Logopedist

 
BK-0314-1

Globaal

Titel

Logopedist

Deze benaming komt voor in de Competent fiche "J140601 Logopedist (m/v)"

Definitie

De logopedist is gericht op het ontwikkelen, herstellen en onderhouden van de mondelinge en schriftelijke communicatie, specifieke cognitieve functies en van de faryngale functies betrokken bij eten en drinken teneinde de gezondheid/welzijn van de patiënt/cliënt/opdrachtgever in stand te houden en te bevorderen.

Niveau (VKS en EQF)

6

Jaar van erkenning

versie 1, 2018

Competenties

Opsomming competenties

Algemene activiteiten
  • Competentie 1:
    Werkt veilig volgens de wettelijke reglementeringen en geldende kwaliteitsvereisten van de instelling(en)
    • Respecteert procedures en regels op vlak van hygiëne, (bio)veiligheid, kwaliteit, …
    • Draagt persoonlijke en collectieve beschermingsmiddelen volgens de procedure
    • Volgt de wetgeving en zet deze om in praktijk
    • Kan EHBO toepassen (gebruik AED, CPR,…)
  • met inbegrip van kennis:
  • Competentie 2:
    Werkt samen met andere actoren
    • Communiceert efficiënt met alle actoren (zorgverstrekkers, leidinggevenden, collega’s, officiële instanties, …)
    • Neemt vanuit het beroep van de logopedist een actieve rol op binnen de multi- en interdisciplinaire context*
    • Rapporteert aan de leidinggevende indien nodig
    • Werkt efficiënt samen
    • Respecteert de afgesproken procedures en werkschema’s
  • met inbegrip van kennis:
* * Multidisciplinaire samenwerking: er is in een team een veelheid aan disciplines aanwezig, maar elke beroepsgroep heeft zijn eigen taken die duidelijk afgegrensd zijn van de taken van een andere beroepsgroep.
Interdisciplinaire samenwerking: er is in een team een veelheid aan disciplines aanwezig, waarbij de zorgverstrekkers van elke beroepsgroep zowel eigen taken hebben als taken die ze gemeenschappelijk hebben met andere beroepsgroepen
  • Competentie 3:
    Handelt volgens de professionele gedragscodes
    • Communiceert empathisch met alle betrokken actoren
    • Respecteert de zakelijke omgangsvormen
    • Verzorgt de persoonlijke hygiëne en zorgt voor een verzorgd voorkomen en aangepaste kledij conform de taakuitvoering
    • Handelt volgens de professionele, wettelijke, ethisch en deontologische (gedrags)code
    • Creëert een veilige omgeving voor de zorgvrager*
    • Geeft aan wanneer iets buiten zijn/haar competenties valt
    • Gaat vertrouwelijk om met informatie
    • Zet de zorgvrager centraal
  • met inbegrip van kennis:
* * Zorgvrager: in dit dossier een algemene term om de verschillende personen (patiënt, cliënt, …) en/of groepen (organisatie, …) die een hulpvraag hebben te benoemen
Logopedische behandeling
  • Competentie 4:
    Voert een onderbouwd logopedisch assessment uit conform het methodisch logopedische handelen
    • Verwerkt de aanmelding van de zorgvrager/cliënt
    • Plant een onderbouwd logopedisch assessment
    • Voert een intakegesprek en verzamelt anamnesegegevens
    • Stelt een specifiek onderzoeksplan op afhankelijk van de hulpvraag en van de informatie uit de anamnese volgens een courant gebruikt raamwerk (ICF* , …)
    • Ordent, analyseert en interpreteert de onderzoeksgegevens verkregen via formeel en informeel assessment
    • Trekt conclusies op basis van de onderzoeksgegevens en stelt op basis van de verzamelde onderzoeksgegevens een logopedische diagnose op
    • Reflecteert over het onderzoeksproces en stuurt bij waar nodig
    • Communiceert met de hulpvrager en eventueel met de doorverwijzende arts de logopedische diagnose
    • Rapporteert aan de betrokken actoren
  • met inbegrip van kennis:
* ICF: (International Classification of Functioning, diasability and health) is een taal die de termen bevat waarmee het menselijk functioneren kan worden beschreven en die zo een raamwerk vormt voor het ordenen van gegevens. De ICF biedt een structuur om die gegevens op zinvolle wijze, in onderling verband, te presenteren in een toegankelijke vorm.
  • Competentie 5:
    Stelt een onderbouwd logopedisch behandelplan op, op maat van de cliënt en het cliëntsysteem*
    • Bepaalt bij aanwezigheid van meerdere stoornissen welke aspecten prioritair zijn
    • Stelt een logopedisch behandelplan op, op maat van de cliënt (context en persoonlijke factoren)
    • Bespreekt de vorm, inhoud, frequentie en de te verwachte duur van de behandeling met de cliënt en de verwijzer (opm. kan ook een collega of CLB zijn)
    • Bepaalt de doelen van de behandeling volgens een courant gebruikt raamwerk
    • Kan prioriteiten bepalen
    • Bepaalt de aangewezen methode en hulpmiddelen afhankelijk van de stoornis
    • Bespreekt het logopedisch behandelplan met de cliënt en het cliëntensysteem
    • Bespreekt de financiële aspecten van de behandeling
    • Geeft aan waar eventuele andere betrokken hulpverleners ingeschakeld en/of geraadpleegd kunnen worden
    • Informeert met toestemming van de cliënt andere betrokken hulpverleners over het behandelplan
    • Legt het behandelplan vast in het dossier
  • met inbegrip van kennis:
* Cliëntensysteem: is het netwerk rond de cliënt; daarbinnen zijn er relaties die het probleem veroorzaken, versterken of die kunnen bijdragen aan de oplossing
  • Competentie 6:
    Voert het behandelplan systematisch en conform het methodisch logopedisch handelen* uit, evalueert het en stuurt het bij indien nodig
    • Werkt de logopediesessie uit en past de oefeningen aan de voortgang van de patiënt aan
    • Handelt methodisch volgens de geldende (evidence–based) richtlijnen
    • Legt het doel en de inhoud van de oefening uit
    • Geeft instructie met betrekking tot de uitvoering aan de hulpvrager en zijn context
    • Doet de oefening voor en legt zo nodig één en ander voor de hulpvrager schriftelijk vast
    • Controleert de manier waarop de patiënt de gegeven instructies uitvoert en geeft zo nodig feedback
    • Biedt suggesties aan de hulpvrager om dagene wat in de behandeling is geleerd in de praktijk toe te passen
    • Registreert per sessie de inhoud en het resultaat van de behandelsessie en past deze aan indien nodig
    • Houdt rekening met belasting en belastbaarheid van de zorgvrager
    • Gebruikt adequaat technische hulpmiddelen
    • Voert het behandelplan flexibel en creatief uit
    • Past de behandelwijze tussentijds aan als de praktijk daar aanleiding toe geeft en motiveert dit
  • met inbegrip van kennis:
* Logopedische handelingen: handelingen die worden beschreven in KB 20/10/1994 onder bijlage I en II:
• technische prestaties met betrekking tot
normale en pathologische mondelinge communicatie
normale en pathologische schriftelijke communicatie
normale en pathologische orofaryngale functies
normale en pathologische cognitieve functies
• de door de arts belaste handelingen
  • Competentie 7:
    Maakt de balans op na de behandeling en wisselt informatie uit met arts, leerkracht, ...(
    • Geeft advies aan de zorgvrager of zijn context in verband met verdere begeleiding, hulpmiddelen, … als vervolg op een behandeling of een diagnose
    • Bouwt de therapie systematisch af en plant, indien nodig en organiseert follow up
    • Evalueert de behandeling naar proces en product
    • Neemt het oordeel van de zorgvrager mee in de evaluatie
    • Registreert en rapporteert over de onderzoeken en de behandeling
  • met inbegrip van kennis:
  • Competentie 8:
    Vult de medisch-administratieve documenten van de cliënt in conform de geldende wet- regelgeving
    • Legt een patiëntendossier aan en houdt dit up-to date
    • Bezorgt de zorgvrager documenten voor vergoeding
    • Communiceert naar de bij de zorgverlening betrokken actoren (verslaggeving, verantwoording, …)
    • Beheert de cliënt- en financiële gegevens op systematische wijze
  • met inbegrip van kennis:
Extra activiteiten
  • Competentie 9:
    Geeft hooropvoeding, -training en -revalidatie
    • Werkt volgens modellen en curricula voor hooropvoeding en –training
    • Stelt een individueel programma op
    • Leert de hoortoestellen, hoorhulpmiddelen en/of implantaten optimaal te gebruiken
    • Traint het spraakafzien
    • Ondersteunt de communicatie waar nodig
  • met inbegrip van kennis:
  • Competentie 10:
    Geeft advies en informatie over hooropvoeding, -training en -revalidatie door screening
    • Voert een gehoorscreening uit
    • Geeft advies en informatie bij de gehoorscreening
  • met inbegrip van kennis:
  • Competentie 11:
    Voert eerste fase diagnostiek uit met betrekking tot het bepalen van de gehoordrempel
    • Voert toonaudiometrie uit
  • met inbegrip van kennis:
  • Competentie 12:
    Participeert in preventie- en sensibiliseringacties voor verschillende doelgroepen
    • Participeert in preventie- en sensibiliseringscampagnes
    • Geeft informatie en voorlichting over specifieke logopedische onderwerpen (dyslexie, duimzuigen, eet- en drinkstoornissen, spraakproblemen…)
    • Gebruikt en ontwikkelt voorlichtingsmateriaal (folders, brochures, …)
    • Spoort relevante risicofactoren vroegtijdig op door screening van risicofactoren
    • Voert screenings uit met gestandaardiseerde instrumenten
    • Stemt vorm en inhoud van de boodschap af op de doelgroep (individuen of groepen)
    • Verwijst door op een deskundige en doordachte wijze
  • met inbegrip van kennis:
  • Competentie 13:
    Adviseert de verschillende doelgroepen (deskundigen, ouders, ...)
    • Geeft informatie over specifieke logopedie gerelateerde thema’s
    • Adviseert met betrekking tot logopedische stoornissen en beperkingen
    • Verwijst door op een deskundige en doordachte wijze
    • Ontwikkelt voorlichtingsmateriaal
    • Stemt boodschap en taal af op de doelgroep (individuen of groepen)
  • met inbegrip van kennis:
  • Competentie 14:
    Geeft vorming (training, scholing, …) aan verschillende doelgroepen (deskundigen, ouders, studenten,…)
    • - Inventariseert vormingsvragen gerelateerd aan de logopedie
    • - Geeft vorming over specifieke logopedisch gerelateerde thema’s
    • Begeleidt en coacht collega’s, andere professionals, studenten, cliëntsysteem, …
    • Geeft gericht feedback over de uitvoering van logopedisch gerelateerde thema’s
  • met inbegrip van kennis:
  • Competentie 15:
    Organiseert een praktijk, werkomgeving, afdeling of dienst
    • Levert een bijdrage aan het oprichten van een professionele werkomgeving volgens de geldende kwaliteitsnormen
    • Voert een professionele cliënt- en/of praktijkadministratie en stelt de gegevens ervan beschikbaar ten behoeve van onderzoek van interne en externe partijen
    • Levert een bijdrage aan het ontwikkelen van kwaliteitscriteria, meetinstrumenten en verbeteracties binnen de organisatie
    • Organiseert en/of coördineert de therapeutisch gerelateerde activiteiten rondom de cliënt in samenwerking met de omgeving van de cliënt, collega’s en/of het interdisciplinaire team
  • met inbegrip van kennis:
  • Competentie 16:
    Ontwikkelt de eigen deskundigheid
    • Vormt zich permanent
    • Evalueert het eigen beroepsmatig handelen door middel van toetsing en reflectie
    • Levert een actieve bijdrage aan de ontwikkeling van kennis en kunde met betrekking tot het beroep en het vakgebied bij externe actoren
    • Implementeert elementen die de kwaliteit van de dienstverlening verbeteren
    • Volgt actuele, wetenschappelijke ontwikkelingen, evalueert op kritische wijze wetenschappelijke onderzoeksliteratuur en gebruikt deze binnen de professionele setting
    • Gebruikt de taal die men in het kader van het beroep hanteert op voldoende deskundige wijze zowel mondeling als schriftelijk
    • Spreekt rijk, verzorgd en algemeen verstaanbaar Nederlands
    • Hanteert een correcte articulatie met inbegrip van intonatie
    • Hanteert correct Nederlands taalgebruik (Kan zichzelf vloeiend en spontaan uitdrukken zonder daarvoor aantoonbaar naar uitdrukkingen te moeten zoeken. Kan flexibel en effectief met taal omgaan ten behoeve van sociale, academische en beroepsmatige doeleinden. Hierbij kan hij/zij een duidelijke, goed gestructureerde en gedetailleerde tekst over complexe onderwerpen produceren en daarbij gebruikmaken van organisatorische structuren en verbindingswoorden)
  • met inbegrip van kennis:
  • Competentie 17:
    Draagt bij tot de ontwikkeling van het beroep
    • Neemt deel aan intercollegiaal overleg en kennisnetwerken
    • Werkt volgens actuele wetenschappelijke inzichten, richtlijnen voor de praktijk (evidence based practice) en (inter)nationale ontwikkelingen
    • Raadpleegt relevante informatiebronnen (handleidingen, internet, ...), ook Engelstalige vakliteratuur
    • Neemt eventueel deel aan de verschillende fases van wetenschappelijk onderzoek en innovatie
  • met inbegrip van kennis:

Beschrijving competenties a.d.h.v. de descriptorelementen

Kennis

  • Basiskennis van anatomie
  • Basiskennis van fysiologie
  • Basiskennis van psychiatrische aandoeningen
  • Basiskennis van gerontologie en geriatrie
  • Basiskennis van pedagogische technieken
  • Basiskennis van evaluatiemethodes
  • Basiskennis van reflectiestrategieën
  • Kennis van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen
  • Kennis van neurologie met inbegrip van de neuropediatrie
  • Kennis van fysica in verband met de spraak, de stem en het gehoor
  • Kennis van linguistiek
  • Kennis van psycholinguistiek-neurolinguistiek
  • Kennis van cognitieve psychologie
  • Kennis van algemene psychologie met inbegrip van de psychologie van het leerproces
  • Kennis van genetische psychologie
  • Kennis van persoonlijkheidspsychologie
  • Kennis van algemene pedagogiek met inbegrip van de pedagogiek van de zieke en de gehandicapte
  • Kennis van psychologie en sociologie van de zieke en de gehandicapte
  • Kennis van deontologie van de logopedist
  • Kennis van de fonetiek en de orthofonie
  • Kennis van de psychomotoriek
  • Kennis van de technologie toegepast in de logopedie
  • Kennis van methodologie van de intelligentie-, stem-, spraak- en taaltests
  • Kennis van degeneratieve aandoeningen
  • Kennis van de internationale classificatie van het menselijk functioneren (ICF)
  • Kennis van professionele communicatie (vakjargon, binnormen, referentienormen, rapporteren, mailethiek, …)
  • Kennis van de ethische regels rond wetenschappelijk onderzoek
  • Kennis van onderzoeksdomeinen
  • Kennis van toegepast wetenschappelijk onderzoek
  • Kennis van informatiebronnen
  • Kennis van professionele fora
  • Kennis van beroepsrelevante software
  • Kennis van Engels (kan de hoofdgedachte van een ingewikkelde tekst begrijpen, zowel over concrete als over abstracte onderwerpen met inbegrip van technische besprekingen van eigen vakgebied)
  • Grondige kennis van anatomie, fysiologie en pathologie van de spraak- en stemorganen, de gehoororganen, de evenwichtsorganen en het slikken
  • Grondige kennis van oorsprong en ontwikkeling van de spraak en de taal
  • Grondige kennis van de normale en pathologische mondelinge communicatie: spraakstoornissen (articulatiestoornissen, vloeiendheidsstoornissen, dysartrie, dyspraxie,…), sensomotorische, psychomotorische en andere stoornissen die de communicatie belemmeren, taalstoornissen (ontwikkelings)stoornissen (afasie, ...), stemstoornissen, gehoorstoornissen
  • Grondige kennis van de normale en pathologische schriftelijke communicatie: leerstoornissen (dyslexie , dysorthografie, …)
  • Grondige kennis van de normale en pathologische specifieke cognitieve functies: dyscalculie, dementie, …
  • Grondige kennis van de normale en pathologische orofaryngale functies: afwijkingen van de orofaciale functies (aangezichtsverlamming, lip- en of gehemeltespleet, oraal myofunctionele problemen, ...), slikstoornissen (dysfagie, ...) en/of eetproblemen
  • Grondige kennis van de door de arts belaste handelingen: audiometrie, vestibulometrie, fonetografie
  • Grondige kennis van studie van de stem, de articulatie, de spraak en de taal
  • Grondige kennis van het correct gebruik van het Nederlands, ( kan zichzelf vloeiend en spontaan uitdrukken zonder daarvoor aantoonbaar naar uitdrukkingen te moeten zoeken. Kan flexibel en effectief met taal omgaan ten behoeve van sociale, academische en beroepsmatige doeleinden. Hierbij kan hij/zij een duidelijke, goed gestructureerde en gedetailleerde tekst over complexe onderwerpen produceren en daarbij gebruikmaken van organisatorische structuren en verbindingswoorden)

Cognitieve vaardigheden

  • Het kunnen respecteren van procedures en regels op vlak van hygiëne, (bio)veiligheid, kwaliteit, …
  • Het kunnen opvolgen van de wetgeving en deze kunnen omzetten in praktijk
  • Het kunnen communiceren met alle actoren (zorgverstrekkers, leidinggevende, collega’s, officiële instanties, …) op efficiënte wijze
  • Het kunnen opnemen van een actieve rol binnen het multi- en interdisciplinaire team
  • Het kunnen rapporteren aan de leidinggevende indien nodig
  • Het kunnen samenwerken op efficiënte wijze
  • Het kunnen respecteren van de afgesproken procedures en werkschema’s
  • Het kunnen communiceren met alle betrokken actoren op empathische wijze
  • Het kunnen respecteren van de zakelijke omgangsvormen
  • Het kunnen verzorgen van de persoonlijke hygiëne en het kunnen zorgen voor een verzorgd voorkomen en aangepaste kledij conform aan de taakuitvoering
  • Het kunnen handelen volgens de professionele, wettelijke, ethisch en deontologische (gedrags)code
  • Het kunnen creëren van een veilige omgeving voor de zorgvrager/cliënt
  • Het kunnen omgaan met informatie op vertrouwelijke wijze
  • Het kunnen centraal zetten van de zorgvrager
  • Het kunnen verwerken van de aanmelding van de zorgvrager/cliënt
  • Het kunnen plannen van een onderbouwd logopedisch assessment
  • Het kunnen voeren van een intakegesprek en verzamelen van anamnesegegevens
  • Het kunnen trekken van conclusies op basis van de onderzoeksgegevens
  • Het kunnen stellen van een logopedische diagnose op basis van de verzamelde onderzoeksgegevens
  • Het kunnen opstellen van een specifiek onderzoeksplan afhankelijk van de hulpvraag en van de informatie uit de anamnese volgens een courant gebruikt raamwerk
  • Het kunnen communiceren van de inhoud van het assessment met de hulpvrager en eventueel de doorverwijzende arts
  • Het kunnen rapporteren van de onderzoeksgegevens aan de betrokken actoren
  • Het kunnen opstellen van een logopedisch behandelplan, op maat van de cliënt (context en persoonlijke factoren)
  • Het kunnen bespreken van de vorm, inhoud, frequentie en de te verwachte duur van de behandeling met de cliënt en de doorverwijzende arts
  • Het kunnen bepalen van de doelen van de behandeling volgens een courant gebruikt raamwerk
  • Het kunnen geven van prioriteit aan de verschillende doelen
  • Het kunnen bepalen van de aangewezen methode en hulpmiddelen afhankelijk van de stoornis
  • Het kunnen bespreken van het logopedisch behandelplan met de cliënt en het cliëntensysteem
  • Het kunnen bespreken van de financiële aspecten van de behandeling
  • Het kunnen aangeven waar eventuele andere betrokken hulpverleners ingeschakeld en/of geraadpleegd kunnen worden
  • Het kunnen informeren, met toestemming van de cliënt, van andere betrokken hulpverleners over het behandelplan
  • Het kunnen vastleggen van het behandelplan in het dossier
  • Het kunnen afstemmen van boodschap en taal op de doelgroep (individuen of groepen)
  • Het kunnen evalueren van het eigen beroepsmatig handelen door middel van toetsing en reflectie
  • Het kunnen handelen volgens de geldende (evidence-based) richtlijnen op methodische wijze
  • Het kunnen uitleggen van het doel en de inhoud van de oefening
  • Het kunnen geven van instructies met betrekking tot de uitvoering aan de hulpvrager en zijn context
  • Het kunnen voordoen van de oefening en het zo nodig kunnen uitleggen aan de hulpvrager waarbij dit schriftelijk kan vastgelegd worden
  • Het kunnen verschaffen van suggesties aan de hulpvrager om datgene wat in de behandeling geleerd is, in de praktijk te kunnen toepassen
  • Het kunnen rekening houden met belasting en belastbaarheid van de zorgvrager
  • Het kunnen gebruiken van adequate technische hulpmiddelen
  • Het kunnen uitvoeren van het behandelplan op een flexibele en creatieve wijze
  • Het kunnen geven van advies aan de zorgvrager of zijn context met betrekking tot verdere begeleiding, hulpmiddelen, … als vervolg op een behandeling of een diagnose
  • Het kunnen afbouwen van de therapie indien nodig en het kunnen plannen en organiseren van de follow-up
  • Het kunnen evalueren van de behandeling naar proces en product
  • Het kunnen meenemen van het oordeel van de zorgvrager in de evaluatie
  • Het kunnen registreren en rapporteren over de onderzoeken en de behandeling
  • Het kunnen aanleggen en het up-to date houden van een patiëntendossier conform de geldende wet- regelgeving
  • Het kunnen bezorgen van documenten voor vergoeding aan de zorgvrager
  • Het kunnen communiceren naar de bij de zorgverlening betrokken actoren (verslaggeving, verantwoording, …)
  • Het kunnen werken volgens modellen en curricula voor hooropvoeding en –training
  • Het kunnen opstellen van een individueel programma
  • Het kunnen aanleren om de hoortoestellen, hoorhulpmiddelen en/of implantaten optimaal te gebruiken
  • Het kunnen trainen van het spraakafzien
  • Het kunnen ondersteunen van de communicatie waar nodig
  • Het kunnen uitvoeren van een gehoorscreening
  • Het kunnen advies en informatie geven bij de gehoorscreening
  • Het kunnen participeren in preventie- en sensibiliseringscampagnes
  • Het kunnen informeren en voorlichting geven over specifieke logopedische onderwerpen, stoornissen en beperkingen (dyslexie, duimzuigen, eet- en drinkstoornissen, spraakproblemen…)
  • Het kunnen gebruiken en ontwikkelen van voorlichtingsmateriaal (folders, brochures, …)
  • Het kunnen opsporen van relevante risicofactoren in een vroegtijdige stadium door screening van risicofactoren
  • Het kunnen uitvoeren van screenings met gestandaardiseerde instrumenten
  • Het kunnen doorverwijzen op een deskundige en doordachte wijze
  • Het kunnen ontwikkelen van voorlichtingsmateriaal
  • Het kunnen inventariseren van vormingsvragen gerelateerd aan de logopedie
  • Het kunnen geven van vorming over specifieke logopedisch gerelateerde thema’s
  • Het kunnen begeleiden en coachen van collega’s, andere professionals, studenten, cliëntsysteem, …
  • Het kunnen geven van gerichte feedback over de uitvoering van logopedisch gerelateerde thema’s
  • Het kunnen leveren van een bijdrage aan het oprichten van een professionele werkomgeving volgens de geldende kwaliteitsnormen
  • Het kunnen voeren van een professionele cliënt- en/of praktijkadministratie en het kunnen beschikbaar stellen van de gegevens ten behoeve van onderzoek van interne en externe partijen
  • Het kunnen leveren van een bijdrage aan het ontwikkelen van kwaliteitscriteria, meetinstrumenten en verbeteracties binnen de organisatie
  • Het kunnen organiseren of coördineren van de therapeutisch gerelateerde activiteiten rondom de cliënt in samenwerking met de omgeving van de cliënt, collega’s en/of het interdisciplinaire team
  • Het kunnen bijscholen op continue basis
  • Het kunnen leveren van een actieve bijdrage aan de ontwikkeling van kennis en kunde met betrekking tot het beroep en het vakgebied bij externe actoren
  • Het kunnen implementeren van elementen die de kwaliteit van de dienstverlening verbeteren
  • Het kunnen opvolgen van actuele, wetenschappelijke ontwikkelingen en het kunnen gebruiken binnen de professionele setting
  • Het kunnen gebruiken van de Nederlandse taal op deskundige wijze die men in het kader van het beroep hanteert, zowel mondeling als schriftelijk
  • Het kunnen spreken van rijk, verzorgd en algemeen Standaardnederlands
  • Het kunnen hanteren van een correcte articulatie met inbegrip van intonatie
  • Het kunnen hanteren van een correct taalgebruik
  • Het kunnen deelnemen aan intercollegiaal overleg en kennisnetwerken
  • Het kunnen werken volgens actuele wetenschappelijke inzichten, richtlijnen voor de praktijk (evidence based practice) en (inter)nationale ontwikkelingen
  • Het kunnen raadplegen van relevante informatiebronnen (handleidingen, internet, ...), ook Engelstalige vakliteratuur
  • Het kunnen deelnemen aan de verschillende fases van wetenschappelijk onderzoek en innovatie

Probleemoplossende vaardigheden

  • Het kunnen ordenen, analyseren en interpreteren van de onderzoeksgegevens verkregen via formeel en informeel assessment
  • Het kunnen reflecteren over het onderzoeksproces en het kunnen bijsturen waar nodig
  • Het kunnen bepalen van prioriteiten bij aanwezigheid van meerdere stoornissen
  • Het kunnen uitwerken van de logopediesessie en het kunnen aanpassen van de oefeningen aan de voortgang van de patiënt
  • Het kunnen controleren van de manier waarop de patiënt de gegeven instructies uitvoert en het zo nodig kunnen geven van feedback
  • Het kunnen registreren van de inhoud en het resultaat van de behandelsessie en deze per sessie kunnen aanpassen indien nodig
  • Het kunnen aanpassen van de behandelwijze en dit kunnen motiveren als de praktijk daar aanleiding toe geeft
  • Het kunnen evalueren van wetenschappelijke onderzoeksliteratuur op kritische wijze en deze kunnen gebruiken binnen professionele settings

Motorische vaardigheden

  • Het kunnen toepassen van EHBO (gebruik AED, CPR,…)
  • Het kunnen uitvoeren van toonaudiometrie

Omgevingscontext

  • Het beroep van logopedist wordt uitgeoefend in verschillende omgevingen. De werkomgeving is verschillend per setting en de logopedist moet zich in bepaalde werkomgevingen vlot kunnen verplaatsen
  • Dit beroep dient uitgevoerd te worden met een verhoogde mate van concentratie om met de nodige nauwkeurigheid te kunnen werken
  • Het beroep vereist een behandeling op maat van de noden van de cliënt
  • Het beroep wordt uitgeoefend binnen regelmatige werktijden
  • Het beroep wordt uitgeoefend in teamverband of individueel, waarbij de nodige flexibiliteit belangrijk is om zich aan te passen aan wijzigingen
  • De werkopdrachten kunnen aan de hand van een medisch voorschrift en/of op vraag van een collega, CLB, … aangenomen worden
  • De werkopdrachten worden meestal strikt afgebakend in de tijd
  • De logopedist komt in contact met verschillende interne en/of externe actoren
  • Het uit te voeren werk is gevarieerd en kan complex zijn door de opdrachten die patiëntgebonden zijn
  • De sector kent reglementeringen inzake het beroep, de veiligheid, de gezondheid, de hygiëne, het welzijn, het milieu, …

Handelingscontext

  • De logopedist wisselt informatie uit met andere actoren op constructieve en transparante wijze
  • De logopedist moet afhankelijk van de opdracht en de bedrijfscontext, routinematige en/of gevarieerde handelingen kunnen uitvoeren
  • De logopedist is zich constant bewust van de impact van zijn handelingen
  • De logopedist kan zich aanpassen aan en flexibel opstellen bij wisselende werkomstandigheden
  • De logopedist werkt kwaliteitsvol conform zijn kwaliteitsbewustzijn
  • De logopedist oefent dit beroep uit met een kritische en onderzoekende houding
  • De logopedist moet steeds de voorschriften, regelgeving en kwaliteitseisen respecteren
  • De logopedist moet bijblijven met de ontwikkelingen binnen de sector, dit vergt leergierigheid en het volgen van (verplichte) opleidingen
  • De logopedist moet planmatig kunnen denken en zijn werkzaamheden kunnen organiseren
  • De logopedist moet discreet handelen conform de beroepsethiek en de professionele gedragscode
  • De uitoefening van het beroep vereist het nemen van beslissingen binnen de eigen werksituatie en verantwoordelijkheden
  • De logopedist toont zin voor initiatief binnen bepaalde situaties, problemen, opdrachten,…
  • De logopedist moet analytisch kunnen denken
  • De logopedist moet oog hebben voor kwaliteit en tevredenheid van de patiënt door met zorg en accuratesse te werken
  • De logopedist moet zich bewust zijn dat gemaakte fouten verstrekkende gevolgen kunnen hebben
  • De logopedist moet het positief imago van zijn beroep uitstralen
  • De logopedist moet op een empathisch wijze omgaan met de patiënten
  • De logopedist moet georganiseerd en gestructureerd kunnen werken
  • De logopedist moet tijdsschema’s kunnen naleven

Autonomie

De taken worden steeds uitgevoerd binnen het kader van de wetgeving
Is zelfstandig in
  • Het uitvoeren van beroepsspecifieke handelingen en de door de regelgeving beschreven technische activiteiten en toevertrouwde handelingen (uitgevoerd conform de wetgeving)
  • Het uitvoeren van een onderbouwd logopedisch assessment
  • Het opstellen en uitvoeren van een onderbouwd logopedisch behandelplan
  • Het evalueren en bijsturen van het onderbouwd logopedisch behandelplan
  • Het uitvoeren van de door de regelgeving beschreven technische activiteiten
  • Het controleren van eigen werk en van het werk van studenten
  • Het afwerken van de administratieve taken
  • Het informeren, adviseren van de klant aangaande de mogelijke logopedische behandelingen
  • Het verstrekken van advies aangaande logopedisch gerelateerde thema’s
  • Het regelen en plannen van de praktische administratieve verplichtingen
  • Het organiseren en/of geven van opleidingen, vormingen, trainingen
  • Het up-to-date houden van de eigen kennis
  • Het begeleiden en opvolgen van studenten, collega’s, cliënten, …
Is gebonden aan
  • Het ontvangen en uitvoeren van voorgeschreven opdrachten
  • Tijdsplanning, veiligheids-, gezondheids-, kwaliteits- en milieuvoorschriften en procedures
  • De professionele gedragscode
  • Het respecteren en uitvoeren van de nationale wetgeving
Doet beroep op
  • De opdrachtgever/verwijzer voor de opdracht, gegevens en bijkomende instructies
  • Het multidisciplinair team, collega’s, omgeving van de cliënt voor hulp bij het voortzetten van de voorgeschreven therapeutische behandeling of delen hiervan

Verantwoordelijkheid

  • Het veilig werken volgens de wettelijke reglementeringen en geldende kwaliteitsvereisten van de instelling(en)
  • Het samenwerken met andere actoren
  • Het handelen volgens de professionele gedragscode
  • Het uitvoeren van een onderbouwd logopedisch assessment conform het methodisch logopedische handelen
  • Het opstellen van een onderbouwd logopedisch behandelplan op maat van de cliënt en het cliëntensysteem
  • Het systematisch uitvoeren van het behandelplan conform het methodisch logopedisch handelen
  • Het evalueren en bijsturen van het behandelplan indien nodig
  • Het opmaken van een balans na de behandeling en het uitwisselen van informatie met de betrokken actoren
  • Het invullen van de medisch-administratieve documenten van de cliënt
  • Het uitvoeren van de technische activiteiten conform de bepalingen van de wetgeving
  • Het geven van hooropvoeding, -training en –revalidatie
  • Het geven van advies en informatie over hooropvoeding, -training, -revalidatie door screening
  • Het uitvoeren van de eerste fase diagnostiek met betrekking tot het bepalen van de toondrempel
  • Het participeren aan campagnes en het adviseren van verschillende doelgroepen
  • Het geven van vorming, training en/of advies
  • Het organiseren van een praktijk, werkomgeving, afdeling of dienst
  • Het ontwikkelen van de eigen deskundigheid
  • Het bijdragen tot de ontwikkeling van het beroep

Attesten en voorwaarden

Wettelijke attesten

- Erkenning voor het uitoefenen van het beroep van logopedist - Visum logopedist