wacht op de brug volgens wachtschema
    • Voert controles uit op het vaartuig
    • Herkent gevaarlijke situaties en incidenten aan boord
    • Volgt de vooropgestelde procedures bij gevaarlijke situaties en incidenten en past ze aan waar nodig
    • Brieft bij wachtwissel aan het bemanningslid
    • Evalueert het wachtschema
  • met inbegrip van kennis:
    • Kennis van communicatietechnieken
    • Kennis van sociale vaardigheden
    • Kennis van exploitatiewijzen van binnenvaartschepen
    • Kennis van vaar- en rusttijden
    • Kennis van arbeidsveiligheid
    • Kennis van gebruik van communicatiemiddelen
    • Kennis van gebruik van procedures (werk, controle, onderhoud, …)
    • Kennis van preventieve maatregelen om welzijn welbevinden op het werk te garanderen
    • Grondige kennis van regels voor het houden van de wacht
  • Competentie 8:
    Coördineert, controleert en assisteert het laden en lossen van schepen
    • Stelt stuwplannen op
    • Coördineert en controleert het laden en lossen
    • Beoordeelt de lading
    • Ziet toe dat er wordt geladen en gelost volgens de gelden regelgeving
    • Zorgt ervoor dat de stabiliteit van het schip met alle soorten ladingen gevrijwaard blijft
    • Lost problemen op en doet beroep op externen indien hij deze zelf niet kan oplossen
    • Demonstreert en verduidelijkt het gebruik van het ballastsysteem
    • Communiceert duidelijk met andere actoren betreffende het laden en lossen
    • Rapporteert de schade van de lading aan de reder
    • Plaatst lekbakken of haalt ze weg
    • (Ont)koppelt de laadslangen, gasretourleidingen en laadarmen en bedient de afsluiters
    • Gebruikt gespecialiseerd materiaal voor het manipuleren van lasten (autokraan, luikenwagen, bunkermast,…)
    • Legt de luiken open of dicht
    • Controleert buikdenning op lekkage
    • Voorziet de containers eventueel van een elektrische aansluiting en plaatst ‘corner points' op de aangewezen plaats
    • Verzekert de vrije doorgang van het walpersoneel
    • Pompt restanten in slobtanks
    • Behandelt gevaarlijke stoffen (ADN) onder supervisie van een gecertifieerd persoon
    • Reinigt de laadruimtes, tanks en lenskorven door ontgassen, uitstomen of droogdweilen
    • Communiceert duidelijk met andere actoren tijdens het laden
  • met inbegrip van kennis:
    • Basiskennis van de markt van bevrachters
    • Kennis van gevaarlijke goederen en classificaties met betrekking tot milieuaspecten
    • Kennis van de reglementering voor het goederentransport
    • Kennis van ontsmettingsproducten
    • Kennis van stuw en stabiliteitsplannen
    • Kennis van de verschillende types van lading,
    • Kennis van oorzaken en vormen van ladingschade
    • Kennis van probleemoplossende strategieën
    • Kennis van de functie, gebruik, veilige werking, onderhoud van de bilge- en ballastsystemen.
    • Kennis van scheepvaartterminologie in Engels, Frans en Duits (riverspeak: dagelijkse onderwerpen en specifiek woordgebruik en terminologie gebruikt in de scheepvaart in Engels, Duits en Frans)
    • Grondige kennis van veiligheidsprocedures en -regels in de binnenscheepvaart
    • Grondige kennis van laad- en stouwtechnieken
  • Competentie 9:
    Organiseert en controleert het passagierstransport aan boord van het schip
    • Voert het passagierstransport uit conform de regelgeving
    • Controleert de plaatsing van de uitrusting conform de procedure om passagiers te laten in- en ontschepen met inclusie van mindervaliden
    • Maakt een risicoanalyse voor passagierstransport op
    • Bepaalt en controleert de maximumbezetting van het schip bij het inschepen van de passagiers
    • Ziet toe op de aanwezigheid en welbevinden van de passagiers het schip
    • Voorziet een klachtenprocedure
    • Delegeert de taken aan de bemanning om het passagierstransport en welbevinden van de passagiers vlot te laten verlopen
    • Neemt de eindverantwoordelijkheid op voor de passagiers tijdens noodtoestanden (verzamelen van passagiers, voorkomen van paniek, aangeven van lifejackets, EHBO,…)
  • met inbegrip van kennis:
    • Kennis van communicatietechnieken
    • Kennis van sociale vaardigheden
    • Kennis van basisveiligheid
    • Kennis van de modaliteiten voor de in- en ontscheping van passagiers
    • Kennis van de technische voorschriften m.b.t. de stabiliteit van passagiersschepen in geval van averij
    • Grondige kennis van veiligheidsprocedures en -regels in de binnenscheepvaart
    • Grondige kennis van signalisatie (verkeerstekens, …)
  • Competentie 10:
    Plant het onderhoud van het dek en de dekinstallaties van het schip
    • Bepaalt het onderhoudsprogramma voor dek en de dekinstallaties
    • Ziet toe op het uitvoeren van het onderhoudsprogramma van het schip (schoonmaken, schuren, ontroesten, schilderen, lakken,…)
    • Superviseert de visuele controle uit van de staat van de meertouwen, -trossen en koppelmaterieel
    • Ziet toe op het uitvoeren van het onderhoud van de meertouwen, -trossen en koppelmaterieel
    • Ontvangt de lijst van de courante gebruiksgoederen en bestelt tekorten
    • Stelt de planning op voor het onderhoud aan dek en dekinstallaties en houdt toezicht op de uitvoering
    • Doet controlerondes op het dek
    • Gebruikt eventueel software voor de registratie van de werkzaamheden op dek
  • met inbegrip van kennis:
    • Kennis van de meest voorkomende binnenschepen aangaande scheepsconstructie, eigenschappen, afmetingen, tonnage, …
    • Kennis van controleprocedures voor uitrusting van rivierschepen
    • Kennis van bedrijfseigen software en applicaties
    • Kennis van de kenmerken, constructie en werking van scheepsinstallaties
    • Grondige kennis van veiligheidsprocedures en -regels in de binnenscheepvaart
    • Grondige kennis van nautische hulpmiddelen
    • Grondige kennis van schiemanswerk
    • Grondige kennis van verftypes en het gebruik verf
    • Grondige kennis van onderhoudsprocedures en producten
  • Competentie 11:
    Bedient de hoofd-, hulp- en scheepsspecifieke installaties en de handhaving van de werking en de veiligheid ervan onder supervisie
    • Voert de procedures voor de opstart en de werking van de motor, turbines, …
    • Start de scheepsmotor(en) en laat ze warmdraaien
    • Start de pompen op
    • Start de compressoren, generators, ventilatiesystemen, …op
    • Volgt de controlesystemen op
    • Controleert de wal(stroom)aansluiting
  • met inbegrip van kennis:
    • Kennis van de constructie en operationele kenmerken van elektrische systemen en uitrustingen aan boord in relatie tot de faciliteiten aan wal
    • Kennis van elektrische systemen en uitrusting
    • Kennis van monitoringssystemen van machinekamer
    • Kennis van hydraulica
    • Kennis pneumatica
    • Kennis van de kenmerken, constructie en werking van scheepsinstallaties
    • Grondige kennis van veiligheidsprocedures en -regels in de binnenscheepvaart
    • Grondige kennis van vakterminologie
  • Competentie 12:
    Plant en controleert de uitvoering van het preventief onderhoud van de motoren en de uitrusting
    • Bepaalt het onderhoudsprogramma van de motoren en de uitrusting
    • Ziet toe op het uitvoeren van het onderhoudsprogramma van de motoren en de uitrusting
    • Controleert de werking van het materiaal, de instrumentengegevens (druk, debiet, temperatuur,...) en de kritieke slijtagepunten, smeringspunten,...van de motoren en de uitrusting
    • Gebruikt zintuigen om afwijkingen in de werking en staat van de machines op te sporen
    • Controleert de uitvoering van het onderhoudsplan conform de richtlijnen van de reder
    • Doet controlerondes van de motoren en de uitrusting
    • Stelt de machine of installatie veilig en beveiligt ze tegen ongecontroleerd herinschakelen
    • Gebruikt handgereedschap en draagbaar elektrisch gereedschap bij het onderhoud van de motoren en de uitrusting
    • Controleert preventieve onderhoudsacties zoals reinigen, smeren, onderdelen vervangen (filters, riemen, vloeistofreservoirs bijvullen,…) en voert ze uit
    • Volgt de nood aan curatief en/of correctief onderhoud op en bepaalt de taakuitvoering
    • Gebruikt eventueel software voor de registratie van de werkzaamheden
  • met inbegrip van kennis:
    • Basiskennis van elektronica: schema’s lezen en begrijpen, componenten kennen
    • Kennis van bedrijfseigen software en applicaties
    • Kennis van elektrische systemen en uitrusting
    • Kennis van monitoringssystemen van machinekamer
    • Kennis van hydraulica
    • Kennis pneumatica
    • Kennis van elektrische veiligheidsnormen
    • Kennis van gebruik van het correcte gereedschap
    • Kennis van de kenmerken, constructie en werking van scheepsinstallaties
    • Grondige kennis van veiligheidsprocedures en -regels in de binnenscheepvaart
    • Grondige kennis van vakterminologie
  • Competentie 13:
    Lokaliseert, diagnosticeert voor een defect of storing en bepaalt een oplossing
    • Raadpleegt technische bronnen voor het lokaliseren en diagnosticeren van een defect of storing
    • Plaatst indien nodig de machine of installatie in veiligheid en beveiligt ze tegen ongecontroleerd herinschakelen bij het lokaliseren en diagnosticeren van een defect of storing
    • Controleert de installatie visueel en auditief en beoordeelt de staat van onderdelen
    • Gebruikt meetinstrumenten (multimeter, schuifmaat, ampèretang, aardingstester, temperatuurmeter, drukmeter,...) bij het lokaliseren en diagnosticeren van van een defect of storing
    • Leest foutcodes op displays van deelsystemen af bij een storing of een defect
    • Sluit mogelijke oorzaken van fouten één voor één uit bij een storing of een defect
    • Lokaliseert de storing of defect door het combineren van informatie
    • Voert de administratie uit
  • met inbegrip van kennis:
    • Basiskennis van elektronica: schema’s lezen en begrijpen, componenten kennen
    • Kennis van bedrijfseigen software en applicaties
    • Kennis van elektrische systemen en uitrusting
    • Kennis van monitoringssystemen van machinekamer
    • Kennis van hydraulica
    • Kennis pneumatica
    • Kennis van elektrische veiligheidsnormen
    • Kennis van gebruik van het correcte gereedschap
    • Kennis van de kenmerken, constructie en werking van scheepsinstallaties
    • Grondige kennis van veiligheidsprocedures en -regels in de binnenscheepvaart
    • Grondige kennis van vakterminologie
  • Competentie 14:
    Voert courante vervangingen en herstellingen uit of beslist om dit door externen te laten herstellen
    • Raadpleegt technische bronnen (handleidingen van de constructeur, schema’s,…) bij het uitvoeren van een vervanging of een herstelling
    • Gebruikt handgereedschap en draagbaar elektrisch gereedschap bij het uitvoeren van een vervanging of een herstelling
    • Gebruikt meetinstrumenten (multimeter, schuifmaat, ampèretang, aardingstester, temperatuurmeter, drukmeter,...) bij het uitvoeren van een vervanging of herstelling
    • Schat de schade in en beslist herstelling of vervanging van mechanische, pneumatische, hydraulische of elektrische onderdelen
    • Herstelt of vervangt het defecte onderdeel indien mogelijk en/of schakelt externen in bij niet courante problemen
    • Voert eenvoudige soldeer- en lasverbindingen uit bij het uitvoeren van een vervanging of herstelling
    • Draait proef met de toestellen die hersteld of vervangen werden
  • met inbegrip van kennis:
    • Basiskennis van elektronica: schema’s lezen en begrijpen, componenten kennen
    • Kennis van bedrijfseigen software en applicaties
    • Kennis van elektrische systemen en uitrusting
    • Kennis van monitoringssystemen van machinekamer
    • Kennis van hydraulica
    • Kennis pneumatica
    • Kennis van elektrische veiligheidsnormen
    • Kennis van gebruik van het correcte gereedschap
    • Kennis van de kenmerken, constructie en werking van scheepsinstallaties
    • Kennis van de kenmerken van smeeroliën, brandstof, koelingsvloeistoffen, …)
    • Grondige kennis van veiligheidsprocedures en -regels in de binnenscheepvaart
    • Grondige kennis van vakterminologie
  • Competentie 15:
    Garandeert de veiligheid van het vaartuig
    • Superviseert en controleert uitrustingen, identificatie van risico’s op averij,
    • Superviseert en controleert de werking van de installaties en het reddingsmaterieel (o.a. brandblusapparaten, reddingssloepen,…)
    • Superviseert en controleert de elementen (brandmelders, brandblusapparaten, …) ‘die belangrijk zijn voor de veiligheid van het schip
    • Identificeert mogelijke risico’s op averij
    • Organiseert en neemt deel aan reddingsoefeningen (gebruik van reddingsmaterieel, CPR,…)
    • Werkt volgens de vastgelegde procedures, richtlijnen en afspraken aangaande het hanteren van de veiligheidsuitrusting
  • met inbegrip van kennis:
    • Basiskennis van ADN
    • Kennis van (inter)nationale milieuvoorschriften
    • Kennis van scheepvaartterminologie in Engels, Frans en Duits (riverspeak: dagelijkse onderwerpen en specifiek woordgebruik en terminologie gebruikt in de scheepvaart in Engels, Duits en Frans)
    • Kennis van basisveiligheid
    • Kennis van de basisuitrusting
    • Kennis van brandpreventie en brandbestrijding
    • Grondige kennis van veiligheidsprocedures en -regels in de binnenscheepvaart
    • Grondige kennis van signalisatie (verkeerstekens, …)
    • Grondige kennis van noodprocedures van het schip
  • Competentie 16:
    Coördineert en voert de urgentiemaatregelen uit in geval van nood
    • Superviseert de bemanning aangaande een noodgeval of urgentie
    • Coördineert en delegeert de uitvoering van de urgentiemaatregelen
    • Gebruikt nood- en reddingsuitrusting in geval van nood
    • Draagt beschermings- en reddingsmateriaal
    • Leest het veiligheidsplan en voert het uit indien nodig (man over boord, gewonden, schip verlaten, brandplan,…)
    • Past het evacuatieplan toe
    • Redt al zwemmend een drenkeling
    • Gebruikt radiocommunicatie
  • met inbegrip van kennis:
    • Basiskennis van veiligheidsregels op zee
    • Kennis van (inter)nationale milieuvoorschriften
    • Kennis van scheepvaartterminologie in Engels, Frans en Duits (riverspeak: dagelijkse onderwerpen en specifiek woordgebruik en terminologie gebruikt in de scheepvaart in Engels, Duits en Frans)
    • Kennis van basisveiligheid
    • Grondige kennis van veiligheidsprocedures en -regels in de binnenscheepvaart
    • Grondige kennis van noodprocedures van het schip
    • Grondige kennis van het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen
    • Grondige kennis van het gebruik van collectieve beschermingsmiddelen
  • Competentie 17:
    Voert EHBO uit
    • Herkent levensbedreigende en niet-levensbedreigende situaties
    • Houdt zich aan de voorgeschreven procedures voor eerste hulp
    • Zorgt voor de eigen veiligheid, deze van de persoon in nood en van de omstaanders
    • Alarmeert interne verantwoordelijken of externe hulpdiensten volgens de ernst en toestand van de persoon in nood
    • Past de noodzakelijke eerste hulp toe
    • Voert BLS (basic life support) met en zonder AED (automatische externe defibrillator) uit
  • met inbegrip van kennis:
    • Kennis van EHBO (eerste zorgen bij bloedingen, verwondingen, verstikking, vergiftiging, insectenbeten …)
    • Kennis van voorgeschreven procedures m.b.t. EHBO
    • Kennis van BLS en AED
  • Competentie 18:
    Coördineert en doet aan brandpreventie en brandbestrijding
    • Coördineert en neemt brandpreventiemaatregelen
    • Herkent de verschillende types van brand
    • Voert verschillende methodes van brandbestrijding uit
    • Hanteert de branduitrusting volgens de richtlijnen
    • Blust de brand indien mogelijk
    • Volgt de noodprocedures
  • met inbegrip van kennis:
    • Kennis van gebruik van communicatiemiddelen
    • Kennis van gebruik van procedures (werk, controle, onderhoud, …)
    • Kennis van brandpreventie en brandbestrijding
    • Kennis van kenmerken van verbrandingsproces en mogelijke oorzaken van brand
    • Grondige kennis van veiligheidsprocedures en -regels in de binnenscheepvaart
    • Grondige kennis van noodprocedures van het schip
  • Competentie 19:
    Delegeert, controleert en voert de huishoudelijke taken uit
    • Bereidt of ziet toe op het bereiden van eenvoudige gerechten
    • Houdt zich aan de richtlijnen voor hygiëne en voedselveiligheid
    • Controleert of de bemanningsleden zich houden aan de richtlijnen voor hygiëne en voedselveiligheid
    • Controleert de reiniging van de accommodatie en het dek
    • Reinigt de accommodatie en het dek
    • Controleert het was- en droogproces van textiel
    • Voert het was- en droogproces van textiel machinaal uit
  • met inbegrip van kennis:
    • Basiskennis HACCP-normen
    • Kennis van basisbereidingstechnieken
    • Kennis van schoonmaaktechnieken
    • Kennis van wastechnieken
    • Kennis van schoonmaakmateriaal en -materieel
    • Kennis van schoonmaakmiddelen
  • Competentie 20:
    Verifieert de scheepsdocumenten en voert verrichtingen uit voor het administratief beheer van een vaartuig
    • Maakt verslagen op
    • Houdt alle scheepsdocumenten bij en volgt ze op
    • Vult het scheepslogboeken dagelijks in (schriftelijk, elektronisch)
    • Vervult de wettelijke verplichte formaliteiten (personeelsdossier, scheepsjournaal, vaartijdenboekje, meetbrief, exploitatievergunning, douanedocumenten,…)
  • met inbegrip van kennis:
    • Basiskennis van digitale tools
    • Kennis van wettelijke en arbeidsreglementering
    • Kennis van bedrijfseigen software en applicaties
    • Kennis van scheepsdocumenten
    • Kennis van administratie
  • Competentie 21:
    Volgt de voorraden op, stelt tekorten vast en plaatst bestellingen
    • Gebruikt eventueel software voor voorraadbeheer
    • Houdt de gegevens bij over het verbruik van het materiaal
    • Inventariseert de voorraad van wisselstukken, producten en materieel
    • Verwerkt de bestellingen van de stuurman
    • Plaatst bestellingen in overleg met de rederij
    • Ontvangt de bestelling en controleert of ze voldoet aan de gestelde vereisten
  • met inbegrip van kennis:
    • Kennis van bedrijfseigen software en applicaties
    • Kennis van voorraadbeheer
    • Kennis van inventaristechnieken
  • Competentie 22:
    Coördineert een team
    • Stelt een planning op
    • Past de planning aan wisselende omstandigheden aan
    • Verdeelt taken en verantwoordelijkheden
    • Reageert gepast op conflictsituaties
    • Controleert de uitvoering van taken
    • Coördineert overlegmomenten
    • Participeert aan de werving en selectie van nieuwe medewerkers
    • Volgt het functioneren van teamleden op
    • Zorgt dat elk teamlid de gepaste vorming krijgt
    • Schept een gunstig werkklimaat
    • Schept een gunstig leerklimaat
  • met inbegrip van kennis:
    • Basiskennis van coachingstechnieken
    • Kennis van communicatietechnieken
    • Kennis van sociale vaardigheden
    • Kennis van bedrijfseigen richtlijnen
    • Kennis van teamgerichte handelingen
    • Kennis van managementtechnieken
    • Kennis van planning en inzetbaarheid
    • Kennis van vormingsmogelijkheden
    • Grondige kennis van vakterminologie
  • Competentie 23:
    Werkt samen met externen
    • Vertegenwoordigt de organisatie/het bedrijf
    • Werkt effectief en efficiënt samen met externen
    • Consulteert externen bij vragen en/of problemen
    • Wisselt informatie uit met externen
    • Onderhoudt externe contacten
    • Beargumenteert standpunten tegenover externen
    • Bouwt een professioneel netwerk uit
  • met inbegrip van kennis:
    • Kennis van communicatietechnieken
    • Kennis van bedrijfseigen richtlijnen
    • Kennis van het professionele netwerk
  • Competentie 24:
    Werkt kwaliteitsvol
    • Werkt conform de kwaliteitsvoorschriften en -richtlijnen
    • Ziet erop toe dat kwaliteitsvoorschriften en -richtlijnen worden nageleefd
    • Evalueert de eigen werkzaamheden en stuurt indien nodig bij
    • Evalueert de werkzaamheden van anderen en stuurt indien nodig bij
    • Optimaliseert de kwaliteitszorg
  • met inbegrip van kennis:
    • Kennis van kwaliteitsvoorschriften en -richtlijnen
    • Kennis van kwaliteitsbeleid
    • Kennis van controlemethoden en -instrumenten
  • Competentie 25:
    Werkt digitaal
    • Gebruikt digitale communicatietools effectief en efficiënt
    • Gebruikt software en applicaties
    • Past digitale veiligheidsregels toe
    • Ondersteunt en helpt collega's met digitale tools
    • Optimaliseert werkprocessen met digitale middelen
    • Blijft op de hoogte van digitale ontwikkelingen en innovaties
  • met inbegrip van kennis:
    • Basiskennis van digitale ontwikkelingen en innovaties
    • Kennis van bedrijfseigen software en applicaties
    • Kennis van digitale veiligheidsregels
    • Kennis van online bronnen
  • Competentie 26:
    Werkt met oog voor welbevinden, veiligheid, orde en netheid
    • Gebruikt persoonlijke beschermingsmiddelen
    • Gebruikt collectieve beschermingsmiddelen
    • Controleert het gebruik van persoonlijke en collectieve beschermingsmiddelen
    • Controleert de staat van persoonlijke en collectieve beschermingsmiddelen
    • Respecteert geldende privacywetgeving
    • Draagt zorg voor het welzijn welbevinden op het werk
    • Werkt ergonomisch
    • Meldt problemen i.v.m. veiligheid op het werk
    • Werkt conform veiligheidsvoorschriften en -richtlijnen
    • Controleert het naleven van veiligheidsvoorschriften en -richtlijnen
    • Detecteert, stelt incidenten en accidenten vast en handelt volgens de richtlijnen
    • Werkt op een ordelijke en nette manier
    • Ziet toe op orde en netheid
  • met inbegrip van kennis:
    • Kennis van preventieve maatregelen om welzijn welbevinden op het werk te garanderen
    • Kennis van geldende privacyregels
    • Kennis van ergonomische werkhouding
    • Kennis van veiligheidsvoorschriften en -richtlijnen
    • Kennis van de inrichting van de werkplek
    • Kennis van schoonmaakmateriaal en -materieel
    • Kennis van schoonmaakmiddelen
    • Grondige kennis van het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen
    • Grondige kennis van het gebruik van collectieve beschermingsmiddelen
  • Competentie 27:
    Bouwt de eigen deskundigheid op
    • Past de opgebouwde deskundigheid toe in de praktijk
    • Volgt ontwikkelingen in het vakgebied op
    • Voorziet de mogelijkheid tot vorming
  • met inbegrip van kennis:
    • Basiskennis van vakspecifieke vormingen (opleidingen, studiedagen, werkgroepen, colloquia …)
    • Kennis van vakspecifieke ontwikkelingen (technieken, materialen, materieel,...)
    • Kennis van vakspecifieke bronnen
    • Grondige kennis van vakterminologie

Beschrijving competenties a.d.h.v. de descriptorelementen

Kennis

  • Basiskennis HACCP-normen
  • Basiskennis van ADN
  • Basiskennis van coachingstechnieken
  • Basiskennis van de markt van bevrachters
  • Basiskennis van digitale ontwikkelingen en innovaties
  • Basiskennis van digitale tools
  • Basiskennis van elektronica: schema’s lezen en begrijpen, componenten kennen
  • Basiskennis van opleidingstechnieken
  • Basiskennis van vakspecifieke vormingen (opleidingen, studiedagen, werkgroepen, colloquia …)
  • Basiskennis van veiligheidsregels op zee
  • Basiskennis van weerkunde
  • Kennis van risicobeperkende maatregelen bij uitval van apparaten
  • Kennis ES-TRIN
  • Kennis pneumatica
  • Kennis van administratie
  • Kennis van arbeidsveiligheid
  • Kennis van basisbereidingstechnieken
  • Kennis van basisveiligheid
  • Kennis van bedrijfseigen richtlijnen
  • Kennis van bedrijfseigen software en applicaties
  • Kennis van beginselen van de werking van bochtaanwijzers en hun toepassing
  • Kennis van BLS en AED
  • Kennis van brandpreventie en brandbestrijding
  • Kennis van bunkersystemen
  • Kennis van CDNI
  • Kennis van communicatietechnieken
  • Kennis van controlemethoden en -instrumenten
  • Kennis van controleprocedures voor uitrusting van rivierschepen
  • Kennis van de basisuitrusting
  • Kennis van de belangrijkste havens en terminals in het Europese IWT-netwerk
  • Kennis van de belangrijkste nationale en internationale waterwegen
  • Kennis van de beperking van informatie verkregen door middel van navigatieradarinstallaties
  • Kennis van de classificatiekarakteristieken van rivieren, kanalen en maritieme waterwegen
  • Kennis van de constructie en operationele kenmerken van elektrische systemen en uitrustingen aan boord in relatie tot de faciliteiten aan wal
  • Kennis van de effecten van de waterverplaatsing rondom schepen
  • Kennis van de functie, gebruik, veilige werking, onderhoud van de bilge- en ballastsystemen.
  • Kennis van de functies en types van verschillende voortstuwing en besturingssystemen
  • Kennis van de gevolgen van mogelijke lekken en lozingen van verontreinigende stoffen in het milieu.
  • Kennis van de inrichting van de werkplek
  • Kennis van de kenmerken, constructie en werking van scheepsinstallaties
  • Kennis van de kenmerken van smeeroliën, brandstof, koelingsvloeistoffen, …)
  • Kennis van de meest voorkomende binnenschepen aangaande scheepsconstructie, eigenschappen, afmetingen, tonnage, …
  • Kennis van de modaliteiten voor de in- en ontscheping van passagiers
  • Kennis van de reglementering voor het goederentransport
  • Kennis van de technische voorschriften m.b.t. de stabiliteit van passagiersschepen in geval van averij
  • Kennis van de verschillen tussen zeeschepen en binnenvaartschepen (golfslag, snelheidsverschillen zichtbaarheid, manoeuvreerbaarheidsbeperkingen, voorrangsposities, …)
  • Kennis van de verschillende constructies en faciliteiten van kunstwerken
  • Kennis van de verschillende types van lading,
  • Kennis van digitale veiligheidsregels
  • Kennis van EHBO (eerste zorgen bij bloedingen, verwondingen, verstikking, vergiftiging, insectenbeten …)
  • Kennis van elektrische systemen en uitrusting
  • Kennis van elektrische veiligheidsnormen
  • Kennis van ergonomische werkhouding
  • Kennis van exploitatiewijzen van binnenvaartschepen
  • Kennis van gebruik van communicatiemiddelen
  • Kennis van gebruik van het correcte gereedschap
  • Kennis van gebruik van procedures (werk, controle, onderhoud, …)
  • Kennis van geldende privacyregels
  • Kennis van gevaarlijke goederen en classificaties met betrekking tot milieuaspecten
  • Kennis van het professionele netwerk
  • Kennis van hydraulica
  • Kennis van (inter)nationale milieuvoorschriften
  • Kennis van inventaristechnieken
  • Kennis van kenmerken van verbrandingsproces en mogelijke oorzaken van brand
  • Kennis van kwaliteitsbeleid
  • Kennis van kwaliteitsvoorschriften en -richtlijnen
  • Kennis van managementtechnieken
  • Kennis van monitoringssystemen van machinekamer
  • Kennis van online bronnen
  • Kennis van ontsmettingsproducten
  • Kennis van oorzaken en vormen van ladingschade
  • Kennis van planning en inzetbaarheid
  • Kennis van preventieve maatregelen om welzijn welbevinden op het werk te garanderen
  • Kennis van principe van radar
  • Kennis van probleemoplossende strategieën
  • Kennis van procedures voor aan- en afsluiten van brandstof en koppelstukken en slangen
  • Kennis van radiogolven
  • Kennis van regels bij het gebruik van radar
  • Kennis van scheepsdocumenten
  • Kennis van scheepvaartterminologie in Engels, Frans en Duits (riverspeak: dagelijkse onderwerpen en specifiek woordgebruik en terminologie gebruikt in de scheepvaart in Engels, Duits en Frans)
  • Kennis van schoonmaakmateriaal en -materieel
  • Kennis van schoonmaakmiddelen
  • Kennis van schoonmaaktechnieken
  • Kennis van sociale vaardigheden
  • Kennis van storingen bij radargebruik
  • Kennis van stuw en stabiliteitsplannen
  • Kennis van teamgerichte handelingen
  • Kennis van vaar- en rusttijden
  • Kennis van vakspecifieke bronnen
  • Kennis van vakspecifieke ontwikkelingen (technieken, materialen, materieel,...)
  • Kennis van veiligheidsregels voor gevaarlijke producten
  • Kennis van veiligheidsvoorschriften en -richtlijnen
  • Kennis van voorgeschreven procedures m.b.t. EHBO
  • Kennis van voorraadbeheer
  • Kennis van vormingsmogelijkheden
  • Kennis van wastechnieken
  • Kennis van wettelijke en arbeidsreglementering
  • Grondige kennis van vaarregels
  • Grondige kennis van verftypes en het gebruik verf
  • Grondige kennis van aan- en afmeertechnieken
  • Grondige kennis van de wettelijke bepalingen aangaande de binnenvaart (goederentransport, regels vaar- en rusttijden, (inter)nationale arbeidsovereenkomst, …)
  • Grondige kennis van het gebruik van collectieve beschermingsmiddelen
  • Grondige kennis van het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen
  • Grondige kennis van koppeltechnieken
  • Grondige kennis van laad- en stouwtechnieken
  • Grondige kennis van nautische hulpmiddelen
  • Grondige kennis van navigatiemiddelen en navigatietechnieken (besturen, uitvoeren manoeuvres, …)
  • Grondige kennis van noodprocedures van het schip
  • Grondige kennis van onderhoudsprocedures en producten
  • Grondige kennis van regels voor het houden van de wacht
  • Grondige kennis van schiemanswerk
  • Grondige kennis van signalisatie (verkeerstekens, …)
  • Grondige kennis van vakterminologie
  • Grondige kennis van veiligheidsprocedures en -regels in de binnenscheepvaart

Cognitieve vaardigheden

  • Beargumenteert standpunten tegenover externen
  • Behandelt gevaarlijke stoffen (ADN) onder supervisie van een gecertifieerd persoon
  • Beoordeelt de lading
  • Bepaalt de uit te voeren manoeuvres en het nemen van ligplaatsen
  • Bepaalt de vaarroute
  • Bepaalt en controleert de maximumbezetting van het schip bij het inschepen van de passagiers
  • Bepaalt het onderhoudsprogramma van de motoren en de uitrusting
  • Bepaalt het onderhoudsprogramma voor dek en de dekinstallaties
  • Bereidt de reis voor met navigatieradarinstallaties en bochtaanwijzers
  • Bestuurt het schip rekening houdend met verkeersdrukte
  • Blijft op de hoogte van digitale ontwikkelingen en innovaties
  • Bouwt een professioneel netwerk uit
  • Brieft bij wachtwissel aan het bemanningslid
  • Communiceert duidelijk met andere actoren betreffende het laden en lossen
  • Communiceert duidelijk met andere actoren tijdens het laden
  • Communiceert met de bemanningsleden bij aan-en afmeren
  • Communiceert met de bemanningsleden bij het koppelen
  • Communiceert met de wal bij het aan- en afmeren
  • Consulteert externen bij vragen en/of problemen
  • Controleert buikdenning op lekkage
  • Controleert de installatie visueel en auditief en beoordeelt de staat van onderdelen
  • Controleert de plaatsing van de uitrusting conform de procedure om passagiers te laten in- en ontschepen met inclusie van mindervaliden
  • Controleert de recuperatie van materialen
  • Controleert de reiniging van de accommodatie en het dek
  • Controleert de staat van persoonlijke en collectieve beschermingsmiddelen
  • Controleert de uitvoering van het onderhoudsplan conform de richtlijnen van de reder
  • Controleert de uitvoering van taken
  • Controleert de verzameling en sortering van gerecupereerde vloeistoffen
  • Controleert de wal(stroom)aansluiting
  • Controleert de werking van het materiaal, de instrumentengegevens (druk, debiet, temperatuur,...) en de kritieke slijtagepunten, smeringspunten,...van de motoren en de uitrusting
  • Controleert het gebruik van persoonlijke en collectieve beschermingsmiddelen
  • Controleert het naleven van veiligheidsvoorschriften en -richtlijnen
  • Controleert het was- en droogproces van textiel
  • Controleert of afval en ladingsresten gesorteerd en afgevoerd worden volgens de voorschriften
  • Controleert of de bemanningsleden zich houden aan de richtlijnen voor hygiëne en voedselveiligheid
  • Controleert of gevaarlijke en ontvlambare producten volgens de voorschriften gestockeerd worden
  • Controleert preventieve onderhoudsacties zoals reinigen, smeren, onderdelen vervangen (filters, riemen, vloeistofreservoirs bijvullen,…) en voert ze uit
  • Coördineert en controleert het laden en lossen
  • Coördineert en delegeert de uitvoering van de urgentiemaatregelen
  • Coördineert en neemt brandpreventiemaatregelen
  • Coördineert overlegmomenten
  • Delegeert de taken aan de bemanning om het passagierstransport en welbevinden van de passagiers vlot te laten verlopen
  • Demonstreert en verduidelijkt het gebruik van het ballastsysteem
  • Doet controlerondes op het dek
  • Doet controlerondes van de motoren en de uitrusting
  • Draagt zorg voor het welzijn welbevinden op het werk
  • Draait proef met de toestellen die hersteld of vervangen werden
  • Evalueert de eigen werkzaamheden en stuurt indien nodig bij
  • Evalueert de werkzaamheden van anderen en stuurt indien nodig bij
  • Evalueert het wachtschema
  • Gebruikt beschikbare documentatie en informatiesystemen op milieugebied overeenkomstig de instructies
  • Gebruikt de nodige technieken en hulpmiddelen om het vaartuig veilig af- en aan te meren
  • Gebruikt digitale communicatietools effectief en efficiënt
  • Gebruikt eventueel software voor de registratie van de werkzaamheden
  • Gebruikt eventueel software voor de registratie van de werkzaamheden op dek
  • Gebruikt gespecialiseerd materiaal voor het manipuleren van lasten (autokraan, luikenwagen, bunkermast,…)
  • Gebruikt navigatieradarinstallaties bij beperkt zicht
  • Gebruikt relevante verkeersbegeleidings- en verkeersinformatie-instrumenten
  • Gebruikt zintuigen om afwijkingen in de werking en staat van de machines op te sporen
  • Geeft aanwijzingen aan de bemanning voor, aan- afmeren
  • Geeft aanwijzingen aan zijn bemanning voor het koppelen van het schip
  • Geeft feedback indien nodig
  • Geeft instructies bij gebruik van het aan-en afmeren trossen, meerlijnen, …
  • Geeft instructies over de uitvoering van de opdrachten
  • Geeft instructies voor het gebruik van koppellieren bij het koppelen
  • Geeft instructies voor het vast-of losmaken van de technische faciliteiten aan wal om een veilige walstroomaansluiting te waarborgen en gevaarlijke situaties te herkennen
  • Geeft zelf het goede voorbeeld
  • Hanteert de branduitrusting volgens de richtlijnen
  • Herstelt of vervangt het defecte onderdeel indien mogelijk en/of schakelt externen in bij niet courante problemen
  • Houdt alle scheepsdocumenten bij en volgt ze op
  • Houdt constant toezicht op de vaarweg met alle ter beschikking staande navigatiemiddelen
  • Houdt de gegevens bij over het verbruik van het materiaal
  • Houdt rekening met de karakteristieken en mogelijkheden van het schip
  • Houdt rekening met externe factoren tijdens het navigeren(weersverwachting, andere schepen, stremmingen,…)
  • Houdt rekening met externe factoren (waterstand, getijden, breedte van rivieren en sluizen, …) bij het aan- en afmeren
  • Houdt rekening met externe factoren (waterstand, getijden, breedte van rivieren en sluizen,…) bij het koppelen
  • Houdt zich aan de richtlijnen voor hygiëne en voedselveiligheid
  • Houdt zich aan de voorgeschreven procedures voor eerste hulp
  • Interpreteert het radarbeeld correct met betrekking tot de eigen positie en de vaaromgeving
  • Interpreteert signalen (verkeerslicht aan sluis,…)
  • Inventariseert de voorraad van wisselstukken, producten en materieel
  • Leest foutcodes op displays van deelsystemen af bij een storing of een defect
  • Legt een strikt verbod op om te werken onder invloed
  • Legt het vaarschema vast conform de regelgeving (geldende vaar- en rusttijden)
  • Leidt de bemanning op
  • Lokaliseert de storing of defect door het combineren van informatie
  • Maakt een risicoanalyse voor passagierstransport op
  • Maakt een wachtschema op
  • Maakt verslagen op
  • Navigeert veilig in nabijheid van zeeschepen en bij schepen met gevaarlijke lading
  • Neemt algemene voorzorgsmaatregelen conform de procedures om op veilige wijze te bunkeren
  • Neemt maatregelen bij een aanvaring overeenkomstig de procedures
  • Neemt maatregelen om de interferenties te verminderen van verschillende oorsprong (eigen vaartuig, omgeving, …)
  • Neemt (voorzorgs-)maatregelen om het milieu te vrijwaren
  • Onderhoudt externe contacten
  • Ondersteunt en helpt collega's met digitale tools
  • Ontvangt de bestelling en controleert of ze voldoet aan de gestelde vereisten
  • Ontvangt de lijst van de courante gebruiksgoederen en bestelt tekorten
  • Optimaliseert de kwaliteitszorg
  • Optimaliseert werkprocessen met digitale middelen
  • Organiseert en neemt deel aan reddingsoefeningen (gebruik van reddingsmaterieel, CPR,…)
  • Participeert aan de werving en selectie van nieuwe medewerkers
  • Past de noodzakelijke eerste hulp toe
  • Past de opgebouwde deskundigheid toe in de praktijk
  • Past de planning aan wisselende omstandigheden aan
  • Past de regels voor het gebruik van radar in de binnenvaart toe
  • Past digitale veiligheidsregels toe
  • Plaatst bestellingen in overleg met de rederij
  • Raadpleegt technische bronnen (handleidingen van de constructeur, schema’s,…) bij het uitvoeren van een vervanging of een herstelling
  • Raadpleegt technische bronnen voor het lokaliseren en diagnosticeren van een defect of storing
  • Rapporteert de schade van de lading aan de reder
  • Registreert de arbeids-, vaar- en rusttijden conform de exploitatiewijze van het schip en de geldende wetgeving
  • Respecteert geldende privacywetgeving
  • Schat de schade in en beslist herstelling of vervanging van mechanische, pneumatische, hydraulische of elektrische onderdelen
  • Schept een gunstig leerklimaat
  • Sluit mogelijke oorzaken van fouten één voor één uit bij een storing of een defect
  • Stelt de parameters voor de besturing van het schip
  • Stelt de parameters voor de besturing van het schip op
  • Stelt de planning op voor het onderhoud aan dek en dekinstallaties en houdt toezicht op de uitvoering
  • Stelt een planning op
  • Stelt stuwplannen op
  • Superviseert de bemanning aangaande een noodgeval of urgentie
  • Superviseert de visuele controle uit van de staat van de meertouwen, -trossen en koppelmaterieel
  • Superviseert en controleert de elementen (brandmelders, brandblusapparaten, …) ‘die belangrijk zijn voor de veiligheid van het schip
  • Superviseert en controleert de werking van de installaties en het reddingsmaterieel (o.a. brandblusapparaten, reddingssloepen,…)
  • Superviseert en controleert uitrustingen, identificatie van risico’s op averij,
  • Superviseert en loopt wacht op de brug volgens wachtschema
  • Verdeelt taken en verantwoordelijkheden
  • Vertegenwoordigt de organisatie/het bedrijf
  • Vervult de wettelijke verplichte formaliteiten (personeelsdossier, scheepsjournaal, vaartijdenboekje, meetbrief, exploitatievergunning, douanedocumenten,…)
  • Verwerkt de bestellingen van de stuurman
  • Verzekert de vrije doorgang van het walpersoneel
  • Voert controles uit op het vaartuig
  • Voert de administratie uit
  • Voert de procedures voor de opstart en de werking van de motor, turbines, …
  • Voert het passagierstransport uit conform de regelgeving
  • Volgt de controlesystemen op
  • Volgt de nood aan curatief en/of correctief onderhoud op en bepaalt de taakuitvoering
  • Volgt de noodprocedures
  • Volgt de werkzaamheden van de bemanning op en evalueert deze
  • Volgt het functioneren van teamleden op
  • Volgt ontwikkelingen in het vakgebied op
  • Voorziet de mogelijkheid tot vorming
  • Voorziet een klachtenprocedure
  • Werkt conform de kwaliteitsvoorschriften en -richtlijnen
  • Werkt conform veiligheidsvoorschriften en -richtlijnen
  • Werkt effectief en efficiënt samen met externen
  • Werkt ergonomisch
  • Werkt op een ordelijke en nette manier
  • Werkt volgens de vastgelegde procedures, richtlijnen en afspraken aangaande het hanteren van de veiligheidsuitrusting
  • Wijst specifieke taken toe aan de bemanningsleden
  • Wisselt informatie uit met externen
  • Ziet er, onder supervisie, op toe dat het afvoeren van ladingsresten en afval conform de voorschriften plaatsvindt
  • Ziet erop toe dat kwaliteitsvoorschriften en -richtlijnen worden nageleefd
  • Ziet erop toe dat veiligheids- en milieuvoorschriften worden gerespecteerd
  • Ziet toe dat er wordt geladen en gelost volgens de gelden regelgeving
  • Ziet toe op de aanwezigheid en welbevinden van de passagiers het schip
  • Ziet toe op het uitvoeren van het onderhoud van de meertouwen, -trossen en koppelmaterieel
  • Ziet toe op het uitvoeren van het onderhoudsprogramma van de motoren en de uitrusting
  • Ziet toe op het uitvoeren van het onderhoudsprogramma van het schip (schoonmaken, schuren, ontroesten, schilderen, lakken,…)
  • Ziet toe op orde en netheid
  • Zorgt dat elk teamlid de gepaste vorming krijgt
  • Zorgt ervoor dat de stabiliteit van het schip met alle soorten ladingen gevrijwaard blijft

Probleemoplossende vaardigheden

  • Alarmeert interne verantwoordelijken of externe hulpdiensten volgens de ernst en toestand van de persoon in nood
  • Analyseert de door andere vaartuigen verstrekte informatie
  • Detecteert, stelt incidenten en accidenten vast en handelt volgens de richtlijnen
  • Herkent de verschillende types van brand
  • Herkent gevaarlijke situaties en incidenten aan boord
  • Herkent levensbedreigende en niet-levensbedreigende situaties
  • Herkent stress, vermoeidheid en afleiding en voorkomt het
  • Identificeert mogelijke risico’s op averij
  • Leest het veiligheidsplan en voert het uit indien nodig (man over boord, gewonden, schip verlaten, brandplan,…)
  • Lost problemen op en doet beroep op externen indien hij deze zelf niet kan oplossen
  • Meldt problemen i.v.m. veiligheid op het werk
  • Neemt de eindverantwoordelijkheid op voor de passagiers tijdens noodtoestanden (verzamelen van passagiers, voorkomen van paniek, aangeven van lifejackets, EHBO,…)
  • Past het evacuatieplan toe
  • Plaatst indien nodig de machine of installatie in veiligheid en beveiligt ze tegen ongecontroleerd herinschakelen bij het lokaliseren en diagnosticeren van een defect of storing
  • Reageert adequaat bij uitzonderlijke omstandigheden en onverwachte of gevaarlijke situaties
  • Reageert gepast op conflictsituaties
  • Stelt de machine of installatie veilig en beveiligt ze tegen ongecontroleerd herinschakelen
  • Voert verschillende methodes van brandbestrijding uit
  • Volgt de vooropgestelde procedures bij gevaarlijke situaties en incidenten en past ze aan waar nodig
  • Zorgt voor de eigen veiligheid, deze van de persoon in nood en van de omstaanders

Motorische vaardigheden

  • Bereidt of ziet toe op het bereiden van eenvoudige gerechten
  • Blust de brand indien mogelijk
  • Draagt beschermings- en reddingsmateriaal
  • Gebruikt collectieve beschermingsmiddelen
  • Gebruikt communicatiemiddelen
  • Gebruikt eventueel software voor voorraadbeheer
  • Gebruikt handgereedschap en draagbaar elektrisch gereedschap bij het onderhoud van de motoren en de uitrusting
  • Gebruikt handgereedschap en draagbaar elektrisch gereedschap bij het uitvoeren van een vervanging of een herstelling
  • Gebruikt meetinstrumenten (multimeter, schuifmaat, ampèretang, aardingstester, temperatuurmeter, drukmeter,...) bij het lokaliseren en diagnosticeren van van een defect of storing
  • Gebruikt meetinstrumenten (multimeter, schuifmaat, ampèretang, aardingstester, temperatuurmeter, drukmeter,...) bij het uitvoeren van een vervanging of herstelling
  • Gebruikt navigatiemateriaal (GPS, VHF, radar, dieptemeter, veiligheidssystemen, automatische piloot,…)
  • Gebruikt nood- en reddingsuitrusting in geval van nood
  • Gebruikt persoonlijke beschermingsmiddelen
  • Gebruikt radiocommunicatie
  • Gebruikt software en applicaties
  • Legt de luiken open of dicht
  • (Ont)koppelt de laadslangen, gasretourleidingen en laadarmen en bedient de afsluiters
  • Plaatst lekbakken of haalt ze weg
  • Pompt restanten in slobtanks
  • Redt al zwemmend een drenkeling
  • Reinigt de accommodatie en het dek
  • Reinigt de laadruimtes, tanks en lenskorven door ontgassen, uitstomen of droogdweilen
  • Start de compressoren, generators, ventilatiesystemen, …op
  • Start de pompen op
  • Start de scheepsmotor(en) en laat ze warmdraaien
  • Voert BLS (basic life support) met en zonder AED (automatische externe defibrillator) uit
  • Voert de manoeuvres (passeren van kunstwerk*, ankeren, manoeuvres bij slecht weer, averij,…) met het schip uit en navigeert
  • Voert eenvoudige soldeer- en lasverbindingen uit bij het uitvoeren van een vervanging of herstelling
  • Voert het was- en droogproces van textiel machinaal uit
  • Voorziet de containers eventueel van een elektrische aansluiting en plaatst ‘corner points' op de aangewezen plaats
  • Vult het scheepslogboeken dagelijks in (schriftelijk, elektronisch)

Omgevingscontext

  • De organisatie van de werkzaamheden wordt deels bepaald door context, specifieke elementen zoals infrastructuur, de steeds wisselende praktijksituaties en de schipper binnenscheepvaart moet hier adequaat kunnen mee omgaan.
  • De scheepvaart kent veel nationale en internationale reglementeringen, normen, aanbevelingen en technische voorlichtingsfiches inzake kwaliteit, veiligheid, gezondheid, hygiëne, welzijn, milieu.
  • De schipper binnenscheepvaart werkt in een omgeving waarin leidinggevende, coördinerende, opleidende, informerende, bewakende en uitvoerende taken moeten gecombineerd worden. Hij gaat hierbij zowel routinematige als meer specifieke handelingen uitvoeren. Hij moet bij bepaalde omstandigheden snel, alert en oplossingsgericht te werk gaan.
  • De schipper draagt steeds de eindverantwoordelijkheid over het schip en de bemanning
  • De situatie aan boord kan het dragen van lasten en werken in moeilijke houdingen en omstandigheden impliceren.
  • De tijd aan boord wordt contractueel overeengekomen.
  • Dit beroep houdt in dat men zich 24 op 24 u aan boord bevindt waarbij men moet kunnen leven en werken op een beperkte oppervlakte en dit gedurende een langere periode wat invloed heeft op de privacy van alle bemanningsleden.
  • Dit beroep wordt uitgeoefend in het maritiem milieu. De activiteiten kunnen overal op het schip plaatsvinden.
  • Dit beroep wordt uitgeoefend in teamverband, waarbij de nodige flexibiliteit belangrijk is om zich aan te passen aan wijzigingen van planning, omgeving, weersomstandigheden en soort lading.
  • Dit beroep wordt uitgeoefend met flexibele werktijden, in shift (volcontinu, tijdens de nachts, het weekend en tijdens feestdagen).
  • Het bedrijfsteam kan bestaan uit bemanningsleden en gezinsleden.
  • Het dragen van persoonlijke beschermingsmiddelen is verplicht.
  • Het respecteren van tijdschema’s is noodzakelijk voor bepaalde opdrachten.
  • Voor een schipper binnenscheepvaart kunnen de beroepsactiviteiten en zijn gezinsleven door elkaar lopen en op dezelfde locatie plaatsvinden. Dit heeft effect op de tijdsbesteding en betrokkenheid van en bij het gezin.

Handelingscontext

  • De schipper binnenscheepvaart draagt persoonlijke beschermingskledij.
  • De schipper binnenscheepvaart gaat op constructieve en transparante wijze informatie uitwisselen met de andere bemanningsleden.
  • De schipper binnenscheepvaart geeft leiding aan de bemanning.
  • De schipper binnenscheepvaart handelt volgens de professionele, reglementaire(gedrags-)code en de regelgeving.
  • De schipper binnenscheepvaart kan gericht reageren in alle situaties (zoals storm, man-over-boord,…).
  • De schipper binnenscheepvaart kan zich aanpassen en flexibel opstellen bij wisselende omgevingsfactoren
  • De schipper binnenscheepvaart loopt wacht.
  • De schipper binnenscheepvaart moet aandacht hebben voor de voor de voedselveiligheid en hygiëne.
  • De schipper binnenscheepvaart moet bijblijven met de ontwikkelingen binnen de sector, dit vergt leergierigheid en het volgen van (verplichte) opleidingen.
  • De schipper binnenscheepvaart moet de werkzaamheden kunnen organiseren en delegeren.
  • De schipper binnenscheepvaart moet discreet zijn in de omgang met gevoelige informatie.
  • De schipper binnenscheepvaart moet het werk van de bemanning superviseren en controleren.
  • De schipper binnenscheepvaart moet in alle omstandigheden kunnen navigeren en manoeuvres uitvoeren.
  • De schipper binnenscheepvaart moet in alle situaties oplossingsgericht kunnen werken.
  • De schipper binnenscheepvaart moet initiatief nemen.
  • De schipper binnenscheepvaart moet steeds de veiligheids- en kwaliteitsvoorschriften respecteren.
  • De schipper binnenscheepvaart moet zorgvuldig gebruik maken van materieel en materiaal.

Autonomie

Is zelfstandig in
  • het bepalen van de vaarroute
  • het bestellen van de voorraad
  • het bijhouden van de administratie en het up-to-date houden van alle documenten en softwarepakketten
  • het controleren van de werking van de installaties en het reddingsmaterieel
  • het geven van de opdrachten en controleren bij het laden en lossen
  • het geven van opdracht tot onderhoud van de scheepsuitrusting en herstelling van materialen
  • het geven van opdrachten en controleren van de werkzaamheden van de bemanning
  • het leiding geven aan boord van zijn schip
  • het navigeren van het schip
  • het nemen van maatregelen bij ziektes en ongevallen
  • het oplossen van problemen en geschillen aan boord
  • het toepassen van het evacuatieplan
  • het uitleg geven over de uitvoering van de opdracht aan de bemanning
  • het voorbereiden, uitvoeren en controleren van de eigen werkzaamheden
  • het wacht lopen als hoofd op de brug en de wachtschema’s opmaken
Is gebonden aan
  • de nationale en internationale wetgeving
  • de orde en tuchtregeling van het schip
  • de tijdsplanning, veiligheids-, gezondheids-, kwaliteits- en milieuvoorschriften en procedures
  • het ontvangen van werkopdracht en instructies van de reder/opdrachtgever
Doet beroep op
  • de bemanning voor het ondersteunen van de activiteiten
  • de reder voor de opdracht melden van problemen en bijkomende instructies

Verantwoordelijkheid

Wettelijke attesten en voorwaarden

Wettelijke attesten en voorwaarden om de beroepskwalificatie te behalen

Om de beroepskwalificatie van ‘Schipper binnenscheepvaart’ te behalen moet voldaan worden aan volgende wettelijke attesten en/of voorwaarden voor de beroepsuitoefening:
  • Dienstboekje met minimum 360 vaardagen zoals bepaald in Besluit van de Vlaamse Regering van 6 mei 2022 over de beroepscompetenties voor binnenvaartpersoneel, -bijlage A1
  • Attest basisopleiding veiligheid zoals bepaald in Besluit van de Vlaamse Regering van 6 mei 2022 over de beroepscompetenties voor binnenvaartpersoneel, bijlage A1
  • Certificaat van radio-operator (VHF-certificaat) zoals bepaald in Besluit van de Vlaamse Regering van 6 mei 2022 over de beroepscompetenties voor binnenvaartpersoneel, bijlage A1
  • Medisch geschikt voor de uitoefening van het beroep zoals bepaald in Besluit van de Vlaamse Regering van 6 mei 2022 over de beroepscompetenties voor binnenvaartpersoneel, hoofdstuk 3

Wettelijke attesten en voorwaarden na het behalen van de beroepskwalificatie

Na het behalen van de beroepskwalificatie moet voldaan worden aan volgende wettelijke attesten en/of voorwaarden om toegelaten te worden tot het beroep:
  • Kwalificatiecertificaat schipper (wordt na aanvraag bij het Binnenvaartloket van De Vlaamse Waterweg uitgereikt) zoals bepaald in Besluit van de Vlaamse Regering van 6 mei 2022 over de beroepscompetenties voor binnenvaartpersoneel, bijlage A1

Bijkomende wettelijke attesten en voorwaarden, niet verplicht voor het behalen van de beroepskwalificatie

  • Om gevaarlijke goederen te mogen vervoeren via waterwegen waarop het reglement betreffende de afgifte van Rijnpatenten van toepassing is, moet aan boord van het schip een deskundige aanwezig zijn die houder is van een ADN-attest (Conform Besluit van de Vlaamse Regering van 6 mei 2022 over de beroe
  • Om te varen op een LNG-schip of als bemanningslid betrokken te zijn bij de bunkerprocedure op een LNG-schip is een attest Deskundige op het gebied van vloeibaar aardgas (LNG) nodig (Conform Besluit van de Vlaamse Regering van 6 mei 2022 over de beroepscompetenties voor binnenvaartpersoneel, bijlag
  • Op passagiersvaarten moet aan boord van het schip een deskundige voor passagiersvaart aanwezig zijn (Conform Besluit van de Vlaamse Regering van 6 mei 2022 over de beroepscompetenties voor binnenvaartpersoneel, -bijlage A1).
  • Om een schip met behulp van een radar te mogen besturen, moet de bestuurder in het bezit zijn van een kwalificatiecertificaat met daarop de vermelding specifieke vergunning Radar (Conform Besluit van de Vlaamse Regering van 6 mei 2022 over de beroepscompetenties voor binnenvaartpersoneel, -bijlage
  • Om te varen op bepaalde trajecten van de Rijn (Bovenrijn kmr 335,66 tot 425,00 en Middenrijn kmr 498,45 tot 592,00) moet men in het bezit zijn van een Specifieke Vergunning Specifieke Risico’s (Conform Besluit van de Vlaamse Regering van 6 mei 2022 over de beroepscompetenties voor binnenvaartperso
  • Om te varen op de Donau en Elbe moet men in het bezit zijn van een Specifieke Vergunning Specifiek Risico . (Conform Besluit van de Vlaamse Regering van 6 mei 2022 over de beroepscompetenties voor binnenvaartpersoneel) Examens moeten in Donau en/of Elbe landen aangevraagd worden.