Lager onderofficier bij defensie

 
BK-0396-2

Globaal

Titel

Lager onderofficier bij defensie

Deze benaming komt niet voor in de Competent-fiche 'Operationele leiding defensie' K170301 maar is de geldende term.

Definitie

Leidt een kleine groep van ongeveer 10 militairen en volgt de taken ervan op. Bereidt zichzelf en de groep voor op en neemt samen met hen deel aan de militaire en humanitaire operatie, teneinde de toegekende opdrachten van het hoger hiërarchisch echelon uit te voeren.

Niveau (VKS en EQF)

4

Jaar van erkenning

versie 2, 2020

Competenties

Opsomming competenties

  • Competentie 1:
    Functioneert volgens de geldende gedragsvereisten bij defensie
    • Past zich gemakkelijk aan aan veranderende omstandigheden
    • Beheert doeltreffend zijn tijd
    • Past de ethos en de deontologische code van de organisatie toe
    • Gedraagt zich volgens de cultuur en de behoeften van de organisatie
    • Vormt zich een beeld van zijn houding en reacties in omgang met anderen
    • Begrijpt en aanvaardt de verschillen tussen personen
    • Werkt samen op een constructieve manier
    • Wisselt begrijpelijk ideeën en opinies uit met de anderen
  • met inbegrip van kennis:
    • Basiskennis van de algemene structuur van Defensie, de componenten (capaciteiten, karakteristieken, korpsen) en voornaamste stafdepartementen
    • Kennis van communicatietechnieken
    • Kennis van zijn rechten en plichten als militair, van de reglementaire voorschriften, de gedrags- en ethische regels en de waarden verbonden aan de staat van militair
  • Competentie 2:
    Handelt deontologisch, loyaal en collegiaal
    • Handelt volgens de reglementaire voorschriften, de gedrags- en ethische regels en de waarden verbonden aan de staat van militair en zorgt ervoor dat de groep ernaar handelt
    • Gedraagt zich respectvol, zonder te discrimineren op vlak van seksuele geaardheid, geslacht, etnische origine, leeftijd, religie, cultuur,… en zorgt ervoor dat de groep zich ook zo opstelt
    • Neemt de nodige maatregelen in geval van intolerant of ongepast gedrag of het niet naleven van de waarden en regels
  • met inbegrip van kennis:
    • Basiskennis van de algemene structuur van Defensie, de componenten (capaciteiten, karakteristieken, korpsen) en voornaamste stafdepartementen
    • Kennis van zijn rechten en plichten als militair, van de reglementaire voorschriften, de gedrags- en ethische regels en de waarden verbonden aan de staat van militair
  • Competentie 3:
    Communiceert efficiënt en effectief met collega’s, de groep en het kader
    • Geeft zowel mondeling als schriftelijk op een gestructureerde, efficiënte en gepaste manier informatie door
    • Houdt rekening met het vertrouwelijk karakter van informatie en filtert informatie als echelon tussen de keuronderofficieren en de ondergeschikten zodat ieder op zijn niveau over de nodige informatie beschikt
    • Geeft briefings
    • Gebruikt militaire afkortingen en conventionele tekens en interpreteert een gemarkeerde kaart correct
    • Gebruikt gevechtssignalen om elementaire inlichtingen te kunnen doorgeven of ontvangen
    • Gebruikt en onderhoudt communicatieapparatuur met verschillende gebruiksopties
    • Verstuurt en ontvangt berichten volgens de voorziene procedures
  • met inbegrip van kennis:
    • Basiskennis van communicatieapparatuur
    • Basiskennis van gevechtssignalen
    • Kennis van kaartlezen
    • Kennis van communicatietechnieken
    • Kennis van de radioprocedure
    • Kennis van de militaire afkortingen en conventionele tekens
    • Kennis van rapporteringstechnieken
    • Kennis van elektronische systemen voor bevelvoering, controle, communicatie en informatie (C3I)
  • Competentie 4:
    Ontwikkelt en onderhoudt de mentale en fysieke fitheid/conditie en legt dit op aan de groep
    • Traint het uithoudingsvermogen, de kracht en behendigheid in functie van de fysiek eisen verbonden aan de beroepsactiviteiten en de situatie
    • Doorstaat langdurige mentale en fysieke inspanningen
    • Neemt deel aan de voorziene proeven en testen
    • Voert individuele en collectieve drillbewegingen uit zowel met als zonder wapen
  • met inbegrip van kennis:
    • Kennis van individuele en collectieve drillbewegingen
  • Competentie 5:
    Ontwikkelt de eigen deskundigheid
    • Informeert zich over en volgt trends en ontwikkelingen in het vakgebied op
    • Identificeert de eigen ontwikkelingsbehoeften
    • Neemt leeropportuniteiten aan om de eigen deskundigheid te verbeteren
  • met inbegrip van kennis:
    • Basiskennis van de algemene structuur van Defensie, de componenten (capaciteiten, karakteristieken, korpsen) en voornaamste stafdepartementen
    • Basiskennis van de algemene defensiepolitiek van België en de plaats hiervan binnen Europa, NATO en in een algemene internationale context
  • Competentie 6:
    Bereidt zichzelf en de groep voor op de opdracht (verkenning, gevecht, opstelling, bijstand,...)
    • Ontvangt en begrijpt een opdracht van het hoger echelon
    • Beoordeelt de factoren die van invloed zijn op de opdracht en aanvaardt hierbij de prioriteiten, noden en geplande acties van het hoger echelon
    • Verzamelt en analyseert informatie voor de opdracht (instructiekaarten, plannen,…)
    • Plant de opdracht
    • Zet een opdracht van het hoger echelon om in concrete objectieven voor zichzelf en een correct geformuleerde opdracht voor de groep
    • Brengt de groep op de hoogte van de opdracht (doelstellingen, planning, aanpak,...)
    • Maakt de individuele en/of collectieve uitrusting en ander materieel klaar voor de opdracht of laat dit klaarmaken
    • Neemt de nodige maatregelen om klaar te zijn voor de opdracht
  • met inbegrip van kennis:
    • Basiskennis van de algemene structuur van Defensie, de componenten (capaciteiten, karakteristieken, korpsen) en voornaamste stafdepartementen
    • Kennis van individuele en collectieve uitrusting, systemen en bewapening (types, kenmerken, gebruik, onderhoud, herstellingen)
  • Competentie 7:
    Waarborgt de eigen veiligheid en die van collega’s, dient eerste hulp toe en ziet toe op de veilige en correcte handelwijze door de groep
    • Verzorgt de persoonlijke hygiëne
    • Past preventieve maatregelen toe om verwondingen of ontstekingen te voorkomen
    • Past preventiemaatregelen, maatregelen ter bevordering van het welzijn op de werkvloer en maatregelen voor de veiligheid op het werk toe, in het bijzonder op het vlak van de eerste hulp en brandbestrijding
    • Zorgt voor de eigen veiligheid en bescherming en die van de collega’s
  • met inbegrip van kennis:
    • Basiskennis van de technieken voor de 'own force protection'
    • Basiskennis van arbeidsveiligheidsvoorschriften
    • Basiskennis van eerste hulp
    • Basiskennis van de symptomen van relevante aandoeningen
    • Basiskennis van preventiemaatregelen, welzijnsmaatregelen en veiligheidsmaatregelen
  • Competentie 8:
    Bereidt de individuele en collectieve bewapening voor of laat ze voorbereiden en controleert ze
    • Voert onderhouds- en herstellingswerkzaamheden uit aan de individuele en collectieve bewapening van de groep
    • Controleert of de hoeveelheid munitie per wapen aanwezig is
    • Voert functiecontroles uit en dubbelcheckt
    • Meldt problemen die zelf niet op te lossen zijn aan de verantwoordelijke
  • met inbegrip van kennis:
    • Basiskennis van de effecten van verschillende soorten wapens en munities
    • Kennis van individuele en collectieve uitrusting, systemen en bewapening (types, kenmerken, gebruik, onderhoud, herstellingen)
  • Competentie 9:
    Gebruikt individuele en collectieve bewapening op een correcte en wettelijke manier
    • Vervult de rol van schootsdirecteur in doublure en onder toezicht van een ervaren coach
    • Selecteert het te gebruiken type wapen en vuur in functie van het gewenste effect
    • Past de veiligheidsregels toe bij het bedienen van de individuele en collectieve bewapening van de groep
    • Voert schietorders uit en gebruikt de bewapening volgens de voorziene voorschriften
  • met inbegrip van kennis:
    • Basiskennis van de effecten van verschillende soorten wapens en munities
    • Kennis van individuele en collectieve uitrusting, systemen en bewapening (types, kenmerken, gebruik, onderhoud, herstellingen)
    • Kennis van het veilig leiden van een schietstand
    • Grondige kennis van de veiligheidsvoorschriften bij het gebruik van bewapening
  • Competentie 10:
    Bewaakt samen met de groep kritieke zones en punten
    • Past veiligheids- en beschermingsvoorschriften toe
    • Detecteert, analyseert en gaat gepast om met risico’s en gevaren
    • Gebruikt gevechtsuitrusting en bewapening op een correcte manier
    • Voert wacht-, observatie- of beveiligingsrondes uit
    • Controleert personen en voertuigen
    • Reageert gepast op een bedreiging of bij het ontdekken van onveilige situaties (munitie, mijnen, ongewenste personen, …) volgens de van kracht zijnde richtlijnen
  • met inbegrip van kennis:
    • Basiskennis van de regels/procedures van de militaire veiligheid
    • Basiskennis van explosieven, de veiligheidsvoorschriften en de te volgen procedures bij het behandelen van explosieven
    • Basiskennis van CBRN-gevaren en van de beschermingsmaatregelen
    • Basiskennis van de effecten van verschillende soorten wapens en munities
    • Kennis van observatietechnieken
    • Kennis van individuele en collectieve uitrusting, systemen en bewapening (types, kenmerken, gebruik, onderhoud, herstellingen)
  • Competentie 11:
    Voert de actie samen met de groep uit rekening houdend met de opdracht, de situatie en het terrein
    • Gebruikt de individuele en de collectieve uitrusting van de groep om in alle omstandigheden op het terrein te leven
    • Voert opdrachten uit op bevel
    • Observeert het gebied en situeert de gevarenzone/het gevaar
    • Past de operationele werkwijze aan in functie van de situatie en opdracht
    • Oriënteert zich met behulp van de beschikbare middelen: bepaalt de standplaats, een azimut naar een ander punt en een volgweg daarnaartoe
    • Gebruikt tactische vorderingstechnieken die aangepast zijn aan het terrein en bepaalt de eigen plaats in de groep volgens de tactische situatie
    • Treedt op vanuit een gedekte positie
    • Past het recht der gewapende conflicten toe
    • Gebruikt gevechtsuitrusting en bewapening op een correcte manier
    • Past basisgevechtstechnieken zonder wapens toe
    • Reageert gepast op een (CBRN)bedreiging
    • Respecteert het milieu in de mate van het mogelijke volgens de voorschriften en de situatie
  • met inbegrip van kennis:
    • Basiskennis van de regels/procedures van de militaire veiligheid
    • Basiskennis van het recht der gewapende conflicten
    • Basiskennis van CBRN-gevaren en van de beschermingsmaatregelen
    • Basiskennis van milieuvoorschriften
    • Basiskennis van de effecten van verschillende soorten wapens en munities
    • Kennis van oriëntatietechnieken
    • Kennis van kaartlezen
    • Kennis van observatietechnieken
    • Kennis van individuele en collectieve uitrusting, systemen en bewapening (types, kenmerken, gebruik, onderhoud, herstellingen)
    • Kennis van basisgevechtstechnieken zonder wapens
    • Kennis van het leven in operationele omstandigheden
    • Kennis van individuele tactiek en vordering bij dag en nacht
  • Competentie 12:
    Reageert gepast bij het ontdekken van ontploffingstuigen
    • Herkent ontploffingstuigen
    • Bepaalt de ligging van een explosief, mijn, … en bakent de zone af
    • Past individuele veiligheidsmaatregelen toe
    • Reageert correct volgens de procedures
    • Gebruikt opsporingsmaterieel
  • met inbegrip van kennis:
    • Basiskennis van de regels/procedures van de militaire veiligheid
    • Basiskennis van explosieven, de veiligheidsvoorschriften en de te volgen procedures bij het behandelen van explosieven
    • Basiskennis van CBRN-gevaren en van de beschermingsmaatregelen
  • Competentie 13:
    Geeft leiding aan een groep
    • Organiseert en superviseert een groep
    • Neemt in alle omstandigheden een voorbeeldfunctie aan en schat de gevolgen van het eigen gedrag in voor zichzelf en anderen
    • Past het leiderschapsmodel van defensie toe en gebruikt een leiderschapsstijl (directief of participatief) die aangepast is aan de situatie
    • Betrekt zo mogelijk een groep in de besluitvorming
    • Creëert een stimulerende werkomgeving waarin de medewerkers tot betere prestaties kunnen komen
    • Bevordert een goede sfeer en teamvorming
    • Herkent conflicten in de groep en reageert gepast
    • Motiveert een groep en moedigt creativiteit aan om alternatieve oplossingen uit te werken
    • Geeft en ontvangt feedback
    • Voert evaluatie- en functioneringsgesprekken
  • met inbegrip van kennis:
    • Basiskennis van de algemene structuur van Defensie, de componenten (capaciteiten, karakteristieken, korpsen) en voornaamste stafdepartementen
    • Basiskennis van conflicthantering
    • Basiskennis van groepsdynamiek
    • Kennis van motivatietechnieken
    • Kennis van feedback- en evaluatietechnieken
    • Kennis van het leiderschapsmodel van Defensie
    • Kennis van (directieve en participatieve) leiderschapsstijlen
  • Competentie 14:
    Organiseert de eigen taken en volgt de taken van een groep op in het kader van de dagelijkse werking en het gevoerde beleid
    • Plant het geheel van de eigen taken rekening houdend met de doelen, prioriteiten, budget en personeel en past de planning zo nodig aan wijzigende omstandigheden aan
    • Delegeert bevoegdheden aan ondergeschikte leidinggevenden als de situatie het vereist
    • Bekijkt hoe de doelen voor de dagelijkse werking van een groep bereikt kunnen worden
    • Verduidelijkt wat van (elk lid van) een groep verwacht wordt
    • Superviseert en controleert de uitvoering van de taken
    • Verwittigt tijdig de hiërarchisch overste wanneer de planning niet gehaald kan worden
  • met inbegrip van kennis:
    • Basiskennis van de algemene structuur van Defensie, de componenten (capaciteiten, karakteristieken, korpsen) en voornaamste stafdepartementen
  • Competentie 15:
    Leidt de groep op
    • Volgt competenties van medewerkers op
    • Stelt een verbeteringsprogramma of een vormingsplan op voor een medewerker of een groep
    • Formuleert doelstellingen en legt deze uit
    • Werkt een motiverende leeractiviteit uit (over diverse onderwerpen) en bouwt daarbij voort op de reeds aanwezige competenties
    • Selecteert en gebruikt leermiddelen
    • Organiseert een leeractiviteit en stuurt deze zo nodig bij
    • Evalueert product en proces
  • met inbegrip van kennis:
    • Basiskennis van de principes van didactiek
  • Competentie 16:
    Leidt acties
    • Geeft bevelen aan en begeleidt een groep met of zonder wapens
    • Past in alle omstandigheden bij het geven van een bevel het recht der gewapende conflicten toe evenals de inzetregels en waakt over de uitvoering ervan door de groep
    • Controleert en superviseert de uitvoering van de opdrachten
    • Detecteert problemen in het domein van de militaire veiligheid en reageert gepast volgens de van kracht zijnde richtlijnen
    • Stuurt acties bij volgens de vastgestelde evoluties en omstandigheden
    • Ziet toe op de correcte toepassing van individuele en collectieve (CBRN) beschermingsmaatregelen en neemt de nodige acties zodat de groep kan functioneren, overleven en de opdracht kan verderzetten in gevaarlijke (CBRN) omstandigheden
    • Ziet erop toe dat de groep de milieuvoorschriften respecteert en neemt mogelijke maatregelen om de impact van militaire activiteiten op het milieu te beperken
  • met inbegrip van kennis:
    • Basiskennis van de regels/procedures van de militaire veiligheid
    • Basiskennis van het recht der gewapende conflicten
    • Basiskennis van CBRN-gevaren en van de beschermingsmaatregelen
    • Basiskennis van milieuvoorschriften
    • Kennis van de inzetregels
    • Kennis van elektronische systemen voor bevelvoering, controle, communicatie en informatie (C3I)

Beschrijving competenties a.d.h.v. de descriptorelementen

Kennis

  • Basiskennis van de regels/procedures van de militaire veiligheid
  • Basiskennis van de technieken voor de 'own force protection'
  • Basiskennis van het recht der gewapende conflicten
  • Basiskennis van explosieven, de veiligheidsvoorschriften en de te volgen procedures bij het behandelen van explosieven
  • Basiskennis van CBRN-gevaren en van de beschermingsmaatregelen
  • Basiskennis van milieuvoorschriften
  • Basiskennis van arbeidsveiligheidsvoorschriften
  • Basiskennis van de effecten van verschillende soorten wapens en munities
  • Basiskennis van communicatieapparatuur
  • Basiskennis van gevechtssignalen
  • Basiskennis van eerste hulp
  • Basiskennis van de symptomen van relevante aandoeningen
  • Basiskennis van preventiemaatregelen, welzijnsmaatregelen en veiligheidsmaatregelen
  • Basiskennis van de algemene structuur van Defensie, de componenten (capaciteiten, karakteristieken, korpsen) en voornaamste stafdepartementen
  • Basiskennis van conflicthantering
  • Basiskennis van groepsdynamiek
  • Basiskennis van de principes van didactiek
  • Basiskennis van de algemene defensiepolitiek van België en de plaats hiervan binnen Europa, NATO en in een algemene internationale context
  • Kennis van de inzetregels
  • Kennis van oriëntatietechnieken
  • Kennis van kaartlezen
  • Kennis van communicatietechnieken
  • Kennis van de radioprocedure
  • Kennis van de militaire afkortingen en conventionele tekens
  • Kennis van observatietechnieken
  • Kennis van rapporteringstechnieken
  • Kennis van zijn rechten en plichten als militair, van de reglementaire voorschriften, de gedrags- en ethische regels en de waarden verbonden aan de staat van militair
  • Kennis van individuele en collectieve uitrusting, systemen en bewapening (types, kenmerken, gebruik, onderhoud, herstellingen)
  • Kennis van individuele en collectieve drillbewegingen
  • Kennis van het veilig leiden van een schietstand
  • Kennis van basisgevechtstechnieken zonder wapens
  • Kennis van het leven in operationele omstandigheden
  • Kennis van individuele tactiek en vordering bij dag en nacht
  • Kennis van elektronische systemen voor bevelvoering, controle, communicatie en informatie (C3I)
  • Kennis van motivatietechnieken
  • Kennis van feedback- en evaluatietechnieken
  • Kennis van het leiderschapsmodel van Defensie
  • Kennis van (directieve en participatieve) leiderschapsstijlen
  • Grondige kennis van de veiligheidsvoorschriften bij het gebruik van bewapening

Cognitieve vaardigheden

  • Past de ethos en de deontologische code van de organisatie toe
  • Gedraagt zich volgens de cultuur en de behoeften van de organisatie
  • Vormt zich een beeld van zijn houding en reacties in omgang met anderen
  • Begrijpt en aanvaardt de verschillen tussen personen
  • Werkt samen op een constructieve manier
  • Wisselt begrijpelijk ideeën en opinies uit met de anderen
  • Handelt volgens de reglementaire voorschriften, de gedrags- en ethische regels en de waarden verbonden aan de staat van militair en zorgt ervoor dat de groep ernaar handelt
  • Gedraagt zich respectvol, zonder te discrimineren op vlak van seksuele geaardheid, geslacht, etnische origine, leeftijd, religie, cultuur,… en zorgt ervoor dat de groep zich ook zo opstelt
  • Neemt de nodige maatregelen in geval van intolerant of ongepast gedrag of het niet naleven van de waarden en regels
  • Geeft zowel mondeling als schriftelijk op een gestructureerde, efficiënte en gepaste manier informatie door
  • Houdt rekening met het vertrouwelijk karakter van informatie en filtert informatie als echelon tussen de keuronderofficieren en de ondergeschikten zodat ieder op zijn niveau over de nodige informatie beschikt
  • Geeft briefings
  • Gebruikt militaire afkortingen en conventionele tekens en interpreteert een gemarkeerde kaart correct
  • Gebruikt gevechtssignalen om elementaire inlichtingen te kunnen doorgeven of ontvangen
  • Verstuurt en ontvangt berichten volgens de voorziene procedures
  • Informeert zich over en volgt trends en ontwikkelingen in het vakgebied op
  • Identificeert de eigen ontwikkelingsbehoeften
  • Ontvangt en begrijpt een opdracht van het hoger echelon
  • Beoordeelt de factoren die van invloed zijn op de opdracht en aanvaardt hierbij de prioriteiten, noden en geplande acties van het hoger echelon
  • Verzamelt en analyseert informatie voor de opdracht (instructiekaarten, plannen,…)
  • Plant de opdracht
  • Zet een opdracht van het hoger echelon om in concrete objectieven voor zichzelf en een correct geformuleerde opdracht voor de groep
  • Brengt de groep op de hoogte van de opdracht (doelstellingen, planning, aanpak,...)
  • Neemt de nodige maatregelen om klaar te zijn voor de opdracht
  • Past preventieve maatregelen toe om verwondingen of ontstekingen te voorkomen
  • Past preventiemaatregelen, maatregelen ter bevordering van het welzijn op de werkvloer en maatregelen voor de veiligheid op het werk toe, in het bijzonder op het vlak van de eerste hulp en brandbestrijding
  • Meldt problemen die zelf niet op te lossen zijn aan de verantwoordelijke
  • Vervult de rol van schootsdirecteur in doublure en onder toezicht van een ervaren coach
  • Selecteert het te gebruiken type wapen en vuur in functie van het gewenste effect
  • Past de veiligheidsregels toe bij het bedienen van de individuele en collectieve bewapening van de groep
  • Past veiligheids- en beschermingsvoorschriften toe
  • Gebruikt gevechtsuitrusting en bewapening op een correcte manier
  • Voert wacht-, observatie- of beveiligingsrondes uit
  • Gebruikt de individuele en de collectieve uitrusting van de groep om in alle omstandigheden op het terrein te leven
  • Voert opdrachten uit op bevel
  • Observeert het gebied en situeert de gevarenzone/het gevaar
  • Oriënteert zich met behulp van de beschikbare middelen: bepaalt de standplaats, een azimut naar een ander punt en een volgweg daarnaartoe
  • Gebruikt tactische vorderingstechnieken die aangepast zijn aan het terrein en bepaalt de eigen plaats in de groep volgens de tactische situatie
  • Treedt op vanuit een gedekte positie
  • Past het recht der gewapende conflicten toe
  • Gebruikt gevechtsuitrusting en bewapening op een correcte manier
  • Respecteert het milieu in de mate van het mogelijke volgens de voorschriften en de situatie
  • Herkent ontploffingstuigen
  • Bepaalt de ligging van een explosief, mijn, … en bakent de zone af
  • Past individuele veiligheidsmaatregelen toe
  • Reageert correct volgens de procedures
  • Organiseert en superviseert een groep
  • Neemt in alle omstandigheden een voorbeeldfunctie aan en schat de gevolgen van het eigen gedrag in voor zichzelf en anderen
  • Past het leiderschapsmodel van defensie toe en gebruikt een leiderschapsstijl (directief of participatief) die aangepast is aan de situatie
  • Betrekt zo mogelijk een groep in de besluitvorming
  • Geeft en ontvangt feedback
  • Voert evaluatie- en functioneringsgesprekken
  • Plant het geheel van de eigen taken rekening houdend met de doelen, prioriteiten, budget en personeel en past de planning zo nodig aan wijzigende omstandigheden aan
  • Delegeert bevoegdheden aan ondergeschikte leidinggevenden als de situatie het vereist
  • Bekijkt hoe de doelen voor de dagelijkse werking van een groep bereikt kunnen worden
  • Verduidelijkt wat van (elk lid van) een groep verwacht wordt
  • Superviseert en controleert de uitvoering van de taken
  • Verwittigt tijdig de hiërarchisch overste wanneer de planning niet gehaald kan worden
  • Volgt competenties van medewerkers op
  • Stelt een verbeteringsprogramma of een vormingsplan op voor een medewerker of een groep
  • Formuleert doelstellingen en legt deze uit
  • Werkt een motiverende leeractiviteit uit (over diverse onderwerpen) en bouwt daarbij voort op de reeds aanwezige competenties
  • Selecteert en gebruikt leermiddelen
  • Organiseert een leeractiviteit en stuurt deze zo nodig bij
  • Evalueert product en proces
  • Geeft bevelen aan en begeleidt een groep met of zonder wapens
  • Past in alle omstandigheden bij het geven van een bevel het recht der gewapende conflicten toe evenals de inzetregels en waakt over de uitvoering ervan door de groep
  • Controleert en superviseert de uitvoering van de opdrachten
  • Detecteert problemen in het domein van de militaire veiligheid en reageert gepast volgens de van kracht zijnde richtlijnen
  • Bevordert een goede sfeer en teamvorming

Probleemoplossende vaardigheden

  • Past zich gemakkelijk aan aan veranderende omstandigheden
  • Beheert doeltreffend zijn tijd
  • Neemt leeropportuniteiten aan om de eigen deskundigheid te verbeteren
  • Zorgt voor de eigen veiligheid en bescherming en die van de collega’s
  • Detecteert, analyseert en gaat gepast om met risico’s en gevaren
  • Reageert gepast op een bedreiging of bij het ontdekken van onveilige situaties (munitie, mijnen, ongewenste personen, …) volgens de van kracht zijnde richtlijnen
  • Past de operationele werkwijze aan in functie van de situatie en opdracht
  • Reageert gepast op een (CBRN)bedreiging
  • Creëert een stimulerende werkomgeving waarin de medewerkers tot betere prestaties kunnen komen
  • Herkent conflicten in de groep en reageert gepast
  • Motiveert een groep en moedigt creativiteit aan om alternatieve oplossingen uit te werken
  • Stuurt acties bij volgens de vastgestelde evoluties en omstandigheden
  • Ziet toe op de correcte toepassing van individuele en collectieve (CBRN) beschermingsmaatregelen en neemt de nodige acties zodat de groep kan functioneren, overleven en de opdracht kan verderzetten in gevaarlijke (CBRN) omstandigheden
  • Ziet erop toe dat de groep de milieuvoorschriften respecteert en neemt mogelijke maatregelen om de impact van militaire activiteiten op het milieu te beperken

Motorische vaardigheden

  • Gebruikt en onderhoudt communicatieapparatuur met verschillende gebruiksopties
  • Traint het uithoudingsvermogen, de kracht en behendigheid in functie van de fysiek eisen verbonden aan de beroepsactiviteiten en de situatie
  • Doorstaat langdurige mentale en fysieke inspanningen
  • Neemt deel aan de voorziene proeven en testen
  • Voert individuele en collectieve drillbewegingen uit zowel met als zonder wapen
  • Maakt de individuele en/of collectieve uitrusting en ander materieel klaar voor de opdracht of laat dit klaarmaken
  • Verzorgt de persoonlijke hygiëne
  • Voert onderhouds- en herstellingswerkzaamheden uit aan de individuele en collectieve bewapening van de groep
  • Controleert of de hoeveelheid munitie per wapen aanwezig is
  • Voert functiecontroles uit en dubbelcheckt
  • Voert schietorders uit en gebruikt de bewapening volgens de voorziene voorschriften
  • Controleert personen en voertuigen
  • Past basisgevechtstechnieken zonder wapens toe
  • Gebruikt opsporingsmaterieel

Omgevingscontext

  • Het beroep wordt uitgeoefend in een variërende omgeving, gaande van een uiterst complexe en potentieel levensbedreigende inzet in het buitenland of aan boord van een oorlogsbodem tot een gestructureerde omgeving in een kazerne.
  • De werkomstandigheden kunnen moeilijk zijn: leven op terrein, langdurig in een kleine geïsoleerde groep samenleven, gescheiden van familie, blootstelling aan meteorologische omstandigheden,…
  • Het beroep wordt uitgeoefend met een zeer variërend tijdschema waarbij een hoge graad van vermoeidheid kan optreden.
  • Het beroep wordt overwegend uitgeoefend in groep waarbij een hoge graad van sociale interactie in moeilijke omstandigheden nodig kan zijn.
  • De opdrachten worden veelal uitgeoefend in een omgeving waarbij strikte tijdschema’s gerespecteerd moeten worden. De lager onderofficier moet soms werken onder tijdsdruk, maar respecteert ten allen tijde de veiligheidsnormen en de wettelijke voorschriften, in het bijzonder deze van het humanitair recht en het Internationaal Recht der Gewapende Conflicten.
  • Het dragen van een uniform/persoonlijke (beschermings)kledij tijdens de beroepsuitoefening is verplicht en moet in overeenstemming zijn met de normen vastgelegd voor de opdracht.
  • De lager onderofficier staat aan het hoofd van een groep, maar werkt zelf ook onder het bevel van zijn oversten en is bij de uitoefening van opdrachten gebonden aan reglementering, procedures, gedrags- en ethische regels.
  • De lager onderofficier komt in contact met verschillende actoren (collega’s, kader, burgers,…).
  • Het leiden van een groep wordt gecombineerd met het (operationeel) uitvoeren van opdrachten.

Handelingscontext

  • Bij de uitvoering van bepaalde opdrachten (in complexe omgevingen) dreigt potentieel gevaar voor het eigen leven en dat van anderen.
  • De opdrachten van de lager onderofficier vereisen een zeer goede fysieke conditie.
  • De lager onderofficier moet zeer aandachtig zijn voor verschillende elementen om de eigen veiligheid en deze van anderen (collega’s, kader, burgers,…) te waarborgen. Sommige opdrachten kunnen een langere periode beslaan waardoor een hoge graad van vermoeidheid kan optreden die het aandachtsniveau kan beïnvloeden.
  • De uitoefening van het beroep vraagt flexibiliteit om zich te kunnen aanpassen aan veranderende omstandigheden.
  • Op een gepaste manier omgaan met de militaire hiërarchie en gezag.
  • Op een gepaste manier omgaan met diversiteit.
  • Voorzichtig en gepast omgaan met de individuele en collectieve bewapening, rekening houdend met de geldende veiligheidsregels.
  • Voortdurend aandacht hebben voor de preventie van of de bescherming tegen specifieke risico’s of bedreigingen.
  • Op een constructieve en heldere manier informatie uitwisselen met collega’s en kader.
  • Op een gepaste manier leiding geven aan het team en diplomatisch omgaan met moeilijke situaties.

Autonomie

Is zelfstandig in
  • het voorbereiden, plannen en uitvoeren van de opdracht
  • het (op)leiden van een groep militairen
Is gebonden aan
  • de militaire reglementen en voorschriften
  • de ontvangen orders (mondeling of geschreven)
  • de inzetregels (rules of engagement)
  • de beschikbare wapensystemen en de veiligheidsvoorschriften
  • de weersomstandigheden en buitentemperaturen
Doet beroep op
  • een collega bij het uitvoeren van de opdracht (indien nodig) of voor ondersteuning, advies
  • de hiërarchisch verantwoordelijke voor het verkrijgen van een order, bij het uitvoeren van de opdracht, bij problemen of gevaar

Verantwoordelijkheid

  • Functioneert volgens de geldende gedragsvereisten bij defensie
  • Handelt deontologisch, loyaal en collegiaal
  • Communiceert efficiënt en effectief met collega’s, de groep en het kader
  • Ontwikkelt en onderhoudt de mentale en fysieke fitheid/conditie en legt dit op aan de groep
  • Ontwikkelt de eigen deskundigheid
  • Bereidt zichzelf en de groep voor op de opdracht (verkenning, gevecht, opstelling, bijstand,...)
  • Waarborgt de eigen veiligheid en die van collega’s, dient eerste hulp toe en ziet toe op de veilige en correcte handelwijze door de groep
  • Bereidt de individuele en collectieve bewapening voor of laat ze voorbereiden en controleert ze
  • Gebruikt individuele en collectieve bewapening op een correcte en wettelijke manier
  • Bewaakt samen met de groep kritieke zones en punten
  • Voert de actie samen met de groep uit rekening houdend met de opdracht, de situatie en het terrein
  • Reageert gepast bij het ontdekken van ontploffingstuigen
  • Geeft leiding aan een groep
  • Organiseert de eigen taken en volgt de taken van een groep op in het kader van de dagelijkse werking en het gevoerde beleid
  • Leidt de groep op
  • Leidt acties

Attesten en voorwaarden

Wettelijke attesten en voorwaarden

Voor de beroepsuitoefening van ‘Lager onderofficier bij defensie’ is het beschikken van volgende attesten en/of voldoen aan volgende voorwaarden wettelijk verplicht:
  • Voldoen aan de voorwaarden zoals bepaald in Wet van 28 februari 2007 tot vaststelling van het statuut van de militairen en kandidaat-militairen van het actief kader van de Krijgsmacht, Art. 7, 8 en 9.