Instructeur B

 
BK-0066-2

Globaal

Titel

Instructeur B

Deze benaming wijkt af van de gebruikte benamingen in de Competentfiche “G120401 Begeleider sportactiviteiten”.

Naar de benaming ‘Instructeur B’ wordt in volgende decreten en uitvoeringsbesluiten verwezen:
• Decreet van 13 juli 2001 houdende de regeling van de erkenning en subsidiëring van de Vlaamse sportfederaties, de koepelorganisatie en de organisaties voor de sportieve vrijetijdsbesteding (Art. 14. § 1. 3°; Art. 29. § 1. 2°; Art. 61.)
o Algemeen uitvoeringsbesluit inzake erkenning en subsidiëring (Art. 14. 1°; Art. 17. § 1. en § 2.; Art. 21. § 1. 1° en 3°; Art. 29. § 4. en 5.)
o Uitvoeringsbesluit subsidiëring facultatieve opdracht jeugdsport
o Uitvoeringsbesluit subsidiëring facultatieve opdracht sportkampen (Art. 5. 6°, a) 1)
o Uitvoeringsbesluit subsidiëring facultatieve opdracht prioriteitenbeleid (Art. 1. 8°)
o Uitvoeringsbesluit subsidiëring facultatieve opdracht topsport (Art. 8.; Art. 10. 3° b)
• Decreet van 9 maart 2007 houdende de subsidiëring van gemeente- en provinciebesturen en de Vlaamse Gemeenschapscommissie voor het voeren van een Sport voor Allen–beleid
o Uitvoeringsbesluit inzake algemene bepalingen en bepalingen tot het verkrijgen van de beleidssubsidie (Art. 47. § 1. 1° en 4°; Art. 47. § 2)
o Uitvoeringbesluit inzake bepalingen tot het verkrijgen van de impulssubsidie (Art. 5. § 3. 1° a); Art. 5. § 3. 2° a); Art. 15.)
• Decreet van 6 juli 2012 houdende het stimuleren en subsidiëren van een lokaal sportbeleid
o Besluit van de Vlaamse Regering van 16 november 2012 betreffende de uitvoering van het decreet van 6 juli 2012 houdende het stimuleren en subsidiëren van lokaal sportbeleid

Definitie

Staat in voor het trainen en begeleiden van recreatieve en/of competitieve sporters (jongeren, adolescenten en volwassenen) tot op het provinciaal/landelijk niveau, rekening houdend met de ontwikkelingskenmerken van de doelgroep en de ontwikkelingslijn van de sport teneinde hen via aangepaste sporttechnische en -tactische trainingsopbouw te laten doorstromen naar een hoger niveau en leerdoelen te bereiken.

Niveau (VKS en EQF)

4

Jaar van erkenning

versie 2, 2013

Competenties

Opsomming competenties

  • Competentie 1:
    Informeert de betrokken actoren over de sportdiscipline, de organisatie van de sessies en de prestaties van de sporter(s) en het team
    • Motiveert tot deelname aan en volhouden van sport- en bewegingsactiviteiten tot op provinciaal/landelijk niveau
    • Begeleidt sporters tot op provinciaal/landelijk niveau op het vlak van fitheid en gezondheid
    • Geeft informatie over de praktische organisatie van sportsessies
    • Onderhoudt contact met de ouders van jeugdige sporters
    • Onderhoudt contact met alle overige betrokken actoren (trainers, wedstrijdbegeleidingsteam, assistenten, talentscouts, scoutingsteam, bestuur)
  • met inbegrip van kennis:
  • Competentie 2:
    Volgt het sportproject tot op provinciaal/landelijk niveau op, evalueert het en stelt verbeteringen voor
    • Meet effecten en resultaten
    • Rapporteert over effecten en resultaten
    • Zoekt verbeterpunten
    • Gaat actief op zoek naar nieuwe concepten en procedures
    • Volgt sportspecifieke en sporttakoverschrijdende evoluties op (technisch, tactisch, ontwikkelingslijnen, materiaal, enz.)
  • met inbegrip van kennis:
  • Competentie 3:
    Bepaalt het (begin)niveau van de sporter en bepaalt de sportieve doelstellingen
    • Organiseert een gesprek
    • Peilt naar de persoonlijke wensen en fysieke achtergrond
    • Identificeert incentives en obstakels om recreatieve en/of competitieve prestaties te leveren zowel op technisch als tactisch vlak
  • met inbegrip van kennis:
  • Competentie 4:
    Werkt het sportproject tot op provinciaal/landelijk niveau uit volgende de visie van de organisatie
    • Neemt deel aan het werkoverleg
    • Heeft oog voor randvoorwaarden (materiaal, toegankelijkheid personen met een handicap, enz.)
    • Rapporteert, indien nodig, aan de verantwoordelijke
  • met inbegrip van kennis:
  • Competentie 5:
    Stemt de sessie af op het provinciaal/landelijke niveau van de doelgroep en maakt het materiaal of de uitrusting klaar
    • Gebruikt een lessenplan, eindtermen, kennisbronnen, enz.
    • Maakt zelfstandig een trainingsvoorbereiding op voor sporters tot op provinciaal/landelijk niveau, met technische en tactische aspecten op basis van (competitie)doelstellingen
    • Houdt rekening met diversiteit, verwachtingen, beleving, enz. van de sporters
    • Bouwt oefeningen geleidelijk op
    • Stemt het materiaal af op het provinciaal/landelijk niveau van de sporter(s)
  • met inbegrip van kennis:
  • Competentie 6:
    Stelt oefeningen aan de sporters voor en staat ze technisch, tactisch, conditioneel en mentaal bij tot op provinciaal/landelijk niveau
    • Past taalgebruik en sportniveau aan de sporters aan
    • Formuleert concrete leerdoelen en bespreekt die met de sporter(s)
    • Legt de regels van een sporttak uit
    • Leert de (basis)technieken van een sporttak aan
    • Kan technische en tactische handelingen aanleren tot op het provinciaal/landelijk niveau
    • Demonstreert en leert technieken, houdingen en motorische gedragingen aan
    • Voorziet voldoende warming-up en cooling-down
    • Heeft aandacht voor blessurepreventie (belasting-belastbaarheid)
    • Verbetert fouten in de techniek
    • Geeft extra instructies indien nodig
    • Vraagt om feedback over de oefeningen
    • Volgt de sportieve evoluties op
    • Stelt het trainingsprogramma bij op basis van de noden en vorderingen
    • Verdeelt de aandacht over de verschillende sporters
    • Vermijdt gevaarlijke situaties, risico’s en potentieel gevaarlijke oefeningen
    • Controleert het naleven van de veiligheidsregels en aanwijzingen
  • met inbegrip van kennis:
  • Competentie 7:
    Kijkt sportmateriaal en -uitrusting na
    • Ziet er op toe dat sporters het materiaal opgeruimd en netjes achterlaten
    • Adviseert bij de aanschaf van materiaal
    • Kijkt sportmateriaal na en kan het onderhouden
  • met inbegrip van kennis:
  • Competentie 8:
    Begeleidt en coacht sporters of teams tijdens een competitie tot op nationaal niveau en bepaalt persoonlijke of collectieve verbeteringen
    • Maakt een basisanalyse van de wedstrijd
    • Stelt een tactiek, wedstrijdplan en/of teamopstelling op
    • Lijst op wat en wie mee moet naar een wedstrijd
    • Handelt wedstrijdformaliteiten en andere administratie af
    • Informeert de sporter(s)
    • Houdt voor- en nabesprekingen over de sportprestaties
    • Heeft aandacht voor en stimuleert het groepsgevoel
    • Heeft aandacht voor zowel het lichamelijke als het mentale welzijn
    • Motiveert de topsporters, moedigt ze aan en biedt hen structuur
    • Spreekt sporters aan op hun sportgedrag
    • Grijpt in wanneer de veiligheid van de sporters in het gedrang komt
  • met inbegrip van kennis:
  • Competentie 9:
    Denkt communicatieacties uit over de activiteiten voor een sporter of een team tot op provinciaal/landelijk niveau
    • Gebruikt moderne media om te communiceren met alle betrokken actoren
    • Presenteert informatie op een manier die belangstelling wekt
    • Past taalgebruik en boodschap aan de sporter(s) aan
  • met inbegrip van kennis:
  • Competentie 10:
    Scout individuele sporters en/of teams tot op provinciaal/landelijk niveau in functie van talentdetectie en wedstijdprestaties
    • Beoordeelt prestaties, motivatie en aanleg van sporters
    • Beoordeelt of sporters in aanmerking komen voor verdere ontwikkeling in de sport
    • Overlegt met en/of rapporteert aan de betrokkenen (trainer, ouders, sporter, ….)
    • Kan tests, afnemen en evalueren in functie van talentscouting
  • met inbegrip van kennis:
  • Competentie 11:
    Coördineert de activiteiten van een begeleidingsteam op provinciaal/landelijk niveau
    • Gebruikt kantoorsoftware
    • Stemt de planning af op de duur en volgorde van de opdrachten
    • Stemt de planning af op de vaardigheden van de medewerkers
    • Ziet toe op de uitvoering van de opdrachten
    • Grijpt in bij verkeerd werk of gedrag van medewerkers
    • Bespreekt de uitvoering van de opdrachten met de medewerkers
    • Ziet er op toe dat veiligheids- en ethische voorschriften gerespecteerd worden
  • met inbegrip van kennis:

Beschrijving competenties a.d.h.v. de descriptorelementen

Kennis

  • Basiskennis van methoden om spel- en wedstrijdsituaties te analyseren
  • Kennis van gedragsverandering
  • Kennis van de relatie tussen beweging en gezondheid in functie van een gezonde sportbeoefening
  • Kennis van veiligheidsregels voor goederen en personen
  • Kennis van communicatietechnieken en -vaardigheden en omgang met diverse doelgroepen
  • Kennis van competentiemanagement in functie van het aansturen van de Initiator
  • Kennis van de sociale vaardigheden
  • Kennis van (fouten)analyse door directe observatie van sporters
  • Kennis van technische en tactische aspecten
  • Kennis van de sportgerelateerde wetenschappen anatomie, ontwikkelingsleer (met inbegrip van ontwikkelingslijnen) en motorisch leren
  • Kennis van psychomotorische en –sociale ontwikkeling
  • Kennis van EHBO en het evenwicht tussen belasting en belastbaarheid
  • Kennis van materiaal
  • Kennis van ethisch verantwoord sporten
  • Kennis van verschillende sportgerelateerde visies (o.a. van de sportfederatie)
  • Kennis van het opmaken van een basisprofiel van de sporter
  • Kennis van korte - en middellange termijndoelstellingen voor de individuele sporter en het team
  • Kennis van wedstrijdkalenders, -reglementen en -procedures
  • Kennis van ontwikkelingslijnen en gerelateerde oefenstof
  • Kennis van informatiekanalen, informaticatoepassingen en softwarepakketten
  • Kennis van opvoedkunde
  • Kennis van didactiek en methodiek

Cognitieve vaardigheden

  • Het kunnen opvolgen en toepassen van nieuwe trends, concepten en procedures
  • Het kunnen opstellen van een trainingsvoorbereiding, op technisch en tactisch vlak, in functie van een ontwikkelingslijn
  • Het kunnen formuleren van concrete leerdoelen (technisch en tactisch)
  • Het kunnen bevorderen, begeleiden en bewaken van het groepsproces van zowel sporters als medewerkers
  • Het kunnen presenteren van informatie op een manier die belangstelling wekt
  • Het kunnen beoordelen van recreatieve en/of competitieve prestaties, motivatie en aanleg van sporters
  • Het kunnen beoordelen of sporters in aanmerking komen voor verdere ontwikkeling in de sport
  • Het kunnen overleggen met en/of rapporteren aan de betrokkenen (trainer, ouders, enz.)
  • Het kunnen verbaal en non-verbaal communiceren, zowel met de individuele sporter, het team als de overige betrokken actoren (trainers, bestuur, ouders, enz.)
  • Het kunnen opvolgen van sportspecifieke en sporttakoverschrijdende evoluties (technisch, tactisch, ontwikkelingslijnen, materiaal, enz.)
  • Het kunnen individuele en collectieve feedback geven en vragen
  • Het kunnen motiveren, aanmoedigen en structuur bieden aan de sporter(s)
  • Het kunnen maken van een basisprofiel van de sterktes en zwaktes van de sporter
  • Het kunnen observeren, analyseren, detecteren, evalueren en remediëren
  • Het kunnen gepast pedagogisch en ethisch verantwoord omgaan met sporters
  • Het kunnen technische en tactische handelingen aanleren tot op het provinciaal/landelijke niveau
  • Het kunnen opstellen en evalueren van leerdoelen (technisch en tactisch) op korte en middellange termijn
  • Het kunnen begeleiden, training geven, coachen en talent identificeren en selecteren conform de visie van de sportfederatie

Probleemoplossende vaardigheden

  • Het kunnen identificeren van obstakels om te sporten (o.a. demotivatie), het kunnen helpen van de sporter om deze uit de weg te ruimen (reactief) en het kunnen vermijden dat ze (opnieuw) opduiken (proactief)
  • Het kunnen aanzetten tot sporten
  • Het kunnen aanpassen van het aanbod, rekening houdend met randvoorwaarden (materiaal, toegankelijkheid personen met handicap, enz.) en het kunnen rekening houden met heterogeniteit, diversiteit, verwachtingen, beleving , enz. van de sporter(s)
  • Het geleidelijk kunnen opbouwen van oefeningen en het kunnen bijstellen van de oefenstof op basis van noden en vorderingen
  • Het kunnen afstemmen van het materiaal op het niveau van de sporters
  • Het kunnen aanpassen van oefenstof met betrekking tot technische en tactische aspecten en de verbetering hiervan
  • Het kunnen inschatten, herkennen en desgevallend vermijden van gevaarlijke situaties, risico’s en oefeningen
  • Het kunnen opstellen van een tactiek, wedstrijdplan en/of teamopstelling in functie van de kwaliteiten van de eigen sporter(s)
  • Het kunnen bijstellen van een training, op maat van de sporter(s) en/of het team in functie van gewijzigde omstandigheden
  • Het kunnen aanpassen van het taalgebruik in functie van de boodschap en de doelgroep
  • Het kunnen inschatten van vaardigheden van medewerkers en deze gepast aanwenden in functie van leerdoelen, planningen en gewijzigde omstandigheden
  • Het kunnen inschatten, herkennen en desgevallend vermijden van verkeerd gedrag van sporters en medewerkers

Motorische vaardigheden

  • Het kunnen nakijken en onderhouden van specifiek technisch sportmateriaal
  • Het kunnen demonstreren en aanleren van technieken, houdingen en motorische gedragingen aan gedifferentieerde groepen sporters
  • Het kunnen assisteren bij het uitvoeren van (complexe) bewegingen en verbeteren van fouten al doende
  • Het kunnen toepassen van EHBO-technieken: wondverzorging, transporttechnieken, reanimatie en mond- op mondbeademing
  • Het kunnen onder controle houden van lichaamstaal

Omgevingscontext

  • Werkt met verschillende individuele en/of groepen sporters, die sport beoefenen op verschillende niveaus (recreant, competitie op regionaal of provinciaal/landelijk niveau) en met andere trainers, talentscouts, bestuursleden, juryleden, wedstrijdorganisatoren, tegenstanders, sportfederaties, ouders en familieleden
  • De Instructeur B moet zich regelmatig aanpassen aan wisselende omgevings- en persoonsgebonden factoren tijdens het training geven, het begeleiden en het coachen (weer, accommodatie, gemoedstoestand sporter, enz.) voor het bereiken van zijn doelstellingen
  • De Instructeur B voert deze taken doorgaans uit naast dagdagelijkse professionele activiteiten, d.w.z. tijdens de avonden in de week, de woensdagnamiddag en de weekends en/of vakantie- en feestdagen
  • Werkt meestal in een drukke omgeving
  • Het houdt verplaatsingen in (voornamelijk voor de regionale of provinciaal/landelijke wedstrijdmomenten)
  • De Instructeur B dient rekening te houden met een complex geheel van verschillende en variërende parameters (technische en tactische eigenschappen/kwaliteiten van eigen sporter(s)) tijdens zowel training geven, begeleiden als coachen
  • Doorgaans geeft de vastliggende wedstrijdkalender een bepaalde structuur en stabiliteit aan het sportseizoen. Deze kan echter doorbroken worden onder invloed van onvoorziene omstandigheden (weersomstandigheden, blessures, andere prioriteiten, enz.)
  • Doorgaans worden sportseizoenen onderbroken door een (relatieve) rustperiode waarin sterk afgebouwde tot geen activiteiten voorkomen

Handelingscontext

  • Het kunnen aan boord leggen van verhoogde concentratie tijdens wedstrijdsituaties (focus behouden op de leerdoelen en de evaluatie ervan)
  • Het aan boord leggen van een goede concentratie tijdens de trainingssessies (actief zoeken naar verbeterpunten, enz.)
  • Het vermijden van gevaarlijke situaties, risico’s en potentieel gevaarlijke oefeningen en controle houden op naleven van veiligheidsmaatregelen
  • Het ingrijpen wanneer de veiligheid van sporters in het gedrang komt
  • Het omgaan met sporters in een één op veel relatie: de volledige groep stimuleren en ondertussen elk individu uit de groep afzonderlijk opvolgen
  • Het zelf opnemen van een voorbeeldrol (o.a. handelen op een ethisch verantwoorde manier)
  • Het vertrouwelijk omgaan en rekening houden met de medische en privégegevens van de sporter
  • Het snel inspelen op wisselende omgevings- en persoonskenmerken
  • De visie van de sportclub of sportfederatie, de training en de mogelijkheden van de sporter(s) bepalen het handelingskader

Autonomie

Is zelfstandig in
  • het uitvoeren van onderstaande taken binnen het hem/haar aangereikte jaarplan waarin zowel technische als tactische aspecten worden geïntegreerd voor recreatieve en competitieve sporters tot op het provinciaal/landelijke niveau. De Instructeur B creëert tevens zelfstandig het werkkader van de Initiator. De taken van de Instructeur B zijn o.a. het communiceren, opvolgen van evoluties, geven van feedback, individualiseren, pedagogisch en didactisch handelen, plannen, samenwerken in team en tactisch en strategisch handelen, tijdens het les of training geven, het begeleiden en het coachen en bij het identificeren en selecteren van talent (binnen de eigen groep van sporters) en het verzamelen van informatie.
Is gebonden aan
  • het werkkader (een jaarplan met technische en tactische aspecten), geschapen door een hoger gekwalificeerde trainer en/of de Jeugdsportcoördinator, de accommodatie, de mogelijkheden van de sporter(s), de wedstrijdkalender, het wedstrijdreglement, de sporttakspecifieke regels en gebruiken, de visie van de sportclub en de erkende Vlaamse sportfederatie, de goedkeuring van de ouders voor minderjarige sporters, de vooropgestelde doelen, enz.
Doet beroep op
  • en wordt aangestuurd door de Trainer B, Trainer A en/of de Jeugdsportcoördinator enerzijds voor inhoudelijke aspecten en beslissingen binnen het geschetste werkkader en anderzijds in functie van organisatorische afspraken binnen de eigen organisatie.

Verantwoordelijkheid

  • Een uitgewerkt en gecoördineerd werkkader met technische en tactische aspecten voor een goed aangestuurde Initiator voor beginnende en recreatieve sporters
  • Een optimaal leerklimaat: veiligheid, geven van feedback, individualiseren, hoge actieve leertijd, maken van de juiste keuzes, gebruiken van de adequate sportmaterialen, succesbeleving, uitdaging, enz.
  • Een klimaat waarin de sporter gemotiveerd wordt en gemotiveerd blijft om aan sport te doen
  • Een weloverwogen en gecontroleerd veiligheidsbeleid
  • Een open communicatie met alle betrokken actoren
  • Het permanent bijscholen van zichzelf
  • Realistische en uitdagende leerdoelen voor de sporter(s)
  • Behaalde vooropgestelde individuele en collectieve leerdoelen
  • Verantwoorde didactische en pedagogische handelingen
  • De fysieke en psychische integriteit van de sporter
  • Het groeiproces van de sporter(s), met bijzondere aandacht voor minderjarigen

Attesten en voorwaarden

Wettelijke attesten

Er zijn geen wettelijke attesten of voorwaarden vereist.