Zwembad- en openwaterredder

 

Globaal

Titel

Zwembad- en openwaterredder

De benaming wordt niet gebruikt in de Competentfiches K170501 'Medewerker civiele bescherming (m/v)' en G120401 'Begeleider sportactiviteiten (m/v)' maar is de geldende term binnen de sector.

Definitie

Houdt toezicht in zwemgelegenheden, treedt preventief op en voorkomt ongevallen, biedt hulp en bijstand aan personen in gevaar en handelt volgens de veiligheidsvoorschriften en de urgentie- en prioriteitsvereisten teneinde de veiligheid van de bezoekers te garanderen.

Niveau

4

Jaar van erkenning

2016

Activiteiten

Opsomming competenties

Basisactiviteiten
Preventie
  • 1. Controleert de zwemgelegenheid en bijhorende ruimten, evalueert deze op risico’s en controleert de administratieve en reglementaire conformiteit van openbare plaatsen (inrichtingen, veiligheidssystemen, ...) (K170501 Id11213-c/13658-c/18990-c)
    • Leest en kent plannen
    • Gaat de veiligheid van de zwemgelegenheid en gebouwen na
    • Herkent gevaarlijke situaties die aanleiding kunnen geven tot ongevallen
    • Stelt voorzieningen op en controleert deze voor ongevalspreventie, beveiliging en bescherming van zones (afbakening, signalisatie, ...)
    • Gaat de aanwezigheid van nooduitgangen, interventiemiddelen en evacuatieplannen na
    • Motiveert het naleven van de veiligheidsvoorschriften
    • Stelt een rapport op van de bevindingen en meldt risico’s en gebreken aan de verantwoordelijke(n)
  • 2. Bereidt veiligheidsmateriaal (reddings-, reanimatie-, EHBO-materiaal, ...) en beschermingsmateriaal (handschoenen, brillen, maskers, ...) voor en controleert de bruikbaarheid en de staat ervan (K170501 Id16561-c)
    • Voert een evaluatie uit van het materiaal
    • Meldt het gemis van materiaal, alsook de gebreken en afwijkingen van het aanwezige materiaal aan de verantwoordelijke(n)
    • Adviseert bij de aanschaf van materiaal
    • Maakt het materiaal en de uitrusting gebruiksklaar
    • Plaatst het materiaal en uitrusting op de voorziene plaats
    • Voert het basisonderhoud van het materiaal uit
    • Ruimt het materiaal na gebruik op en meldt als het materiaal dat benut werd tijdens een interventie vervangen dient te worden
  • 3. Houdt toezicht en werkt in teamverband (K170501 Id18000-c)
    • Observeert de gebruikers van de zwemgelegenheid vanaf verschillende posities
    • Stelt zich op de hoogte van de risicovolle plaatsen (glijbaan, springplank, duiktoren,...) in de zwemgelegenheid
    • Stelt zich op volgens de afspraken in het toezichtsplan
    • Schat tijdig in welke bezoekers (zwakke zwemmers,...) speciale aandacht moeten krijgen met het oog op risicovolle situaties (valpartijen, agressie, verdrinking,...)
    • Neemt tijdig maatregelen wanneer bezoekers zich niet aan de regels houden
    • Zorgt ervoor dat - ook tijdens interventies - het toezicht bij de verschillende baden of zwemzones wordt gehandhaafd
    • Anticipeert op risicosituaties, neemt preventieve maatregelen
    • Is het aanspreekpunt voor de gebruikers in en rond de zwemgelegenheid
    • Beantwoordt adequaat de vragen van bezoekers
    • Reageert adequaat op klachten van de bezoekers en verwijst hen eventueel door naar de juiste persoon
    • Treedt op een rustige, vriendelijke en kordate manier op bij agressief en storend gedrag, bij verbaal geweld en wanneer hij/zij vaststelt dat bezoekers lastig worden gevallen
    • Werkt in teamverband
    • Ziet toe op het correct gedrag van medewerkers
Interventie
  • 4. Bepaalt acties voor hulp en bijstand aan personen bij lichte, niet levensbedreigende ongevallen en helpt en staat slachtoffers van ongevallen bij (EHBO, evacuatie, ...) (K170501 Id11213-c/17427-c)
    • Herkent het slachtoffer met een licht ongeval en roept indien nodig hulp in
    • Handelt volgens het interventieplan
    • Verleent eerste hulp bij ongevallen, zowel in het water als op het droge
    • Herkent lichte ongevallen zoals snijwonden, brandwonden, botbreuken, ...
    • Let bij wondverzorging op de hygiëne, voorkomt infecties
    • Anticipeert op mogelijk besmettingsgevaar, houdt de veiligheid van zichzelf en anderen in de gaten
    • Brengt slachtoffers in veiligheid
    • Verleent bijstand en gebruikt daarbij de juiste technieken en het juiste verzorgingsmateriaal
    • Geeft aanwijzingen en stelt omstaanders en het slachtoffer gerust
    • Gebruikt beschermings- en veiligheidsuitrustingen
  • 5. Bepaalt acties voor hulp en bijstand aan personen bij zware, levensbedreigende ongevallen in afwachting van de hulpdiensten (K170501 Id12267-c)
    • Herkent de ernst van het zware ongeval en roept hulp in
    • Handelt volgens het interventieplan
    • Spoort slachtoffers met zware ongevallen op
    • Bakent de interventiezone af
    • Evalueert een ongeval volgens een welbepaalde volgorde
    • Brengt het slachtoffer in veiligheid
    • Dient de gepaste zorgen toe aan het slachtoffer (beademen, hartmassage, zuurstof toedienen, defibrilleren, bloedingen stelpen, verbanden aanleggen, brandwonden behandelen, shock behandelen, botbreuken behandelen, ...)
    • Kiest de juiste techniek en het juiste materiaal voor de opdracht (verzorgingsmateriaal, reanimatietoestel, ...)
    • Geeft aanwijzingen en stelt omstaanders en het slachtoffer gerust
    • Wisselt informatie uit met collega’s en verantwoordelijke(n)
    • Staat in voor de eigen veiligheid en de veiligheid van collega’s
    • Delegeert de werkzaamheden zodat panieksituaties worden voorkomen (omstaanders op afstand houden, handhaven van toezicht, ...)
    • Voert opdrachten uit op bevel
    • Gebruikt beschermings- en veiligheidsuitrustingen
  • 6. Bepaalt acties voor hulp en bijstand aan personen bij rampen in afwachting van de hulpdiensten (K170501 Id12267-c)
    • Herkent de ernst van de ramp en roept hulp in
    • Handelt volgens het interventieplan, de regels en de procedures van de betrokken actoren
    • Spoort personen in nood op, brengt slachtoffers in veiligheid en signaleert aan de hulpdiensten de aanwezigheid van eventueel andere slachtoffers
    • Evalueert de ramp volgens een vastgelegde procedure
    • Stelt de zone van de ramp en de gevraagde interventies vast
    • Past de veiligheids-, beschermings- en risicopreventieregels toe
    • Bakent de interventiezone af en maakt ze toegankelijk voor de hulpverlening
    • Dient de gepaste zorgen toe aan de slachtoffers (beademen, hartmassage, zuurstof toedienen, defibrilleren, bloedingen stelpen, verbanden aanleggen, brandwonden behandelen, shock behandelen, botbreuken behandelen, ...)
    • Kiest de juiste techniek en materiaal voor de opdracht (verzorgingsmateriaal, reanimatietoestel, ...)
    • Geeft aanwijzingen en stelt omstaanders en slachtoffers gerust
    • Wisselt informatie uit met collega’s en verantwoordelijke(n)
    • Staat in voor de eigen veiligheid en de veiligheid van collega’s
    • Delegeert de werkzaamheden zodat panieksituaties worden voorkomen (omstaanders op afstand houden, handhaven van toezicht, ...)
    • Voert opdrachten uit op bevel
    • Gebruikt beschermings- en veiligheidsuitrustingen
  • 7. Informeert verantwoordelijken, gespecialiseerde hulpdiensten, ordediensten, artsen, ... over de interventies en de evolutie van de situatie (K170501 Id13852-c)
    • Houdt contact met behulp van communicatiemiddelen
    • Verzamelt inlichtingen over de interventie
    • Meldt de stand van zaken en/of problemen aan de verantwoordelijke(n)
    • Geeft informatie over gewonden of slachtoffers
Post-interventie
  • 8. Informeert verantwoordelijken over de interventies (K170501 Id13852-c)
    • Houdt contact met behulp van communicatiemiddelen
    • Verzamelt inlichtingen over de actie of interventie en stelt een ongevalsrapport op
    • Neemt deel aan overleg bij de opstelling van rapporten
Bijkomende taken
  • 9. Oefent met collega’s interventie- en hulpverleningstechnieken (K170501 Id21735-c)
    • Oefent interventietechnieken met mede gespecialiseerde redders en actoren binnen de interventieketen
    • Houdt de eigen fysieke conditie op peil
    • Oefent hulpverleningstechnieken met mede gespecialiseerde redders
    • Oefent het gebruik van communicatiemiddelen en -procedures in functie van het interventieplan
  • 10. Bereidt het zwem- en spelmateriaal (vlotters, drijfplanken, boeien, ...) voor en controleert de bruikbaarheid en de staat ervan (K170501 Id16561-c)
    • Voert een evaluatie uit van het materiaal
    • Meldt het gemis van materiaal, alsook de gebreken en afwijkingen van het aanwezige materiaal aan de verantwoordelijke(n)
    • Maakt het materiaal en de uitrusting gebruiksklaar
    • Plaatst het materiaal en uitrusting op de voorziene plaats
    • Voert het basisonderhoud van het materiaal uit
    • Ziet erop toe dat gebruikers het materiaal opgeruimd en netjes achterlaten
    • Adviseert bij de aanschaf van materiaal
  • 11. Volgt de administratieve gegevens van de dienst op (G120401 Id18038-c)
    • Gebruikt kantoorsoftware
    • Houdt gegevens bij over het verbruik van materiaal
    • Houdt gegevens bij over het onderhoud van materiaal en meldt gebreken en tekorten aan de verantwoordelijke(n)
    • Werkt mee bij de samenstelling van het ongevalsrapport
  • 12. Controleert de water- en luchtkwaliteit (co 01915)
    • Neemt, conform de vigerende wetgeving, monsters van het water in de verschillende zwembaden en zones en vult deze gegevens in op een daarvoor bestemde lijst
    • Beoordeelt de kwaliteit van het water en de lucht, signaleert afwijkingen en geeft deze tijdig door aan de verantwoordelijke(n)
  • 13. Houdt de zwemgelegenheid rein (co 01916)
    • Zorgt dat de zwemgelegenheid steeds rein is
    • Gebruikt de aangepaste kuismaterialen en producten
    • Houdt gegevens bij over het gebruik van kuismateriaal en producten
    • Meldt het gemis van kuismateriaal en -producten aan de verantwoordelijke(n)
    • Slaat gevaarlijke materialen en producten volgens de voorschriften op in de daartoe voorziene ruimten

Beschrijving competenties/activiteiten a.d.h.v. de descriptorelementen

Kennis

  • Basiskennis van de interferentie tussen elektriciteit en water
  • Basiskennis van beschermings- en preventietechnieken bij vervuiling
  • Basiskennis van lucht- en waterkwaliteit
  • Basiskennis van de actuele Vlarem-wetgeving met betrekking tot het eigen takenpakket
  • Basiskennis van veiligheid van gebouwen, toegangen en nooduitgangen
  • Basiskennis van klachtenbehandeling in functie van de gebruikers van de zwemgelegenheid
  • Basiskennis van materiaal (vlotters, drijfplanken, boeien, ...)
  • Basiskennis van staalname in zwemgelegenheden
  • Kennis van het interventieplan
  • Kennis van de hygiëne- en veiligheidsreglementeringen
  • Kennis van het menselijk lichaam in functie van hulpverlening
  • Kennis van de oorzaken en gevolgen van verdrinking
  • Kennis van verdrinkingspatronen
  • Kennis van communicatiesystemen en -technieken
  • Kennis van gevaarlijke situaties en risico’s
  • Kennis van interventiemiddelen
  • Kennis van veiligheidsvoorschriften
  • Kennis van mondeling en schriftelijk rapporteren
  • Kennis van veiligheids- en beschermingsmaterialen
  • Kennis van basisonderhoud van veiligheidsmaterialen
  • Kennis van de typologie van de zwemgelegenheidbezoekers
  • Kennis van regels voor zwemgelegenheidbezoekers
  • Kennis van verkeerd gedrag/werk van medewerkers
  • Kennis van besmettingsgevaren
  • Kennis van verzorgingsmateriaal en gebruik
  • Kennis van lichte, niet levensbedreigende ongevallen
  • Kennis van zware, levensbedreigende ongevallen
  • Kennis van rampen
  • Kennis van handelingen/acties ter voorkoming van panieksituaties
  • Kennis van interpreteren en opvolgen van bevelen
  • Kennis van een gezonde levensstijl/conditie
  • Kennis van chloor-, zuurtegraad- en temperatuurspecificaties in zwemgelegenheden
  • Kennis van gebruik van kuismaterialen en toegelaten kuisproducten
  • Grondige kennis van ongevalspreventietechnieken
  • Grondige kennis van reddingstechnieken
  • Grondige kennis van EHBO en reanimatietechnieken
  • Grondige kennis van observatietechnieken en risicoplaatsen
  • Grondige kennis van het gebruik van verzorgingsmaterialen en -toestellen
  • Grondige kennis van zwemtechnieken en -stijlen

Cognitieve vaardigheden

  • Het kunnen lezen en toepassen van plannen
  • Het kunnen controleren van de veiligheid van de zwemgelegenheid en de bijhorende gebouwen
  • Het kunnen motiveren van derden tot naleven van veiligheidsvoorschriften
  • Het kunnen melden van risico’s en gebreken aan de verantwoordelijke(n)
  • Het kunnen gebruiksklaar maken van veiligheidsmateriaal (redding-, reanimatie, EHBO-materiaal, ...) en beschermingsmateriaal (handschoenen, brillen, maskers, ...)
  • Het kunnen adviseren bij de aankoop van materiaal
  • Het kunnen observeren van de zwembadgebruikers vanaf verschillende posities
  • Het kunnen detecteren van risicovolle plaatsen in de zwemgelegenheid (glijbaan, springplank, duiktoren, ...)
  • Het kunnen inschatten welke bezoekers (zwakke zwemmers,...) speciale aandacht moeten krijgen met het oog op risicovolle situaties (valpartijen, agressie, verdrinking, ...)
  • Het adequaat kunnen beantwoorden van vragen van bezoekers
  • Het kunnen werken in teamverband
  • Het kunnen ingrijpen bij verkeerd werk of gedrag van medewerkers
  • Het kunnen bepalen van acties voor hulp en bijstand aan personen bij lichte en zware ongevallen en rampen
  • Het kunnen herkennen van het type ongeval en handelen volgens het interventieplan
  • Het kunnen toepassen van de juiste verzorgingstechnieken met het juiste materiaal tijdens de hulpverlening
  • Het kunnen geruststellen van omstaanders en geven van aanwijzingen
  • Het correct kunnen gebruiken van beschermings- en veiligheidsuitrustingen
  • Het kunnen afbakenen van de interventiezone en toegankelijk maken voor de hulpverlening
  • Het kunnen evalueren van het ongeval
  • Het kunnen uitwisselen van informatie met collega’s en verantwoordelijke(n) tijdens een interventie en melden van stand van zaken en problemen aan verantwoordelijke(n), gespecialiseerde hulpdiensten, ordediensten, artsen, ...
  • Het kunnen instaan voor de eigen veiligheid en deze van collega’s
  • Het kunnen opstellen van een ongevalsrapport
  • Het kunnen deelnemen aan overleg
  • Het kunnen evalueren van het materiaal en melden van gebreken en afwijkingen aan de verantwoordelijke(n)
  • Het kunnen opvolgen van de administratieve gegevens van de dienst (verbruik materiaal, onderhoud, gebreken, rapporten, ...) met behulp van kantoorsoftware en het melden van tekorten en/of gebreken en afwijkingen aan de verantwoordelijke(n)
  • Het kunnen meten van het chloorgehalte, de zuurtegraad (pH), de temperatuur van het water, de temperatuur en vochtigheid van de lucht in de zwemgelegenheid en het beoordelen ervan
  • Het kunnen opslaan van gevaarlijke producten en materialen volgens de voorschriften

Probleemoplossende vaardigheden

  • Het kunnen herkennen van gevaarlijke situaties en tijdig en gepast reageren met preventieve maatregelen om ongevallen te voorkomen
  • Het kunnen handhaven van toezicht -ook tijdens interventies- om (verdere) ongevallen te voorkomen
  • Het kunnen adequaat reageren op klachten van bezoekers
  • Het kunnen kordaat optreden bij agressief en storend gedrag, verbaal geweld en bij het lastig vallen van bezoekers in en rond de zwemgelegenheid
  • Het kunnen herkennen van de aard van het probleem en het inschatten van de ernst van de situatie om de noodzakelijke acties te bepalen
  • Het in veiligheid kunnen brengen van de slachtoffers
  • Het kunnen verlenen van bijstand en het toepassen van de juiste technieken en het aangewezen verzorgingsmateriaal
  • Het kunnen bepalen van de gepaste zorgen bij zware ongevallen en rampen: beademen, hartmassage, zuurstof toedienen, defibrilleren, bloedingen stelpen, verbanden aanleggen, ...
  • Het kunnen bepalen en afbakenen van de interventiezone en de veiligheid van slachtoffer(s), omstaanders en eigen veiligheid verzekeren
  • Het kunnen inroepen van de juiste hulpdiensten en de reddingsactie organiseren
  • Het kunnen herkennen van een probleem en het kunnen inschatten van de situatie en een haalbare reddingsactie kunnen plannen om zoveel mogelijk slachtoffers te redden
  • Het kunnen oog hebben voor de eigen veiligheid, de veiligheid van de omstanders en de veiligheid van het slachtoffer
  • Het kunnen alarmeren van de juiste hulpdiensten en het kunnen organiseren van een reddingsactie
  • Het kunnen rekening houden met de beschikbare hulpmiddelen en de kennis en vaardigheden van collega zwembadredders, zichzelf en eventueel omstaanders

Motorische vaardigheden

  • Het goed kunnen zwemmen: op de buik, op de rug, onder water, met een slachtoffer, ...
  • Het kunnen uitvoeren van levensreddende handelingen
  • Het veilig te water kunnen gaan
  • Het kunnen gebruiken van reddingsmiddelen bij een reddingsactie
  • Het kunnen bovenhalen van een drenkeling vanop de bodem, naar de kant te vervoeren en veilig op de kant te brengen
  • Het kunnen toedienen van eerste zorgen aan gewonde slachtoffers: beademen, hartmassage, zuurstof toedienen, defibrilleren, bloedingen stelpen, verbanden aanleggen, brandwonden behandelen, shock behandelen, botbreuken behandelen, ...
  • Het kunnen vervoeren van een slachtoffer op het droge
  • Het kunnen inoefenen van interventie- en hulpverleningstechnieken met collega’s en het kunnen gebruiken van communicatiemiddelen
  • Het kunnen opruimen van het materiaal na gebruik
  • Het kunnen uitvoeren van basisonderhoud aan zwembadmateriaal (vlotters, drijfplanken, boeien, ...)
  • Het kunnen gebruiken van aangepaste kuismaterialen en producten om de kaden en de zwembadomgeving rein te houden

Omgevingscontext

  • Dit beroep wordt uitgeoefend in zwemgelegenheden, al dan niet overdekt
  • De activiteit kan worden uitgeoefend tijdens de weekdagen, in weekends en op feestdagen, ’s morgens, in de dag en ‘s avonds, en kan gepaard gaan met wachtdiensten en ploegwerk
  • Het dragen van professionele kleding is vereist
  • De redder komt in contact met diverse groepen van bezoekers en moet hiermee probleemloos, en soms probleemoplossend, kunnen omgaan: kinderen, volwassenen, mensen met verschillende culturele en godsdienstige achtergronden, groepen jongeren, mensen met een beperking, ...
  • De zwemgelegenheid is een lawaaierige omgeving vooral op drukke dagen
  • De zwemgelegenheid is vochtig en warm en er hangt ook een permanente chloorlucht
  • Bij openluchtzwemgelegenheden kan het warm en zonnig zijn, maar ook winderig en koud

Handelingscontext

  • De redder moet in zeer wisselende situaties ten allen tijde zijn/haar job goed uitvoeren en moet permanent alert zijn, ook tijdens het wisselen van post
  • De redder heeft bijzondere aandacht voor de hygiëne en veiligheid van de bezoekers in en de gebruikers van de zwemgelegenheid
  • De redder moet geconcentreerd zijn op de bezoekers en zich positioneren om de lichtweerkaatsing op het water zo veel mogelijk uit te sluiten
  • De redder is ervan op de hoogte dat in recreatiebaden er bepaalde risicozones zijn die een verhoogde aandacht vragen om problemen te kunnen inschatten
  • De redder moet, naast een overwegende toezichtsfunctie, in staat zijn om verantwoordelijkheid te nemen en rustig te blijven in levensbedreigende situaties
  • De redder moet levensreddende handelingen en technieken adequaat kunnen toepassen

Autonomie

Is zelfstandig in
  • Het toezicht houden van een bepaalde zone, het organiseren van bepaalde metingen, het onderhouden van bepaalde zones in de zwemgelegenheid, een risicovolle situatie inschatten in en rond de zwemgelegenheid en beslissingen nemen om de risico’s te beperken of ingrijpen, al dan niet in overleg met mede gespecialiseerde redders indien aanwezig
Is gebonden aan
  • De geldende wetgeving met betrekking tot de veiligheid van de zwemmers, de Vlarem-wetgeving, het toezichtsplan, het huishoudelijk reglement, het arbeidsreglement gekoppeld aan de rechtspositieregeling (heeft ook bepalingen op avond en weekendwerk)
Doet beroep op
  • De verantwoordelijke(n) voor de werkplanning, rapportering, het signaleren van risicozones, het signaleren van defecten, het nemen van beslissingen bij slechte resultaten van de metingen (beslissingen omtrent al dan niet sluiting van het bad worden niet door hem genomen), het signaleren van een bepaald risico

Verantwoordelijkheid

  • Het garanderen van de veiligheid van alle bezoekers in de zwemgelegenheid
  • Het toezien op hygiëne in en rondom de zwemgelegenheid
  • Het toepassen van wet- en regelgeving
  • Het controleren van de zwemgelegenheid en de bijhorende ruimten
  • Het melden van gebreken, afwijkingen en ontbrekend materiaal
  • Het uitvoeren van basisonderhoud en controleren van gebruikte materialen
  • Het inschatten van risicovolle situaties
  • Het permanent toezicht houden
  • Het uitvoeren van preventieve acties en maatregelen
  • Het tussenkomen bij verkeerd gedrag van medewerkers
  • Het verlenen van hulp en bijstand aan personen van lichte ongevallen
  • Het toepassen van het interventieplan bij ongevallen
  • Het herkennen van het type ongeval (licht, zwaar, ramp)
  • Het inschatten van de ernst en de omvang van de ramp of ongeval
  • Het afbakenen van de interventiezone bij een ongeval
  • Het kiezen en toebrengen van de gepaste zorgen (verzorgingstechnieken en -materiaal)
  • Het toezien op de veiligheid van de slachtoffers
  • Het voorkomen van panieksituaties en het gerustellen van slachtoffer en omstaanders
  • Het geven van nauwkeurige informatie over de interventies aan de verantwoordelijke(n), gespecialiseerde hulpdiensten, ordediensten, artsen, ...
  • Het toepassen van veiligheids-, beschermings- en risicopreventieregels
  • Het voorbereiden en controleren van het materiaal
  • Het adequaat reageren op klachten
  • Het opvolgen van de administratieve gegevens van de dienst
  • Het controleren van water- en luchtkwaliteit (chloorgehalte, zuurtegraad, temperatuur, vochtigheid, ...)
  • Het op peil houden van de eigen fysieke conditie
  • Het opslaan van gevaarlijke materialen en producten volgens voorschriften

Attesten

Wettelijke attesten

De beroepsbeoefenaar moet ten minste eenmaal per jaar een wettelijke nascholing in reddings- en reanimatietechnieken volgen. Het getuigschrift van de meest recente bijscholing ligt ter inzage van de toezichthoudende ambtenaar op de plaats van de exploitatie. Bovenvermelde bijscholing moet erkend zijn door het Bloso (Vlarem II art. 5.32.9.2.2.§3.6).