Restauratievakman schrijnwerk

 
BK-0369-4

Globaal

Titel

Restauratievakman schrijnwerk

Definitie

De restauratievakman schrijnwerk conserveert en restaureert houten schrijnwerk in historische gebouwen teneinde deze in zijn oorspronkelijke staat te herstellen.

Niveau (VKS en EQF)

4

Jaar van erkenning

versie 4, 2019

Competenties

Opsomming competenties

  • Competentie 1:
    Werkt in teamverband
    • Communiceert effectief en efficiënt
    • Wisselt informatie uit met collega’s en verantwoordelijken
    • Rapporteert aan leidinggevenden
    • Werkt efficiënt samen met collega's
    • Volgt aanwijzingen van verantwoordelijken op
    • Past zich flexibel aan (verandering van collega’s, …)
  • met inbegrip van kennis:
    • Kennis van vakterminologie
    • Kennis van communicatietechnieken
  • Competentie 2:
    Werkt met oog voor veiligheid, milieu, kwaliteit en welzijn
    • Maakt onderscheid tussen gevaarlijke en niet gevaarlijke producten en afvalstoffen
    • Vraagt om informatie in geval van twijfel over afvalstoffen
    • Sorteert afval volgens de richtlijnen
    • Houdt zich aan de regels voor traceerbaarheid van producten
    • Werkt ergonomisch
    • Gebruikt persoonlijke en collectieve beschermingsmiddelen
    • Ziet er op toe dat veiligheids- en milieuvoorschriften worden gerespecteerd
    • Meldt problemen aan de verantwoordelijke
  • met inbegrip van kennis:
    • Basiskennis van milieuzorgsystemen en -voorschriften in functie van de eigen werkzaamheden
    • Basiskennis van algemene principes EPB
    • Kennis van veiligheids-, gezondheids-, hygiëne- en welzijnsvoorschriften
    • Kennis van persoonlijke en collectieve beschermingsmiddelen
    • Kennis van (veiligheids)pictogrammen
    • Kennis van ergonomische hef- en tiltechnieken
    • Kennis van etikettering en productidentificatie
    • Kennis van voorschriften rond afval en gevaarlijke producten
    • Kennis van materialen en gereedschappen
  • Competentie 3:
    Organiseert zijn werkplek veilig en ordelijk
    • Organiseert zijn werkplaats rekening houdend met een logische werkvolgorde
    • Richt de werkplaats (ergonomisch) in
    • Beperkt stofemissie
    • Sorteert afval volgens de richtlijnen
    • Houdt de werkplek schoon
    • Bergt de eigen gereedschappen en hulpmiddelen op
    • Ziet er op toe dat veiligheids- en milieuvoorschriften worden gerespecteerd
    • Gebruikt (stof)afzuigapparatuur/installaties
    • Gebruikt persoonlijke en collectieve beschermingsmiddelen
  • met inbegrip van kennis:
    • Basiskennis van milieuzorgsystemen en -voorschriften in functie van de eigen werkzaamheden
    • Kennis van veiligheids-, gezondheids-, hygiëne- en welzijnsvoorschriften
    • Kennis van persoonlijke en collectieve beschermingsmiddelen
    • Kennis van (veiligheids)pictogrammen
    • Kennis van ergonomische hef- en tiltechnieken
    • Kennis van voorschriften rond afval en gevaarlijke producten
    • Kennis van materialen en gereedschappen
  • Competentie 4:
    Werkt op hoogte
    • Gebruikt (rol)steigers volgens instructies en veiligheidsregels
    • Gebruikt ladders volgens instructies en veiligheidsregels als toegangsmiddel
    • Gebruikt persoonlijke en collectieve beschermingsmiddelen
  • met inbegrip van kennis:
    • Kennis van veiligheids-, gezondheids-, hygiëne- en welzijnsvoorschriften
    • Kennis van persoonlijke en collectieve beschermingsmiddelen
  • Competentie 5:
    Gebruikt stromen duurzaam en beperkt geluidshinder
    • Gebruikt water voor taken & schoonmaak efficiënt
    • Gebruikt machines en gereedschappen efficiënt
    • Beperkt het lawaai: gebruikt persoonlijke beschermingsmiddelen, implementeert preventiemaatregelen voor omgeving
  • met inbegrip van kennis:
    • Kennis van veiligheids-, gezondheids-, hygiëne- en welzijnsvoorschriften
    • Kennis van materialen en gereedschappen
    • Kennis van (NC) (houtbewerkings)machines
  • Competentie 6:
    Transporteert grondstoffen, constructieonderdelen en materialen (intern, op de werf)
    • Houdt zich aan procedures en voorschriften
    • Verplaatst veilig en op ergonomisch verantwoorde wijze
    • Stapelt zorgvuldig volgens een logische verwerkingsvolgorde
    • Verpakt, beschermt voor transport (vochtigheid, temperatuur, lichtinval,...)
    • Past hef- en tiltechnieken toe
    • Laadt, lost (interne) transportmiddelen conform de richtlijnen (max. gewicht, aantal, ...)
    • Bevestigt en beveiligt tegen vervoerrisico's (het zekeren van ladingen, ...)
    • Transporteert op de werf of plaats van bestemming
    • Onderneemt actie bij onvoorziene omstandigheden of problemen
  • met inbegrip van kennis:
    • Basiskennis van opslag- en stapeltechnieken
    • Kennis van technische voorschriften en aanbevelingen in functie van de eigen werkzaamheden
    • Kennis van persoonlijke en collectieve beschermingsmiddelen
    • Kennis van (veiligheids)pictogrammen
    • Kennis van (interne) transportmiddelen
    • Kennis van verpakkingstechnieken
    • Kennis van laad- en zekeringstechnieken
  • Competentie 7:
    Plant restauratiewerkzaamheden
    • Verwerft inzicht in de bestaande structuren
    • Situeert het goed in zijn historische en regionale context
    • Raadpleegt relevante informatie en interpreteert ze
    • Schat de stabiliteit in: toestand schrijnwerk
    • Beoordeelt de materiaaltechnische toestand van het schrijnwerk
    • Schat de vereiste hoeveelheden en aard van de materialen en materieel in
    • Observeert, beschrijft, schetst of fotografeert een bestaande situatie in functie van de uitvoering van het werk
    • Merkt eventuele gebreken in de oorspronkelijke constructie op
    • Vraagt om advies bij mogelijk schadelijke vegetatie (basiskennis vegetatie schadelijk voor schrijnwerk)
    • Plant de restauratiewerken en bepaalt mee de werkvolgorde (inclusief mogelijke schadelijke invloed van toekomstige werken)
  • met inbegrip van kennis:
    • Basiskennis van milieuzorgsystemen en -voorschriften in functie van de eigen werkzaamheden
    • Kennis van veiligheids-, gezondheids-, hygiëne- en welzijnsvoorschriften
    • Kennis van informatiebronnen
    • Kennis van vakterminologie
    • Kennis van de (oorspronkelijke) opbouw van een houten schrijnwerk
    • Kennis van werkdocumenten, tekeningen en plannen
    • Kennis van de oorspronkelijk gebruikte houtsoort of fineer
    • Kennis van aantastingen van hout (vocht, schimmels, insecten, gebreken) en de gevolgen daarvan
    • Kennis van verweringsprocessen
    • Kennis van stabiliteit
    • Kennis van proefboringen ter controle van het hout
    • Kennis van kwaliteitsnormen, waarden en toleranties
  • Competentie 8:
    Vermijdt schade aan te behouden elementen en bouwdelen op de werf
    • Voorziet of en hoe er schade kan ontstaan door de restauratiewerkzaamheden
    • Schermt te behouden elementen en delen van het gebouw af
  • met inbegrip van kennis:
    • Kennis van de materialen die men kan gebruiken om de te behouden stukken af te schermen
  • Competentie 9:
    Demonteert en recupereert grondstoffen
    • Demonteert houten elementen
    • Identificeert de oorspronkelijk gebruikte verbindingstechniek
    • Maakt verbindingen los
    • Controleert welke houten onderdelen recupereerbaar zijn en/of geschikt zijn voor herstelling
    • Demonteert andere materialen dan hout (glas, beslag,…)
    • Sorteert, stockeert, ordent en nummert herbruikbare grondstoffen en onderdelen
    • Beschermt en slaat grondstoffen en materialen op de gepaste manier op
    • Past veiligheidsvoorzieningen toe voor het wegnemen, laden, lossen en terugplaatsen van houten elementen
    • Meldt problemen aan leidinggevende/verantwoordelijke
  • met inbegrip van kennis:
    • Basiskennis van opslag- en stapeltechnieken
    • Kennis van de (oorspronkelijke) opbouw van een houten schrijnwerk
    • Kennis ontmantelingstechnieken voor houten schrijnwerk
    • Kennis van (oude) lijmtechnieken en -middelen
    • Kennis van kwaliteitsnormen, waarden en toleranties
    • Kennis van persoonlijke en collectieve beschermingsmiddelen
    • Kennis van (veiligheids)pictogrammen
    • Kennis van ergonomische hef- en tiltechnieken
    • Grondige kennis van constructie- en verbindingstechnieken voor schrijnwerk
    • Grondige kennis van manuele (hout)bewerkingstechnieken
  • Competentie 10:
    Bereidt de conservatie en/of restauratie voor
    • Reinigt en verstevigt waar nodig
    • Voorziet of en hoe er schade kan ontstaan door de restauratiewerkzaamheden
    • Schermt, indien nodig, te behouden elementen af
    • Beoordeelt instortingsgevaar, risico op schuren verzakkingen en beschadiging aan de constructie
    • Evalueert bestaande schoren op hun stabiliteit
    • Verstevigt, schoort en stut constructies
    • Meldt problemen aan leidinggevende/verantwoordelijke
  • met inbegrip van kennis:
    • Kennis van de risico’s van de restauratiewerkzaamheden voor de werkomgeving
    • Kennis van stabiliteit van schoringen
    • Kennis van de technieken voor het verstevigen, schoren en stutten van constructies
    • Kennis van stabiliteitsrisico’s bij restauratie van traponderdelen
    • Kennis van stut- en schoormateriaal
    • Kennis van stabiliteit
    • Kennis van persoonlijke en collectieve beschermingsmiddelen
  • Competentie 11:
    Conserveert preventief en curatief (schrijnwerk)
    • Houdt zicht aan (technische) voorschriften en fiches
    • Verwijdert aangetaste materialen
    • Verwijdert verspreiden sporen (schimmels, insecten,…)
    • Bereidt conserveringsproducten voor
    • Vult poriën
    • Verduurzaamt hout
    • Past manuele en/of machinale conserveringstechnieken toe (borstel, injecteren, vernevelen,…)
    • Controleert de kwaliteit van de behandelde oppervlakte
  • met inbegrip van kennis:
    • Kennis van technische voorschriften en aanbevelingen in functie van de eigen werkzaamheden
    • Kennis van aantastingen van hout (vocht, schimmels, insecten, gebreken) en de gevolgen daarvan
    • Kennis van vulstoffen (epoxyharsen), eigenschappen en toepassingsgebied
    • Kennis verduurzamingstechnieken en -middelen en de richtlijnen van de fabrikant (concentratie, beschermmaatregelen, …)
    • Kennis van kwaliteitsnormen, waarden en toleranties
    • Grondige kennis van conserveringstechnieken en -middelen voor houten schrijnwerk
  • Competentie 12:
    Verwijdert en vult aangetast hout op
    • Stelt vast tot waar het hout is aangetast
    • Verwijdert aangetast hout zonder bijkomende schade (kappen, zagen,…)
    • Plaatst wapeningsmateriaal voor vloeistoffen en verankering
    • Maakt fixeerproducten aan
    • Brengt fixeerproducten aan
  • met inbegrip van kennis:
    • Kennis van aantastingen van hout (vocht, schimmels, insecten, gebreken) en de gevolgen daarvan
    • Kennis van de risico’s van nagels en reststukken in gerecupereerd hout
    • Kennis van fixatietechnieken- en middelen in hout (injecteren, …)
    • Kennis van zwakke plekken in constructies
    • Kennis van de risico’s (instorting, schade aan de constructie) bij het verwijderen van onderdelen
    • Kennis van wapeningen en de wijze waarop deze geplaatst wordt
    • Kennis van vulstoffen (epoxyharsen), eigenschappen en toepassingsgebied
    • Kennis van richtlijnen fabrikant voor het aanmaken van houtrestauratiemortel
    • Kennis van kwaliteitsnormen, waarden en toleranties
    • Kennis van persoonlijke en collectieve beschermingsmiddelen
    • Kennis van etikettering en productidentificatie
    • Grondige kennis van manuele (hout)bewerkingstechnieken
  • Competentie 13:
    Restaureert schrijnwerk
    • Controleert in functie van de eigen werkzaamheden (loodrechtheid, evenwijdigheid,…)
    • Beoordeelt de originele constructie
    • Controleert de grondstoffen
    • Zet nieuwe houten stukken in
    • Bewerkt (krimp)scheuren (stabiliseren, dichten, retoucheren)
    • Herstelt breuken
    • Plaatst gerestaureerd binnenschrijnwerk ((onderdelen van) binnendeuren, wanden en plafonds,…)
    • Plaatst gerestaureerd buitenschrijnwerk (ramen, deuren, luiken, onderdelen,…)
    • Plaatst gerestaureerde onderdelen van houten vloerbedekking (parket, plankenvloer,…)
    • Plaatst gerestaureerde trap(onderdelen)
    • Maakt aansluiting met oorspronkelijke onderdelen
    • Controleert de kwaliteit van het uitgevoerde werk
    • Voert kleine herstellingen uit en werkt onvolkomenheden bij
  • met inbegrip van kennis:
    • Kennis van technische voorschriften en aanbevelingen in functie van de eigen werkzaamheden
    • Kennis van hout- en fineersoorten, hun eigenschappen, kwaliteit en geschiktheid voor de beoogde bestemming
    • Kennis van zaagwijzes voor hout en fineer
    • Kennis van het verwerken van fineer
    • Kennis van de risico’s van nagels en reststukken in gerecupereerd hout
    • Kennis van het geschikte gereedschap voor het gebruiksklaar maken van gerecupereerd hout
    • Kennis van materialen en (hand)gereedschappen voor het restaureren/conserveren van houten schrijnwerk
    • Kennis van oorspronkelijk gebruikt beslag, het mechanisme en de noodzakelijke uitsparingen ervoor (dievenklauwen, oud grendelwerk, fitsen, sierwerk, opzetraampompen, ..)
    • Kennis van gebruikte materialen (hout-draadbout, kramplaten, deuvel, plaatstalen schoen, …) en technieken (liplas, haaklas, vingerlassen, messing en groef, halfhoutse overkeping, doorlopende pen- en gatverbinding, …) voor demontabel assembleren
    • Kennis van de manieren waarop het origineel beslag werd gemonteerd (inschroeven, indraaien, inklikken, inslaan, …)
    • Kennis van herstelling- en retouchetechnieken en -middelen
    • Kennis van de originele verankeringswijzen van kozijnen, deuren en luiken
    • Kennis van de originele trapconstructie, de verschillende onderdelen van trappen en hun verbindingen
    • Kennis van stabiliteitsrisico’s bij restauratie van traponderdelen
    • Kennis van de oorspronkelijke bevestigingstechniek onderdelen van houten vloerbedekking
    • Kennis van (oude) lijmtechnieken en -middelen
    • Kennis van opspantechnieken en -middelen
    • Kennis van opvultechnieken en -middelen voor (krimp)scheuren
    • Kennis van controle- en meetmethoden en -middelen
    • Kennis van persoonlijke en collectieve beschermingsmiddelen
    • Kennis van ergonomische hef- en tiltechnieken
    • Grondige kennis van restauratietechnieken en –middelen voor houten schrijnwerk (incl. voor- en nadelen)
    • Grondige kennis van de opbouw van originele kozijnen, ramen en deuren, luiken, hun onderdelen en hun onderlinge verbindingswijzen
  • Competentie 14:
    Voert manuele bewerkingen uit
    • Voert eenvoudig snijwerk uit
    • Beitelt eenvoudige motieven uit
    • Gebruikt manueel gereedschap
  • met inbegrip van kennis:
    • Kennis van het originele houtsnijwerk van trapstijlen en profielen
    • Kennis van persoonlijke en collectieve beschermingsmiddelen
    • Grondige kennis van manuele (hout)bewerkingstechnieken
Achterliggende vaardigheden van de restauratievakman schrijnwerk
  • Competentie 15:
    Bereidt de grondstoffen voor op de werkopdracht (uitsmetten, opdelen, aftekenen, paren, …)
    • Leest en begrijpt (werk)tekeningen en plannen
    • Kantrecht en/of kort ruw hout af
    • Deelt plaatmateriaal optimaal in (richting, beschadiging, …)
    • Tekent uit te zagen onderdelen uit
    • Zaagt de onderdelen op de juiste afmeting uit volgens borderel of zaagplan
    • Stapelt zorgvuldig volgens een logische verwerkingsvolgorde
    • Brengt merktekens aan op de werkstukken (paringstekens, …)
    • Schrijft onderdelen volgens een éénvormige afschrijvingsmethode en maataanduiding af
  • met inbegrip van kennis:
    • Kennis van werkdocumenten, tekeningen en plannen
    • Kennis van controle- en meetmethoden en -middelen
    • Kennis van kwaliteitsnormen, waarden en toleranties
    • Kennis van persoonlijke en collectieve beschermingsmiddelen
    • Kennis van materialen en gereedschappen
    • Kennis van hout- en plaatmaterialen
    • Kennis van afschrijfmethodes
    • Kennis van bewerkingsmethodes
    • Kennis van functionele rekenvaardigheden
    • Grondige kennis van (NC) (houtbewerkings)machines
  • Competentie 16:
    Selecteert, controleert, monteert en vervangt (snij)gereedschappen op de (houtbewerkings)machines
    • Houdt zich aan procedures en voorschriften
    • Selecteert (snij)gereedschappen i.f.v. de uit te voeren bewerking
    • Controleert (snij)gereedschappen (standtijd, mec/man, …)
    • Verzamelt materiaal en gereedschap en beoordeelt de conformiteit ervan
    • (De)monteert (snij)gereedschappen in/op de machine en stelt ze af
    • Bergt (snij)gereedschappen veilig op
    • Vervangt en onderhoudt (snij)gereedschappen
    • Onderneemt actie bij onvoorziene omstandigheden of problemen
  • met inbegrip van kennis:
    • Kennis van technische voorschriften en aanbevelingen in functie van de eigen werkzaamheden
    • Kennis van controle- en meetmethoden en -middelen
    • Kennis van persoonlijke en collectieve beschermingsmiddelen
    • Kennis van hout- en plaatmaterialen
    • Kennis van bewerkingsmethodes
    • Kennis van functionele rekenvaardigheden
    • Kennis van snijgereedschappen
    • Kennis van verspaningstechnologie en -technieken
    • Grondige kennis van (NC) (houtbewerkings)machines
  • Competentie 17:
    Stelt (houtbewerkings)machines in en om
    • Raadpleegt (technische) voorschriften en productfiches
    • Stelt de juiste aanvoersnelheid en toerental in
    • Stelt de parameters en coördinaten manueel of (semi)computergestuurd in
    • (De)monteert en stelt hulpstukken en beveiligingen in
    • Maakt een proefstuk
    • Onderneemt actie bij onvoorziene omstandigheden of problemen
  • met inbegrip van kennis:
    • Kennis van technische voorschriften en aanbevelingen in functie van de eigen werkzaamheden
    • Kennis van kwaliteitsnormen, waarden en toleranties
    • Kennis van persoonlijke en collectieve beschermingsmiddelen
    • Kennis van bewerkingsmethodes
    • Kennis van randapparatuur
    • Grondige kennis van (NC) (houtbewerkings)machines
  • Competentie 18:
    Controleert de veiligheidsvoorzieningen van de (houtbewerkings)machines
    • Raadpleegt veiligheidsvoorschriften en leeft ze na
    • Doet veiligheidscontroles aan de (houtbewerkings)machines
    • Merkt afwijkingen, storingen of de nood aan preventief onderhoud aan de (houtbewerkings)machine op
    • Evalueert veiligheidsrisico’s en neemt gepaste maatregelen
    • Meldt problemen aan de verantwoordelijke
    • Legt de werkzaamheden stil indien nodig
  • met inbegrip van kennis:
    • Kennis van controle- en meetmethoden en -middelen
    • Kennis van persoonlijke en collectieve beschermingsmiddelen
    • Kennis van (veiligheids)pictogrammen
    • Grondige kennis van (NC) (houtbewerkings)machines
  • Competentie 19:
    Bewerkt onderdelen met (houtbewerkings)machines
    • Houdt zich aan (technische) voorschriften en productiefiches
    • Controleert de beveiliging voor het opstarten
    • Start, stopt en bedient de machines om hout te bewerken
    • Schaaft tot ontruwde vlakken
    • Zaagt op maat
    • Boort gaten
    • Brengt merktekens aan op de werkstukken (paringstekens, …)
    • Brengt profileringen aan
    • Schuurt werkstukken tot de gewenste afwerkingsgraad op
    • Maakt, indien nodig, gebruik van mallen
    • Stapelt zorgvuldig volgens een logische verwerkingsvolgorde
    • Controleert de kwaliteit en maatvoering
    • Onderneemt actie bij onvoorziene omstandigheden of problemen
  • met inbegrip van kennis:
    • Kennis van technische voorschriften en aanbevelingen in functie van de eigen werkzaamheden
    • Kennis van controle- en meetmethoden en -middelen
    • Kennis van kwaliteitsnormen, waarden en toleranties
    • Kennis van persoonlijke en collectieve beschermingsmiddelen
    • Kennis van bewerkingsmethodes
    • Kennis van verspaningstechnologie en -technieken
    • Kennis van randapparatuur
    • Grondige kennis van (NC) (houtbewerkings)machines
  • Competentie 20:
    Vergaart onderdelen van schrijnwerk
    • Leest (werk)tekeningen en plannen en leidt af welke onderdelen (demontabel) vergaard kunnen worden
    • Bepaalt of bepaalde oppervlaktebehandelingen voor de vergaring moet komen
    • Verlijmt verbindingsgedeelten
    • Voegt de onderdelen volgens een logische werkvolgorde samen
    • Past manuele en machinale opspantechnieken toe
    • Past mechanische verbindingstechnieken toe (nagelen, nieten, schroeven, …)
    • Verwijdert lijmresten
    • Controleert de kwaliteit, haaksheid en maatvoering
    • Stapelt en merkt voor de volgende productiefase
  • met inbegrip van kennis:
    • Kennis van werkdocumenten, tekeningen en plannen
    • Kennis van opspantechnieken en -middelen
    • Kennis van controle- en meetmethoden en -middelen
    • Kennis van kwaliteitsnormen, waarden en toleranties
    • Kennis van persoonlijke en collectieve beschermingsmiddelen
    • Kennis van materialen en gereedschappen
    • Kennis van elektrisch en pneumatisch handgereedschap
    • Kennis van lijmsoorten
    • Kennis van montagetechnieken
    • Grondige kennis van constructie- en verbindingstechnieken voor schrijnwerk
  • Competentie 21:
    Behandelt oppervlakken van schrijnwerk (schuren, beschermen, afwerken, …)
    • Houdt zich aan (technische) voorschriften en productiefiches
    • Bereidt beschermings- en/of afwerkingsproducten voor
    • Bereidt diverse ondergronden voor (schuren, ontvetten, …)
    • Brengt manueel en/of machinaal grond-, tussen- en afwerklagen aan
    • Controleert visueel de kwaliteit van de behandelde oppervlakken
    • Voert kleine herstellingen en retouches uit
    • Brengt interne codering aan (etiketten, labels, …)
    • Beschermt afgewerkte werkstukken en slaat ze op
  • met inbegrip van kennis:
    • Kennis van informatiebronnen
    • Kennis van technische voorschriften en aanbevelingen in functie van de eigen werkzaamheden
    • Kennis van persoonlijke en collectieve beschermingsmiddelen
    • Kennis van etikettering en productidentificatie
    • Kennis van voorschriften rond afval en gevaarlijke producten
    • Kennis van materialen en gereedschappen
    • Kennis van hout- en plaatmaterialen
    • Kennis van beschermings-, onderhouds- en afwerkingsproducten voor schrijnwerk
    • Grondige kennis van (NC) (houtbewerkings)machines
    • Grondige kennis van afwerkingstechnieken en –middelen voor schrijnwerk
  • Competentie 22:
    Monteert en regelt beslag aan schrijnwerk af (scharnieren, handvaten, …)
    • Houdt zich aan (technische) voorschriften en productiefiches
    • Leest en begrijpt (werk)tekeningen en plannen
    • Voorziet uitsparingen voor beslag, sluit- en schuifmechanismen
    • Stelt beslag, sluit- en schuifmechanismen samen
    • Kort schuifbeslag af tot gewenste lengte
    • Bevestigt beslag, hang-, sluit- en schuifmechanismen
    • Regelt beslag, hang-, sluit- en schuifmechanismen af
  • met inbegrip van kennis:
    • Kennis van technische voorschriften en aanbevelingen in functie van de eigen werkzaamheden
    • Kennis van werkdocumenten, tekeningen en plannen
    • Kennis van materialen en gereedschappen
    • Kennis van elektrisch en pneumatisch handgereedschap
    • Kennis van montagetechnieken
    • Grondige kennis van beslag, hang-, sluit- en schuifmechanismen voor schrijnwerk
  • Competentie 23:
    Voert preventief basisonderhoud uit van de (houtbewerkings)machines
    • Merkt noodzaak aan technisch onderhoud op
    • Plaatst de (houtbewerkings)machines in veiligheidsmodus voor het uitvoeren van onderhoud
    • Houdt zich aan het onderhoudsplan en -richtlijnen
    • Voert eenvoudige onderhoudswerkzaamheden uit
    • Rapporteert problemen aan de technicus of de verantwoordelijke
    • Registreert basisonderhoud
  • met inbegrip van kennis:
    • Kennis van informatiebronnen
    • Kennis van technische voorschriften en aanbevelingen in functie van de eigen werkzaamheden
    • Kennis van persoonlijke en collectieve beschermingsmiddelen
    • Kennis van (veiligheids)pictogrammen
    • Kennis van etikettering en productidentificatie
    • Kennis van materialen en gereedschappen
    • Grondige kennis van (NC) (houtbewerkings)machines
  • Competentie 24:
    Werkt schrijnwerk af
    • Stopt nagelgaten op
    • Plaatst dichtingen
    • Plaatst randafwerking (plinten, profielen,…)
    • Integreert andere materialen aan het schrijnwerk (glas,…)
    • Regelt beslag, hang-, sluit- en schuifmechanismen
    • Kit, indien nodig, af
    • Controleert de kwaliteit van het uitgevoerde werk
    • Meldt problemen/afwijkingen aan leidinggevende/verantwoordelijke
  • met inbegrip van kennis:
    • Kennis van controle- en meetmethoden en -middelen
    • Kennis van kwaliteitsnormen, waarden en toleranties
    • Kennis van materialen en gereedschappen
    • Grondige kennis van beslag, hang-, sluit- en schuifmechanismen voor schrijnwerk

Beschrijving competenties a.d.h.v. de descriptorelementen

Kennis

  • Basiskennis van opslag- en stapeltechnieken
  • Basiskennis van milieuzorgsystemen en -voorschriften in functie van de eigen werkzaamheden
  • Basiskennis van algemene principes EPB
  • Kennis van veiligheids-, gezondheids-, hygiëne- en welzijnsvoorschriften
  • Kennis van de risico’s van de restauratiewerkzaamheden voor de werkomgeving
  • Kennis van informatiebronnen
  • Kennis van vakterminologie
  • Kennis van technische voorschriften en aanbevelingen in functie van de eigen werkzaamheden
  • Kennis van de (oorspronkelijke) opbouw van een houten schrijnwerk
  • Kennis van werkdocumenten, tekeningen en plannen
  • Kennis van hout- en fineersoorten, hun eigenschappen, kwaliteit en geschiktheid voor de beoogde bestemming
  • Kennis van de oorspronkelijk gebruikte houtsoort of fineer
  • Kennis van zaagwijzes voor hout en fineer
  • Kennis van het verwerken van fineer
  • Kennis van aantastingen van hout (vocht, schimmels, insecten, gebreken) en de gevolgen daarvan
  • Kennis van verweringsprocessen
  • Kennis van de risico’s van nagels en reststukken in gerecupereerd hout
  • Kennis van het geschikte gereedschap voor het gebruiksklaar maken van gerecupereerd hout
  • Kennis van materialen en (hand)gereedschappen voor het restaureren/conserveren van houten schrijnwerk
  • Kennis ontmantelingstechnieken voor houten schrijnwerk
  • Kennis van fixatietechnieken- en middelen in hout (injecteren, …)
  • Kennis van stabiliteit van schoringen
  • Kennis van de technieken voor het verstevigen, schoren en stutten van constructies
  • Kennis van zwakke plekken in constructies
  • Kennis van de risico’s (instorting, schade aan de constructie) bij het verwijderen van onderdelen
  • Kennis van wapeningen en de wijze waarop deze geplaatst wordt
  • Kennis van vulstoffen (epoxyharsen), eigenschappen en toepassingsgebied
  • Kennis van oorspronkelijk gebruikt beslag, het mechanisme en de noodzakelijke uitsparingen ervoor (dievenklauwen, oud grendelwerk, fitsen, sierwerk, opzetraampompen, ..)
  • Kennis van gebruikte materialen (hout-draadbout, kramplaten, deuvel, plaatstalen schoen, …) en technieken (liplas, haaklas, vingerlassen, messing en groef, halfhoutse overkeping, doorlopende pen- en gatverbinding, …) voor demontabel assembleren
  • Kennis van de manieren waarop het origineel beslag werd gemonteerd (inschroeven, indraaien, inklikken, inslaan, …)
  • Kennis van herstelling- en retouchetechnieken en -middelen
  • Kennis van de originele verankeringswijzen van kozijnen, deuren en luiken
  • Kennis van de originele trapconstructie, de verschillende onderdelen van trappen en hun verbindingen
  • Kennis van het originele houtsnijwerk van trapstijlen en profielen
  • Kennis van stabiliteitsrisico’s bij restauratie van traponderdelen
  • Kennis van de oorspronkelijke bevestigingstechniek onderdelen van houten vloerbedekking
  • Kennis van stut- en schoormateriaal
  • Kennis van stabiliteit
  • Kennis van proefboringen ter controle van het hout
  • Kennis verduurzamingstechnieken en -middelen en de richtlijnen van de fabrikant (concentratie, beschermmaatregelen, …)
  • Kennis van (oude) lijmtechnieken en -middelen
  • Kennis van richtlijnen fabrikant voor het aanmaken van houtrestauratiemortel
  • Kennis van opspantechnieken en -middelen
  • Kennis van opvultechnieken en -middelen voor (krimp)scheuren
  • Kennis van controle- en meetmethoden en -middelen
  • Kennis van kwaliteitsnormen, waarden en toleranties
  • Kennis van persoonlijke en collectieve beschermingsmiddelen
  • Kennis van (veiligheids)pictogrammen
  • Kennis van ergonomische hef- en tiltechnieken
  • Kennis van etikettering en productidentificatie
  • Kennis van de materialen die men kan gebruiken om de te behouden stukken af te schermen
  • Kennis van communicatietechnieken
  • Kennis van voorschriften rond afval en gevaarlijke producten
  • Kennis van materialen en gereedschappen
  • Kennis van elektrisch en pneumatisch handgereedschap
  • Kennis van hout- en plaatmaterialen
  • Kennis van afschrijfmethodes
  • Kennis van bewerkingsmethodes
  • Kennis van functionele rekenvaardigheden
  • Kennis van snijgereedschappen
  • Kennis van lijmsoorten
  • Kennis van montagetechnieken
  • Kennis van (interne) transportmiddelen
  • Kennis van verpakkingstechnieken
  • Kennis van (NC) (houtbewerkings)machines
  • Kennis van laad- en zekeringstechnieken
  • Kennis van verspaningstechnologie en -technieken
  • Kennis van randapparatuur
  • Kennis van beschermings-, onderhouds- en afwerkingsproducten voor schrijnwerk
  • Grondige kennis van beslag, hang-, sluit- en schuifmechanismen voor schrijnwerk
  • Grondige kennis van (NC) (houtbewerkings)machines
  • Grondige kennis van constructie- en verbindingstechnieken voor schrijnwerk
  • Grondige kennis van afwerkingstechnieken en –middelen voor schrijnwerk
  • Grondige kennis van manuele (hout)bewerkingstechnieken
  • Grondige kennis van conserveringstechnieken en -middelen voor houten schrijnwerk
  • Grondige kennis van restauratietechnieken en –middelen voor houten schrijnwerk (incl. voor- en nadelen)
  • Grondige kennis van de opbouw van originele kozijnen, ramen en deuren, luiken, hun onderdelen en hun onderlinge verbindingswijzen

Cognitieve vaardigheden

  • Communiceert effectief en efficiënt
  • Wisselt informatie uit met collega’s en verantwoordelijken
  • Rapporteert aan leidinggevenden
  • Werkt efficiënt samen met collega's
  • Volgt aanwijzingen van verantwoordelijken op
  • Maakt onderscheid tussen gevaarlijke en niet gevaarlijke producten en afvalstoffen
  • Vraagt om informatie in geval van twijfel over afvalstoffen
  • Houdt zich aan de regels voor traceerbaarheid van producten
  • Ziet er op toe dat veiligheids- en milieuvoorschriften worden gerespecteerd
  • Leest en begrijpt (werk)tekeningen en plannen
  • Houdt zich aan procedures en voorschriften
  • Controleert (snij)gereedschappen (standtijd, mec/man, …)
  • Raadpleegt (technische) voorschriften en productfiches
  • Stelt de juiste aanvoersnelheid en toerental in
  • Stelt de parameters en coördinaten manueel of (semi)computergestuurd in
  • Raadpleegt veiligheidsvoorschriften en leeft ze na
  • Houdt zich aan (technische) voorschriften en productiefiches
  • Controleert de beveiliging voor het opstarten
  • Leest (werk)tekeningen en plannen en leidt af welke onderdelen (demontabel) vergaard kunnen worden
  • Bepaalt of bepaalde oppervlaktebehandelingen voor de vergaring moet komen
  • Controleert de kwaliteit, haaksheid en maatvoering
  • Controleert visueel de kwaliteit van de behandelde oppervlakken
  • Houdt zich aan het onderhoudsplan en -richtlijnen
  • Rapporteert problemen aan de technicus of de verantwoordelijke
  • Registreert basisonderhoud
  • Controleert de kwaliteit van het uitgevoerde werk
  • Meldt problemen/afwijkingen aan leidinggevende/verantwoordelijke
  • Verwerft inzicht in de bestaande structuren
  • Situeert het goed in zijn historische en regionale context
  • Raadpleegt relevante informatie en interpreteert ze
  • Schat de stabiliteit in: toestand schrijnwerk
  • Beoordeelt de materiaaltechnische toestand van het schrijnwerk
  • Schat de vereiste hoeveelheden en aard van de materialen en materieel in
  • Observeert, beschrijft, schetst of fotografeert een bestaande situatie in functie van de uitvoering van het werk
  • Merkt eventuele gebreken in de oorspronkelijke constructie op
  • Vraagt om advies bij mogelijk schadelijke vegetatie (basiskennis vegetatie schadelijk voor schrijnwerk)
  • Voorziet of en hoe er schade kan ontstaan door de restauratiewerkzaamheden
  • Identificeert de oorspronkelijk gebruikte verbindingstechniek
  • Controleert welke houten onderdelen recupereerbaar zijn en/of geschikt zijn voor herstelling
  • Sorteert, stockeert, ordent en nummert herbruikbare grondstoffen en onderdelen
  • Beschermt en slaat grondstoffen en materialen op de gepaste manier op
  • Past veiligheidsvoorzieningen toe voor het wegnemen, laden, lossen en terugplaatsen van houten elementen
  • Voorziet of en hoe er schade kan ontstaan door de restauratiewerkzaamheden
  • Beoordeelt instortingsgevaar, risico op schuren verzakkingen en beschadiging aan de constructie
  • Evalueert bestaande schoren op hun stabiliteit
  • Stelt vast tot waar het hout is aangetast
  • Controleert in functie van de eigen werkzaamheden (loodrechtheid, evenwijdigheid,…)
  • Beoordeelt de originele constructie
  • Controleert de grondstoffen

Probleemoplossende vaardigheden

  • Past zich flexibel aan (verandering van collega’s, …)
  • Onderneemt actie bij onvoorziene omstandigheden of problemen
  • Merkt afwijkingen, storingen of de nood aan preventief onderhoud aan de (houtbewerkings)machine op
  • Evalueert veiligheidsrisico’s en neemt gepaste maatregelen
  • Legt de werkzaamheden stil indien nodig
  • Merkt noodzaak aan technisch onderhoud op
  • Plant de restauratiewerken en bepaalt mee de werkvolgorde (inclusief mogelijke schadelijke invloed van toekomstige werken)

Motorische vaardigheden

  • Sorteert afval volgens de richtlijnen
  • Werkt ergonomisch
  • Gebruikt persoonlijke en collectieve beschermingsmiddelen
  • Organiseert zijn werkplaats rekening houdend met een logische werkvolgorde
  • Richt de werkplaats (ergonomisch) in
  • Beperkt stofemissie
  • Houdt de werkplek schoon
  • Bergt de eigen gereedschappen en hulpmiddelen op
  • Gebruikt (stof)afzuigapparatuur/installaties
  • Gebruikt (rol)steigers volgens instructies en veiligheidsregels
  • Gebruikt ladders volgens instructies en veiligheidsregels als toegangsmiddel
  • Gebruikt water voor taken & schoonmaak efficiënt
  • Gebruikt machines en gereedschappen efficiënt
  • Beperkt het lawaai: gebruikt persoonlijke beschermingsmiddelen, implementeert preventiemaatregelen voor omgeving
  • Kantrecht en/of kort ruw hout af
  • Deelt plaatmateriaal optimaal in (richting, beschadiging, …)
  • Tekent uit te zagen onderdelen uit
  • Zaagt de onderdelen op de juiste afmeting uit volgens borderel of zaagplan
  • Stapelt zorgvuldig volgens een logische verwerkingsvolgorde
  • Brengt merktekens aan op de werkstukken (paringstekens, …)
  • Schrijft onderdelen volgens een éénvormige afschrijvingsmethode en maataanduiding af
  • Selecteert (snij)gereedschappen i.f.v. de uit te voeren bewerking
  • Verzamelt materiaal en gereedschap en beoordeelt de conformiteit ervan
  • (De)monteert (snij)gereedschappen in/op de machine en stelt ze af
  • Bergt (snij)gereedschappen veilig op
  • Vervangt en onderhoudt (snij)gereedschappen
  • (De)monteert en stelt hulpstukken en beveiligingen in
  • Maakt een proefstuk
  • Doet veiligheidscontroles aan de (houtbewerkings)machines
  • Start, stopt en bedient de machines om hout te bewerken
  • Schaaft tot ontruwde vlakken
  • Zaagt op maat
  • Boort gaten
  • Brengt profileringen aan
  • Schuurt werkstukken tot de gewenste afwerkingsgraad op
  • Maakt, indien nodig, gebruik van mallen
  • Verlijmt verbindingsgedeelten
  • Voegt de onderdelen volgens een logische werkvolgorde samen
  • Past manuele en machinale opspantechnieken toe
  • Past mechanische verbindingstechnieken toe (nagelen, nieten, schroeven, …)
  • Verwijdert lijmresten
  • Stapelt en merkt voor de volgende productiefase
  • Bereidt beschermings- en/of afwerkingsproducten voor
  • Bereidt diverse ondergronden voor (schuren, ontvetten, …)
  • Brengt manueel en/of machinaal grond-, tussen- en afwerklagen aan
  • Voert kleine herstellingen en retouches uit
  • Brengt interne codering aan (etiketten, labels, …)
  • Beschermt afgewerkte werkstukken en slaat ze op
  • Voorziet uitsparingen voor beslag, sluit- en schuifmechanismen
  • Stelt beslag, sluit- en schuifmechanismen samen
  • Kort schuifbeslag af tot gewenste lengte
  • Bevestigt beslag, hang-, sluit- en schuifmechanismen
  • Regelt beslag, hang-, sluit- en schuifmechanismen af
  • Plaatst de (houtbewerkings)machines in veiligheidsmodus voor het uitvoeren van onderhoud
  • Voert eenvoudige onderhoudswerkzaamheden uit
  • Verplaatst veilig en op ergonomisch verantwoorde wijze
  • Verpakt, beschermt voor transport (vochtigheid, temperatuur, lichtinval,...)
  • Past hef- en tiltechnieken toe
  • Stopt nagelgaten op
  • Plaatst dichtingen
  • Plaatst randafwerking (plinten, profielen,…)
  • Integreert andere materialen aan het schrijnwerk (glas,…)
  • Kit, indien nodig, af
  • Schermt te behouden elementen en delen van het gebouw af
  • Demonteert houten elementen
  • Maakt verbindingen los
  • Demonteert andere materialen dan hout (glas, beslag,…)
  • Reinigt en verstevigt waar nodig
  • Verstevigt, schoort en stut constructies
  • Schermt, indien nodig, te behouden elementen af
  • Verwijdert aangetaste materialen
  • Verwijdert verspreiden sporen (schimmels, insecten,…)
  • Bereidt conserveringsproducten voor
  • Vult poriën
  • Verduurzaamt hout
  • Past manuele en/of machinale conserveringstechnieken toe (borstel, injecteren, vernevelen,…)
  • Verwijdert aangetast hout zonder bijkomende schade (kappen, zagen,…)
  • Plaatst wapeningsmateriaal voor vloeistoffen en verankering
  • Maakt fixeerproducten aan
  • Brengt fixeerproducten aan
  • Zet nieuwe houten stukken in
  • Bewerkt (krimp)scheuren (stabiliseren, dichten, retoucheren)
  • Herstelt breuken
  • Plaatst gerestaureerd binnenschrijnwerk ((onderdelen van) binnendeuren, wanden en plafonds,…)
  • Plaatst gerestaureerd buitenschrijnwerk (ramen, deuren, luiken, onderdelen,…)
  • Plaatst gerestaureerde onderdelen van houten vloerbedekking (parket, plankenvloer,…)
  • Plaatst gerestaureerde trap(onderdelen)
  • Maakt aansluiting met oorspronkelijke onderdelen
  • Voert kleine herstellingen uit en werkt onvolkomenheden bij
  • Voert eenvoudig snijwerk uit
  • Beitelt eenvoudige motieven uit
  • Gebruikt manueel gereedschap
  • Laadt, lost (interne) transportmiddelen conform de richtlijnen (max. gewicht, aantal, ...)
  • Bevestigt en beveiligt tegen vervoerrisico's (het zekeren van ladingen, ...)
  • Transporteert op de werf of plaats van bestemming

Omgevingscontext

  • Dit beroep wordt uitgeoefend in de werkplaats en op bouwplaatsen in bewoonde of in gebruik zijnde gebouwen (renovatie) binnen ondernemingen en vergt de nodige mobiliteit en contactvaardigheid.
  • Dit beroep wordt meestal in teamverband uitgeoefend, meestal in een onderneming waar de nodige flexibiliteit belangrijk is om zich aan te passen aan wijzigingen van planning, omgeving, grondstoffen en machines.
  • De werkopdrachten worden soms strikt afgebakend in de tijd en er heersen in sommige gevallen strikte deadlines, wat resultaatgerichtheid, stressbestendigheid en doorzettingsvermogen vraagt.
  • De hout- en bouwsector kennen veel reglementeringen, normen, aanbevelingen en technische voorlichtingsfiches inzake kwaliteit, veiligheid, gezondheid, hygiëne, welzijn, milieu en duurzaam bouwen. Verspilling en de rijzende afvalberg dwingen tot een economische en ecologische omgang met en hergebruik van grondstoffen en materialen.
  • Binnen dit beroep maakt men gebruik van elektrisch en pneumatisch gereedschap. Dit kan gevaar inhouden voor het oplopen van snijwonden, het klemraken van de machine, de terugslag van het werkstuk en/of van de machine, het stoten tegen voorwerpen, gevaar voor elektrocutie,…
  • Bij het werken met machines kan er lawaaihinder en (hout)stof voorkomen.
  • De situatie op de werkplek kan het dragen van lasten en werken in moeilijke houdingen en omstandigheden impliceren.
  • Het bijblijven met de (technologische) ontwikkelingen binnen de sector vergt leergierigheid en het volgen van (verplichte) opleidingen.

Handelingscontext

  • De beroepsbeoefenaar moet rekening houden met de historische context en de aanwezige erfgoedwaarde.
  • Oog hebben voor kwaliteit en de tevredenheid van de klant door met zorg, toewijding en zin voor esthetiek te werken.
  • Op constructieve en gebruiksvriendelijke wijze uitwisselen van informatie met klanten, collega’s en derden.
  • Aandacht hebben voor gevaarlijke situaties, veiligheidssignalisatie op de werkplek/werf respecteren en persoonlijke en collectieve beschermingsmiddelen met zorg gebruiken en onderhouden.
  • Omzichtig omgaan met grondstoffen en producten, rekening houdend met veiligheidsvoorschriften.
  • Zorgvuldig en nauwkeurig gebruiken van (houtbewerkings)machines, gereedschappen en materialen.

Autonomie

Is zelfstandig in
  • het uitvoeren van de plannen, het voorbereiden en het uitvoeren van de eigen werkzaamheden
Is gebonden aan
  • deontologische codes, charters en conventies met betrekking tot erfgoed
  • de wetgeving rond erfgoedzorg
  • een ontvangen werkopdracht en tijdsplanning
  • veiligheids-, gezondheids-, kwaliteits- en milieuvoorschriften, codes van goede praktijk, technische voorschriften, productfiches, werktekeningen en plannen
  • afspraken met betrekking tot zijn eigen werkzaamheden met collega’s en derden
  • instructies van de leidinggevende
Doet beroep op
  • de leidinggevende/restaurateur voor de werkopdracht, gegevens, planning, leveringen, melden van problemen en gevaarlijke situaties en bijkomende instructies.
  • een meer bevoegd persoon indien hij een probleem niet opgelost krijgt of te maken krijgt met werkzaamheden die buiten zijn bevoegdheid vallen.
  • (onderhouds)technieker en/of derden voor storingen, technische interventies en/of onderhoud aan het machinepark.

Verantwoordelijkheid

  • Werkt in teamverband
  • Werkt met oog voor veiligheid, milieu, kwaliteit en welzijn
  • Organiseert zijn werkplek veilig en ordelijk
  • Werkt op hoogte
  • Gebruikt stromen duurzaam en beperkt geluidshinder
  • Transporteert grondstoffen, constructieonderdelen en materialen (intern, op de werf)
  • Plant restauratiewerkzaamheden
  • Vermijdt schade aan te behouden elementen en bouwdelen op de werf
  • Demonteert en recupereert grondstoffen
  • Bereidt de conservatie en/of restauratie voor
  • Conserveert preventief en curatief (schrijnwerk)
  • Verwijdert en vult aangetast hout op
  • Restaureert schrijnwerk
  • Voert manuele bewerkingen uit
  • Bereidt de grondstoffen voor op de werkopdracht (uitsmetten, opdelen, aftekenen, paren, …)
  • Selecteert, controleert, monteert en vervangt (snij)gereedschappen op de (houtbewerkings)machines
  • Stelt (houtbewerkings)machines in en om
  • Controleert de veiligheidsvoorzieningen van de (houtbewerkings)machines
  • Bewerkt onderdelen met (houtbewerkings)machines
  • Vergaart onderdelen van schrijnwerk
  • Behandelt oppervlakken van schrijnwerk (schuren, beschermen, afwerken, …)
  • Monteert en regelt beslag aan schrijnwerk af (scharnieren, handvaten, …)
  • Voert preventief basisonderhoud uit van de (houtbewerkings)machines
  • Werkt schrijnwerk af

Attesten en voorwaarden

Wettelijke attesten en voorwaarden

Er zijn geen wettelijke attesten of voorwaarden vereist.