Bestuurder interne transportmiddelen

 

Globaal

Titel

Bestuurder interne transportmiddelen

Deze benaming wordt gebruikt in de Competent-fiche N110101 ‘Bestuurder van hefwerktuigen’.

Definitie

Bestuurt een gemotoriseerd intern transportmiddel waarop men zit of staat bij het rijden en houdt zich hierbij aan de kwaliteitsprocedures en veiligheidsvoorschriften teneinde laad- en loswerkzaamheden, opslag- en bevoorradingswerkzaamheden en werkzaamheden met betrekking tot het transporteren van ladingen uit te voeren.

Niveau

2

Jaar van erkenning

2018

Activiteiten

Opsomming competenties

  • 1. Bereidt het intern transportmiddel voor overeenkomstig de veiligheidsvoorschriften (N110101 Id17440-c)
    • Volgt pictogrammen en behandelingslabels op
    • Past de veiligheidsregels toe
    • Meldt onveilige situaties aan de verantwoordelijke
    • Gebruikt het veiligheidssysteem
    • Gebruikt PBM’s (Persoonlijke BeschermingsMiddelen zoals bv. veiligheidsschoenen,…)
  • 2. Controleert de toestand van het intern transportmiddel (N110101 Id17999-c)
    • Voert een controle uit van het intern transportmiddel bij het starten en beëindigen van de dagtaak
    • Detecteert defecten
    • Voert een visuele controle van de onderdelen uit op vloeistoflekken en materiële schade
    • Controleert de remmen met een noodstop bij de start
    • Controleert de meters, controlelichten en foutcodes op het instrumentenbord
    • Controleert de lichten en geluidssignalen door ze aan en uit te zetten
    • Vult de checklist met de uitgevoerde controles in
    • Meldt defecten aan de verantwoordelijke
  • 3. Laadt en lost de goederen in en uit een extern transportmiddel overeenkomstig de opdracht (N110101 Id17945-c/24121-c)
    • Gebruikt het passende intern transportmiddel om de los- en laadopdrachten uit te voeren
    • Past de manoeuvres (rijden, laden, lossen, …) aan de werkinstructies, het gebruikte externe transportmiddel (vrachtwagen, …), de aard van de lading en de ruimte aan
    • Controleert op hoeveelheden, soort goederen en visuele beschadiging volgens opdracht
    • Meldt schade en afwijkingen aan de verantwoordelijke
    • Controleert of het extern transportmiddel geblokkeerd is alvorens te laden en/of te lossen
    • Controleert de stabiliteit van de vloer van het extern transportmiddel alvorens de lading binnen te rijden
    • Controleert of het extern transportmiddel recht en volledig tegen de laadkaai gepositioneerd staat
  • 4. Verplaatst goederen van en naar diverse locaties volgens bedrijfseigen- en veiligheidsprocedures (N110101 Id9313-c)
    • Past de snelheid van het intern transportmiddel aan de lading, manoeuvreerruimte en ondergrond aan
    • Rijdt zichtbare obstakels of infrastructuur niet aan
    • Rijdt in de richting zodat het zicht niet beperkt is door de lading
    • Kijkt steeds in de rijrichting
    • Respecteert een veilige afstand met de voorganger in functie van een noodstop
    • Matigt de snelheid bij het naderen van kruispunten, onoverzichtelijke bochten en ingangen
    • Rijdt op de voorziene plaatsen in de aangeduide rijrichting
    • Geeft voorrang aan zwakke weggebruikers
    • Leest en interpreteert locatiecodes
    • Houdt de werkplek ordelijk en net
  • 5. Stapelt, ontstapelt goederen op diverse hoogten (N110101 Id18031-c)
    • Stapelt en ontstapelt maximaal wat voorgeschreven is in het laaddiagram
    • Stapelt en ontstapelt de goederen zonder ze te beschadigen
    • Stapelt en ontstapelt de goederen zonder de stapelruimte te beschadigen
    • Plaatst de goederen evenwichtig verdeeld in de stapelruimte
    • Neemt enkel stabiele ladingen op
    • Stapelt enkel als de voorziene stapelruimte groot genoeg is
    • Houdt de werkplek ordelijk en net
  • 6. Parkeert het intern transportmiddel (co 00363)
    • Zet na het parkeren steeds de parkeerrem op (indien van toepassing)
    • Plaatst de wielen recht
    • Zet het contact af
    • Parkeert het intern transportmiddel nooit voor een doorgang of veiligheidsuitrusting
    • Voorziet het intern transportmiddel van de benodigde energie bij het einde van de dagtaak

Beschrijving competenties/activiteiten a.d.h.v. de descriptorelementen

Kennis

  • Basiskennis van de technische onderdelen van de machine
  • Kennis van de organisatie van een opslaglocatie (circulatieplan, ...)
  • Kennis van veiligheidsregels
  • Kennis van stabilisatieprincipes van ladingen
  • Kennis van de eigenschappen van laad- en lostoestellen

Cognitieve vaardigheden

  • Volgt pictogrammen en behandelingslabels op
  • Past de veiligheidsregels toe
  • Voert een visuele controle van de onderdelen uit op vloeistoflekken en materiële schade
  • Controleert de meters, controlelichten en foutcodes op het instrumentenbord
  • Vult de checklist met de uitgevoerde controles in
  • Gebruikt het passende intern transportmiddel om de los- en laadopdrachten uit te voeren
  • Controleert op hoeveelheden, soort goederen en visuele beschadiging volgens opdracht
  • Controleert of het extern transportmiddel geblokkeerd is alvorens te laden en/of te lossen
  • Controleert de stabiliteit van de vloer van het extern transportmiddel alvorens de lading binnen te rijden
  • Controleert of het extern transportmiddel recht en volledig tegen de laadkaai gepositioneerd staat
  • Past de snelheid van het intern transportmiddel aan de lading, manoeuvreerruimte en ondergrond aan
  • Respecteert een veilige afstand met de voorganger in functie van een noodstop
  • Leest en interpreteert locatiecodes
  • Stapelt en ontstapelt maximaal wat voorgeschreven is in het laaddiagram
  • Plaatst de goederen evenwichtig verdeeld in de stapelruimte
  • Neemt enkel stabiele ladingen op
  • Stapelt enkel als de voorziene stapelruimte groot genoeg is
  • Parkeert het intern transportmiddel nooit voor een doorgang of veiligheidsuitrusting
  • Voert een controle uit van het intern transportmiddel bij het starten en beëindigen van de dagtaak
  • Past de manoeuvres (rijden, laden, lossen, …) aan de werkinstructies, het gebruikte externe transportmiddel (vrachtwagen, …), de aard van de lading en de ruimte aan

Probleemoplossende vaardigheden

  • Het kunnen detecteren van defecten
  • Meldt onveilige situaties aan de verantwoordelijke
  • Detecteert defecten
  • Meldt defecten aan de verantwoordelijke
  • Meldt schade en afwijkingen aan de verantwoordelijke

Motorische vaardigheden

  • Gebruikt het veiligheidssysteem
  • Gebruikt PBM’s (Persoonlijke BeschermingsMiddelen zoals bv. veiligheidsschoenen,…)
  • Controleert de remmen met een noodstop bij de start
  • Controleert de lichten en geluidssignalen door ze aan en uit te zetten
  • Rijdt zichtbare obstakels of infrastructuur niet aan
  • Rijdt in de richting zodat het zicht niet beperkt is door de lading
  • Kijkt steeds in de rijrichting
  • Matigt de snelheid bij het naderen van kruispunten, onoverzichtelijke bochten en ingangen
  • Rijdt op de voorziene plaatsen in de aangeduide rijrichting
  • Geeft voorrang aan zwakke weggebruikers
  • Houdt de werkplek ordelijk en net
  • Stapelt en ontstapelt de goederen zonder ze te beschadigen
  • Stapelt en ontstapelt de goederen zonder de stapelruimte te beschadigen
  • Houdt de werkplek ordelijk en net
  • Zet na het parkeren steeds de parkeerrem op (indien van toepassing)
  • Plaatst de wielen recht
  • Zet het contact af
  • Voorziet het intern transportmiddel van de benodigde energie bij het einde van de dagtaak

Omgevingscontext

  • Dit beroep wordt uitgeoefend in opslagplaatsen, logistieke platformen, magazijnen, vrachtzones, goederenstations, (lucht)havens, fabrieken, grootwinkelbedrijven, ...
  • Het beroep kan worden uitgeoefend met aangepaste werktijden, in shifts (volcontinu, twee- of drieploegensysteem,…), tijdens het weekend, op feestdagen of 's nachts.
  • De activiteit kan in een lawaaierige omgeving, in een vries-, koelzone of een erg warme zone (metaalgieterij,…) plaatsvinden. Het dragen van persoonlijke beschermingsmiddelen (bv. veiligheidsschoenen, handschoenen, helm, ...) is verplicht.
  • De beroepsbeoefenaar komt in contact met de magazijnier, magazijnmedewerker en bestuurder externe transportmiddelen.
  • De activiteiten vinden plaats binnen een strikt tijdsschema.

Handelingscontext

  • De beroepsbeoefenaar moet steeds de veiligheids- en kwaliteitsvoorschriften respecteren.
  • De beroepsbeoefenaar stelt, afhankelijk van de bedrijfscontext, repetitieve of gevarieerde handelingen.

Autonomie

Is zelfstandig in
  • het uitvoeren van het transport van goederen
Is gebonden aan
  • een werkschema/werkopdracht/werkinstructies en aan de veiligheids- en kwaliteitsvoorschriften
Doet beroep op
  • zijn/haar directe leidinggevende bij problemen

Verantwoordelijkheid

  • Een intern transportmiddel dat voorbereid is overeenkomstig de veiligheidsvoorschriften
  • Een gecontroleerd intern transportmiddel
  • Goederen die geladen en gelost worden in en uit een extern transportmiddel overeenkomstig de opdracht
  • Goederen die verplaatst worden van en naar diverse locaties volgens bedrijfseigen- en veiligheidsprocedures
  • Gestapelde en ontstapelde goederen op diverse hoogten
  • Een geparkeerd intern transportmiddel

Attesten

Geen attesten vereist.