Medewerker groen- en tuinbeheer

 
BK-0134-3

Globaal

Titel

Medewerker groen- en tuinbeheer

Deze benaming wordt niet gebruikt in de Competent-fiche A120301 Medewerker groene ruimtes (m/v)

Definitie

Voert werkzaamheden uit inzake onderhoud en beheer van tuinen, parken en groene ruimtes teneinde deze in stand te houden en te laten ontwikkelen volgens het ontwerp en/of de wensen van de klant en/of opdrachtgever.

Niveau (VKS en EQF)

2

Jaar van erkenning

versie 3, 2019

Competenties

Opsomming competenties

  • Competentie 1:
    Neemt kennis van de opdracht
    • Leest/stelt zich op de hoogte van de werkopdracht
    • Handelt in functie van instructie en/of opdracht
    • Verzamelt de benodigde materialen en materieel op het bedrijf
  • met inbegrip van kennis:
    • Basiskennis van lezen van eenvoudige tekeningen
    • Basiskennis van materialen
    • Kennis van vakterminologie
    • Kennis van verschillende werkmethoden en werkvolgorde
  • Competentie 2:
    Werkt op een gezonde, veilige en milieubewuste manier
    • Past de veiligheidsvoorschriften toe
    • Gebruikt materialen, handgereedschap, machines en producten op een veilige manier
    • Vermijdt risico’s voor zichzelf, medewerkers, klanten en andere personen
    • Gaat respectvol en beleefd om met de klanten
    • Gebruikt de persoonlijke beschermingsmiddelen op een correcte manier
    • Werkt op een ergonomisch verantwoorde manier
    • Plaatst waarschuwingsborden
    • Plaatst rijplaten indien van toepassing
    • Past hef- en tiltechnieken toe
    • Waarborgt veiligheid en kwaliteit
    • Voert werkzaamheden uit volgens instructie en/of opdracht
  • met inbegrip van kennis:
    • Basiskennis van veiligheidsvoorschriften
    • Basiskennis van materialen
    • Basiskennis van wet- en regelgeving met betrekking tot de werkzaamheden van tuinbeheer, procedures, bedrijfsrichtlijnen
    • Kennis van weersinvloeden op de activiteiten van groen- en tuinbeheer
    • Kennis van het handgereedschap (naam, gebruik, onderhoud, gevaren, …)
    • Kennis van gebruiksmogelijkheden van machines die courant gebruikt worden in groen- en tuinbeheer (naam, gebruik, onderhoud, gevaren, type brandstof, ….)
    • Kennis van hef- en tiltechnieken
    • Kennis van het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen
    • Kennis van verschillende werkmethoden en werkvolgorde
  • Competentie 3:
    Werkt met courante tuinbouwmachines en/of materieel
    • Maakt de machines en werktuigen gebruiksklaar en/of past ze aan
    • Hanteert courante tuinbouwmachines op correcte en veilige manier
    • Zorgt, tijdens de werkzaamheden, dat er geen materiaalverlies is en dat de levensduur van machines en gereedschappen optimaal is
  • met inbegrip van kennis:
    • Kennis van het handgereedschap (naam, gebruik, onderhoud, gevaren, …)
    • Kennis van gebruiksmogelijkheden van machines die courant gebruikt worden in groen- en tuinbeheer (naam, gebruik, onderhoud, gevaren, type brandstof, ….)
  • Competentie 4:
    Bouwt eigen deskundigheid op
    • Stelt zich op de hoogte van de (verplichte) nascholingen die relevant zijn voor het beroep
    • Integreert de nieuwe ervaringen in de dagelijkse werksituatie
  • met inbegrip van kennis:
    • Basiskennis van het opleidingsaanbod
    • Kennis van vakterminologie
  • Competentie 5:
    Controleert de werkzaamheden en ruimt op
    • Ruimt op tijdens en aan het einde van de werkzaamheden
    • Controleert de eigen werkzaamheden samen met de leidinggevende
    • Rapporteert aan de leidinggevende
    • Meldt en overlegt problemen met de leidinggevende
    • Meldt gebreken, beschadigingen en onvoorziene zaken
    • Voert het restmateriaal dat bij de aanlegwerkzaamheden vrijkomt af
    • Verwerkt het restmateriaal indien van toepassing
    • Laat het terrein opgeruimd en verzorgd achter
  • met inbegrip van kennis:
    • Kennis van vakterminologie
    • Kennis van restmateriaal en het verwerken van restmateriaal
    • Kennis van verschillende werkmethoden en werkvolgorde
  • Competentie 6:
    Reinigt en doet basisonderhoud van machines en materieel
    • Reinigt na gebruik het materieel en de machines
    • Bergt het materieel en de machines op een correcte en veilige manier op
    • Meldt problemen aan de technicus of verantwoordelijke
    • Gaat zorgvuldig met het materieel om en laat het gebruiksklaar achter
  • met inbegrip van kennis:
    • Basiskennis van mechanisch onderhoud
    • Basiskennis van veiligheidsvoorschriften
    • Kennis van het handgereedschap (naam, gebruik, onderhoud, gevaren, …)
    • Kennis van gebruiksmogelijkheden van machines die courant gebruikt worden in groen- en tuinbeheer (naam, gebruik, onderhoud, gevaren, type brandstof, ….)
  • Competentie 7:
    Helpt mee met het transport van en naar de locatie
    • Zorgt ervoor dat de machines, het materieel en de grondstoffen vereist voor de uitvoering van de opdracht klaarstaan voor het transport naar en van de werf
    • Helpt met het in- en uitladen van materieel, machines en grondstoffen
    • Laadt de bestelwagen correct
    • Zekert en beschermt de lading
    • Benut optimaal de beschikbare ruimte van de bestelwagen
    • Stockeert op een correcte manier het materieel, de machines en de grondstoffen in het magazijn van het bedrijf
    • Helpt met het vervoer van materieel en grondstoffen
  • met inbegrip van kennis:
    • Basiskennis van veiligheidsvoorschriften
    • Basiskennis van materialen
  • Competentie 8:
    Helpt bij de voorbereidingen van het terrein op de locatie
    • Assisteert bij meten, waterpassen en uitzetten
    • Voert eenvoudig egalisatiewerk uit
    • Verwijdert alle zwerfvuil
    • Verwijdert kleine constructies, verhardingen en afsluitingen
  • met inbegrip van kennis:
    • Basiskennis van afmetingen en oppervlakteberekening
    • Basiskennis van grondwerken
    • Basiskennis van lezen van eenvoudige tekeningen
    • Kennis van meet- en waterpasapparatuur
    • Kennis van restmateriaal en het verwerken van restmateriaal
    • Kennis van verschillende werkmethoden en werkvolgorde
  • Competentie 9:
    Bereidt de werkzaamheden voor op de locatie
    • Tafelt de te behouden planten in
    • Voert de vrijgekomen grond af en/of verplaatst de grond
    • Gebruikt eventueel machines en hulpmiddelen op een effectieve en efficiënte manier, rekening houdend met de omgeving, en gaat er zorgvuldig mee om
    • Voert beschermende maatregelen voor beplanting uit
    • Ontstronkt bomen
    • Voert werkzaamheden uit volgens instructie en/of opdracht met een goede oog-handcoördinatie
    • Zorgt dat er weinig materiaalverlies is
    • Signaleert beschadigingen aan materiaal en materieel en meldt onvoorziene zaken
  • met inbegrip van kennis:
    • Basiskennis van grondwerken
    • Kennis van het handgereedschap (naam, gebruik, onderhoud, gevaren, …)
    • Kennis van gebruiksmogelijkheden van machines die courant gebruikt worden in groen- en tuinbeheer (naam, gebruik, onderhoud, gevaren, type brandstof, ….)
    • Kennis van vakterminologie
    • Kennis van restmateriaal en het verwerken van restmateriaal
  • Competentie 10:
    Voert aanplantingen uit
    • Bewerkt de grond en maakt deze plantklaar
    • Spreidt meststof en/of bodemverbeteraar uit en werkt deze onder
    • Zet de planten uit volgens opdracht
    • Plant heesters, hagen, bloembollen, eenjarigen, vaste planten en bomen
    • Brengt de nodige verankering aan indien van toepassing (haagversterking, leidconstructies, boomverankering)
    • Verwijdert bij het aanplanten verwelkte plantendelen en snoeit bij
    • Legt kruidachtige vegetaties aan door bezaaiing, bezoding en aanplanting
    • Legt houtachtige vegetaties aan
    • Legt water-, moeras en oeverbeplantingen aan
    • Brengt de mulch aan
    • Werkt netjes af
  • met inbegrip van kennis:
    • Basiskennis van snoeitechnieken voor planten
    • Basiskennis van gebruik van meststoffen & bodemverbeteraars
    • Kennis van kenmerken van de bodem en grondsoorten
    • Kennis van weersinvloeden op de activiteiten van groen- en tuinbeheer
    • Kennis van verschillende plantmethoden
    • Kennis van vakterminologie
    • Kennis van restmateriaal en het verwerken van restmateriaal
    • Kennis van planten en hun kenmerken
    • Kennis van verschillende werkmethoden en werkvolgorde
  • Competentie 11:
    Onderhoudt tuinen en groene zones (buiten of binnen) (verticuteren, behandelen of vervangen van planten, ….)
    • Maait en ruimt bestaande vegetatie handmatig
    • Voert teelaarde, bomenzand en meststoffen aan en verwerkt deze
    • Verwijdert en voorkomt onkruid (mulchen*, ….)
    • Inspecteert planten op de aanwezigheid van ziektes, parasieten, knaagdieren, …
    • Past een behandelings- of bestrijdingsmethode (gewasbeschermingsmiddelen: bemesting, pesticides, ecologische bestrijding, …..) toe
    • Verwijdert zieke en/of dode planten
    • Vernieuwt de potgrond in plantenbakken
    • Schoont perken, tuinpaden en terrassen op (spitten, schoffelen, harken, mos verwijderen, ….)
    • Past technieken voor plantenvermeerdering en plantontwikkeling toe (pluizen, ontscheuten, toppen, innijpen, stutten, opbinden, ….)
    • Verzorgt verschillende gewassen (bevloeien, bemesten, beschaduwen, beschermen tegen storm, koude, ….)
    • Geeft potplanten water
  • met inbegrip van kennis:
    • Basiskennis van gebruik van meststoffen & bodemverbeteraars
    • Basiskennis van gebruik van bestrijdingsmiddelen
    • Kennis van kenmerken van de bodem en grondsoorten
    • Kennis van weersinvloeden op de activiteiten van groen- en tuinbeheer
    • Kennis van grondbewerking: spitten, frezen, …
    • Kennis van bestrijdingsmiddelen
    • Kennis van meststoffen
    • Kennis van onkruiden, ziektes en plagen
    • Kennis van vakterminologie
    • Kennis van restmateriaal en het verwerken van restmateriaal
    • Kennis van planten en hun kenmerken
    • Kennis van planten en hun optimale plaats
    • Kennis van verschillende werkmethoden en werkvolgorde
* Mulchen : het aanbrengen van mulch. Mulch is een bodembedekking, een beschermingslaag aangebracht op de bodem, met als belangrijkste doel de nadelen van het klimaat ter plaatse te compenseren. Voor dit doel worden allerlei natuurlijk en synthetische materialen gebruikt
  • Competentie 12:
    Onderhoudt het grasveld (gazons, sportvelden, golfterreinen, ….)
    • Past ecologische onkruidbestrijding toe
    • Stelt machines in (zelftrekkende grasmaaier, zitmaaier, bosmaaier, verticuteermachines,…)
    • Maait het gazon
    • Verticuteert het gazon
    • Boordt de graskanten van het gazon af
    • Irrigeert, indien nodig, het gazon
    • Merkt ziektes en mosvorming en problemen in het gazon op en meldt ze aan de tuinaanlegger/groenbeheerder
    • Voert een behandelings- of bestrijdingsmethode uit na overleg met tuinaanlegger/groenbeheerder of zaakvoerder/diensthoofd
    • Bemest het gazon
    • Werkt netjes af
  • met inbegrip van kennis:
    • Basiskennis van gebruik van meststoffen & bodemverbeteraars
    • Basiskennis van gebruik van bestrijdingsmiddelen
    • Kennis van kenmerken van de bodem en grondsoorten
    • Kennis van het beheer van grasvelden (gazons, sportvelden, golfterreinen, …)
    • Kennis van weersinvloeden op de activiteiten van groen- en tuinbeheer
    • Kennis van grondbewerking: spitten, frezen, …
    • Kennis van bestrijdingsmiddelen
    • Kennis van meststoffen
    • Kennis van onkruiden, ziektes en plagen
    • Kennis van vakterminologie
    • Kennis van restmateriaal en het verwerken van restmateriaal
    • Kennis van verschillende werkmethoden en werkvolgorde
  • Competentie 13:
    Voert bestrijding uit van onkruid, ziektes en plagen
    • Raadpleegt de leidinggevende bij twijfel en/of onduidelijkheid
    • Voert het vrijgekomen onkruid af
    • Voert de werkzaamheden uit volgens instructie/opdracht
    • Verwijdert onkruid (manueel, met handgereedschap of machinaal)
    • Bestrijdt onkruid, ziektes en plagen, onder leiding van de tuinaanlegger/groenbeheerder, met bestrijdingsmiddelen die volgens de vigerende wetgeving gebruikt kunnen en/of mogen worden
  • met inbegrip van kennis:
    • Basiskennis van gebruik van bestrijdingsmiddelen
    • Kennis van de vereiste opleidingsonderwerpen voor het behalen van fytolicentie P1
    • Kennis van weersinvloeden op de activiteiten van groen- en tuinbeheer
    • Kennis van bestrijdingsmiddelen
    • Kennis van onkruiden, ziektes en plagen
    • Kennis van vakterminologie
    • Kennis van restmateriaal en het verwerken van restmateriaal
    • Kennis van planten en hun kenmerken
    • Kennis van verschillende werkmethoden en werkvolgorde
  • Competentie 14:
    Snoeit struiken, heesters, jonge en kleine bomen volgens de groeirichting of de vereiste vorm
    • Gebruikt gereedschap (manueel of machinaal) op een correcte en veilige manier
    • Voert onderhoudssnoei uit
    • Snoeit klimplanten en/of leibomen zodat de plant kan verder groeien volgens de gewenste vorm
    • Plaatst steunpalen en verwijdert ze tijdig
    • Bindt nieuwe vertakkingen van klimplanten vast aan leidraden
    • Ruimt het snoeisel op
  • met inbegrip van kennis:
    • Kennis van snoeitechnieken voor planten
    • Kennis van weersinvloeden op de activiteiten van groen- en tuinbeheer
    • Kennis van vakterminologie
    • Kennis van restmateriaal en het verwerken van restmateriaal
    • Kennis van planten en hun kenmerken
    • Kennis van verschillende werkmethoden en werkvolgorde
  • Competentie 15:
    Scheert hagen
    • Gebruikt gereedschap (manueel en machinaal) op een correcte en veilige manier
    • Maakt op een correcte manier gebruik van ladders en/of stellingen
    • Scheert zodat de haag de gewenste vorm bekomt
    • Werkt met een haagschaar (manueel of gemotoriseerd)
    • Ruimt het snoeisel op
  • met inbegrip van kennis:
    • Kennis van weersinvloeden op de activiteiten van groen- en tuinbeheer
    • Kennis van het scheren van hagen
    • Kennis van vakterminologie
    • Kennis van restmateriaal en het verwerken van restmateriaal
    • Kennis van planten en hun kenmerken
    • Kennis van verschillende werkmethoden en werkvolgorde
  • Competentie 16:
    Onderhoudt vijvers en waterpartijen
    • Schoont de water(partijen) en sloten op
    • Voert kleine herstellingen uit aan taluds en oevers
    • Verwijdert bladeren, plantenresten en afgestorven delen van planten uit en rond de vijver
    • Maakt de vijverfilter schoon
  • met inbegrip van kennis:
    • Basiskennis van het beheer van vijvers, water(partijen), sloten en oevers
    • Kennis van vakterminologie
    • Kennis van restmateriaal en het verwerken van restmateriaal
    • Kennis van verschillende werkmethoden en werkvolgorde
  • Competentie 17:
    Onderhoudt afwateringssystemen, verhardingen, kleine bouwkundige elementen en technische voorzieningen
    • Controleert de werking van de afwateringssystemen
    • Onderhoudt afwateringssystemen
    • Verhelpt verstoppingen zodat de afwateringssystemen optimaal functioneren
    • Onderhoudt verhardingen, wegen en paden
    • Onderhoudt bouwkundige elementen (muurtje, brievenbus, …)
    • Onderhoudt technische voorzieningen
    • Voert eenvoudig herstelwerk uit
    • Meldt beschadigingen, afwijkingen en onvoorziene zaken
    • Lost kleine storingen op
  • met inbegrip van kennis:
    • Basiskennis van het beheer van verhardingen, afwateringssystemen, kleine bouwkundige elementen, technische voorzieningen
    • Basiskennis van eenvoudige houtbewerkingen
    • Kennis van vakterminologie
    • Kennis van verschillende werkmethoden en werkvolgorde

Beschrijving competenties a.d.h.v. de descriptorelementen

Kennis

  • Basiskennis van snoeitechnieken voor planten
  • Basiskennis van mechanisch onderhoud
  • Basiskennis van gebruik van meststoffen & bodemverbeteraars
  • Basiskennis van gebruik van bestrijdingsmiddelen
  • Basiskennis van afmetingen en oppervlakteberekening
  • Basiskennis van grondwerken
  • Basiskennis van het beheer van verhardingen, afwateringssystemen, kleine bouwkundige elementen, technische voorzieningen
  • Basiskennis van het beheer van vijvers, water(partijen), sloten en oevers
  • Basiskennis van eenvoudige houtbewerkingen
  • Basiskennis van lezen van eenvoudige tekeningen
  • Basiskennis van veiligheidsvoorschriften
  • Basiskennis van materialen
  • Basiskennis van wet- en regelgeving met betrekking tot de werkzaamheden van tuinbeheer, procedures, bedrijfsrichtlijnen
  • Basiskennis van het opleidingsaanbod
  • Kennis van de vereiste opleidingsonderwerpen voor het behalen van fytolicentie P1
  • Kennis van kenmerken van de bodem en grondsoorten
  • Kennis van snoeitechnieken voor planten
  • Kennis van het beheer van grasvelden (gazons, sportvelden, golfterreinen, …)
  • Kennis van weersinvloeden op de activiteiten van groen- en tuinbeheer
  • Kennis van het handgereedschap (naam, gebruik, onderhoud, gevaren, …)
  • Kennis van gebruiksmogelijkheden van machines die courant gebruikt worden in groen- en tuinbeheer (naam, gebruik, onderhoud, gevaren, type brandstof, ….)
  • Kennis van grondbewerking: spitten, frezen, …
  • Kennis van hef- en tiltechnieken
  • Kennis van meet- en waterpasapparatuur
  • Kennis van het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen
  • Kennis van verschillende plantmethoden
  • Kennis van het scheren van hagen
  • Kennis van bestrijdingsmiddelen
  • Kennis van meststoffen
  • Kennis van onkruiden, ziektes en plagen
  • Kennis van vakterminologie
  • Kennis van restmateriaal en het verwerken van restmateriaal
  • Kennis van planten en hun kenmerken
  • Kennis van planten en hun optimale plaats
  • Kennis van verschillende werkmethoden en werkvolgorde

Cognitieve vaardigheden

  • Leest/stelt zich op de hoogte van de werkopdracht
  • Handelt in functie van instructie en/of opdracht
  • Verzamelt de benodigde materialen en materieel op het bedrijf
  • Past de veiligheidsvoorschriften toe
  • Gaat respectvol en beleefd om met de klanten
  • Gebruikt de persoonlijke beschermingsmiddelen op een correcte manier
  • Werkt op een ergonomisch verantwoorde manier
  • Waarborgt veiligheid en kwaliteit
  • Maakt de machines en werktuigen gebruiksklaar en/of past ze aan
  • Zorgt, tijdens de werkzaamheden, dat er geen materiaalverlies is en dat de levensduur van machines en gereedschappen optimaal is
  • Stelt zich op de hoogte van de (verplichte) nascholingen die relevant zijn voor het beroep
  • Integreert de nieuwe ervaringen in de dagelijkse werksituatie
  • Controleert de eigen werkzaamheden samen met de leidinggevende
  • Rapporteert aan de leidinggevende
  • Gaat zorgvuldig met het materieel om en laat het gebruiksklaar achter
  • Zorgt ervoor dat de machines, het materieel en de grondstoffen vereist voor de uitvoering van de opdracht klaarstaan voor het transport naar en van de werf
  • Zekert en beschermt de lading
  • Benut optimaal de beschikbare ruimte van de bestelwagen
  • Stockeert op een correcte manier het materieel, de machines en de grondstoffen in het magazijn van het bedrijf
  • Assisteert bij meten, waterpassen en uitzetten
  • Voert werkzaamheden uit volgens instructie en/of opdracht met een goede oog-handcoördinatie
  • Inspecteert planten op de aanwezigheid van ziektes, parasieten, knaagdieren, …
  • Past een behandelings- of bestrijdingsmethode (gewasbeschermingsmiddelen: bemesting, pesticides, ecologische bestrijding, …..) toe
  • Past ecologische onkruidbestrijding toe
  • Stelt machines in (zelftrekkende grasmaaier, zitmaaier, bosmaaier, verticuteermachines,…)
  • Merkt ziektes en mosvorming en problemen in het gazon op en meldt ze aan de tuinaanlegger/groenbeheerder
  • Raadpleegt de leidinggevende bij twijfel en/of onduidelijkheid
  • Controleert de werking van de afwateringssystemen

Probleemoplossende vaardigheden

  • Vermijdt risico’s voor zichzelf, medewerkers, klanten en andere personen
  • Meldt en overlegt problemen met de leidinggevende
  • Meldt gebreken, beschadigingen en onvoorziene zaken
  • Meldt problemen aan de technicus of verantwoordelijke
  • Signaleert beschadigingen aan materiaal en materieel en meldt onvoorziene zaken
  • Meldt beschadigingen, afwijkingen en onvoorziene zaken
  • Lost kleine storingen op

Motorische vaardigheden

  • Gebruikt materialen, handgereedschap, machines en producten op een veilige manier
  • Plaatst waarschuwingsborden
  • Plaatst rijplaten indien van toepassing
  • Past hef- en tiltechnieken toe
  • Voert werkzaamheden uit volgens instructie en/of opdracht
  • Hanteert courante tuinbouwmachines op correcte en veilige manier
  • Ruimt op tijdens en aan het einde van de werkzaamheden
  • Voert het restmateriaal dat bij de aanlegwerkzaamheden vrijkomt af
  • Verwerkt het restmateriaal indien van toepassing
  • Laat het terrein opgeruimd en verzorgd achter
  • Reinigt na gebruik het materieel en de machines
  • Bergt het materieel en de machines op een correcte en veilige manier op
  • Helpt met het in- en uitladen van materieel, machines en grondstoffen
  • Laadt de bestelwagen correct
  • Helpt met het vervoer van materieel en grondstoffen
  • Voert eenvoudig egalisatiewerk uit
  • Verwijdert alle zwerfvuil
  • Verwijdert kleine constructies, verhardingen en afsluitingen
  • Tafelt de te behouden planten in
  • Voert de vrijgekomen grond af en/of verplaatst de grond
  • Gebruikt eventueel machines en hulpmiddelen op een effectieve en efficiënte manier, rekening houdend met de omgeving, en gaat er zorgvuldig mee om
  • Voert beschermende maatregelen voor beplanting uit
  • Ontstronkt bomen
  • Zorgt dat er weinig materiaalverlies is
  • Bewerkt de grond en maakt deze plantklaar
  • Spreidt meststof en/of bodemverbeteraar uit en werkt deze onder
  • Zet de planten uit volgens opdracht
  • Plant heesters, hagen, bloembollen, eenjarigen, vaste planten en bomen
  • Brengt de nodige verankering aan indien van toepassing (haagversterking, leidconstructies, boomverankering)
  • Verwijdert bij het aanplanten verwelkte plantendelen en snoeit bij
  • Legt kruidachtige vegetaties aan door bezaaiing, bezoding en aanplanting
  • Legt houtachtige vegetaties aan
  • Legt water-, moeras en oeverbeplantingen aan
  • Brengt de mulch aan
  • Werkt netjes af
  • Maait en ruimt bestaande vegetatie handmatig
  • Voert teelaarde, bomenzand en meststoffen aan en verwerkt deze
  • Verwijdert en voorkomt onkruid (mulchen*, ….)
  • Verwijdert zieke en/of dode planten
  • Vernieuwt de potgrond in plantenbakken
  • Schoont perken, tuinpaden en terrassen op (spitten, schoffelen, harken, mos verwijderen, ….)
  • Past technieken voor plantenvermeerdering en plantontwikkeling toe (pluizen, ontscheuten, toppen, innijpen, stutten, opbinden, ….)
  • Verzorgt verschillende gewassen (bevloeien, bemesten, beschaduwen, beschermen tegen storm, koude, ….)
  • Geeft potplanten water
  • Maait het gazon
  • Verticuteert het gazon
  • Boordt de graskanten van het gazon af
  • Irrigeert, indien nodig, het gazon
  • Voert een behandelings- of bestrijdingsmethode uit na overleg met tuinaanlegger/groenbeheerder of zaakvoerder/diensthoofd
  • Bemest het gazon
  • Werkt netjes af
  • Voert het vrijgekomen onkruid af
  • Voert de werkzaamheden uit volgens instructie/opdracht
  • Verwijdert onkruid (manueel, met handgereedschap of machinaal)
  • Bestrijdt onkruid, ziektes en plagen, onder leiding van de tuinaanlegger/groenbeheerder, met bestrijdingsmiddelen die volgens de vigerende wetgeving gebruikt kunnen en/of mogen worden
  • Gebruikt gereedschap (manueel of machinaal) op een correcte en veilige manier
  • Voert onderhoudssnoei uit
  • Snoeit klimplanten en/of leibomen zodat de plant kan verder groeien volgens de gewenste vorm
  • Plaatst steunpalen en verwijdert ze tijdig
  • Bindt nieuwe vertakkingen van klimplanten vast aan leidraden
  • Ruimt het snoeisel op
  • Gebruikt gereedschap (manueel en machinaal) op een correcte en veilige manier
  • Maakt op een correcte manier gebruik van ladders en/of stellingen
  • Scheert zodat de haag de gewenste vorm bekomt
  • Werkt met een haagschaar (manueel of gemotoriseerd)
  • Ruimt het snoeisel op
  • Schoont de water(partijen) en sloten op
  • Voert kleine herstellingen uit aan taluds en oevers
  • Verwijdert bladeren, plantenresten en afgestorven delen van planten uit en rond de vijver
  • Maakt de vijverfilter schoon
  • Onderhoudt afwateringssystemen
  • Verhelpt verstoppingen zodat de afwateringssystemen optimaal functioneren
  • Onderhoudt verhardingen, wegen en paden
  • Onderhoudt bouwkundige elementen (muurtje, brievenbus, …)
  • Onderhoudt technische voorzieningen
  • Voert eenvoudig herstelwerk uit

Omgevingscontext

  • De beroepsbeoefenaar voert zijn werkzaamheden uit voor bedrijven of organisaties die te maken hebben met het beheer van beplanting, verhardingen, water(partijen) en technisch en bouwkundige voorzieningen. Hij is tewerkgesteld in overheids- of private bedrijven
  • Het beroep wordt uitgeoefend buiten, in groene omgevingen
  • De medewerker groen- en tuinbeheer wordt blootgesteld aan wisselende weersomstandigheden
  • De weersomstandigheden hebben een invloed op de werkuren en -dagen. Tijdens bepaalde weersomstandigheden kan het werk niet worden aangevat of moet het werk worden gestopt (weerverlet).
  • De medewerker groen- en tuinbeheer heeft te maken met wisselende toestand van bodems
  • De beroepsuitoefening kent seizoensgebonden arbeid omdat sommige werkzaamheden op bepaalde momenten moeilijk kunnen uitgevoerd worden
  • Het beroep houdt verplaatsingen in: de werkzaamheden worden meestal op locatie uitgevoerd (werven)
  • De beroepsbeoefenaar komt voornamelijk in contact met klanten en collega’s

Handelingscontext

  • De medewerker groen- en tuinbeheer werkt volgens de instructies en de werkopdrachten van de leidinggevende
  • De beroepsbeoefenaar werkt in teamverband
  • De medewerker groen- en tuinbeheer zal in bepaalde omstandigheden zijn werkzaamheden volledig moeten afwerken, zelfs wanneer de gebruikelijke arbeidsduur overschreven werd
  • De medewerker groen- en tuinbeheer werkt zijn taken af binnen de vooropgestelde tijd en volgens de planning
  • De werkzaamheden zijn deels routinematig of repeterend van aard : tijdens bepaalde periodes moeten dezelfde specifieke activiteiten uitgevoerd worden gedurende meerdere dagen en /of weken na elkaar
  • De werkomstandigheden verschillen sterk per project/opdracht
  • De beroepsbeoefenaar heeft aandacht voor en houdt voortdurend rekening met de natuur, veiligheid, milieu en klanten en/of publiek
  • Het dragen van beschermingskledij is verplicht
  • De medewerker groen- en tuinbeheer moet met verschillende machines, apparaten en gereedschappen kunnen werken/omgaan op een correcte en veilige manier om risico’s te vermijden
  • Hij/zij vermijdt beschadiging van machines en materieel
  • De beroepsbeoefenaar heeft aandacht voor een beleefde omgang met klanten, publiek, opdrachtgevers en collega’s
  • De beroepsbeoefenaar heeft aandacht voor de kwaliteit van de geleverde werkzaamheden en het respecteren van de vooropgestelde tijd/planning
  • Gezien de medewerker groen- en tuinbeheer vaak in een gebukte houding werkzaamheden verricht en/of zware voorwerpen/lasten moet dragen is ergonomisch verantwoord werken verplicht

Autonomie

Is zelfstandig in
  • de uitvoering van zijn opdracht en de volgorde van de werkzaamheden binnen de opdracht : het helpen organiseren van het transport van en naar de werf, het voorbereiden van de gronden, het aanplanten en aanleggen, het uitvoeren van infrastructuurwerken, het oplossen van eenvoudige problemen, het reinigen en onderhouden van gebruikte machines en materieel, het opruimen en controleren van de eigen werkzaamheden. De medewerker groen- en tuinbeheer werkt onder de verantwoordelijkheid van de leidinggevende.
Is gebonden aan
  • de werkopdracht, de instructies van de leidinggevende, de procedures en bedrijfsrichtlijnen, de vigerende wet- en regelgeving met betrekking tot groen- en tuinbeheer
Doet beroep op
  • de leidinggevende bij problemen die hij zelf niet kan oplossen ; hij rapporteert aan de leidinggevende over de eigen werkzaamheden

Verantwoordelijkheid

  • Neemt kennis van de opdracht
  • Werkt op een gezonde, veilige en milieubewuste manier
  • Werkt met courante tuinbouwmachines en/of materieel
  • Bouwt eigen deskundigheid op
  • Controleert de werkzaamheden en ruimt op
  • Reinigt en doet basisonderhoud van machines en materieel
  • Helpt mee met het transport van en naar de locatie
  • Helpt bij de voorbereidingen van het terrein op de locatie
  • Bereidt de werkzaamheden voor op de locatie
  • Voert aanplantingen uit
  • Onderhoudt tuinen en groene zones (buiten of binnen) (verticuteren, behandelen of vervangen van planten, ….)
  • Onderhoudt het grasveld (gazons, sportvelden, golfterreinen, ….)
  • Voert bestrijding uit van onkruid, ziektes en plagen
  • Snoeit struiken, heesters, jonge en kleine bomen volgens de groeirichting of de vereiste vorm
  • Scheert hagen
  • Onderhoudt vijvers en waterpartijen
  • Onderhoudt afwateringssystemen, verhardingen, kleine bouwkundige elementen en technische voorzieningen

Attesten en voorwaarden

Wettelijke attesten en voorwaarden

Voor de beroepsuitoefening van ‘Medewerker groen- en tuinbeheer’ is het beschikken van volgende attesten en/of voldoen aan volgende voorwaarden wettelijk verplicht:
  • Fytolicentie p1 zoals bepaald in KB van 19 maart 2013 ter verwezenlijking van een duurzaam gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en toevoegingsstoffen