Autobuschauffeur

 
BK-0124-3

Globaal

Titel

Autobuschauffeur

Definitie

Volgt de wegcode, de veiligheidsvoorschriften voor personenvervoer en de reistijd en kwaliteitsnormen teneinde personen te vervoeren in stedelijke, interstedelijke, regionale of nationale (publieke) dienst te met een autobus

Niveau (VKS en EQF)

3

Jaar van erkenning

versie 3, 2020

Competenties

Opsomming competenties

  • Competentie 1:
    Ontvangt passagiers/klanten aan boord van het voertuig
    • Houdt zich aan het afgesproken tijdstip
    • Helpt de passagiers bij het in- en uitstappen (o.a. mensen met een handicap,…)
    • Informeert de reiziger
    • Verzorgt de taal, gedrag en houding in contact met de passagier
    • Houdt in alle omstandigheden de eigen emoties onder controle
    • Houdt zich aan de maximumbezetting van het voertuig
    • Grijpt in bij veiligheidsrisico’s (persoonlijke veiligheid en veiligheid van de passagiers/klanten)
  • met inbegrip van kennis:
    • Basiskennis van Frans en Engels (zich verstaanbaar kunnen uitdrukken)
    • Basiskennis van groepsdynamische processen
    • Kennis van betalingssystemen i.f.v .vervoersbewijzen
    • Kennis van principes van klantvriendelijkheid
    • Kennis van veiligheidsregels voor personen
    • Kennis van technieken voor conflictvoorkoming -en beheersing (noodsituaties,…)
    • Kennis van ergonomische hef- en tiltechnieken
  • Competentie 2:
    Brengt passagiers/klanten veilig naar de bestemming
    • Houdt het voertuig ten allen tijde onder controle
    • Is alert voor de gevaren van het verkeer en arbeidsongevallen
    • Rijdt defensief; anticipeert op gevaren rekening houdend met andere weggebruikers
    • Past de rijstijl van het voertuig aan in functie van weer-, weg- en verkeersomstandigheden
    • Leeft veiligheidsvoorschriften na, zowel bij het rijden als bij het stilstaan
    • Beperkt slijtage en voorkomt dysfuncties
    • Gebruikt brandstof op een rationele manier
    • Schat de risico’s in van ongezonde voeding, alcohol, drugs, stress en vermoeidheid op het rijgedrag
    • Meldt klachten van de klant aan de verantwoordelijke of geeft aan de klant aan waar hij/zij met de klacht terecht kan
  • met inbegrip van kennis:
    • Basiskennis van autobusmechanica
    • Kennis van het verkeersreglement
    • Kennis van reglementering voor personenvervoer
    • Kennis van veiligheidsregels voor personen
    • Kennis van de wegcode
    • Kennis van reglementering voor wegtransport (zoals rij- en rusttijden)
    • Kennis van het gebruik van een boordcomputer
    • Kennis van de kenmerken van krachtoverbrenging met het oog op een optimaal gebruik
    • Kennis van de technische kenmerken en de werking van de veiligheidsvoorzieningen
    • Kennis van het sociale klimaat en de reglementering van het wegvervoer
  • Competentie 3:
    Bewaakt en waarborgt het comfort van de passagiers/klanten
    • Rijdt preventief/defensief
    • Bewaakt de omgevingsfactoren (temperatuur, …) voor het comfort voor de passagier/klant
  • met inbegrip van kennis:
    • Basiskennis van groepsdynamische processen
    • Kennis van principes van klantvriendelijkheid
    • Kennis van technieken voor conflictvoorkoming -en beheersing (noodsituaties,…)
    • Kennis van reglementering voor wegtransport (zoals rij- en rusttijden)
    • Kennis van het gebruik van een boordcomputer
    • Kennis van de kenmerken van krachtoverbrenging met het oog op een optimaal gebruik
  • Competentie 4:
    Noteert alle elementen van een opdracht (uurroosters, traject, ongevallen,…)
    • Vult alle verplichte (wettelijke en bedrijfsspecifieke) administratieve documenten in
    • Past alle administratieve regels en procedures voor personenvervoer toe
    • Vult boorddocumenten van het voertuig in (routeblad, boordboekje, rittenblad, tachograaf, meldingsblad, passagierslijsten,…)
  • met inbegrip van kennis:
    • Kennis van reglementering voor personenvervoer
    • Kennis van reglementering voor wegtransport (zoals rij- en rusttijden)
    • Kennis van het sociale klimaat en de reglementering van het wegvervoer
  • Competentie 5:
    Controleert de staat van het voertuig bij het begin van de dagtaak
    • Gaat de werking en de staat van het voertuig en zijn onderdelen na (banden, verlichting,…)
    • Volgt de signalen van de controlemeters en -lampjes op (bv. gaat het peil van brandstof, olie en koelvloeistof na,…)
    • Controleert het voertuig op zichtbare beschadiging
    • Rapporteert defecten en slijtage aan de verantwoordelijke
    • Reinigt het voertuig volgens de richtlijnen
  • met inbegrip van kennis:
    • Basiskennis van autobusmechanica
    • Kennis van veiligheidsregels voor personen
    • Kennis van de technische kenmerken en de werking van de veiligheidsvoorzieningen
  • Competentie 6:
    Voert urgentiemaatregelen uit in geval van ongeval, schade en diefstal en waarschuwt de betrokken diensten
    • Schat de aard en de omvang van de panne, het ongeval of andere noodsituatie in
    • Meldt het probleem aan de bevoegde instantie (nationaal/internationaal) en de verantwoordelijke (inschakelen van een ander voertuig,…)
    • Vult de aard en de omvang van het ongeval in op een Europees aanrijdingsformulier of andere documenten (verzekering,…)
    • Verzekert de signalisatie van het voertuig
    • Zorgt ervoor dat de passagiers/klanten op een veilige plaats verzameld worden na een panne, ongeval of noodsituatie
    • Kan, indien nodig, EHBO toepassen
  • met inbegrip van kennis:
    • Basiskennis van Frans en Engels (zich verstaanbaar kunnen uitdrukken)
    • Kennis van het verkeersreglement
    • Kennis van reglementering voor personenvervoer
    • Kennis van veiligheidsregels voor personen
    • Kennis van technieken voor conflictvoorkoming -en beheersing (noodsituaties,…)
    • Kennis van de technische kenmerken en de werking van de veiligheidsvoorzieningen
  • Competentie 7:
    Draagt bij aan een correcte dienstverlening
    • Is steeds klantvriendelijk
    • Respecteert richtlijnen (m.b.t. kledij,…)
  • met inbegrip van kennis:
    • Basiskennis van Frans en Engels (zich verstaanbaar kunnen uitdrukken)
    • Basiskennis van groepsdynamische processen
    • Kennis van principes van klantvriendelijkheid
  • Competentie 8:
    Vervoersbewijzen aan boord van het voertuig controleren of verkopen
    • Controleert de geldigheid van vervoersbewijzen
    • Verkoopt vervoersbewijzen aan boord
    • Ontvangt betalingen en houdt de kassa bij
    • Verwerkt betalingen (cash, …)
  • met inbegrip van kennis:
    • Basiskennis van Frans en Engels (zich verstaanbaar kunnen uitdrukken)
    • Basiskennis van groepsdynamische processen
    • Kennis van betalingssystemen i.f.v .vervoersbewijzen
    • Kennis van principes van klantvriendelijkheid
    • Kennis van technieken voor conflictvoorkoming -en beheersing (noodsituaties,…)
    • Kennis van het gebruik van een boordcomputer
  • Competentie 9:
    Passagiers/klanten vervoeren volgens -een vooraf bepaalde- route/traject
    • Laat de passagiers veilig in- en uitstappen aan de voorgeschreven haltes of stopplaatsen
    • Houdt zich aan de opgegeven tijdsschema’s
    • Houdt zich aan de opgegeven route/traject
  • met inbegrip van kennis:
    • Basiskennis van autobusmechanica
    • Kennis van het verkeersreglement
    • Kennis van reglementering voor personenvervoer
    • Kennis van principes van klantvriendelijkheid
    • Kennis van veiligheidsregels voor personen
    • Kennis van de geografische omgeving
    • Kennis van de wegcode
    • Kennis van de kenmerken van krachtoverbrenging met het oog op een optimaal gebruik
    • Kennis van de technische kenmerken en de werking van de veiligheidsvoorzieningen
    • Kennis van het sociale klimaat en de reglementering van het wegvervoer
  • Competentie 10:
    Passagiers/klanten inlichten over de dienstregeling
    • Informeert reizigers over reistijden en aansluitingen
  • met inbegrip van kennis:
    • Basiskennis van Frans en Engels (zich verstaanbaar kunnen uitdrukken)
    • Basiskennis van groepsdynamische processen
    • Kennis van betalingssystemen i.f.v .vervoersbewijzen
    • Kennis van principes van klantvriendelijkheid
    • Kennis van de geografische omgeving
    • Kennis van technieken voor conflictvoorkoming -en beheersing (noodsituaties,…)

Beschrijving competenties a.d.h.v. de descriptorelementen

Kennis

Generiek
  • Basiskennis van Frans en Engels (zich verstaanbaar kunnen uitdrukken)
  • Kennis van het verkeersreglement
  • Kennis van reglementering voor personenvervoer
  • Kennis van principes van klantvriendelijkheid
  • Kennis van veiligheidsregels voor personen
  • Kennis van de geografische omgeving
  • Kennis van de wegcode
  • Kennis van technieken voor conflictvoorkoming -en beheersing (noodsituaties,…)
  • Kennis van reglementering voor wegtransport (zoals rij- en rusttijden)
  • Kennis van het gebruik van een boordcomputer
  • Kennis van ergonomische hef- en tiltechnieken
  • Kennis van de kenmerken van krachtoverbrenging met het oog op een optimaal gebruik
  • Kennis van de technische kenmerken en de werking van de veiligheidsvoorzieningen
  • Kennis van het sociale klimaat en de reglementering van het wegvervoer
Specifiek
  • Basiskennis van autobusmechanica
  • Basiskennis van groepsdynamische processen
  • Kennis van betalingssystemen i.f.v .vervoersbewijzen

Cognitieve vaardigheden

Generiek
  • Houdt zich aan het afgesproken tijdstip
  • Informeert de reiziger
  • Verzorgt de taal, gedrag en houding in contact met de passagier
  • Houdt zich aan de maximumbezetting van het voertuig
  • Houdt het voertuig ten allen tijde onder controle
  • Is alert voor de gevaren van het verkeer en arbeidsongevallen
  • Rijdt defensief; anticipeert op gevaren rekening houdend met andere weggebruikers
  • Leeft veiligheidsvoorschriften na, zowel bij het rijden als bij het stilstaan
  • Beperkt slijtage en voorkomt dysfuncties
  • Gebruikt brandstof op een rationele manier
  • Schat de risico’s in van ongezonde voeding, alcohol, drugs, stress en vermoeidheid op het rijgedrag
  • Rijdt preventief/defensief
  • Bewaakt de omgevingsfactoren (temperatuur, …) voor het comfort voor de passagier/klant
  • Vult alle verplichte (wettelijke en bedrijfsspecifieke) administratieve documenten in
  • Past alle administratieve regels en procedures voor personenvervoer toe
  • Vult boorddocumenten van het voertuig in (routeblad, boordboekje, rittenblad, tachograaf, meldingsblad, passagierslijsten,…)
  • Volgt de signalen van de controlemeters en -lampjes op (bv. gaat het peil van brandstof, olie en koelvloeistof na,…)
  • Vult de aard en de omvang van het ongeval in op een Europees aanrijdingsformulier of andere documenten (verzekering,…)
  • Verzekert de signalisatie van het voertuig
  • Kan, indien nodig, EHBO toepassen
  • Is steeds klantvriendelijk
  • Respecteert richtlijnen (m.b.t. kledij,…)
  • Verkoopt vervoersbewijzen aan boord
  • Houdt zich aan de opgegeven route/traject
Specifiek
  • Controleert de geldigheid van vervoersbewijzen
  • Ontvangt betalingen en houdt de kassa bij
  • Verwerkt betalingen (cash, …)
  • Laat de passagiers veilig in- en uitstappen aan de voorgeschreven haltes of stopplaatsen
  • Houdt zich aan de opgegeven tijdsschema’s
  • Informeert reizigers over reistijden en aansluitingen

Probleemoplossende vaardigheden

Generiek
  • Houdt in alle omstandigheden de eigen emoties onder controle
  • Grijpt in bij veiligheidsrisico’s (persoonlijke veiligheid en veiligheid van de passagiers/klanten)
  • Meldt klachten van de klant aan de verantwoordelijke of geeft aan de klant aan waar hij/zij met de klacht terecht kan
  • Rapporteert defecten en slijtage aan de verantwoordelijke
  • Schat de aard en de omvang van de panne, het ongeval of andere noodsituatie in
  • Meldt het probleem aan de bevoegde instantie (nationaal/internationaal) en de verantwoordelijke (inschakelen van een ander voertuig,…)
  • Zorgt ervoor dat de passagiers/klanten op een veilige plaats verzameld worden na een panne, ongeval of noodsituatie

Motorische vaardigheden

Generiek
  • Helpt de passagiers bij het in- en uitstappen (o.a. mensen met een handicap,…)
  • Past de rijstijl van het voertuig aan in functie van weer-, weg- en verkeersomstandigheden
  • Gaat de werking en de staat van het voertuig en zijn onderdelen na (banden, verlichting,…)
  • Controleert het voertuig op zichtbare beschadiging
  • Reinigt het voertuig volgens de richtlijnen

Omgevingscontext

  • De autobuschauffeur heeft een zittend beroep.
  • Het beroep wordt uitgeoefend met flexibele uren : overdag, ’s nachts , tijdens weekdagen, in het weekend en/of tijdens feestdagen. Autobuschauffeurs werken soms (openbare vervoersmaatschappij) in het systeem van gesplitste diensten (niet noodzakelijk volcontinu).
  • De volgorde van de activiteiten wordt door de dispatcher bepaald op basis van de vragen van de klant(en) of door een dienstregeling.
  • Hij/zij komt in contact met verschillende types aan klanten/passagiers,
  • Hij/zij moet vastliggende routes volgen
  • De autobuschauffeur werkt onder druk; hij/zij moet zo min mogelijk lege kilometers rijden, de passagiers moeten op een zo kort mogelijk tijd veilig naar de gewenste bestemming gebracht worden,… of hij/zij moet een dienstregeling goed navolgen.
  • De autobuschauffeur moet het verkeersreglement en het reglement van de organisatie respecteren (rij- en rusttijden, rustplaatsen, richtlijnen m.b.t. kledij - uniform, …).

Handelingscontext

  • De autobuschauffeur bevindt zich continu in het verkeer en dient hierbij steeds aandachtig te zijn (defensief rijden, personen veilig vervoeren,…)
  • Het bijhouden van het rittenblad, boordcomputer, … vraagt eveneens de nodig aandacht
  • Binnen het beroep moet er gepast omgegaan worden met verschillende types van passagiers
  • De autobuschauffeur gaat om met geld door het verwerken en ontvangen van betalingen

Autonomie

Is zelfstandig in
  • het vervoeren van passagiers op een comfortabele manier, het inlichten van de passagiers over de dienstregeling, het volgen van de dienstregeling, het controleren en verkopen van vervoersbewijzen, het controleren van de staat van het voertuig, het indien nodig uitvoeren van urgentiemaatregelen,…
Is gebonden aan
  • de dienstregeling, het verkeersreglement, het reglement van de organisatie
Doet beroep op
  • de dispatcher/planner voor een bijsturing van de planning van opdrachten en de technische dienst bij een ongeval of technisch defect aan de wagen

Verantwoordelijkheid

  • Ontvangt passagiers/klanten aan boord van het voertuig
  • Brengt passagiers/klanten veilig naar de bestemming
  • Bewaakt en waarborgt het comfort van de passagiers/klanten
  • Noteert alle elementen van een opdracht (uurroosters, traject, ongevallen,…)
  • Controleert de staat van het voertuig bij het begin van de dagtaak
  • Voert urgentiemaatregelen uit in geval van ongeval, schade en diefstal en waarschuwt de betrokken diensten
  • Draagt bij aan een correcte dienstverlening
  • Vervoersbewijzen aan boord van het voertuig controleren of verkopen
  • Passagiers/klanten vervoeren volgens -een vooraf bepaalde- route/traject
  • Passagiers/klanten inlichten over de dienstregeling

Attesten en voorwaarden

Wettelijke attesten en voorwaarden

Voor de beroepsuitoefening van ‘Autobuschauffeur’ is het beschikken van volgende attesten en/of voldoen aan volgende voorwaarden wettelijk verplicht:
  • Medisch onderzoek van groep 2 zoals bepaald in KB van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs
  • Vakbekwaamheid voor chauffeurs zoals bepaald in KB van 4 mei 2007 betreffende het rijbewijs, de vakbekwaamheid en de nascholing van bestuurders van voertuigen van de categorieën C1, C1+E, C, C+E, D1, D1+E, D, D+E
  • 18 jaar, voor geregeld vervoer waarvan het traject max. 50km bedraagt zoals bepaald in KB van 4 mei 2007 betreffende het rijbewijs, de vakbekwaamheid en de nascholing van bestuurders van voertuigen van de categorieën C1, C1+E, C, C+E, D1, D1+E, D, D+E
  • 20 jaar, voor binnenlands geregeld en ongeregeld vervoer, zonder kilometerbeperking zoals bepaald in KB van 4 mei 2007 betreffende het rijbewijs, de vakbekwaamheid en de nascholing van bestuurders van voertuigen van de categorieën C1, C1+E, C, C+E, D1, D1+E, D, D+E
  • 21 jaar, voor elke vorm van geregeld en ongeregeld vervoer (nationaal en internationaal) zoals bepaald in KB van 4 mei 2007 betreffende het rijbewijs, de vakbekwaamheid en de nascholing van bestuurders van voertuigen van de categorieën C1, C1+E, C, C+E, D1, D1+E, D, D+E
  • Rijbewijs D, D1, of DE zoals bepaald in KB van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs