Inspecteur Politie

 

Globaal

Titel

Inspecteur Politie

Deze benaming komt voor in de Competent fiche "K170601 Personeel openbare veiligheid"

Definitie

Voert de door de wetgever toegekende opdrachten van bestuurlijke en gerechtelijke politie uit onder het gezag en de sturing van de leidinggevende teneinde de openbare orde evenals de individuele rechten en vrijheden binnen de samenleving te waarborgen.

Niveau

5

Jaar van erkenning

2018

Activiteiten

Opsomming competenties

Basisactiviteiten
  • 1. Communiceert efficiënt en effectief met burgers, collega’s en interne en externe diensten
    • Geeft zowel mondeling als schriftelijk via verschillende kanalen op een gestructureerde, efficiënte en gepaste manier informatie door aan een divers publiek
    • Houdt rekening met non-verbale communicatie
    • Past technieken toe om te onderhandelen, te overtuigen, te bemiddelen en om conflicten te hanteren die afgestemd zijn op het doel, de context en de gesprekspartner
    • Extraheert relevante informatie van een briefing en linkt die waar mogelijk aan observaties en vaststellingen
    • Houdt rekening met het vertrouwelijk karakter van informatie
    • Organiseert, leidt en/of neemt assertief deel aan vergaderingen, (werk)groepen en netwerken
    • Past de reglementaire richtlijnen betreffende de politionele correspondentie toe
    • Gebruikt en onderhoudt communicatiemiddelen met verschillende gebruiksopties
    • Verstuurt en ontvangt berichten volgens de voorziene procedures
  • 2. Ontwikkelt de eigen deskundigheid
    • Informeert zich over en volgt trends en ontwikkelingen in het vakgebied op
    • Identificeert de eigen ontwikkelingsbehoeften, mentaal en fysiek
    • Onderneemt actie om tegemoet te komen aan de eigen ontwikkelingsbehoeften
    • Neemt leeropportuniteiten aan om de eigen loopbaan uit te bouwen
  • 3. Onderhoudt en hanteert de ter beschikking gestelde dwangmiddelen en bewapening volgens de geldende richtlijnen
    • Onderhoudt de dwangmiddelen en bewapening
    • Selecteert het type dwangmiddel of bewapening in functie van de situatie
    • Past de veiligheidsregels toe bij het bedienen van de dwangmiddelen en bewapening
  • 4. Onthaalt burgers aan het loket
    • Voert een gesprek met de burger
    • Luistert actief
    • Neemt aangiften en klachten op
    • Maakt een proces verbaal, informatieverslag of bestuurlijk verslag op
    • Reageert gepast (doorverwijzen, interventieploeg sturen,…)
  • 5. Voert dringende en niet dringende interventies uit
    • Ontvangt instructies en stelt zich op de hoogte van de doelstelling van de interventieopdracht
    • Rijdt (prioritair) met een interventiewagen
    • Past EHBO toe aangepast aan de functie en de politionele risico’s
    • Treft de eerste maatregelen bij een noodsituatie of misdrijf
    • Past gepaste technieken en procedures toe bij grootschalige operaties
    • Benadert verdachte personen, voertuigen en gebouwen en gevaarlijke situaties op een gepaste en veilige manier
    • Controleert de identiteit van personen volgens de wettelijke procedures
    • Voert diverse vormen van fouille van personen uit volgens de wettelijke procedures
    • Doorzoekt voertuigen en gebouwen, inclusief huiszoekingen volgens de wettelijke procedures
    • Voert controleprocedures en dwangmaatregelen uit met en zonder bewapening
    • Voert vrijheidsberoving uit volgens de wettelijke procedures en technieken
    • Voert een overbrenging uit volgens de wettelijke beschikkingen
  • 6. Houdt toezicht op plaatsen en bezittingen of tijdens acties en reageert gepast bij problemen
    • Stelt zich zichtbaar en aanspreekbaar op
    • Ontvangt instructies en stelt zich op de hoogte van de doelstelling van de toezichtsopdracht
    • Informeert en oriënteert zich op de behoeften en de verwachtingen van de omgeving
    • Voert controlerondes uit
    • Houdt toezicht op gevaarlijke en verlaten dieren
    • Houdt toezicht op geesteszieken die een bedreiging vormen voor zichzelf of anderen
    • Controleert documenten en de naleving van wettelijke bepalingen m.b.t. de toegang tot het grondgebied, verblijf, vestiging en verwijdering
    • Raadpleegt databanken voor politionele informatie
    • Herkent en schat (risico)situaties in en reageert gepast
    • Wijst overtreders terecht en geeft instructies
    • Voert verschillende actiemodi openbare orde uit (patrouilleren, ontruimen, escorteren,…)
    • Past politietechnieken en -operaties m.b.t. de ordehandhaving toe
    • Zet beschermingsmiddelen openbare orde in
    • Geeft adviezen inzake preventie aan de bevolking
  • 7. Bevordert en controleert de veiligheid in het verkeer
    • Houdt toezicht op de naleving van de verkeersregelgeving op de openbare weg en reageert gepast bij inbreuken
    • Regelt het verkeer in diverse situaties met een uiteenlopende moeilijkheidsgraad
    • Voert algemene verkeerscontroles uit (boorddocumenten, alcohol, drugs, snelheid, gewicht van de lading, rij- en rusttijden,…)
    • Stelt verkeersongevallen vast en treft de eerste maatregelen (signalisatie plaatsen, communicatie met interne en externe diensten,…)
  • 8. Voert een opsporingsonderzoek uit en neemt deel aan een gerechtelijk onderzoek
    • Verzamelt informatie en materieel voor de zoekoperatie
    • Verzamelt sporen en bewijsstukken en stelt ze veilig
    • Voert een buurtonderzoek uit
    • Observeert gebeurtenissen en het gedrag van personen
    • Verhoort betrokkenen (slachtoffers, getuigen en verdachten)
    • Voert diverse vormen van fouille van personen uit
    • Doorzoekt voertuigen en gebouwen, inclusief huiszoekingen
    • Voert controleprocedures en dwangmaatregelen uit met en zonder bewapening
    • Voert vrijheidsberoving uit volgens de wettelijke procedures
    • Voert een overbrenging uit volgens de wettelijke beschikkingen
    • Neemt goederen in beslag volgens de geldende juridische richtlijnen
  • 9. Voert vaststellingen uit
    • Doet vaststellingen van wat er gebeurd is
    • Raadpleegt databanken voor politionele informatie
    • Maakt een analyse op basis van de vaststellingen
    • Bepaalt of het een misdrijf betreft en kwalificeert het
    • Reageert gepast volgens de regels van de betrokken overheid (gerechtelijk of bestuurlijk)
    • Communiceert waar nodig naar interne en externe diensten (dispatching, labo, slachtofferhulp …)
    • Maakt een proces verbaal, informatieverslag of bestuurlijk verslag op
  • 10. Maakt een proces verbaal, informatieverslag of bestuurlijk verslag op
    • Gebruikt kantoor- (tekstverwerking, rekenblad, ...) en politiesoftware
    • Houdt gegevens bij over de interventie en het onderzoek (tijdstip, reden, vaststellingen, …)
    • Controleert de echtheid en objectiviteit van de informatie
    • Maakt een synthese van de informatie
    • Gaat vertrouwelijk om met de informatie
    • Stelt een proces verbaal, informatieverslag of bestuurlijk verslag op volgens de wettelijke vormvereisten.
  • 11. Staat slachtoffers, nabestaanden en derden bij
    • Vangt vanuit de eerstelijnszorg slachtoffers, nabestaanden en derden adequaat op
    • Geeft op een gepaste manier informatie (slechtnieuwsgesprek, aanwijzingen,…)
    • Beantwoordt vragen of verwijst door naar de juiste interne of externe dienst
    • Past EHBO toe aangepast aan de functie en de politionele risico’s
    • Contacteert de hulpdiensten indien nodig
    • Waarschuwt indien nodig de bevoegde bestuurlijke en gerechtelijke overheden
    • Zorgt voor de eigen veiligheid en de veiligheid van burgers en collega’s

Beschrijving competenties/activiteiten a.d.h.v. de descriptorelementen

Kennis

  • Basiskennis van de functie en bronnen van het recht
  • Basiskennis van de Belgische grondwet
  • Basiskennis van de Belgische staatsstructuur met de verschillende bestuursniveaus en bevoegdheden
  • Basiskennis van de organisatie van de geïntegreerde politie
  • Basiskennis van de bevoegdheden van de geïntegreerde politie en de afbakening t.o.v. de bevoegdheden van andere veiligheidsberoepen
  • Basiskennis van het Belgische rechtssysteem
  • Basiskennis van wetgeving in relatie tot politiewerk
  • Basiskennis van (de soorten) misdrijven
  • Basiskennis van de gerechtelijke procedure bij misdrijven
  • Basiskennis van (het onderscheid tussen) een opsporingsonderzoek en een gerechtelijk onderzoek
  • Basiskennis van politionele databanken/databronnen
  • Basiskennis van sociale media
  • Basiskennis van EHBO
  • Basiskennis van observatietechnieken
  • Basiskennis van gesproken Engels en de tweede landstaal: begrijpt en gebruikt zinnen en regelmatig voorkomende uitdrukkingen en communiceert over eenvoudige en alledaagse taken die een eenvoudige en directe uitwisseling van informatie vereisen over vertrouwde onderwerpen en activiteiten
  • Kennis van deontologisch politioneel gedrag
  • Kennis van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens
  • Kennis van de principes van het nationaal en zonaal veiligheidsplan en de gevolgen ervan voor de politionele werking
  • Kennis van (de samenwerking met) externe partners van de geïntegreerde politie
  • Kennis van politiesamenwerking op Europees en internationaal vlak
  • Kennis van belangrijke socioculturele en maatschappelijke problemen (racisme, discriminatie, stereotypen en vooroordelen)
  • Kennis van stressfactoren en –signalen bij zichzelf en anderen
  • Kennis van openbare orde (actiemodi)
  • Kennis van middelen voor ordehandhaving
  • Kennis van dwangmiddelen en bewapening (type, functie, veiligheidsregels en wettelijk/deontologisch kader)
  • Kennis van basistechnieken van verhoor
  • Kennis van kantoor- en politiesoftware
  • Kennis van politioneel en prioritair rijden
  • Grondige kennis van technieken en (wettelijke) procedures m.b.t. politionele opdrachten (ordehandhaving, documentcontrole, fouille, huiszoeking, vrijheidsberoving, overbrenging,…)
  • Grondige kennis van de bepalingen van de wet op het politieambt met betrekking tot de uitoefening van de opdrachten van een politie-inspecteur
  • Grondige kennis van de basisprincipes van algemeen en bijzonder strafrecht
  • Grondige kennis van de basisprincipes met betrekking tot de gemeentelijke en gewestelijke administratieve sancties
  • Grondige kennis van de basisprincipes van het verkeersrecht
  • Grondige kennis van de basisprincipes van strafvordering
  • Grondige kennis van het opstellen van een PV (format en procedure)
  • Grondige kennis van gespreks- en communicatietechnieken
  • Grondige kennis van basistechnieken voor overtuigen, onderhandeling, bemiddeling en conflicthantering

Cognitieve vaardigheden

  • Geeft zowel mondeling als schriftelijk via verschillende kanalen op een gestructureerde, efficiënte en gepaste manier informatie door aan een divers publiek
  • Houdt rekening met non-verbale communicatie
  • Past technieken toe om te onderhandelen, te overtuigen, te bemiddelen en om conflicten te hanteren die afgestemd zijn op het doel, de context en de gesprekspartner
  • Extraheert relevante informatie van een briefing en linkt die waar mogelijk aan observaties en vaststellingen
  • Houdt rekening met het vertrouwelijk karakter van informatie
  • Organiseert, leidt en/of neemt assertief deel aan vergaderingen, (werk)groepen en netwerken
  • Past de reglementaire richtlijnen betreffende de politionele correspondentie toe
  • Verstuurt en ontvangt berichten volgens de voorziene procedures
  • Informeert zich over en volgt trends en ontwikkelingen in het vakgebied op
  • Identificeert de eigen ontwikkelingsbehoeften, mentaal en fysiek
  • Selecteert het type dwangmiddel of bewapening in functie van de situatie
  • Past de veiligheidsregels toe bij het bedienen van de dwangmiddelen en bewapening
  • Voert een gesprek met de burger
  • Luistert actief
  • Neemt aangiften en klachten op
  • Reageert gepast (doorverwijzen, interventieploeg sturen,…)
  • Gebruikt en onderhoudt communicatiemiddelen met verschillende gebruiksopties
  • Ontvangt instructies en stelt zich op de hoogte van de doelstelling van de interventieopdracht
  • Treft de eerste maatregelen bij een noodsituatie of misdrijf
  • Past gepaste technieken en procedures toe bij grootschalige operaties
  • Benadert verdachte personen, voertuigen en gebouwen en gevaarlijke situaties op een gepaste en veilige manier
  • Controleert de identiteit van personen volgens de wettelijke procedures
  • Voert diverse vormen van fouille van personen uit volgens de wettelijke procedures
  • Doorzoekt voertuigen en gebouwen, inclusief huiszoekingen volgens de wettelijke procedures
  • Voert vrijheidsberoving uit volgens de wettelijke procedures en technieken
  • Voert een overbrenging uit volgens de wettelijke beschikkingen
  • Stelt zich zichtbaar en aanspreekbaar op
  • Informeert en oriënteert zich op de behoeften en de verwachtingen van de omgeving
  • Controleert documenten en de naleving van wettelijke bepalingen m.b.t. de toegang tot het grondgebied, verblijf, vestiging en verwijdering
  • Raadpleegt databanken voor politionele informatie
  • Herkent en schat (risico)situaties in en reageert gepast
  • Wijst overtreders terecht en geeft instructies
  • Voert verschillende actiemodi openbare orde uit (patrouilleren, ontruimen, escorteren,…)
  • Past politietechnieken en -operaties m.b.t. de ordehandhaving toe
  • Zet beschermingsmiddelen openbare orde in
  • Geeft adviezen inzake preventie aan de bevolking
  • Houdt toezicht op de naleving van de verkeersregelgeving op de openbare weg en reageert gepast bij inbreuken
  • Voert algemene verkeerscontroles uit (boorddocumenten, alcohol, drugs, snelheid, gewicht van de lading, rij- en rusttijden,…)
  • Stelt verkeersongevallen vast en treft de eerste maatregelen (signalisatie plaatsen, communicatie met interne en externe diensten,…)
  • Verzamelt informatie en materieel voor de zoekoperatie
  • Voert een buurtonderzoek uit
  • Observeert gebeurtenissen en het gedrag van personen
  • Verhoort betrokkenen (slachtoffers, getuigen en verdachten)
  • Neemt goederen in beslag volgens de geldende juridische richtlijnen
  • Doet vaststellingen van wat er gebeurd is
  • Maakt een analyse op basis van de vaststellingen
  • Bepaalt of het een misdrijf betreft en kwalificeert het
  • Communiceert waar nodig naar interne en externe diensten (dispatching, labo, slachtofferhulp …)
  • Gebruikt kantoor- (tekstverwerking, rekenblad, ...) en politiesoftware
  • Houdt gegevens bij over de interventie en het onderzoek (tijdstip, reden, vaststellingen, …)
  • Controleert de echtheid en objectiviteit van de informatie
  • Maakt een synthese van de informatie
  • Gaat vertrouwelijk om met de informatie
  • Stelt een proces verbaal, informatieverslag of bestuurlijk verslag op volgens de wettelijke vormvereisten.
  • Vangt vanuit de eerstelijnszorg slachtoffers, nabestaanden en derden adequaat op
  • Geeft op een gepaste manier informatie (slechtnieuwsgesprek, aanwijzingen,…)
  • Beantwoordt vragen of verwijst door naar de juiste interne of externe dienst
  • Contacteert de hulpdiensten indien nodig
  • Waarschuwt indien nodig de bevoegde bestuurlijke en gerechtelijke overheden

Probleemoplossende vaardigheden

  • Onderneemt actie om tegemoet te komen aan de eigen ontwikkelingsbehoeften
  • Neemt leeropportuniteiten aan om de eigen loopbaan uit te bouwen
  • Zorgt voor de eigen veiligheid en de veiligheid van burgers en collega’s

Motorische vaardigheden

  • Onderhoudt de dwangmiddelen en bewapening
  • Rijdt (prioritair) met een interventiewagen
  • Past EHBO toe aangepast aan de functie en de politionele risico’s
  • Voert controleprocedures en dwangmaatregelen uit met en zonder bewapening
  • Voert controlerondes uit
  • Houdt toezicht op gevaarlijke en verlaten dieren
  • Houdt toezicht op geesteszieken die een bedreiging vormen voor zichzelf of anderen
  • Regelt het verkeer in diverse situaties met een uiteenlopende moeilijkheidsgraad
  • Voert diverse vormen van fouille van personen uit
  • Doorzoekt voertuigen en gebouwen, inclusief huiszoekingen
  • Voert controleprocedures en dwangmaatregelen uit met en zonder bewapening
  • Voert vrijheidsberoving uit volgens de wettelijke procedures
  • Voert een overbrenging uit volgens de wettelijke beschikkingen
  • Past EHBO toe aangepast aan de functie en de politionele risico’s

Omgevingscontext

  • Het beroep wordt uitgeoefend in een variërende en vaak onvoorspelbare omgeving, gaande van een gestructureerde omgeving in het politiegebouw tot een complexe en potentieel bedreigende inzet (mentaal en fysiek).
  • De werkomstandigheden kunnen moeilijk zijn: stresserende of emotioneel ingrijpende gebeurtenissen, blootstelling aan meteorologische omstandigheden,…
  • Het beroep wordt uitgeoefend met een variërend tijdschema. De inspecteur van politie moet soms werken onder tijdsdruk, maar respecteert te allen tijde de veiligheidsnormen en de wettelijke/deontologische voorschriften.
  • De opdrachten van de inspecteur van politie variëren, maar de uitvoering ervan is steeds gebonden aan regelgeving, interne richtlijnen of procedures.
  • Het beroep wordt meestal alleen of in team uitgeoefend waarbij de inspecteur van politie (al dan niet samen met een collega) een correcte eerste inschatting van de situatie moet maken en op basis daarvan zo nodig anderen, waaronder eventueel de leidinggevende, moet inschakelen. Bij het werken in uitgebreide teams kan een hoge graad van sociale interactie nodig zijn.
  • Het dragen van een uniform/persoonlijke (beschermings)kledij tijdens de beroepsuitoefening is verplicht en moet in overeenstemming zijn met de normen vastgelegd voor de opdracht.
  • De inspecteur van politie komt in contact met verschillende actoren (collega’s, leidinggevenden, burgers, externe actoren,…).

Handelingscontext

  • Bij de uitvoering van bepaalde opdrachten dreigt potentieel gevaar voor het eigen leven en dat van anderen.
  • Bepaalde opdrachten van de inspecteur van politie vereisen een goede fysieke conditie.
  • De inspecteur van politie moet voortdurend alert zijn en oog hebben voor verschillende aspecten om de openbare orde, de veiligheid en de rechten en vrijheden van alle individuen te waarborgen. Sommige opdrachten kunnen een langere periode beslaan waardoor een hoge graad van vermoeidheid kan optreden die het aandachtsniveau kan beïnvloeden.
  • De uitoefening van het beroep vraagt de nodige flexibiliteit, respect, integriteit en kritische ingesteldheid ten aanzien van het eigen handelen.
  • De inspecteur van politie moet zich deontologisch correct gedragen en gepast omgaan met diversiteit.
  • De inspecteur van politie heeft permanent aandacht voor de eigen beroepsgrens en mogelijkheden.
  • De inspecteur van politie moet voorzichtig en gepast omgaan met de bewapening, rekening houdend met de geldende veiligheidsregels
  • De inspecteur van politie moet op een constructieve en gepaste manier communiceren en omgaan met leidinggevenden, collega’s, burgers en externen.

Autonomie

Is zelfstandig in
  • et voorbereiden en uitvoeren van algemene en specifieke opdrachten (alleen, maar vaak in team)
Is gebonden aan
  • egelgeving en interne richtlijnen
  • ntvangen opdrachten en instructies (indien van toepassing)
Doet beroep op
  • en collega bij het uitvoeren van algemene of specifieke opdrachten (indien nodig) of voor ondersteuning, advies
  • e leidinggevende voor het verkrijgen van een opdracht of instructie, bij specifieke (niet-routinematige) opdrachten, problemen of gevaar

Verantwoordelijkheid

  • Communiceert efficiënt en effectief met burgers, collega’s en interne en externe diensten
  • Ontwikkelt de eigen deskundigheid
  • Onderhoudt en hanteert de ter beschikking gestelde dwangmiddelen en bewapening volgens de geldende richtlijnen
  • Onthaalt burgers aan het loket
  • Voert dringende en niet dringende interventies uit
  • Houdt toezicht op plaatsen en bezittingen of tijdens acties en reageert gepast bij problemen
  • Bevordert en controleert de veiligheid in het verkeer
  • Voert een opsporingsonderzoek uit en neemt deel aan een gerechtelijk onderzoek
  • Voert vaststellingen uit
  • Maakt een proces verbaal, informatieverslag of bestuurlijk verslag op
  • Staat slachtoffers, nabestaanden en derden bij

Attesten

Er zijn geen wettelijke attesten of voorwaarden verplicht.