Kinderbegeleider schoolgaande kinderen

 

Globaal

Titel

Kinderbegeleider schoolgaande kinderen

Definitie

De kinderbegeleider schoolgaande kinderen begeleidt de kinderen van de basisschool buiten de schooltijd en draagt bij aan hun algemene ontwikkeling, dit in samenwerking met ouders, collega’s en externen rekening houdend met de diversiteit in de samenleving teneinde het kind zich goed te laten voelen en de ouders als eerste opvoeders te ondersteunen.

Niveau

4

Jaar van erkenning

2019

Activiteiten

Opsomming competenties

Basisactiviteiten
  • 1. Gaat op een positieve, opbouwende manier om met alle kinderen, ouders, collega’s en anderen (K130301 Id41350-c)
    • Respecteert elke persoon
    • Staat open voor verschillende meningen over opvoeding
    • Kent de eigen manier van omgaan met kinderen, ouders, collega’s of anderen. Accepteert dat zijn manier verschillend kan zijn van deze van anderen.
    • Helpt kinderen om respect te tonen voor anderen
    • Laat kinderen in de opvang, tijdens de activiteiten op een positieve manier kennismaken met gelijkenissen en verschillen tussen kinderen, gezinnen en de wereld om hen heen
    • Respecteert de privacy van alle personen
    • Respecteert de thuistaal van elk kind
  • 2. Observeert het gedrag van het kind, reflecteert hierover en stemt zijn handelen hierop af (K130301 Id18117-c)
    • Kijkt naar het gedrag van de kinderen en gaat na hoe ze zich voelen en of ze betrokken zijn op wat er om hen heen gebeurt
    • Bespreekt wat hij gezien heeft met een collega/de verantwoordelijke en past waar nodig zijn manier van omgaan met de kinderen aan
    • Vangt signalen van het kind op en bespreekt deze met collega’s en de ouders
    • Herkent de symptomen van ziek zijn (koorts, diarree, braken)
  • 3. Biedt kinderen een gevarieerde vrije tijd aan, stimuleert hun ontwikkeling, gaat uit van hun talenten en ondernemingszin (K130301 Id16735-c)
    • Kijkt naar de talenten van de kinderen en geeft hen op een leuke en uitdagende manier kansen om te spelen en zich te ontplooien
    • Geeft elk kind ruimte om op zijn eigen manier en volgens zijn interesses te spelen, dingen te ondernemen
    • Speelt mee en speelt in op datgene waarmee het kind bezig is, improviseert, is creatief en expressief
    • Bevordert de zelfstandigheid van de kinderen en helpt enkel wanneer nodig
    • Biedt activiteiten aan op maat van de kinderen en met een bepaalde uitdaging of moeilijkheidsgraad
    • Moedigt het kind aan tot initiatief
    • Organiseert en begeleidt activiteiten
  • 4. Ondersteunt het kind bij al zijn activiteiten (co 02190)
    • Laat ruimte voor vrij spel en biedt keuzemogelijkheden
    • Speelt gericht mee (bijvoorbeeld voetballen)
    • Brengt iets vernieuwends aan bij het spel
    • Tilt en draagt de jonge kinderen
    • Werkt op kindhoogte
    • Neemt deel aan de spel- en bewegingsactiviteiten van de kinderen
    • Kijkt en luistert naar de kinderen en speelt hierop in
    • Praat veel met de kinderen op alle momenten van de dag en maakt gebruik van een rijke taal (spreekt in volzinnen en geen kindertaal)
    • Zet een kind aan tot nieuwe, onbekende activiteiten (grenzen verleggen)
    • Communiceert met de kinderen, ouders en anderen
    • Zorgt voor structuur tijdens het opvangmoment
    • Zorgt ervoor dat de dagindeling duidelijk is voor het kind
  • 5. Geeft kansen aan kinderen om hun sociale vaardigheden te oefenen, stimuleert positieve contacten tussen de kinderen onderling en stelt grenzen (co 02191)
    • Toont interesse en is alert voor wat er zich in de groep afspeelt
    • Zorgt voor een positieve sfeer in de groep
    • Stimuleert positieve en respectvolle contacten tussen kinderen onderling
    • Geeft kinderen ruimte om verdraagzaam te leren samen spelen
    • Stelt grenzen en leert kinderen omgaan met grenzen en het nemen van verantwoordelijkheden
    • Geeft kinderen inspraak in wat ze tijdens hun vrije tijd doen (of niet doen)
  • 6. Herkent de sociaal-emotionele behoeften van het kind en speelt hierop in (K130301 Id16778-c)
    • Geeft elk kind het gevoel dat hij /zij welkom is en erbij hoort
    • Benadert elk kind op een positieve manier
    • Merkt op als een kind bang, boos, blij of verdrietig is en verwoordt de gevoelens van het kind
    • Reageert gepast als kinderen er nood aan hebben, geeft hen elk de nodige aandacht
    • Ziet probleemgedrag (bv. pesten) en conflicten (ruzie maken), en speelt hier gepast op in
  • 7. Zorgt voor een stimulerende, veilige, hygiënische en gezonde speelomgeving voor kinderen (K130301 Id9513-c)
    • Richt de ruimte in met speelhoeken die aansluiten bij de interesses van en diversiteit onder de kinderen
    • Zorgt voor een veilige omgeving en voor veilig materiaal voor kinderen
    • Past de basisprincipes ter preventie van ziekte en ter bevordering van de gezondheid toe
    • Gaat adequaat om met onverwachte situaties
    • Handelt volgens de voorgeschreven procedures als de veiligheid van een kind in gevaar is
  • 8. Werkt samen met ouders en erkent hen als eerste opvoeder (K130301 Id41361-c)
    • Erkent en waardeert de ouders als eerste opvoeder
    • Stelt vragen over de aanpak en de gewoonten van het kind en over de verwachtingen van de ouders ten aanzien van de opvang
    • Overlegt met de ouders over een aanpak van het kind in de opvang
    • Vertelt hoe het kind zich voelt in de opvang en waarmee het bezig is geweest
    • Werkt samen met ouders op basis van vertrouwen
    • Vraagt feedback aan de ouders over de opvang en gaat hier constructief mee om
    • Luistert actief naar bezorgdheden, klachten of problemen van de ouders
    • Stelt ouders onderling aan elkaar voor en stimuleert ontmoeting tussen ouders
  • 9. Werkt samen met anderen in functie van de opvang van het kind (K130301 Id23310-c)
    • Werkt activiteiten uit met medewerkers van organisaties en scholen in de buurt
    • Wisselt informatie uit
    • Neemt met kinderen (en/of ouders) deel aan activiteiten in de buurt
    • Werkt op vraag van ouders samen met anderen (bv. als een kind specifieke zorg nodig heeft): past gemaakte afspraken toe, wisselt informatie en ervaringen uit, overlegt over de aanpak van het kind
  • 10. Werkt samen, geeft feedback en maakt afspraken (K130301 Id41355-c)
    • Overlegt met collega’s, verantwoordelijke, over de aanpak en opvolging van kinderen (individu of groep)
    • Bespreekt met collega ’s, verantwoordelijke, het omgaan met ouders
    • Houdt rekening met de gevoeligheden en de verscheidenheid aan mensen
    • Geeft conflicten tijdig aan en maakt ze bespreekbaar
    • Geeft en aanvaardt feedback
  • 11. Reflecteert over de werking en draagt bij tot het verbeteren van de kinderopvang (K130301 Id41357-c)
    • Stelt het eigen handelen in vraag
    • Luistert actief
    • Bekijkt een probleem door de bril van de verschillende betrokken personen (bijvoorbeeld het kind, zijn ouders, een collega)
    • Zoekt in overleg met collega’s, pedagogisch ondersteuner naar een gezamenlijke oplossing
    • Verbetert het eigen handelen
    • Bedenkt samen met collega’s verbeterpunten voor de werking van de buitenschoolse opvang
  • 12. Begeleidt de kinderen bij hun aankomst en afhaalmoment (J130401 Id17965-c)
    • Geeft nieuwe kinderen in de opvang de kans om te wennen en maakt hen wegwijs
    • Heet elk kind welkom en neemt afscheid als het weg gaat.
    • Vertelt aan ouders hoe het kind zich voelt in de opvang en waarmee hij/zij bezig is geweest
    • Noteert de aanwezigheden
  • 13. Organiseert en begeleidt eetmomenten (vieruurtje, (eventueel) lunch op woensdagmiddag) (co 02192)
    • Herkent de behoeften van kinderen aan eten, drinken en stemt de praktische organisatie hierop af
    • Organiseert het eetmoment voor een groep kinderen
    • Hanteert voedings- en dieetvoorschriften voor het kind
    • Begeleidt eetmomenten volgens de leeftijd, ontwikkeling en mogelijkheden van de kinderen
    • Helpt de kleuter om zelfstandig te eten, te drinken
    • Stemt de duur van het eetmoment af op de behoeften van het kind
    • Heeft tijdens het eetmoment aandacht voor de beleving van het kind
  • 14. Organiseert rust- en bewegingsmomenten (co 02193)
    • Herkent de behoeften van een kind aan rust
    • Zorgt ervoor dat kinderen die er nood aan hebben, kunnen rusten of hun huiswerk kunnen maken
    • Herkent de behoeften van kinderen aan beweging en geeft hen hiertoe de ruimte
    • Stimuleert de kinderen tot bewegen
    • Geeft kinderen ruimte om rond te hangen, niets te doen, vrij te spelen
  • 15. Zorgt voor de kinderen in functie van hun behoeften (co 02194)
    • Past de verzorging aan de behoeften van het kind aan
    • Ziet wat er gebeurt en speelt er op in
    • Geeft elk kind individuele aandacht
    • Reageert rechtvaardig op conflictsituaties
    • Helpt het kind om voor zichzelf te zorgen
    • Helpt -in samenspraak met de ouders - om de kleuter zindelijk te worden

Beschrijving competenties/activiteiten a.d.h.v. de descriptorelementen

Kennis

  • Basiskennis over verschillende opvoedingsvisies
  • Basiskennis over vormen van kinderopvang
  • Basiskennis van groepsprocessen
  • Basiskennis van organisaties waarmee je in de kinderopvang samenwerkt
  • Basiskennis van de lokale context waarin kinderen opgroeien
  • Basiskennis van het Internationaal Verdrag van de Rechten van het Kind
  • Basiskennis van inrichten van stimulerende speelomgeving voor schoolgaande kinderen
  • Basiskennis van pedagogie
  • Kennis van de principes over omgaan met diversiteit in de kinderopvang: verschillende achtergronden, maatschappelijk kwetsbare gezinnen, kinderen met een beperking
  • Kennis van deontologisch handelen in de kinderopvang
  • Kennis over de basisbehoeften en de algemene ontwikkeling van schoolgaande kinderen
  • Kennis over communicatie met ouders in de kinderopvang
  • Kennis over welbevinden en betrokkenheid van kinderen
  • Kennis van ziektepreventie en gezondheidsbevordering bij kinderen (dieet, culturele achtergrond of opvattingen)
  • Kennis van procedures om de veiligheid van de kinderen te garanderen
  • Kennis van levensreddend handelen van 0 tot 12 jaar
  • Kennis van heffen en tillen van jonge kinderen
  • Kennis van ontwikkeling van kinderen uit de basisschool op fysiek, psychisch, sociaal-relationeel, emotioneel, communicatief, creatief en moreel vlak
  • Kennis van observatietechnieken voor de kinderopvang
  • Kennis van animatie- en spelvormen met schoolgaande kinderen
  • Kennis van de basisinrichting van stimulerende leefomgeving voor schoolgaande kinderen (interessante hoeken, infrastructuur en uitrusting (materialen))
  • Kennis van basismethoden voor (zelf-)reflectie
  • Kennis van informatiebronnen (sites om spelactiviteiten op te zoeken, bijscholingen,...)
  • Kennis van taalstimulering en van het omgaan met meertaligheid
  • Kennis van Nederlands (Kan zich spontaan uitdrukken. Zij/hij kan een conversatie voeren met de kinderen en kan rapporteren aan anderen. Kan korte verslagen en mededelingen noteren)

Cognitieve vaardigheden

  • Respecteert elke persoon
  • Staat open voor verschillende meningen over opvoeding
  • Kent de eigen manier van omgaan met kinderen, ouders, collega’s of anderen. Accepteert dat zijn manier verschillend kan zijn van deze van anderen.
  • Helpt kinderen om respect te tonen voor anderen
  • Laat kinderen in de opvang, tijdens de activiteiten op een positieve manier kennismaken met gelijkenissen en verschillen tussen kinderen, gezinnen en de wereld om hen heen
  • Respecteert de privacy van alle personen
  • Respecteert de thuistaal van elk kind
  • Kijkt naar het gedrag van de kinderen en gaat na hoe ze zich voelen en of ze betrokken zijn op wat er om hen heen gebeurt
  • Bespreekt wat hij gezien heeft met een collega/de verantwoordelijke en past waar nodig zijn manier van omgaan met de kinderen aan
  • Vangt signalen van het kind op en bespreekt deze met collega’s en de ouders
  • Herkent de symptomen van ziek zijn (koorts, diarree, braken)
  • Kijkt naar de talenten van de kinderen en geeft hen op een leuke en uitdagende manier kansen om te spelen en zich te ontplooien
  • Geeft elk kind ruimte om op zijn eigen manier en volgens zijn interesses te spelen, dingen te ondernemen
  • Speelt mee en speelt in op datgene waarmee het kind bezig is, improviseert, is creatief en expressief
  • Bevordert de zelfstandigheid van de kinderen en helpt enkel wanneer nodig
  • Biedt activiteiten aan op maat van de kinderen en met een bepaalde uitdaging of moeilijkheidsgraad
  • Moedigt het kind aan tot initiatief
  • Organiseert en begeleidt activiteiten
  • Laat ruimte voor vrij spel en biedt keuzemogelijkheden
  • Speelt gericht mee (bijvoorbeeld voetballen)
  • Brengt iets vernieuwends aan bij het spel
  • Neemt deel aan de spel- en bewegingsactiviteiten van de kinderen
  • Praat veel met de kinderen op alle momenten van de dag en maakt gebruik van een rijke taal (spreekt in volzinnen en geen kindertaal)
  • Zet een kind aan tot nieuwe, onbekende activiteiten (grenzen verleggen)
  • Communiceert met de kinderen, ouders en anderen
  • Zorgt voor structuur tijdens het opvangmoment
  • Zorgt ervoor dat de dagindeling duidelijk is voor het kind
  • Zorgt voor een positieve sfeer in de groep
  • Stimuleert positieve en respectvolle contacten tussen kinderen onderling
  • Geeft kinderen ruimte om verdraagzaam te leren samen spelen
  • Stelt grenzen en leert kinderen omgaan met grenzen en het nemen van verantwoordelijkheden
  • Geeft kinderen inspraak in wat ze tijdens hun vrije tijd doen (of niet doen)
  • Geeft elk kind het gevoel dat hij /zij welkom is en erbij hoort
  • Benadert elk kind op een positieve manier
  • Merkt op als een kind bang, boos, blij of verdrietig is en verwoordt de gevoelens van het kind
  • Reageert gepast als kinderen er nood aan hebben, geeft hen elk de nodige aandacht
  • Richt de ruimte in met speelhoeken die aansluiten bij de interesses van en diversiteit onder de kinderen
  • Zorgt voor een veilige omgeving en voor veilig materiaal voor kinderen
  • Past de basisprincipes ter preventie van ziekte en ter bevordering van de gezondheid toe
  • Erkent en waardeert de ouders als eerste opvoeder
  • Stelt vragen over de aanpak en de gewoonten van het kind en over de verwachtingen van de ouders ten aanzien van de opvang
  • Overlegt met de ouders over een aanpak van het kind in de opvang
  • Vertelt hoe het kind zich voelt in de opvang en waarmee het bezig is geweest
  • Werkt samen met ouders op basis van vertrouwen
  • Vraagt feedback aan de ouders over de opvang en gaat hier constructief mee om
  • Luistert actief naar bezorgdheden, klachten of problemen van de ouders
  • Stelt ouders onderling aan elkaar voor en stimuleert ontmoeting tussen ouders
  • Werkt activiteiten uit met medewerkers van organisaties en scholen in de buurt
  • Wisselt informatie uit
  • Neemt met kinderen (en/of ouders) deel aan activiteiten in de buurt
  • Werkt op vraag van ouders samen met anderen (bv. als een kind specifieke zorg nodig heeft): past gemaakte afspraken toe, wisselt informatie en ervaringen uit, overlegt over de aanpak van het kind
  • Overlegt met collega’s, verantwoordelijke, over de aanpak en opvolging van kinderen (individu of groep)
  • Bespreekt met collega ’s, verantwoordelijke, het omgaan met ouders
  • Houdt rekening met de gevoeligheden en de verscheidenheid aan mensen
  • Geeft en aanvaardt feedback
  • Stelt het eigen handelen in vraag
  • Luistert actief
  • Bekijkt een probleem door de bril van de verschillende betrokken personen (bijvoorbeeld het kind, zijn ouders, een collega)
  • Zoekt in overleg met collega’s, pedagogisch ondersteuner naar een gezamenlijke oplossing
  • Verbetert het eigen handelen
  • Bedenkt samen met collega’s verbeterpunten voor de werking van de buitenschoolse opvang
  • Geeft nieuwe kinderen in de opvang de kans om te wennen en maakt hen wegwijs
  • Heet elk kind welkom en neemt afscheid als het weg gaat.
  • Vertelt aan ouders hoe het kind zich voelt in de opvang en waarmee hij/zij bezig is geweest
  • Herkent de behoeften van kinderen aan eten, drinken en stemt de praktische organisatie hierop af
  • Organiseert het eetmoment voor een groep kinderen
  • Hanteert voedings- en dieetvoorschriften voor het kind
  • Begeleidt eetmomenten volgens de leeftijd, ontwikkeling en mogelijkheden van de kinderen
  • Stemt de duur van het eetmoment af op de behoeften van het kind
  • Heeft tijdens het eetmoment aandacht voor de beleving van het kind
  • Herkent de behoeften van een kind aan rust
  • Zorgt ervoor dat kinderen die er nood aan hebben, kunnen rusten of hun huiswerk kunnen maken
  • Herkent de behoeften van kinderen aan beweging en geeft hen hiertoe de ruimte
  • Stimuleert de kinderen tot bewegen
  • Geeft kinderen ruimte om rond te hangen, niets te doen, vrij te spelen
  • Ziet wat er gebeurt en speelt er op in
  • Geeft elk kind individuele aandacht
  • Reageert rechtvaardig op conflictsituaties
  • Helpt -in samenspraak met de ouders - om de kleuter zindelijk te worden

Probleemoplossende vaardigheden

  • Kijkt en luistert naar de kinderen en speelt hierop in
  • Toont interesse en is alert voor wat er zich in de groep afspeelt
  • Ziet probleemgedrag (bv. pesten) en conflicten (ruzie maken), en speelt hier gepast op in
  • Gaat adequaat om met onverwachte situaties
  • Handelt volgens de voorgeschreven procedures als de veiligheid van een kind in gevaar is
  • Geeft conflicten tijdig aan en maakt ze bespreekbaar
  • Helpt de kleuter om zelfstandig te eten, te drinken

Motorische vaardigheden

  • Tilt en draagt de jonge kinderen
  • Werkt op kindhoogte
  • Noteert de aanwezigheden
  • Past de verzorging aan de behoeften van het kind aan
  • Helpt het kind om voor zichzelf te zorgen

Omgevingscontext

  • Het beroep wordt uitgeoefend binnen een omgeving waar de kinderbegeleider structuur aanbrengt voor de kinderen.
  • De kinderbegeleider gaat om met een verscheidenheid aan kinderen, gezinnen, externen en collega’s.
  • De kinderbegeleider werkt in de gezinsopvang of in de groepsopvang.
  • De kinderbegeleider in groepsopvang (groep van minimaal 9 kinderen) werkt in team onder leiding van verantwoordelijke.
  • De kinderbegeleider gezinsopvang (groep maximaal tot en met 8 kinderen) kan beroep doen op de verantwoordelijke.
  • In de buitenschoolse groepsopvang wordt er meestal gewerkt met deeltijdse jobs, met een variabel, onderbroken (voor schooltijd, na schooltijd) uurrooster.
  • Tijdens schoolvakanties zijn kinderen een hele dag in de opvang.
  • In de gezinsopvang kunnen er naast schoolgaande kinderen ook baby's en peuters opgevangen worden.
  • Het aantal kinderen en de groepssamenstelling verandert van het moment en de activiteit. Sommige kinderen komen uitsluitend tijdens de vakantie. Andere komen een beperkt aantal dagen.
  • De kinderbegeleider werkt samen met verschillende groepen: bijvoorbeeld met de kinderen en met de ouders
  • De leeftijden van de kinderen variëren tussen de 2½ jaar en het moment waarop de kinderen de basisschool verlaten, Als er ook baby’s en peuters gelijktijdig worden opgevangen, is de variëteit nog groter.
  • In de opvang zijn er soms kinderen met een beperking/ specifieke ontwikkelingsbehoefte.
  • De kinderbegeleider begeleidt de kinderen op weg van en naar de school.
  • Na een schooldag kunnen kinderen in de opvang nood hebben aan rust of aan ruimte om zich af te reageren.

Handelingscontext

  • De kinderbegeleider gaat empathisch om met kinderen en ouders.
  • De kinderbegeleider is betrouwbaar en werkt loyaal samen met collega’s en externen.
  • De kinderbegeleider handelt integer en ethisch.
  • De kinderbegeleider verdeelt zijn aandacht tussen de zorg voor één kind en het aandacht hebben voor de groep.
  • De kinderbegeleider bouwt een vertrouwensrelatie op met de kinderen.
  • De kinderbegeleider bekijkt de ontwikkeling van kinderen als een geheel en verbindt de zorg- en pedagogische activiteiten.
  • De kinderbegeleider stelt zich flexibel op.
  • De kinderbegeleider is georganiseerd en kan gestructureerd werken.
  • De kinderbegeleider neemt initiatief.
  • De kinderbegeleider werkt ergonomisch en kan kinderen tillen en dragen en werkt op kindhoogte.
  • Het werken met een groep kinderen vergt stressbestendigheid om tegemoet te komen aan de behoeften van de verschillende kinderen.
  • De kinderbegeleider is alert om de veiligheid van de kinderen te garanderen en de risico’s op ongevallen te beperken.
  • De kinderbegeleider neemt een sensitief- responsieve basishouding aan: de signalen en de behoeften van de kinderen opmerken, juist interpreteren en er op een gepaste manier op ingaan.

Autonomie

Is zelfstandig in
  • het stellen van prioriteiten tijdens de dagelijkse werking op basis van de signalen en de behoeften van de kinderen
  • het indelen van eigen werkzaamheden
  • het organiseren van activiteiten
  • structurerend te werken
Is gebonden aan
  • procedures
  • opvangplan
  • de eigenheid van het kind
  • gemaakte afspraken met ouders, teamleden, de organisator, de pedagogisch ondersteuners
Doet beroep op
  • de ouders voor het uitwisselen van de dagelijkse informatie over het welzijn van het kind
  • de verantwoordelijke om afspraken te maken over de aanpak van een kind, de afspraken bij ziekte, ongeval van een kind
  • de verantwoordelijke als er klachten zijn, een crisis
  • de verantwoordelijke voor vragen over de praktische organisatie
  • collega’s om informatie uit te wisselen en af te toetsen
  • deskundigen als het gaat over de aanpak van kinderen met specifieke zorgbehoeften

Verantwoordelijkheid

  • Gaat op een positieve, opbouwende manier om met alle kinderen, ouders, collega’s en anderen
  • Observeert het gedrag van het kind, reflecteert hierover en stemt zijn handelen hierop af
  • Biedt kinderen een gevarieerde vrije tijd aan, stimuleert hun ontwikkeling, gaat uit van hun talenten en ondernemingszin
  • Ondersteunt het kind bij al zijn activiteiten
  • Geeft kansen aan kinderen om hun sociale vaardigheden te oefenen, stimuleert positieve contacten tussen de kinderen onderling en stelt grenzen
  • Herkent de sociaal-emotionele behoeften van het kind en speelt hierop in
  • Zorgt voor een stimulerende, veilige, hygiënische en gezonde speelomgeving voor kinderen
  • Werkt samen met ouders en erkent hen als eerste opvoeder
  • Werkt samen met anderen in functie van de opvang van het kind
  • Werkt samen, geeft feedback en maakt afspraken
  • Reflecteert over de werking en draagt bij tot het verbeteren van de kinderopvang
  • Begeleidt de kinderen bij hun aankomst en afhaalmoment
  • Organiseert en begeleidt eetmomenten (vieruurtje, (eventueel) lunch op woensdagmiddag)
  • Organiseert rust- en bewegingsmomenten
  • Zorgt voor de kinderen in functie van hun behoeften

Attesten

Wettelijke attesten en voorwaarden

Voor de beroepsuitoefening van ‘Kinderbegeleider schoolgaande kinderen ’ is het beschikken van volgende attesten en/of voldoen aan volgende voorwaarden wettelijk verplicht:
  • Attest kennis van levensreddend handelen bij kinderen zoals bepaald in BVR van 23 februari 2001 houdende de voorwaarden inzake erkenning en subsidiëring van kinderdagverblijven en diensten voor opvanggezinnen (en wijzigingen)
  • Attest medische geschiktheid zoals bepaald in BVR van 23 februari 2001 houdende de voorwaarden inzake erkenning en subsidiëring van kinderdagverblijven en diensten voor opvanggezinnen (en wijzigingen)
  • minimum 18 jaar zijn zoals bepaald in BVR van 23 februari 2001 houdende de voorwaarden inzake erkenning en subsidiëring van kinderdagverblijven en diensten voor opvanggezinnen (en wijzigingen)
  • Uittreksel uit het strafregister, model 2 zoals bepaald in BVR van 23 februari 2001 houdende de voorwaarden inzake erkenning en subsidiëring van kinderdagverblijven en diensten voor opvanggezinnen (en wijzigingen)